Terug naar Rechtspraak
    Familierecht
    Vordering afgewezen

    Verplichte persoonlijke verschijning in familiezaken is geen formaliteit: Hof van Beroep verklaart hoger beroep vervallen

    Mr. Chanel Ribas ColomarHof van Beroep Antwerpen15 december 2025498 weergaven
    Delen:
    persoonlijke verschijningfamilierechthoger beroepprocedurefoutverval van eisgerechtelijk wetboekbelang van het kind

    Samenvatting van de Zaak

    Situatie

    Dit arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen behandelt een hoger beroep in een familierechtelijke zaak tussen twee ex-partners betreffende de regelingen voor hun twee minderjarige kinderen. De vader (appellant) was in beroep gegaan tegen een vonnis van de familierechtbank Limburg. Dat vonnis had een week-om-week verblijfsregeling vastgelegd, de vader veroordeeld tot een onderhoudsbijdrage van €35 per maand per kind, en de moeder gemachtigd om het groeipakket en de sociale voordelen te ontvangen.

    Geschil

    In hoger beroep vorderde de vader de afschaffing van de onderhoudsbijdrage, de verdeling van het groeipakket en de fiscale voordelen, en een uitspraak over de eerste communie van de kinderen. De moeder (geïntimeerde) vroeg de bevestiging van het oorspronkelijke vonnis, of, indien het groeipakket zou worden verdeeld, een aanzienlijk hogere onderhoudsbijdrage. De kern van de zaak draait echter niet om de inhoudelijke geschilpunten, maar om een procedureel aspect. Op de inleidende zitting voor het Hof van Beroep, waarvoor de persoonlijke verschijning van beide partijen wettelijk verplicht is in zaken betreffende minderjarigen, waren noch de vader, noch de moeder aanwezig. Hun advocaten hadden het hof schriftelijk laten weten niet aanwezig te zullen zijn, wat door het hof scherp werd bekritiseerd.

    Beslissing

    Het Hof van Beroep besliste om de zaak niet uit te stellen of inhoudelijk te behandelen. Op basis van artikel 1253ter/2, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, dat de rechter de mogelijkheid geeft om de eis vervallen te verklaren bij niet-verschijning, besloot het hof deze sanctie toe te passen. Het hof oordeelde dat de wettelijke verplichting tot persoonlijke verschijning duidelijk was gecommuniceerd en dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren aangevoerd die de afwezigheid rechtvaardigden. Het hof stelde dat het in het belang van de kinderen was om de procedure te beëindigen en de stabiliteit van het vonnis in eerste aanleg te behouden, in plaats van de zaak verder uit te stellen. Bijgevolg werd het hoger beroep van de vader vervallen verklaard, waardoor het vonnis van de eerste rechter definitief werd.

    Uitkomst:
    Vordering afgewezen

    Kernpunten

    • 1In familiezaken betreffende minderjarigen is de persoonlijke verschijning van partijen op de inleidingszitting wettelijk verplicht.
    • 2Een rechter heeft de discretionaire bevoegdheid om een hoger beroep vervallen te verklaren als een partij zonder geldige reden niet persoonlijk verschijnt.
    • 3Het belang van het kind kan rechtvaardigen dat een procedure wordt beëindigd in plaats van uitgesteld, om zo stabiliteit en duidelijkheid te creëren.
    • 4Advocaten kunnen niet eenzijdig beslissen een zitting niet bij te wonen; dit kan leiden tot het verlies van de zaak voor hun cliënt.
    • 5Het voortzetten van juridische onzekerheid kan als schadelijker voor een kind worden beschouwd dan het beëindigen van een procedure op procedurele gronden.

    Juridische Analyse

    Inleiding: Een Procedurele Afstraffing met Verstrekkende Gevolgen

    Dit arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen is een schoolvoorbeeld van hoe procedurele regels in het familierecht, en in het bijzonder de verplichte persoonlijke verschijning, geen loutere formaliteiten zijn. Het hof grijpt de afwezigheid van beide partijen op de inleidingszitting aan om het hoger beroep van de appellant zonder inhoudelijke behandeling vervallen te verklaren. Deze beslissing onderstreept het cruciale belang dat de wetgever en de rechtspraak hechten aan de directe betrokkenheid van ouders in procedures die hun kinderen aanbelangen.

    De Verplichte Persoonlijke Verschijning: Analyse van Artikel 1253ter/2 Gerechtelijk Wetboek

    De Ratio Legis: Dialoog en De-escalatie

    De invoering van de familie- en jeugdrechtbanken in 2014 ging gepaard met een nieuwe procescultuur, gericht op het bevorderen van minnelijke schikkingen en het centraal stellen van het belang van het kind. Artikel 1253ter/2 van het Gerechtelijk Wetboek (Ger.W.) is een hoeksteen van deze filosofie. Het tweede lid van dit artikel bepaalt expliciet:

    "In afwijking van het eerste lid, verschijnen de partijen in zaken die betrekking hebben op minderjarige kinderen in persoon op de inleidingszitting, de zitting waarop de vragen aangaande de kinderen worden besproken en de pleitzittingen."

    De wetgever beoogde hiermee de rechter de mogelijkheid te geven om de ouders rechtstreeks te horen, de sfeer tussen hen te peilen en de mogelijkheden voor bemiddeling of een akkoord te onderzoeken. De fysieke aanwezigheid van partijen wordt gezien als een essentieel instrument om het conflict te de-escaleren en tot duurzame oplossingen te komen, in plaats van een louter juridisch steekspel tussen advocaten.

