Verjaring van vorderingen: termijnen, stuiting en verweer
Welke termijn geldt voor uw vordering, wanneer begon die te lopen, en wat kunt u nog doen als de klok bijna afgelopen is?

Mr. Chanel Ribas Colomar
Advocaat • Balie West-Vlaanderen • Universiteit Gent
Wettelijk Kader
Dit artikel is gebaseerd op de volgende Belgische wetgeving:
- •
Burgerlijk Wetboek(art. 2262bis §1 oud BW)
Bevrijdende verjaring: 10 jaar, en buitencontractueel 5/20 jaar
- •
Burgerlijk Wetboek(art. 2244 (o.a. §2) oud BW)
Stuiting van de verjaring, incl. buitengerechtelijke ingebrekestelling
- •
- •
Blijft een factuur onbetaald, wordt een contract niet nagekomen of leed u schade door andermans fout? Dan hebt u recht op betaling of schadevergoeding, maar dat recht is niet eeuwig geldig. Krijgt u zélf een brief over een oude schuld of factuur, dan is net de omgekeerde vraag cruciaal: is die vordering niet allang verjaard? De verjaring van vorderingen beslist vaak of u nog kunt innen, of zich met succes kunt verweren. Eén verkeerd ingeschat startpunt, een onterecht afbetalingsplan of een gemiste stuitingsdaad kan u het volledige bedrag kosten.
U hoeft dit niet alleen uit te zoeken. Een advocaat burgerlijk recht bepaalt het juiste startpunt, controleert of de termijn al verstreken is, stuit tijdig waar nodig en roept de verjaring in als u wordt aangesproken, vaak nog vóór er een dure procedure aan te pas komt.
Wanneer schakelt u best een advocaat burgerlijk recht in?
Neem best meteen contact op als:
- de verjaringstermijn binnen enkele weken of maanden dreigt te verstrijken en u de vordering nog wil veiligstellen;
- u twijfelt over het juiste startpunt (factuurdatum vs. vervaldatum, datum van kennisname, opeisbaarheid);
- er al ingebrekestellingen, deelbetalingen of een afbetalingsplan in het dossier zitten (die kunnen de klok hebben stilgezet of net herstart);
- het om een hoge factuur of een complexe, opgebouwde schuld gaat;
- u als schuldenaar een oude vordering betwist en de verjaring formeel wil inroepen;
- een incassobureau of gerechtsdeurwaarder blijft aandringen op een schuld die mogelijk al verjaard is;
- u niet zeker weet of een aangetekende brief die u kreeg (of stuurde) de verjaring wettelijk stuit.
Videocall 30 min € 60,50 incl. btw · kantoorafspraak 60 min € 90,75 incl. btw · vaak gedekt door uw rechtsbijstandsverzekering
Deze gids overloopt de bevrijdende verjaring van burgerlijke vorderingen: facturen, schulden, contractuele claims en buitencontractuele aansprakelijkheid. Dit gaat niet over strafrechtelijke verjaring, die eigen regels en termijnen kent.
Wat is bevrijdende verjaring?
De bevrijdende (extinctieve) verjaring betekent dat een rechtsvordering na verloop van tijd niet meer in rechte kan worden afgedwongen. De wet wil daarmee rechtszekerheid creëren: niemand mag eeuwig geconfronteerd blijven met de dreiging van een procedure over feiten uit een ver verleden.
Belangrijk voor wie wordt aangesproken: verjaring doet de schuld niet volledig verdwijnen. Zodra de termijn verstreken is én de schuldenaar zich daarop beroept, verliest de schuldeiser enkel zijn juridisch afdwingbare vorderingsrecht, hij kan niet langer via rechtbank of deurwaarder tot betaling dwingen. De schuld blijft wel bestaan als een natuurlijke verbintenis. Betaalt de schuldenaar nadien tóch vrijwillig, dan kan hij dat geld later niet terugvorderen als "onverschuldigde betaling". Precies daarom is het inroepen van de verjaring een sterk verweer, maar het moet correct en tijdig gebeuren.
