Dwangsom opheffen wegens onmogelijkheid? Niet bij eigen fout

Samenvatting van de Zaak
Deze zaak betreft een vordering tot opheffing of opschorting van een dwangsom die eerder werd opgelegd in een geschil over burenhinder. In een vorig vonnis werd de eiseres (destijds verweerster) veroordeeld tot het snoeien van overhangende takken van enkele bomen en het inkorten van een haag. Aan deze verplichting werd een dwangsom gekoppeld van een bepaald bedrag per dag vertraging, te rekenen vanaf één maand na betekening van het vonnis. De eiseres vraagt nu de opheffing of minstens de opschorting van deze dwangsommen. Ze argumenteert dat ze de snoeiwerken niet tijdig kon uitvoeren omdat hiervoor een omgevingsvergunning vereist was. Ze stelt dat de dwangsom pas zou mogen lopen vanaf het moment dat de vergunning is verleend. Daarnaast vraagt ze dat de dwangsommen niet zouden verbeuren buiten de zomermaanden, om schade aan de bomen te voorkomen. Ze beriep zich ook op de bescherming van vogels (Soortenbesluit). De verwerende partijen (de buren) verzetten zich tegen deze vordering. Zij wijzen erop dat de eiseres pas laat een vergunning aanvroeg, dat de strijdigheid met het Soortenbesluit niet bewezen is en dat de eiseres intussen andere procedures tegen hen voerde. De vrederechter wijst de vordering van de eiseres af als ongegrond. De rechter oordeelt dat er geen sprake is van onmogelijkheid om het vonnis uit te voeren. De noodzaak om een vergunning aan te vragen was voorzienbaar en de eiseres is zelf verantwoordelijk voor de laattijdige aanvraag. De rechter stelt vast dat de eiseres haar tijd en energie heeft besteed aan 'rancuneus en recalcitrant' gedrag in plaats van aan de uitvoering van het vonnis. Het argument over de bescherming van vogels noemt de rechter een post-factumargument ('pour les besoins de la cause'); het argument dat de snoei in een voor de bomen schadelijke periode zou vallen, had de beroepsrechter al verworpen. De vrederechter concludeert dat de dwangsom noodzakelijk blijft om de eiseres tot naleving van haar verplichtingen te dwingen en het evenwicht tussen de buren te herstellen.
Relevante Juridische Tools
Bereken zelf uw situatie met onze gratis tools:
Kernpunten
- 1Een dwangsom kan enkel worden opgeheven bij reële onmogelijkheid tot uitvoering; een zelf veroorzaakte vertraging, zoals het laattijdig aanvragen van een vergunning, geldt niet als onmogelijkheid.
- 2Het gedrag van een partij, zoals het voeren van rancuneuze acties tegen buren, kan de geloofwaardigheid van haar argumenten ondermijnen en de rechter negatief beïnvloeden.
- 3Na een veroordeling die een administratieve vergunning vereist, moet de veroordeelde partij onmiddellijk en proactief de nodige stappen zetten om de vergunning te verkrijgen.
- 4Argumenten die pas achteraf worden aangevoerd om een vertraging te verantwoorden (zoals de bescherming van broedende vogels), zonder concreet bewijs, kan de rechter als gelegenheidsargumenten verwerpen.
Juridische Analyse
Inleiding: De strijd om de opheffing van een dwangsom in een burenruzie
Dit vonnis van een vrederechter is een illustratief voorbeeld van de gevolgen die kunnen voortvloeien uit het niet-naleven van een rechterlijke beslissing in een geschil over burenhinder. De kern van de zaak is niet langer de burenhinder zelf, maar de afdwinging van de opgelegde oplossing via een dwangsom. De partij die eerder veroordeeld werd tot het uitvoeren van snoeiwerken, poogt nu onder de financiële sanctie uit te komen door een beroep te doen op de onmogelijkheid om de veroordeling tijdig uit te voeren.
