Google 4.9/5 (353) · Trustlocal 9.7/10 (178)050 67 32 06
Op deze pagina vindt u een overzicht van geanonimiseerde vonnissen en arresten uit rechtbanken in heel Vlaanderen en Nederlandstalig Brussel. Elke uitspraak is voorzien van een juridische analyse door ervaren advocaten van LawBase, met aandacht voor de kernpunten, het toepasselijke recht en de praktische gevolgen. Gebruik de zoekfunctie en filters, of kies rechtstreeks een thema: rechtspraak over verkeersrecht, familierecht, huurrecht, erfrecht, strafrecht, verbintenissenrecht, handelsrecht of burgerlijk recht.
Een echtgenote vorderde bij verzoekschrift de echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting (art. 229, § 3 oud BW). Zij stelde haar vraag tweemaal voor de rechtbank en haar echtgenoot verklaarde zich telkens akkoord. De familierechtbank te Brugge stelde vast dat het huwelijk onherstelbaar ontwricht was, sprak de echtscheiding uit, beval de vereffening-verdeling met ambtshalve aanstelling van een notaris en legde de kosten bij helften.
Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie familie- en jeugdrechtbank, kamer B.27Uitspraak: 15 oktober 2018Gepubliceerd: 30 oktober 2026Mr. Chanel Ribas Colomar
Een bestuurster reed in december 2023 met een alcoholconcentratie van 0,51 mg/l uitgeademde alveolaire lucht. Voor de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, vroeg zij om het verval van het recht tot sturen enkel tijdens weekends en feestdagen uit te voeren. De rechtbank wees dat verzoek af, legde een geldboete van 1.600 euro (waarvan 800 euro met uitstel), 25 dagen verval en een medisch en psychologisch onderzoek op. In hoger beroep werd het verval later herleid tot 15 dagen, zonder herstelonderzoeken.
Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling BruggeUitspraak: 20 september 2024Gepubliceerd: 27 oktober 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
Een ziekenhuis vorderde de betaling van onbetaalde facturen van een vrouw die onder bewind stond, en vroeg dat zowel zij als haar bewindvoerder over de goederen solidair zouden worden veroordeeld. De rechtbank van eerste aanleg in Dendermonde veroordeelde enkel de beschermde persoon tot betaling van de hoofdsom met gerechtelijke intresten en de proceskosten. De vordering tegen de bewindvoerder werd afgewezen: de bewindvoering maakt van de bewindvoerder geen schuldenaar van de schulden van de beschermde persoon. Ook een aangerekende kost van 25 euro voor inning en aanmaning werd niet toegekend.
Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, zevende kamerUitspraak: 21 december 2018Gepubliceerd: 23 oktober 2026Mr. Chanel Ribas Colomar
Een vader wilde in de zomervakantie een week eind juli met zijn jonge kind op reis, maar de moeder vond de overstap van twee naar zeven overnachtingen een te grote sprong. De familierechtbank homologeerde het akkoord van de ouders over de verblijfsregeling en stond, ondanks de richtlijn dat vijf dagen pas vanaf 5 à 6 jaar aangewezen zijn, een vakantieverblijf eind juli, zodat vijf dagen op de bestemming mogelijk waren, toe omdat de verblijven bij de vader goed verliepen en een vakantie anders is dan een weekend.
Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling GentUitspraak: 17 juni 2021Gepubliceerd: 20 oktober 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
In deze zaak buigt de vrederechter zich over een huurgeschil dat via een procedure in kort geding aanhangig werd gemaakt. De beweerde toegangsontzegging dateert van augustus 2026; de precieze dag wordt in het vonnis niet vermeld. De huurder stelt dat de verhuurder hem de toegang tot zijn gehuurde studio heeft ontzegd en zijn inboedel heeft achtergehouden. Aanvankelijk vorderde de huurder om opnieuw toegang te krijgen tot het pand, maar aangezien hij inmiddels een nieuwe huurwoning heeft gevonden, werd deze eis tijdens de procedure verlaten. De resterende vorderingen van de huurder strekken ertoe de verhuurder te dwingen, onder verbeurte van een dwangsom, om mee te delen waar zijn meubels zijn opgeslagen en deze terug te geven. Daarnaast vordert de huurder een verbod voor de verhuurder om over de goederen te beschikken en vraagt hij een voorschot van 5.000 euro op de schadevergoeding voor noodhuisvesting en verhuiskosten. De verhuurder verweert zich en stelt een tegeneis in om de sleutel terug te krijgen. Tevens vraagt de verhuurder om bepaalde geluidsopnames uit de debatten te weren wegens twijfels over de authenticiteit ervan. De vrederechter wijst zowel de hoofdvordering van de huurder als de tegeneis van de verhuurder af wegens een gebrek aan spoedeisendheid, wat een absolute voorwaarde is voor een kort geding. De rechter stelt vast dat reeds een procedure ten gronde liep waarin de huurder, via artikel 19 van het Gerechtelijk Wetboek, voorlopige maatregelen had kunnen vragen. Bovendien blijkt uit de verklaringen ter zitting dat de meubels van de huurder zich in de kelder van het gebouw bevinden en dat de huurder nog steeds toegang heeft tot de gemene delen om deze op te halen. Een rechterlijk bevel met dwangsom is dus overbodig. Ook de tegeneis van de verhuurder mist urgentie, aangezien de verhuurder al toegang heeft tot de studio en deze intussen zelfs opnieuw verhuurd zou zijn. Omdat beide partijen in het ongelijk worden gesteld, oordeelt de rechter dat elke partij de eigen gerechtskosten draagt en worden de rolrechten gedeeld.
Vredegerecht van het eerste kanton GentUitspraak: 19 oktober 2026Gepubliceerd: 20 oktober 2026Mr. Chanel Ribas Colomar
Na de echtscheiding regelde de familierechtbank op een zittingsblad voorlopig het verblijf van twee kinderen en een onderhoudsbijdrage, in afwachting van stukken van de vader en een evaluatie op een latere zitting. De vader ging meteen in hoger beroep en vroeg een gelijkmatig verdeeld verblijf. Het hof van beroep te Gent oordeelde dat de eerste rechter over geen enkel geschilpunt een eindbeslissing had genomen en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 1050, tweede lid, Ger.W.
Hof van beroep Gent, elfde sexies kamer (familiekamer)Uitspraak: 5 september 2022Gepubliceerd: 20 oktober 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
Een bestuurster met een rijbewijs B van minder dan twee jaar oud reed in juni 2022 onder invloed van THC en cocaïne, ruim boven de wettelijke drempels. De politierechter in Kortrijk moest beslissen over de straf, het verplichte verval voor beginnende bestuurders en een in de tenlastelegging vermeld ongeschiktheidsverval. Zij kreeg een geldboete van 1.600 euro (de helft met uitstel), 16 dagen verval en een theoretisch examen; een ongeschiktheidsverval werd niet uitgesproken.
Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling KortrijkUitspraak: 19 januari 2023Gepubliceerd: 16 oktober 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
Dit vonnis van de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, betreft de strafrechtelijke vervolging van een beginnend bestuurder voor meerdere verkeersinbreuken gepleegd op 17 april 2026. De beklaagde werd gedagvaard voor drie tenlasteleggingen: het aansporen of uitdagen van een andere bestuurder om overdreven snel te rijden, het niet aanpassen van de snelheid aan de verkeersomstandigheden, en het negeren van wegmarkeringen (rijden of stilstaan op een verdrijvingsvlak). Een verzwarende omstandigheid was dat de beklaagde op het moment van de feiten minder dan twee jaar houder was van een rijbewijs B. De beklaagde werd op de zitting vertegenwoordigd door een advocaat. Het Openbaar Ministerie heeft de zaak samengevat en zijn vordering uiteengezet. De politierechter verklaart alle tenlasteleggingen bewezen. Omdat de feiten dateren van vóór de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek (1 september 2026), past de rechtbank correct de regels van de tijdsgelding toe. Het recht ten tijde van de feiten vormt het vertrekpunt, met toepassing van latere bepalingen voor zover die voor de beklaagde gunstiger zijn, overeenkomstig art. 2 oud Sw. en art. 2 Sw. De rechtbank stelt vast dat er sprake is van samenloop tussen de verschillende inbreuken en past artikel 65 oud Sw. toe, waardoor enkel de zwaarste straf wordt uitgesproken. De beklaagde wordt veroordeeld tot een geldboete van 500 euro (50 euro verhoogd met 90 opdeciemen, het geldende tarief in april 2026). Bij niet-betaling wordt deze boete vervangen door een rijverbod van 30 dagen. Daarnaast spreekt de rechtbank een verval van het recht tot sturen uit voor een periode van 21 dagen. Omdat de beklaagde een beginnend bestuurder is, is de rechtbank wettelijk verplicht om het herstel in het recht tot sturen afhankelijk te maken van het slagen voor minstens één examen. De rechter legt in dit geval een theoretisch examen op, oordelend dat de beklaagde de verkeersregels nog onvoldoende beheerst. Tot slot wordt de beklaagde veroordeeld tot de wettelijke bijdragen (Slachtofferfonds, Tweedelijnsbijstand) en de gerechtskosten.
Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling BruggeUitspraak: 8 oktober 2026Gepubliceerd: 15 oktober 2026Mr. Chanel Ribas Colomar
Deze zaak betreft een geschil inzake een handelshuurovereenkomst voor handelspanden waarvan de ligging is geanonimiseerd, waarbij de verhuurder de gerechtelijke ontbinding van de huur en de uithuiszetting van de huurder vordert wegens een aanzienlijke huurachterstal. De eisende partij, de verhuurder, heeft de procedure ingeleid via een verzoekschrift begin september 2026. De verwerende partij, bestaande uit de vennootschap die het pand huurt en een natuurlijk persoon, is niet op de zitting verschenen. Ook de natuurlijke persoon wordt hoofdelijk veroordeeld. Bijgevolg wordt de zaak bij verstek behandeld. De verhuurder stelt dat de maandelijkse huurprijs 1.400,00 euro bedraagt en dat er een aanzienlijke achterstal is opgebouwd. In de inleidende akte werd aanvankelijk 8.800,00 euro aan achterstallige huur tot en met augustus 2026 gevorderd, samen met een provisie voor waterverbruik. De verhuurder heeft zijn eis uitgebreid met de achterstallige huur voor september 2026, waardoor de totale gevorderde huurachterstal op 10.200,00 euro komt. Daarnaast vordert de verhuurder de ontbinding van het contract, de ontruiming van het pand binnen 48 uur na betekening van het vonnis, een wederverhuringsvergoeding van 8.400,00 euro, een bezettingsvergoeding voor de periode na de ontbinding tot aan de effectieve uithuiszetting, en de vrijgave van de huurwaarborg in zijn voordeel. De vrederechter oordeelt dat de vordering van de verhuurder ontvankelijk en gegrond is zoals in het dictum bepaald. De opgebouwde huurachterstal is dermate ernstig dat deze de onmiddellijke ontbinding van de handelshuurovereenkomst in het nadeel van de huurder rechtvaardigt. De rechter spreekt de ontbinding uit met ingang van eind september 2026 en veroordeelt de huurder om het pand onmiddellijk te verlaten en te ontruimen. De verhuurder krijgt de machtiging om, indien nodig, de uithuiszetting te laten uitvoeren door een gerechtsdeurwaarder, acht dagen na de betekening van het vonnis. Op financieel vlak worden de verwerende partijen hoofdelijk veroordeeld tot het betalen van de huurachterstal van 10.200,00 euro, vermeerderd met de wettelijke en gerechtelijke intresten. Ook de gevorderde wederverhuringsvergoeding van 8.400,00 euro en een dagelijkse bezettingsvergoeding van 46,67 euro (vanaf 1 oktober 2026 tot de ontruiming) worden toegekend. De rechter beveelt de vrijgave van de huurwaarborg aan de verhuurder, zodat dit bedrag kan worden verrekend met de toegekende sommen. Tot slot worden de verwerende partijen veroordeeld in de gerechtskosten. De rechter merkt hierbij op dat de rechtsplegingsvergoeding wordt berekend op basis van de niet in geld waardeerbare vordering (de ontbinding en uithuiszetting), maar verlaagt deze tot het wettelijke minimumbedrag vanwege het verstek van de verwerende partij.