Wanneer verjaart een factuur?
"Wanneer is mijn factuur verjaard?" is veruit de meest gestelde vraag in de praktijk. Het antwoord hangt af van de hoedanigheid van de partijen en de aard van de levering. Het startpunt is in de regel de vervaldatum van de factuur, niet de factuurdatum: heeft een factuur van 1 maart een betaaltermijn van 30 dagen, dan begint de klok te tikken op 1 april.
B2B-facturen: meestal 10 jaar
Een onbetaalde factuur tussen ondernemingen valt doorgaans onder de persoonlijke/contractuele vordering en verjaart in principe na 10 jaar. Uitzondering: gaat het om periodieke facturering (maandelijkse huur, een doorlopend abonnement), dan geldt de termijn van 5 jaar voor periodieke schulden.
B2C-facturen: vaak kortere termijnen
Factureert een onderneming aan een consument, dan spelen vaak korte verjaringstermijnen die de consument beschermen. "Een factuur verjaart altijd na 10 jaar" is dus onjuist. Vaak genoemde voorbeelden:
- consumentenkoop (fysieke goederen aan een consument): 1 jaar;
- nutsvoorzieningen en telecom: 5 jaar;
- medische kosten: 2 jaar (art. 174 van de ZIV-wet, gecoördineerde wet van 14 juli 1994; niet het oud BW, want art. 2272, eerste lid is opgeheven);
- hotel of restaurant: 6 maanden.
Praktijkvoorbeeld, onbetaalde factuur in Antwerpen. Een KMO levert in 2017 machines ter waarde van €25.000 aan een ander bedrijf (B2B). De factuur wordt nooit geprotesteerd, maar ook nooit betaald. In 2021 stuurt de advocaat van de KMO een formele aangetekende ingebrekestelling conform art. 2244 §2 oud BW. Omdat het een B2B-vordering betreft, was de initiële termijn 10 jaar (verjaring in 2027); de aangetekende ingebrekestelling stuit de verjaring, maar omdat een stuiting van 1 jaar de resterende termijn hier zou inkorten, loopt de oorspronkelijke termijn (tot 2027) gewoon door. Twijfelt u? Doe een eerste check met onze tool om uw verjaringstermijn te berekenen en laat daarna uw dossier beoordelen.
Oude schulden en incassobureaus
Voor particulieren met openstaande schulden is het vaak onduidelijk hoe lang een schuldeiser (of een incassobureau) betaling kan blijven eisen. "Verjaart een schuld na 5 jaar?" is een veelgehoorde misvatting, het antwoord is niet altijd:
- een gewone lening, bank- of kredietschuld en de meeste contractuele schulden verjaren pas na 10 jaar, of later als de verjaring tussentijds werd gestuit;
- enkel periodieke schulden, nutsvoorzieningen en telecom kennen de termijn van 5 jaar;
- sommige specifieke schulden hebben een termijn van 1 of 2 jaar.
Het feit dat een schuld "bij incasso" zit of dat een gerechtsdeurwaarder schrijft, zegt op zichzelf niets over de vraag of ze verjaard is. Kijk altijd naar de oorspronkelijke rechtsgrond, de toepasselijke termijn, het startpunt en eventuele stuiting of schorsing.
Krijgt u een brief over een oude schuld? Ga niet uit van de datum van de brief alleen. U bent juridisch niet meer verplicht te betalen als u de verjaring inroept. Velen zoeken een "voorbeeldbrief" om verjaring van een schuld in te roepen, in de praktijk volstaat het om formeel (bij voorkeur aangetekend) te antwoorden dat u de vordering betwist omdat de wettelijke verjaringstermijn verstreken is. Betaal in geen geval een voorschot en vraag geen afbetalingsplan zonder advies: dat kan een schulderkenning zijn die de verjaring stuit (zie hierna).