Juridische analyse: Onmogelijkheid als grond voor opheffing van een dwangsom
De wettelijke basis voor de dwangsom en de opheffing ervan
De dwangsom is een indirect executiemiddel, geregeld in de artikelen 1385bis tot 1385nonies van het Gerechtelijk Wetboek (Ger. W.). Het is een drukkingsmiddel om de hoofdveroordeling, die niet de betaling van een geldsom is (in casu een verplichting om iets te doen, namelijk snoeien), af te dwingen.
De wettelijke grondslag voor een vordering tot opheffing of opschorting van een dwangsom is artikel 1385quinquies, eerste lid, Ger. W., dat bepaalt:
"De rechter die een dwangsom heeft opgelegd, kan op vordering van de veroordeelde de dwangsom opheffen, de looptijd ervan opschorten gedurende de door hem te bepalen termijn of de dwangsom verminderen ingeval van blijvende of tijdelijke, gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te voldoen."
Het is bovendien belangrijk op te merken dat, volgens het tweede lid van hetzelfde artikel, de rechter een reeds verbeurde dwangsom niet kan opheffen of verminderen als de onmogelijkheid pas na het verbeuren is ingetreden: "Voor zover de dwangsom verbeurd was voordat de onmogelijkheid intrad, kan de rechter haar niet opheffen of verminderen." De centrale vraag voor de vrederechter was dus of de eiseres zich in een staat van 'onmogelijkheid' bevond om aan haar snoeiplicht te voldoen. De bewijslast voor deze onmogelijkheid rust volledig op de schouders van de veroordeelde partij, de eiseres in deze zaak.
De beoordeling van 'onmogelijkheid' door de rechter
De vrederechter gaat na of er werkelijk sprake is van onmogelijkheid in de zin van artikel 1385quinquies Ger. W. Een hindernis die de veroordeelde zelf heeft veroorzaakt, zoals een laattijdige vergunningsaanvraag, aanvaardt hij niet als onmogelijkheid.
De rechter analyseert de argumenten van de eiseres en weerlegt ze systematisch:
- De laattijdige vergunningsaanvraag: De rechter stelt vast dat de eiseres reeds sinds het oorspronkelijke vonnis wist dat ze moest snoeien. Ze heeft echter meer dan twee maanden gewacht om de nodige vergunning aan te vragen. Deze vertraging is volledig aan haarzelf te wijten. De noodzaak van een vergunning was geen onvoorziene omstandigheid. Een diligente partij zou onmiddellijk na het vonnis de procedure hebben opgestart. Het feit dat ze dit naliet, wordt haar zwaar aangerekend.
- Het argument van het broedseizoen en natuurbehoud: De rechter beschouwt dit als een gelegenheidsargument ('pour les besoins de la cause'). De eiseres slaagt er niet in te bewijzen dat de specifieke bomen broedplaatsen waren voor beschermde diersoorten, zoals vereist door het Soortenbesluit. Bovendien had de beroepsrechter het argument dat de dwangsom een snoei oplegt in een voor de bomen schadelijke periode al verworpen: volgens haar eigen stuk 11 gebeurt de snoei het best in de zomer. De nalatigheid van de eiseres kan niet worden verscholen achter een vage verwijzing naar natuurbehoud.
- Het gedrag van de eiseres: Haar raadsman vroeg de rechter geen rekening te houden met de emotionaliteit van het burenconflict, maar volgens de rechter is dat uitgerekend de kern van elke burentwist. Haar gedrag (door de rechter 'rancuneus en recalcitrant' genoemd), zoals het aanvechten van een vergunning van de buren en het escaleren van het conflict, toont aan dat haar intentie niet gericht was op het vinden van een oplossing, maar op het bestendigen van het conflict. Dit gedrag ondermijnt de geloofwaardigheid van haar bewering dat ze de veroordeling onmogelijk kon uitvoeren.
De rechter concludeert dat er geen sprake is van een nieuw element dat de uitvoering onmogelijk maakt. De feitelijke en juridische situatie was gekend. De vertraging is uitsluitend het gevolg van de eigen keuzes en nalatigheid van de eiseres. Daarom blijft de dwangsom, in de woorden van de rechter 'het ultieme dwangmiddel', noodzakelijk.