Vredegerecht van het 4de kanton AntwerpenUitspraak: 7 oktober 2026Gepubliceerd: 15 oktober 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
Een festivalorganisator boekte een artiest voor 4.000 euro excl. btw, maar de artiest verliet het podium tijdens het eerste nummer. De verwerende vennootschap wees op een ontbrekende geluidsman en een niet-nageleefde rider (verkeerde champagne, parking, loge, beveiliging). De Ondernemingsrechtbank Antwerpen oordeelde dat het voortijdig staken van het optreden een opzettelijke contractuele wanprestatie was en veroordeelde de vennootschap tot terugbetaling van de gage, 2.500 euro schadevergoeding, interesten en de gerechtskosten.
Ondernemingsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, 21ste kamerUitspraak: 2 juni 2020Gepubliceerd: 13 oktober 2026Mr. Chanel Ribas Colomar
Een bestuurder werd in oktober 2024 betrapt met een alcoholconcentratie van ten minste 0,35 mg/l uitgeademde lucht of 0,8 g/l bloed, minder dan drie jaar na een eerdere veroordeling voor alcohol achter het stuur, en reed bovendien zonder rijbewijs bij zich en met een voertuig zonder geldig keuringsbewijs. De politierechtbank legde onder meer een geldboete van 4.000 euro en een verval van het recht tot sturen van 8 maanden op, telkens deels met uitstel, en vier herstelexamens. In hoger beroep, dat enkel over de strafmaat ging, verklaarde de correctionele rechtbank van Limburg, afdeling Tongeren-Borgloon, het beroep ongegrond en bevestigde zij het vonnis volledig.
Rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren-Borgloon, correctionele sectie, 8ste kamer (hoger beroep)Uitspraak: 3 juni 2026Gepubliceerd: 9 oktober 2026Mr. Chanel Ribas Colomar
Huurders van een waardevol pand dat als feestzaal zou worden uitgebaat, betaalden nauwelijks huur en riepen bedrog in; de omgevingsvergunning werd uiteindelijk in administratief beroep geweigerd. In hoger beroep bevestigt de rechtbank van eerste aanleg dat de handelshuur ontbonden is ten laste van de huurders: een clausule over huurvrijstelling stond alleen in de overnameovereenkomst met een derde en bindt de verhuurders niet, en bedrog is niet bewezen. Enkel de elektriciteitsfactuur wordt licht verminderd, de huurschade wordt op 500 euro begroot en de vorderingen over de overname van de handelszaak worden naar het hof van beroep verwezen.
Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie burgerlijke rechtbank, kamer B.1Uitspraak: 6 januari 2021Gepubliceerd: 6 oktober 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
Tijdens een echtscheiding bereikten de ouders een deelakkoord over dringende en voorlopige maatregelen, maar bleef de schoolkeuze van hun kind betwist. De moeder wilde een overstap naar een school in een andere gemeente, de vader wilde de huidige school behouden. De familierechtbank bekrachtigde het deelakkoord en besliste dat het kind voorlopig in zijn huidige school blijft: zolang de woonsituatie van de ouders onzeker is, gaat stabiliteit voor.
Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie familie- en jeugdrechtbank, vakantiekamer familiezakenUitspraak: 31 juli 2020Gepubliceerd: 2 oktober 2026Mr. Chanel Ribas Colomar
Een bestuurder die sinds minder dan twee jaar een rijbewijs B had, reed in februari 2023 door het rood licht, terwijl die bestuurder binnen de drie jaar voordien al was veroordeeld voor een overtreding van artikel 29, § 1 of § 3 van de Wegverkeerswet. De Politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, moest bepalen welke straf daarop volgt. Ze legde een geldboete van 480 euro op en een verval van het recht tot sturen van 30 dagen, met een theoretisch examen als herstelvoorwaarde. Omdat de bestuurder volgens de rechtbank op het ogenblik van het vonnis ongeschikt was om te rijden, volgde daarnaast een verval voor onbepaalde duur op grond van artikel 42 van de Wegverkeerswet.
Politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling DendermondeUitspraak: 9 april 2024Gepubliceerd: 29 september 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
In een verstekvonnis over een onbetaalde B2B-vordering van € 10.100 (factuur of facturen) kent de Ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Brugge, de volledige hoofdsom toe. De rechtbank past haar standaardmotivering toe voor de bijkomende vorderingen. Ze kent een schadevergoeding van 10% (€ 1.010) toe, zich baserend op zowel het oude als het nieuwe verbintenissenrecht (art. 1231 oud BW en art. 5.88 BW). Op de hoofdsom wordt de interest van de Wet Betalingsachterstand toegekend, op het schadebeding de gewone wettelijke interest vanaf de dagvaarding. De gedaagde draait ook op voor de gerechtskosten.