Stuiting en schorsing
Veel mensen gebruiken beide woorden door elkaar, maar juridisch is het verschil groot: stuiting zet de klok op nul en doet een nieuwe termijn beginnen; schorsing pauzeert de klok tijdelijk, waarna de resterende termijn verder loopt. Wie dit onderscheid mist, denkt soms ten onrechte dat een vordering verjaard is, of laat een geldige vordering alsnog verjaren.
Welke stuitingsdaden erkent de wet?
Een gewone aanmaning stuit de verjaring niet, ook niet als u ze zelf aangetekend verstuurt (behoudens wettelijke uitzonderingen, zoals bij de fiscus). Voor een burgerlijke vordering vereist art. 2244 oud BW specifieke handelingen:
- een dagvaarding voor de bevoegde rechtbank (de krachtigste stuitingsdaad);
- een bevel tot betaling of een beslag betekend door een gerechtsdeurwaarder;
- een aanmaning tot betaling van art. 1394/21 Ger.W., betekend door een gerechtsdeurwaarder: de invorderingsprocedure voor onbetwiste geldschulden tussen ondernemingen;
- een buitengerechtelijke ingebrekestelling per aangetekende zending met ontvangstbewijs, verstuurd door een advocaat, gerechtsdeurwaarder of vakbond, onder de voorwaarden van de Wet van 23 mei 2013 (art. 2244 §2 oud BW). Die brief moet verplichte vermeldingen bevatten en doet een nieuwe termijn van 1 jaar lopen, eenmalig. Ze kan de vordering wel niet vroeger doen verjaren dan de initiële termijn. Dit instrument geeft partijen extra onderhandelingstijd zonder meteen een dure procedure te starten.
Stuiting door de schuldenaar zelf (art. 2248 oud BW). Ook de schuldenaar kan de verjaring, vaak ongewild, stuiten door een schulderkenning: een (gedeeltelijke) betaling, het vragen van uitstel of het voorstellen van een afbetalingsplan. Vanaf die erkenning begint de termijn opnieuw. Wie een oude schuld "zonder voorbehoud" erkent, laat dus ongewild een nieuwe verjaringstermijn starten.
Schorsing: wanneer staat de klok stil?
Bij schorsing (art. 2251 e.v. oud BW) loopt de termijn tijdelijk niet verder door een wettelijk bepaalde situatie, en tikt hij nadien gewoon verder waar hij was gestopt. Klassieke gevallen: tussen echtgenoten (art. 2253 oud BW ziet enkel op gehuwden; tussen wettelijk samenwonenden loopt de verjaring gewoon door), tegenover minderjarigen of onbekwaamverklaarden, en tijdens bepaalde vormen van bemiddeling.
| Kenmerk | Stuiting | Schorsing |
|---|---|---|
| Effect op de termijn | De termijn herbegint volledig vanaf nul | De termijn pauzeert en loopt daarna verder |
| Initiatief | Schuldeiser (formele akte) of schuldenaar (erkenning) | Automatisch, door een wettelijk bepaalde situatie/status |
| Wettelijke basis | Art. 2244-2250 oud BW (o.a. dagvaarding, Wet 23 mei 2013) | Art. 2251 e.v. oud BW (minderjarigheid, echtgenoten, bemiddeling) |
De verjaringstermijnen op een rij
De regels over de bevrijdende verjaring zijn, ondanks de lopende hervorming van het burgerlijk recht, vandaag nog steeds verankerd in het oud Burgerlijk Wetboek (zie verder onder "nieuw BW").
Persoonlijke en contractuele vorderingen: 10 jaar
De basisregel, vastgelegd in art. 2262bis §1, eerste lid oud BW, is dat alle persoonlijke rechtsvorderingen verjaren na 10 jaar. Een persoonlijke vordering is een vordering waarbij u een prestatie (meestal betaling) eist van een bepaalde persoon of onderneming: onbetaalde prijs, contractueel ereloon, een geleende som, schade wegens wanprestatie, en de meeste B2B-facturen. Het startpunt is doorgaans het moment waarop de vordering opeisbaar wordt, bij een factuur meestal de vervaldatum, niet de factuurdatum.
