Terug naar Rechtspraak
    Familierecht
    Gedeeltelijk toegewezen

    Verblijfsregeling niet nageleefd: dwangsom in kort geding

    Mr. Chanel Ribas ColomarRechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, sectie familierechtbank15 mei 2026Gepubliceerd Bijgewerkt 44 weergaven
    Delen:
    Familierecht - Verblijfsregeling niet nageleefd: dwangsom in kort geding

    Samenvatting van de Zaak

    Dit vonnis in kortgeding van de Nederlandstalige familierechtbank te Gent behandelt een vordering van een vader tot naleving van een verblijfsregeling voor zijn minderjarige dochter. De ouders, die een lange historiek van juridische procedures kennen, hebben een gelijkmatig verdeelde week-weekregeling die werd vastgelegd in een arrest van het Hof van Beroep te Gent. De zaak escaleerde toen de moeder, na een middagmaal, de dochter niet terug naar school of naar de vader bracht, stellende dat het kind een crisis doormaakte. Ze ondersteunde dit met een doktersattest en audiovisuele opnames en schrijfsels van het kind. De vader vorderde in kortgeding de strikte naleving van het arrest van het Hof van Beroep, gekoppeld aan een dwangsom. Hij argumenteerde dat de moeder eenzijdig de gerechtelijke beslissing schond en vroeg de rechtbank om de door de moeder aangebrachte bewijsstukken (opnames en schrijfsels) te weren wegens onrechtmatigheid en een gebrek aan bewijswaarde. De moeder verweerde zich door te stellen dat ze handelde in het belang van het kind, met wie het volgens haar al geruime tijd niet goed ging. Ze vroeg de opschorting van de verblijfsregeling bij de vader en voerde aan dat de door haar voorgelegde stukken de noodzaak hiervan aantoonden. De kortgedingrechter oordeelde dat hij niet bevoegd was voor vorderingen ten gronde, zoals de ondergeschikte vordering om de verblijfsregeling om te zetten naar een weekendregeling of het bevelen van een maatschappelijk onderzoek. Wat de bewijsstukken betreft, wees de rechter de wering af, maar relativeerde de bewijswaarde ervan. De opnames geven volgens de rechtbank slechts een fragmentarisch en selectief beeld, en de schrijfsels moeten met de nodige omzichtigheid worden benaderd. Ze volstaan niet om emotionele schade of een trauma vast te stellen; daarvoor is een onderzoek door een deskundige nodig. De rechter stelde vast dat de moeder de verblijfsregeling effectief niet had nageleefd en dat de aangevoerde bewijzen (inclusief een recent verslag van een crisisteam) onvoldoende aantoonden dat het verblijf bij de vader schadelijk was. De problematiek leek eerder te liggen in het aanslepende conflict tussen de ouders zelf. Bijgevolg werd de vordering van de vader in grote mate toegewezen en de tegenvordering tot opschorting afgewezen. De rechtbank zei voor recht dat het arrest van het Hof van Beroep strikt moet worden nageleefd, op straffe van een dwangsom die zij ex aequo et bono matigde. De moeder werd als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld tot de gedingkosten.

    Uitkomst:
    Gedeeltelijk toegewezen

    Kernpunten

    • 1Het eenzijdig niet naleven van een verblijfsregeling kan door de rechter in kort geding worden gesanctioneerd met een dwangsom, ook als de ouder stelt te handelen in het belang van het kind.
    • 2De kortgedingrechter wijzigt een verblijfsregeling niet ten gronde; de tegenvordering tot opschorting werd afgewezen omdat niet bewezen was dat de verdere uitvoering van het arrest schadelijk zou zijn voor het kind.
    • 3De rechtbank weerde de audiovisuele opnames en schrijfsels van het kind niet, maar oordeelde dat ze slechts een fragmentarisch beeld geven en niet volstaan om emotionele schade vast te stellen.
    • 4De rechter kan bepalen dat artikel 1412 Ger.W. van toepassing is op een dwangsom voor de naleving van een verblijfsregeling, zodat de grenzen van gedeeltelijke onbeslagbaarheid van inkomsten niet gelden bij de invordering.
    • 5Volgens de rechtbank tast vooral de verzuurde verstandhouding tussen de ouders het welbevinden van het kind aan; uit het verslag van het crisisteam bleek niet dat het verblijf bij de vader op zich voor spanningen zorgde.