Ondernemingsrechtbank Gent, afdeling BRUGGEUitspraak: 22 september 2026Gepubliceerd: 25 september 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
Een bestuurder stond terecht voor de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, voor twee verkeersinbreuken: het gebruiken of vasthouden van een gsm tijdens het rijden, in staat van herhaling, en het niet omwisselen van een Europees rijbewijs voor een Belgisch rijbewijs na twee jaar inschrijving in een Belgische gemeente. Het vonnis dateert van na 1 september 2026, de dag waarop het nieuwe Strafwetboek en de omgezette Wegverkeerswet in werking traden, maar de feiten zijn gepleegd in april 2026. De rechtbank herhaalt daarom uitdrukkelijk de regels over de toepassing van de strafwet in de tijd: geen zwaardere straf dan die van op het moment van de feiten, en bij een wetswijziging de voor de beklaagde meest gunstige bepalingen. Voor het gsm-gebruik acht de rechtbank de feiten en de staat van herhaling bewezen. Ze legt een geldboete op van 60 euro, te verhogen met 90 opdeciemen (totaal 600 euro), vervangbaar door een rijverbod van 30 dagen, en een verval van het recht tot sturen van 30 dagen. De rechtbank weigert dat verval enkel tijdens de weekends en op feestdagen te laten uitvoeren. Voor het niet omgewisselde rijbewijs volgt een vrijspraak.
Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling BruggeUitspraak: 22 september 2026Gepubliceerd: 25 september 2026Mr. Chanel Ribas Colomar
In dit vonnis van 23 september 2026 veroordeelt de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, een voertuigeigenaar voor vier verkeersinbreuken: een voertuig zonder BA-verzekering in het verkeer brengen, datzelfde voertuig in het verkeer brengen zonder inschrijving of zonder de toegekende nummerplaat, en twee parkeerovertredingen (niet rechts geparkeerd en een zone met parkeerregeling niet nageleefd).
De feiten dateren van augustus 2025, ruim een jaar vóór de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek op 1 september 2026. De rechtbank herinnert daarom aan de regels over de toepassing van de strafwet in de tijd: geen zwaardere straf dan die van op het moment van de feiten, en bij een wetswijziging de voor de beklaagde meest gunstige bepalingen. Het vonnis past voor de samenloop het oude Strafwetboek toe en verhoogt de geldboeten met de 70 opdeciemen die golden op het moment van de feiten.
De rechtbank acht alle feiten bewezen en past de absorptieregel van artikel 65 van het oude Strafwetboek toe: één straf voor de verzekering en de inschrijving samen, en één straf voor de twee parkeerovertredingen samen. Voor de eerste groep volgt een geldboete van 960 euro (120 euro verhoogd met 70 opdeciemen), waarvan de helft met uitstel voor één jaar, en een verval van het recht tot sturen van één maand. Voor de parkeerovertredingen volgt een geldboete van 160 euro (20 euro verhoogd met 70 opdeciemen), bij niet-betaling vervangbaar door een rijverbod van 15 dagen. Daarnaast betaalt de beklaagde de bijdragen aan het Slachtofferfonds en het Begrotingsfonds en de kosten.
Politierechtbank West-Vlaanderen - Afdeling BruggeUitspraak: 23 september 2026Gepubliceerd: 25 september 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
De algemene vergadering van een VME besliste tot een gevelrenovatie waarbij ook de privatieve terrassen van de bovenverdiepingen werden aangepakt, met kosten verdeeld volgens de kavels. Een eigenaar van een gelijkvloers appartement vorderde de vernietiging van die beslissing of een individuele kostenverdeling. De vrederechter wees beide vorderingen af omdat de werken om technische redenen noodzakelijk waren om het gebouw tegen vocht te beschermen. De mede-eigenaar moest 11.069,46 euro bijdragen betalen, maar de gevorderde intresten en het schadebeding werden afgewezen.