Buitencontractuele aansprakelijkheid: 5 jaar, met absolute grens van 20 jaar
Voor schade door een fout buiten een contract (een onrechtmatige daad, bv. een verkeersongeval of burenhinder) geldt een dubbele regeling volgens art. 2262bis §1, tweede en derde lid oud BW:
- 5 jaar vanaf de dag na die waarop de benadeelde kennis kreeg van de schade of van de verzwaring ervan én van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon;
- in elk geval 20 jaar vanaf de dag volgend op het schadeverwekkende feit, ook als de benadeelde de schade of dader dan nog niet kende.
Die combinatie is belangrijk: ontdekt u schade pas later, dan start de korte termijn pas bij kennisname, maar de absolute grens van 20 jaar voorkomt dat aansprakelijkheid onbeperkt blijft bestaan.
Zakelijke vorderingen: 30 jaar
Voor zakelijke rechtsvorderingen, waarbij u een recht op een goed uitoefent, zoals het opeisen van uw eigendom (revindicatie), geldt volgens art. 2262 oud BW een termijn van 30 jaar. Dit is een aparte, minder frequente categorie, maar ze hoort in een volledig overzicht thuis.
Onderstaande tabel is een eerste filter, geen vervanging van een dossieranalyse. De concrete termijn hangt af van de precieze rechtsgrond, eventuele bijzondere wetgeving en van alle stuitings- of schorsingshandelingen.
| Type vordering / schuld | Termijn | Startpunt / wettelijke basis |
|---|---|---|
| Zakelijke vordering (bv. eigendom opeisen) | 30 jaar | Vanaf ontstaan van het recht, art. 2262 oud BW |
| Persoonlijke / contractuele vordering | 10 jaar | Vanaf opeisbaarheid, art. 2262bis §1, lid 1 oud BW |
| Buitencontractueel / onrechtmatige daad | 5 jaar | Vanaf kennis van schade én dader, art. 2262bis §1, lid 2 |
| Buitencontractueel, absolute grens | 20 jaar | Vanaf het schadeverwekkende feit, art. 2262bis §1, lid 3 |
| Periodieke schulden (huur, intresten, alimentatie) | 5 jaar | Vanaf elke afzonderlijke vervaldag, art. 2277 oud BW |
| Nutsvoorzieningen (gas, water, elektriciteit) | 5 jaar | Vanaf de vervaldatum van de factuur, art. 2277 oud BW |
| Telecom (gsm, internet) | 5 jaar | Vanaf de vervaldatum van de factuur, art. 2277 oud BW |
| Verzekeringscontracten (vordering uit polis) | 3 jaar | Vanaf het schadegeval / opeisbaarheid |
| Gezondheidszorg (artsen, ziekenhuizen) | 2 jaar | Vanaf het einde van de maand waarin de zorg werd verstrekt, art. 2277bis oud BW |
| Hotel, restaurant en catering | 6 maanden | Vanaf de verstrekte dienst, art. 2271 oud BW |
| Levering aan consument (niet-voeding) | 1 jaar | Vanaf de levering (consumentenkoop), art. 2272 oud BW |
| Gerechtsdeurwaarderskosten | 1 jaar | Vanaf de akte of het vonnis, art. 2272 oud BW |
| Kosten en ereloon van de advocaat; beroepsaansprakelijkheid van de advocaat | 5 jaar | Vanaf het beëindigen van de taak, art. 2276bis oud BW |
Het startpunt: de dies a quo
Het dies a quo is het juridische startpunt van de verjaring. Dat lijkt eenvoudig, maar hier ontstaan de meeste fouten. Enkele vuistregels: bij een factuur meestal de vervaldatum; bij een gewone contractuele schuld de datum van opeisbaarheid; bij een buitencontractuele vordering de dag na de kennisname van schade en aansprakelijke; bij periodieke prestaties vaak elke termijn afzonderlijk. Een fout in het startpunt kan uw hele beoordeling doen kantelen, reconstrueer daarom alle facturen, ingebrekestellingen en erkenningen chronologisch.