    Juridische Analyse

    De Bevoegdheid van de Kortgedingrechter in Familiezaken

    Dit vonnis illustreert op treffende wijze de afgebakende rol van de rechter in kortgeding binnen het familierecht. De primaire functie van een kortgedingprocedure is het treffen van voorlopige en dringende maatregelen. De rechter kan bevelen geven om een bestaande rechtstoestand te handhaven of te herstellen, maar kan in principe geen uitspraak doen over de grond van de zaak ('ten gronde'). Dit principe wordt duidelijk weerspiegeld in de beslissing. De familierechtbank doet uitspraak in kort geding wanneer spoedeisendheid wordt aangevoerd; zaken over de verblijfsregeling worden geacht spoedeisend te zijn (art. 1253ter/4, § 1 en § 2, 3° Ger.W.).

    Onderscheid tussen Vorderingen ten Gronde en in Kortgeding

    Volgens de rechtbank valt een aanzienlijk deel van de vorderingen buiten de bevoegdheid van de rechter in kort geding, omdat het vorderingen ten gronde zijn. Het gaat om:

    • De ondergeschikte vordering om de verblijfsregeling aan te passen naar een weekendregeling.
    • De aanstelling van een psycholoog en het bevelen van een maatschappelijk onderzoek.
    • De vorderingen over de logopedie en over het middagmaal bij de moeder.

    Deze beslissingen vereisen een diepgaande analyse van het belang van het kind en de gezinssituatie, wat voorbehouden is voor de rechter ten gronde. De kortgedingrechter beperkt zijn interventie tot het handhaven van de bestaande, rechtsgeldige titel: het arrest van het Hof van Beroep. De tegenvordering van de moeder om de regeling op te schorten, werd in kort geding onderzocht maar afgewezen. De rechtbank stelt vast dat de moeder nog geen stappen had ondernomen om de zaak opnieuw voor te leggen aan de eerder gevatte familierechter ten gronde, die wél een ruime beoordelingsbevoegdheid heeft.

    De Tegenvordering tot Opschorting

    De rechtbank onderzocht de tegenvordering van de moeder om het verblijf bij de vader op te schorten. Ze merkt op dat een groot deel van de stukken van de moeder verouderd is: stukken uit 2023 zijn niet relevant om vandaag te oordelen over een acute crisis. Op basis van de voorliggende stukken heeft de rechtbank geen bewijs dat het verder uitvoeren van het arrest van het hof van beroep schadelijk zou zijn voor het kind. De rechter analyseert de aangeleverde stukken (doktersattest, verslag crisisteam) en concludeert dat deze de kern van het probleem niet bij het verblijf bij de vader leggen, maar bij het aanhoudende conflict tussen de ouders.

    Bewijsvoering en de Waardering van 'Kind-eigen' Materiaal

    Een juridisch interessant aspect van deze zaak is de discussie over de toelaatbaarheid en bewijswaarde van audiovisuele opnames en schrijfsels van het minderjarige kind, aangebracht door de moeder.

    Toelaatbaarheid versus Bewijswaarde

    De vader vroeg de wering van deze stukken, onder meer op basis van het recht op privacy van het kind. De rechtbank maakt hier een klassiek juridisch onderscheid:

    1. Toelaatbaarheid: De rechter weert de stukken niet. Hij oordeelt dat de inmenging in het privéleven van het kind beperkt is en niet disproportioneel ten opzichte van het doel (het staven van een standpunt in een rechtszaak). De stukken worden dus toegelaten tot het debat.
    2. Bewijswaarde: De rechter kent de stukken echter een beperkte bewijswaarde toe. Dit is een cruciale stap in de redenering.

    Ook de schrijfsels van het kind moeten volgens de rechtbank met de nodige omzichtigheid worden benaderd:

    "De rechtbank houdt daarbij rekening met het gegeven dat het kind zich, gelet op haar jonge leeftijd, nog in een fase van emotionele ontwikkeling bevindt en derhalve emotioneel nog onvolwassen is. Uitingen van gevoelens, frustraties, wisselende emoties of sterke bewoordingen in persoonlijke schrijfsels zijn bij kinderen van haar leeftijd niet uitzonderlijk en kunnen niet zonder meer worden beschouwd als objectieve weerspiegelingen van een duurzame psychische toestand of van de familiale realiteit in haar geheel."

    Over de audiovisuele opnames volgt de rechtbank de vader waar hij aanvoert dat die slechts een "fragmentarisch en selectief beeld" van de werkelijkheid geven. De opnames en schrijfsels volstaan volgens de rechtbank niet om emotionele schade of een psychologisch trauma vast te stellen. Zo'n vaststelling kan volgens het vonnis slechts gebeuren op grond van een diepgaand onderzoek door een gekwalificeerde en bekwame deskundige.