    De Sanctie: Verval van de Eis

    Het derde lid van artikel 1253ter/2 Ger.W. voorziet in een krachtige sanctie voor het niet naleven van de verschijningsplicht: "In geval van niet-verschijning van een partij, kan de rechter de eis vervallen verklaren." Het gebruik van het woord "kan" wijst op een discretionaire bevoegdheid van de rechter. Het is geen automatisme. De rechter moet de omstandigheden van de zaak beoordelen. In dit arrest maakt het hof duidelijk dat de lat voor het rechtvaardigen van een afwezigheid hoog ligt. Het hof overweegt:

    • Dat partijen correct en expliciet waren opgeroepen en gewezen op de verschijningsplicht.
    • Dat er geen "uitzonderlijke omstandigheden" werden aangevoerd om de afwezigheid te verantwoorden.
    • Dat de bewering van de advocaat van de appellant over misleidende informatie van de griffie als ongeloofwaardig wordt bestempeld.

    Door de eis vervallen te verklaren, wordt het hoger beroep van de appellant effectief van de rol geschrapt. Dit betekent dat hij zijn recht om de zaak in hoger beroep te laten beoordelen, verliest. Het vonnis van de eerste rechter wordt hierdoor onaantastbaar en definitief.

    Analyse van de Redenering van het Hof

    Een Strikte Handhaving in het Belang van het Kind

    De redenering van het hof is opvallend streng en principieel. Het hof weigert mee te gaan in de door de advocaten gecreëerde situatie en stelt duidelijk: "Het is niet aan advocaten om de rol van het hof te regelen." Deze uitspraak is een duidelijke boodschap aan de balie dat de procesregels en de agenda van de rechtbank gerespecteerd moeten worden.

    Cruciaal is de koppeling die het hof maakt met het belang van de kinderen. Waar men zou kunnen argumenteren dat een uitstel de appellant alsnog de kans zou geven zijn zaak te bepleiten, redeneert het hof omgekeerd. Het stelt: "Het is in deze niet in het belang van de kinderen dat de zaak naar de rol wordt verzonden." Hiermee impliceert het hof dat het voortduren van de juridische strijd en de onzekerheid die een lopend hoger beroep met zich meebrengt, schadelijker is voor de kinderen dan het beëindigen van de procedure. De beslissing van de eerste rechter bood een duidelijke regeling, en door het hoger beroep te beëindigen, wordt die duidelijkheid en stabiliteit bestendigd. Dit is een pragmatische en kindgerichte interpretatie van het procesrecht.

    De Kostenveroordeling als Spiegel van de Procedurefouten

    De beslissing over de kosten is eveneens leerzaam. Volgens artikel 1017, eerste lid, Ger.W. wordt de in het ongelijk gestelde partij (de appellant) in de kosten verwezen. Het hof past dit principe echter genuanceerd toe. Omdat de geïntimeerde (de moeder) eveneens onwettig afwezig was, beslist het hof dat elke partij de eigen kosten draagt. Dit is een billijke correctie: hoewel de appellant de procedure verliest, wordt de geïntimeerde procedureel 'bestraft' voor haar eigen nalatigheid door haar niet te laten profiteren van een rechtsplegingsvergoeding. De appellant wordt wel nog veroordeeld tot het betalen van het rolrecht, aangezien hij de procedure in hoger beroep heeft opgestart.

    Praktische Implicaties en Aanbevelingen

    Dit arrest heeft belangrijke praktische implicaties voor iedereen die betrokken is bij een familierechtelijke procedure.

    Voor Advocaten:

    • Informeer uw cliënt: Benadruk ondubbelzinnig het wettelijke en absolute karakter van de persoonlijke verschijningsplicht in zaken betreffende minderjarigen. Leg de mogelijke sanctie (verval van eis) duidelijk uit.
    • Geen aannames: Ga er nooit van uit dat een inleidingszitting een loutere formaliteit is die kan worden uitgesteld. Sinds 2014 is de standaardprocedure dat zaken op de inleiding worden behandeld indien mogelijk.
    • Formele verzoeken: Indien een cliënt om een gegronde en uitzonderlijke reden (bv. ziekte met attest, dringende buitenlandse verplichting) niet aanwezig kan zijn, dien dan tijdig een gemotiveerd schriftelijk verzoek tot uitstel in, gestaafd met bewijsstukken. Een informele mededeling volstaat niet.

    Voor Partijen (Ouders):

    • Uw aanwezigheid is cruciaal: De rechter wil u zien en horen. Uw afwezigheid wordt niet alleen als een procedurele fout gezien, maar kan ook geïnterpreteerd worden als een gebrek aan betrokkenheid bij de zaak van uw kinderen.
    • Neem de oproeping ernstig: De datum en het uur van de zitting zijn bindend. Plan uw agenda hierrond en beschouw dit als een absolute prioriteit.
    • Communiceer met uw advocaat: Als u een onoverkomelijk beletsel heeft, licht dan onmiddellijk uw advocaat in en bezorg de nodige bewijzen. Wacht niet tot de dag voor de zitting.

    In conclusie fungeert dit arrest als een krachtige herinnering dat het familierechtelijk procesrecht, ontworpen met het oog op het welzijn van het kind, strikt wordt toegepast. De verplichte persoonlijke verschijning is een fundamenteel onderdeel van de procedure, en het negeren ervan kan, zoals hier blijkt, leiden tot het onherroepelijke verlies van de zaak.

    Toegepaste Wetsartikelen

    Art. 1253ter/2

    Gerechtelijk Wetboek

    Verplichte persoonlijke verschijning in familiezaken

    Art. 1017

    Gerechtelijk Wetboek

    Kostenveroordeling van de in het ongelijk gestelde partij

    Vergelijkbare situatie?

    Neem vrijblijvend contact op voor persoonlijk advies van onze advocaten.