Praktijkvoorbeeld, bouwgebrek in Gent. Een eigenaar ontdekt 12 jaar na de oplevering ernstige stabiliteitsproblemen aan zijn woning. Voor stabiliteitsbedreigende gebreken geldt de tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer (art. 1792 oud BW). Dat is geen verjaringstermijn maar een waarborgtermijn: het gebrek moet zich binnen die tien jaar voordoen. Omdat het gebrek pas na 12 jaar opduikt, is de tienjarige aansprakelijkheid in beginsel verstreken. Had het gebrek zich wel binnen de tien jaar getoond, dan gold voor de vordering zelf daarnaast nog de gewone verjaringstermijn. Een oppervlakkige "5-of-10-jaar"-redenering volstaat hier zelden.
Geldt het nieuw Burgerlijk Wetboek al?
Hier bestaat veel verwarring. België hercodificeert het burgerlijk recht boek per boek. Boek 5 (verbintenissenrecht) trad in werking op 1 januari 2023, Boek 6 (buitencontractuele aansprakelijkheid) op 1 januari 2025. Maar het toekomstige Boek 10, dat specifiek over verjaring zal gaan, is nog niet in werking.
Dat betekent dat de algemene regels voor de bevrijdende verjaring van vorderingen (de 10-, 5- en 20-jaartermijnen, én de regels over stuiting en schorsing) volledig onder het oud BW (art. 2262bis e.v.) blijven vallen. Leest u ergens dat verjaring naar "Boek 3" is verhuisd? Dat is onjuist: Boek 3 gaat over goederenrecht en behandelt enkel de verkrijgende verjaring van eigendom, niet de bevrijdende verjaring van vorderingen en schulden.
Wel voerde Boek 5 (art. 5.60) één belangrijke vernieuwing in op het vlak van nietigheid: de vordering tot nietigverklaring van een contract kent nu een dubbele termijn, 5 jaar vanaf kennis van de nietigheidsgrond, met een absoluut maximum van 20 jaar na contractsluiting, wat deze termijn afstemt op het buitencontractuele regime.
Wat kost een procedure?
Beslist u om te dagvaarden, hou dan rekening met onder meer gerechtsdeurwaarderskosten (voor het opstellen en betekenen van de dagvaarding), rolrechten (om de zaak op de rol te plaatsen) en een mogelijke rechtsplegingsvergoeding (RPV). De RPV is een forfaitaire tegemoetkoming in de advocaatkosten, betaald door de verliezende partij; het bedrag hangt af van de waarde van de vordering.
Voorbeeld: sinds 1 maart 2025 bedraagt het basisbedrag van de RPV voor de schijf €10.000,01 tot €20.000 €1.760,00, met een minimum van €1.000,00 en een maximum van €4.000,02. Een vordering van exact €10.000 valt nog in de lagere schijf. Een procedure louter starten "om de verjaring veilig te stellen" kan dus duurder uitvallen dan een tijdige, correcte stuitingsstrategie.
Drie situaties uit de praktijk
Onderstaande situaties zijn illustratief en dienen enkel om de aanpak te tonen; ze beschrijven geen concreet dossier en bevatten geen resultaatsgarantie.
Situatie 1: schuldeiser vreest verjaring van een onbetaalde factuur
Situatie 1: schuldeiser vreest verjaring van een onbetaalde factuur. - Situatie: een onderneming heeft een openstaande B2B-factuur en vreest dat de vordering binnenkort verjaart, maar wil geen dure procedure starten. - Aanpak: we reconstrueren het startpunt (vervaldatum) en de volledige tijdlijn, en versturen een buitengerechtelijke aangetekende ingebrekestelling die aan de wettelijke voorwaarden voldoet (art. 2244 §2 oud BW). - Resultaat (illustratief): de verjaring wordt gestuit en er ontstaat onderhandelingsruimte om tot betaling te komen zonder onmiddellijk te dagvaarden.