    De Dwangsom als Handhavingsinstrument

    Rechtvaardiging en Matiging

    De oplegging van een dwangsom (art. 1385bis e.v. Ger. W.) is een krachtig middel om de naleving van een rechterlijke beslissing te verzekeren. De rechter acht dit hier gerechtvaardigd gelet op de beladen en moeilijke historiek van het dossier en om te verzekeren dat het arrest correct wordt nageleefd. De moeder erkende dat zij het arrest niet had nageleefd, en op de vraag of het kind die avond zou worden meegegeven, antwoordde zij enkel dat zij aandrong op het opschorten van de regeling. De dwangsom dient als een financiële prikkel om toekomstige overtredingen te voorkomen. De rechter matigt de gevraagde dwangsom 'ex aequo et bono' (naar recht en billijkheid) en bepaalt een maximum.

    Uitzondering op de Onbeslagbaarheid

    Op vraag van de vader zegt de rechtbank voor recht dat voor de tenuitvoerlegging van de verbeurde dwangsommen artikel 1412 van het Gerechtelijk Wetboek wordt toegepast, overeenkomstig artikel 387ter, § 1 van het oud Burgerlijk Wetboek. Dat artikel laat de rechter die een dwangsom uitspreekt om de naleving van een beslissing over de verblijfsregeling te waarborgen, toe te bepalen dat artikel 1412 Ger.W. van toepassing is. Dat gebeurt dus niet automatisch. Bepaalt de rechter het wel, dan gelden de grenzen inzake gedeeltelijke onbeslagbaarheid van loon en andere inkomsten niet bij de invordering van de verbeurde dwangsommen.

    Praktische Implicaties en Aandachtspunten

    • Voor ouders in een conflict: Dit vonnis is een duidelijke waarschuwing tegen het nemen van het recht in eigen handen. Een ouder die meent dat een verblijfsregeling schadelijk is, moet de geëigende juridische weg bewandelen via een procedure ten gronde. Eenzijdig handelen kan gesanctioneerd worden, zelfs als de ouder meent in het belang van het kind te handelen.
    • Voor advocaten: Het is cruciaal om cliënten correct te informeren over de beperkte bevoegdheid van de kortgedingrechter. In deze zaak werd de vordering tot naleving toegewezen, terwijl de tegenvordering tot opschorting strandde op het gebrek aan actuele stukken die aantonen dat de verdere uitvoering van de regeling schadelijk zou zijn voor het kind.
    • Gebruik van bewijsmateriaal: Het voorleggen van opnames of dagboeken van kinderen is een tweesnijdend zwaard. Ook als de rechter zulke stukken toelaat, kan hij oordelen dat ze slechts een fragmentarisch en selectief beeld geven, zoals hier. Een verslag van een onafhankelijke derde (arts, psycholoog, CLB) heeft doorgaans meer gewicht, al was het in dit geval ook onvoldoende om de rechter te overtuigen.

    Toegepaste Wetsartikelen

    Art. 1253ter/4, § 1 en § 2, 3°

    Gerechtelijk Wetboek

    Familierechtbank doet uitspraak in kort geding; zaken over de verblijfsregeling worden geacht spoedeisend te zijn.

    Art. 1385bis

    Gerechtelijk Wetboek

    Algemene bepalingen betreffende de oplegging van een dwangsom als bijkomende veroordeling.

    Art. 1412

    Gerechtelijk Wetboek

    De beperkingen op overdracht van en beslag op loon en andere inkomsten (art. 1409, 1409bis en 1410 Ger.W.) gelden niet voor bepaalde onderhoudsschulden en evenmin wanneer de rechter toepassing heeft gemaakt van art. 387ter oud BW.

    Art. 387ter, § 1

    Oud Burgerlijk Wetboek (geconsolideerd)

    Laat de rechter toe een dwangsom op te leggen voor de naleving van een beslissing over de verblijfsregeling en te bepalen dat art. 1412 Ger.W. van toepassing is op de invordering ervan.

    Meer over Familierecht

    Ontdek al onze diensten, juridische tools en artikelen over familierecht.

    Bekijk expertisepagina Familierecht

    Veelgestelde vragen over deze zaak

    Meer over Familierecht

    Kindregeling PRO — Ouderschapsovereenkomst

    Stel een sluitende ouderschapsovereenkomst op: verblijfsregeling, vakantieregeling en kostenverdeling — klaar voor de familierechtbank.

    • Alle afspraken — verblijf, vakantie, school en kosten — in één document
    • Onderbouwd via de Methode-Renard voor kostenverdeling
    • Advocatencontrole vóór neerlegging
    • Vaste prijs en duidelijk stappenplan
    VerblijfsregelingVakantie & kostenKlaar voor familierechtbank

    Vergelijkbare situatie? Spreek een advocaat

    Kies een eerste consultatie op kantoor (€ 90,75 incl. 21 % btw) of via videocall (€ 60,50 incl. btw).

    Liever eerst bellen? 050 67 32 06

    Kantoor € 75Video € 50

    Prijzen excl. btw

    Meer info: cookie beleid · privacy