Praktische implicaties en aanbevelingen
Voor de veroordeelde partij
Dit vonnis is een duidelijke waarschuwing voor iedereen die door een rechter wordt veroordeeld tot een specifieke handeling:
- Handel proactief: Wacht niet op de officiële betekening van een vonnis. Zodra u kennis heeft van de uitspraak, moet u alle nodige stappen ondernemen om deze uit te voeren. Indien een vergunning vereist is, start de aanvraagprocedure onmiddellijk.
- Documenteer alles: Houd een gedetailleerd dossier bij van alle stappen die u onderneemt (e-mails, aanvraagformulieren, communicatie met overheden). Dit kan later als bewijs dienen van uw inspanningen.
- Wees transparant: Informeer de vergunningverlenende overheid over de rechterlijke veroordeling. Dit kan de urgentie van uw aanvraag onderstrepen en toont uw goede wil.
- Vermijd escalatie: Vergeldingsacties of het bestendigen van de ruzie zullen uw positie in een latere procedure enkel verzwakken. Een rechter zal minder geneigd zijn om mildheid te tonen tegenover een partij die blijk geeft van kwade trouw.
Voor de partij in wiens voordeel de veroordeling is
- Beteken het vonnis: Om de termijn voor de uitvoering en de eventuele dwangsom officieel te laten ingaan, is een betekening van het vonnis door een gerechtsdeurwaarder essentieel.
- Monitor de naleving: Houd nauwlettend in de gaten of de tegenpartij de veroordeling uitvoert. Documenteer de voortdurende niet-naleving met foto's, getuigenissen of vaststellingen door een gerechtsdeurwaarder.
- Weerleg het argument van onmogelijkheid: Indien de tegenpartij onmogelijkheid inroept, is het cruciaal om aan te tonen dat de vertraging aan haarzelf te wijten is, zoals in deze zaak succesvol werd gedaan door te wijzen op de laattijdige vergunningsaanvraag.
De uitspraak bevestigt dat de dwangsom een krachtig instrument is, maar dat de rechter de toepassing ervan zal weigeren te matigen wanneer de veroordeelde partij zelf de oorzaak is van de niet-uitvoering. Goede trouw en een proactieve houding zijn essentieel om aan de zware financiële gevolgen van een dwangsom te ontsnappen.
Toegepaste Wetsartikelen
Art. 1385bis
Gerechtelijk Wetboek
Oplegging van een dwangsom als bijkomende veroordeling om de uitvoering van een hoofdveroordeling te verzekeren.
Art. 1385quinquies
Gerechtelijk Wetboek
Mogelijkheid voor de rechter om op vordering van de veroordeelde de dwangsom op te heffen, op te schorten of te verminderen in geval van onmogelijkheid om aan de hoofdveroordeling te voldoen.
Meer over Burgerlijk Recht
Ontdek al onze diensten, juridische tools en artikelen over burgerlijk recht.
Bekijk expertisepagina Burgerlijk RechtVeelgestelde vragen over deze zaak
Meer over Burgerlijk Recht
Vergelijkbare situatie? Spreek een advocaat
Kies een eerste consultatie op kantoor (€ 90,75 incl. 21 % btw) of via videocall (€ 60,50 incl. btw).
Liever eerst bellen? 050 67 32 06
Gerelateerde Zaken
Alle rechtspraakDwangsom snoeien bomen: 18.900 in plaats van 210.000 euro
Rechtbank van Eerste Aanleg West-Vlaanderen - Afdeling Brugge
16 jun 2026
Uitvoerbaarheid bij voorraad schorsen in hoger beroep?
Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie burgerlijke rechtbank
26 jun 2024
Blijvende saisine: dwangsom voor vader die verblijfsregeling niet naleeft
Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie familie- en jeugdrechtbank
26 mrt 2026