Situatie 2: particulier krijgt een incassobrief over een oude schuld
Situatie 2: particulier krijgt een incassobrief over een oude schuld. - Situatie: een particulier ontvangt aanmaningen over een schuld van jaren geleden en weet niet of hij nog moet betalen. - Aanpak: we gaan de oorspronkelijke rechtsgrond, het startpunt en eventuele stuitings- of erkenningsdaden na, en roepen, als de termijn verstreken blijkt, de verjaring formeel en aangetekend in. - Resultaat (illustratief): is de rechtsvordering verjaard en werd niet ongewild erkend, dan kan betaling geweigerd worden; de schuld blijft enkel als natuurlijke verbintenis bestaan.
Situatie 3: laattijdig ontdekte schade buiten contract
Situatie 3: laattijdig ontdekte schade buiten contract. - Situatie: iemand ontdekt pas later schade door andermans fout en twijfelt of een schadeclaim nog kan. - Aanpak: we bepalen het dies a quo (dag na kennis van schade én dader), toetsen dit aan de absolute grens en stellen tijdig de nodige stuitings- of dagvaardingsdaad. - Resultaat (illustratief): de vordering wordt binnen de geldende termijnen veiliggesteld in plaats van te verjaren.
Onze aanpak in 5 stappen
- Intake: videocall. U legt uw situatie voor; wij schatten meteen in of de verjaring speelt en welke termijn dringt.
- Strategie. We reconstrueren de tijdlijn, bepalen het juiste startpunt en de toepasselijke termijn, en bekijken of stuiting, schorsing of verweer aan de orde is.
- Onderhandeling of dagvaarding. Waar mogelijk stuiten en onderhandelen we (bv. een buitengerechtelijke ingebrekestelling); is een procedure nodig, dan dagvaarden we tijdig.
- Procedure. We voeren uw zaak voor de bevoegde rechtbank, met correcte inzet van alle stuitings- en verweermiddelen.
- Nazorg. We volgen de uitvoering op (betaling, invordering) en adviseren hoe u vergelijkbare problemen in de toekomst voorkomt.
Verjaring is zelden een detail: het beslist of u nog kunt innen of zich met succes kunt verweren. Een advocaat burgerlijk recht bekijkt uw dossier, bepaalt het juiste startpunt, stuit tijdig of roept de verjaring net in, vaak nog vóór er een procedure aan te pas komt. Meer weten over ons volledige aanbod rond contracten, facturen, schade en aansprakelijkheid? Bekijk onze pagina burgerlijk recht.
Laat uw dossier of vordering beoordelen, of bel rechtstreeks als de termijn dringend is. Bereken alvast zelf via onze tool om uw verjaringstermijn te berekenen of de tool om een beroepstermijn te berekenen.
Dichtstbijzijnde kantoor: LawBase Brugge(West-Vlaanderen)
Oosterlingenplein 4A, 8000 Brugge
Veelgestelde vragen
Gerelateerde Artikelen
Alle expertiseBevrijdende verjaring
Bevrijdende verjaring laat een vordering tenietgaan wanneer de schuldeiser te lang wacht. Ontdek welke termijn op uw dossier speelt, wanneer die begon te lopen en hoe u ze stuit.
Dwangsom opleggen
Een dwangsom zet een veroordeling kracht bij: een bedrag per dag of per overtreding zolang de tegenpartij niet nakomt. Wanneer vordert u er een, en wat levert het op?
Pro Deo advocaat aanvragen
Tweedelijnsbijstand is er voor wie de kosten van een advocaat niet kan dragen. Wie komt in aanmerking, welke stukken heeft u nodig, en hoe verloopt de aanvraag?