Vredegerecht van het eerste kanton BruggeUitspraak: 25 juni 2019Gepubliceerd: 22 september 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
Een vader verhuisde naar het buitenland, waarna de moeder via de blijvende saisine het exclusieve ouderlijk gezag en een volledig vrije omgangsregeling vroeg. De familierechtbank hield het gezag gezamenlijk omdat overleg tussen de ouders mogelijk bleef, ondanks de afstand. Na het gesprek met de oudste dochter vond de rechtbank twee weken zomerverblijf in het buitenland niet realistisch, maar een vrije regeling evenmin; ze bekrachtigde eerst een familiale bemiddeling en homologeerde het akkoord over het onderhoudsgeld.
Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie familie- en jeugdrechtbankUitspraak: 13 januari 2025Gepubliceerd: 21 september 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
Na een echtscheiding door onderlinge toestemming bracht de moeder de zaak opnieuw voor de familierechtbank wegens de alcoholproblematiek van de vader. De rechtbank behield het gezamenlijk gezag, maar schrapte de overnachtingen: het jongste kind verblijft enkel op zaterdag in de pare weken van 10 tot 19 uur bij de vader, het oudste kind in onderling overleg, en een intoxicatieclausule blijft gelden. Omdat de vader zijn financiële afspraken niet nakwam, legde de rechtbank een all-in onderhoudsbijdrage van 300 euro per maand en per kind op, met uitzondering van de buitengewone medische kosten.
Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, sectie familie- en jeugdrechtbankUitspraak: 10 april 2025Gepubliceerd: 20 september 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
Na een echtscheiding moest de familierechtbank het gezag, de verblijfsregeling en de onderhoudsbijdragen vastleggen voor drie kinderen. De rechtbank rekende bij beide ouders een voltijds verdienvermogen van ongeveer 2.200 euro per maand in, ook bij de moeder die deeltijds werkte en bij de werkzoekende vader, omdat geen van beiden een beletsel aantoonde om voltijds te werken. Het jongste kind kreeg een week-weekregeling, de tiener een vrije omgangsregeling met de moeder, die voor hem 210 euro per maand betaalt. Een all-in bijdrage werd geweigerd: de buitengewone kosten worden bij helften gedeeld.
Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie familie- en jeugdrechtbankUitspraak: 12 januari 2026Gepubliceerd: 18 september 2026Mr. Chanel Ribas Colomar
Twee leners sloten in 2024 een lening van 22.999 euro af om een tweedehandswagen te financieren, maar bleven aflossingen schuldig, waarna de kredietgever het krediet opzegde. De ondernemingsrechtbank weigerde een afbetalingsplan en elke matiging van intresten en schadebeding, en veroordeelde de leners solidair tot 21.680,35 euro in hoofdsom, 1.459,02 euro schadebeding en 336,39 euro vervallen intresten. De vordering tot afgifte van de wagen werd afgewezen: de leners hadden het geld naar eigen zeggen voor belastingen gebruikt en de wagen nooit gekocht, zodat er niets af te geven viel.
Ondernemingsrechtbank Gent, afdeling BruggeUitspraak: 23 oktober 2025Gepubliceerd: 17 september 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
Een bestuurder reed in januari 2026 met een alcoholconcentratie van 0,93 mg/l uitgeademde alveolaire lucht en vroeg de politierechtbank om een verval dat enkel in het weekend zou worden uitgevoerd. De rechtbank legde een geldboete van 2.000 euro op, een verval van 45 dagen en een beperking van het rijbewijs tot voertuigen met een alcoholslot gedurende 1 jaar. Het weekendrijverbod weigerde zij, omdat art. 38, § 2bis Wegverkeerswet dat uitsluit wanneer een alcoholslot wordt opgelegd.
Politierechtbank Antwerpen, afdeling AntwerpenUitspraak: 29 juni 2026Gepubliceerd: 16 september 2026Mr. Chanel Ribas Colomar
Na de eenzijdige beëindiging van een wettelijke samenwoning bleven beide ex-partners in de villa wonen die uitsluitend eigendom is van de man. De familierechtbank oordeelde dat het eigendomsrecht doorslaggevend is en machtigde de man om er vanaf 1 augustus 2025 alleen te verblijven. De vrouw kreeg als financieel zwakkere partner tot en met 31 juli 2025 om te vertrekken, en de man mag de inboedel in afwachting van de vereffening-verdeling niet vervreemden.
Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie familie- en jeugdrechtbankUitspraak: 10 juni 2025Gepubliceerd: 15 september 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
Wat is jurisprudentie en waarom is het belangrijk?▾
Jurisprudentie is het geheel van rechterlijke uitspraken (vonnissen en arresten) die als referentie dienen voor toekomstige zaken. In België is jurisprudentie geen formele rechtsbron, maar rechters houden er in de praktijk sterk rekening mee. Door relevante rechtspraak te kennen, kunt u beter inschatten hoe een rechter over uw zaak zal oordelen.
Zijn Belgische vonnissen openbaar?▾
Ja, op basis van artikel 149 van de Grondwet zijn vonnissen in België in principe openbaar. Wel worden vonnissen geanonimiseerd gepubliceerd om de privacy van betrokkenen te beschermen, conform de AVG/GDPR-wetgeving. LawBase publiceert uitsluitend geanonimiseerde vonnissen met toestemming en na juridische review.
Wat is het verschil tussen een vonnis en een arrest?▾
Een vonnis is een uitspraak van een rechtbank (zoals de politierechtbank, familierechtbank of arbeidsrechtbank); een uitspraak van een hof heet een arrest, zoals het Hof van Beroep of het Hof van Cassatie. Arresten hebben doorgaans meer juridisch gewicht als referentie voor toekomstige zaken.
Hoe kan ik rechtspraak gebruiken voor mijn eigen zaak?▾
U kunt relevante rechtspraak opzoeken in onze database op rechtsgebied, rechtbank of trefwoord. Door vergelijkbare zaken te bestuderen, krijgt u inzicht in mogelijke uitkomsten en juridische argumenten. Een advocaat van LawBase kan u helpen de meest relevante jurisprudentie toe te passen op uw specifieke situatie.
Worden alle vonnissen op LawBase geanonimiseerd?▾
Ja, alle vonnissen op LawBase worden volledig geanonimiseerd voordat ze gepubliceerd worden. Persoonsnamen, adressen en andere identificeerbare gegevens worden verwijderd of vervangen. Elke publicatie doorloopt een anonimiseringscontrole en juridische review door een ervaren advocaat.
Bij welke Vlaamse rechtbanken pleiten de advocaten van LawBase?▾
De advocaten van LawBase pleiten bij alle rechtbanken in Vlaanderen en Nederlandstalig Brussel, waaronder de familierechtbanken, politierechtbanken, arbeidsrechtbanken, ondernemingsrechtbanken en de hoven van beroep in Gent, Antwerpen en Brussel.
Rechtspraak in Vlaanderen: juridische analyse door advocaten
Rechtspraak — ook wel jurisprudentie genoemd — vormt een onmisbare bron van juridische informatie in België. Hoewel rechterlijke uitspraken formeel geen bindende precedentwerking hebben zoals in Anglo-Saksische rechtsstelsels, spelen vonnissen en arresten in de praktijk een cruciale rol bij de interpretatie en toepassing van het Belgische recht.
De advocaten van LawBase analyseren geanonimiseerde vonnissen uit de belangrijkste Vlaamse rechtbanken: de familierechtbanken, politierechtbanken, arbeidsrechtbanken, ondernemingsrechtbanken en vredegerechten, evenals arresten van de hoven van beroep te Gent, Antwerpen en Brussel. Elke analyse omvat een samenvatting van de feiten, de toegepaste wetsartikelen, de juridische redenering van de rechter en de praktische gevolgen van de uitspraak.
Door onze rechtspraakdatabase te raadplegen, krijgt u een realistisch beeld van hoe rechters in Vlaanderen oordelen over kwesties als echtscheiding en alimentatie, verkeersovertredingen, arbeidsgeschillen, huurconflicten en handelszaken. Dit helpt u niet alleen bij het inschatten van uw eigen juridische positie, maar stelt uw advocaat ook in staat om de sterkste argumenten voor te bereiden.
Alle gepubliceerde vonnissen zijn volledig geanonimiseerd conform de AVG/GDPR en doorlopen een strenge juridische review voordat ze op het platform verschijnen. Neem contact op als u juridisch advies nodig heeft over een specifieke uitspraak of als u een advocaat zoekt die uw belangen bij de rechtbank verdedigt.