Bevrijdende verjaring: wanneer gaat een vordering teniet?

    Bevrijdende verjaring laat een vordering tenietgaan wanneer de schuldeiser te lang wacht. Ontdek welke termijn op uw dossier speelt, wanneer die begon te lopen en hoe u ze stuit.

    Door Mr. Chanel Ribas Colomar•8 min leestijd•1288 lezers
    Delen:
    Expert Review
    Mr. Chanel Ribas Colomar - Advocaat bij LawBase

    Mr. Chanel Ribas Colomar

    Advocaat • Balie West-Vlaanderen • Universiteit Gent

    Juridisch geverifieerd door Chanel
    StrafrechtFamilierechtBurgerlijk recht

    Wettelijk Kader

    Dit artikel is gebaseerd op de volgende Belgische wetgeving:

    • •
      Burgerlijk Wetboek(art. 2219 oud BW)

      Bevrijdende verjaring, niet overgenomen in Boek 3 nieuw BW

    • •
      Burgerlijk Wetboek(art. 2262bis, § 1 oud BW)

      Persoonlijke rechtsvorderingen tien jaar; buitencontractueel vijf jaar vanaf kennis, met een absolute grens van twintig jaar

    • •
      Burgerlijk Wetboek(art. 2262 oud BW)

      Zakelijke rechtsvorderingen: dertig jaar

    • •
      Burgerlijk Wetboek(art. 2277 oud BW)

      Periodieke schulden zoals huur, interest en onderhoudsgeld: vijf jaar

    • •
      Burgerlijk Wetboek(art. 2223 oud BW)

      De rechter past de verjaring niet ambtshalve toe, behoudens de uitzondering sinds 1 oktober 2024

    • •
      Burgerlijk Wetboek(art. 2244, § 2 oud BW)

      Stuiting door een buitengerechtelijke ingebrekestelling van een advocaat

    • •
      Wet betreffende de Arbeidsovereenkomsten(art. 15)

      Vijf jaar na het feit, en nooit later dan één jaar na het einde van de overeenkomst

    • •
      Verzekeringswet 4 april 2014(art. 88)

      Eigen verjaringsregeling voor vorderingen uit een verzekeringsovereenkomst

    • •
      Burgerlijk Wetboek(art. 6.52)

      Productaansprakelijkheid: drie jaar vanaf kennis, met een vervaltermijn van tien jaar; vervangt de Wet van 25 februari 1991

    Er ligt een aanmaning in de bus voor een factuur uit 2016. Of een verzekeraar stelt u plots aansprakelijk voor een ongeval van jaren geleden. Of net omgekeerd: u heeft zelf nog geld tegoed en vraagt zich af of u niet te lang gewacht heeft. In al die gevallen komt het op één vraag neer, is de vordering nog opeisbaar, of is ze verjaard?

    Dat is zelden een kwestie van simpel tellen. De termijn hangt af van het soort vordering, en het startpunt, de dag waarop de klok begint te lopen, is in de praktijk vaker het strijdpunt dan de termijn zelf. Eén verkeerd berekende begindatum kan het verschil maken tussen een vordering die u nog kunt innen en een die definitief weg is.

    U hoeft dat niet zelf uit te zoeken. Een advocaat burgerlijk recht kan nagaan welke termijn op uw dossier speelt, wanneer die precies begon te lopen, en of de verjaring intussen gestuit of geschorst werd.


    Wanneer schakelt u best een advocaat in?

    • U ontvangt een aanmaning voor een oude schuld en vermoedt dat de vordering verjaard is.
    • U wilt zelf nog innen en de termijn dreigt te verstrijken, dan telt elke week.
    • De tegenpartij beweert dat u gestuit heeft (of net niet) en daar hangt de hele zaak van af.
    • Het gaat om schade en de discussie draait om wanneer u "kennis kreeg" van die schade en van de aansprakelijke.
    • Er speelt een afwijkend regime, een arbeidsgeschil, een verzekeringsdossier, een gebrekkig product.
    • U staat voor een dagvaarding en wilt weten of verjaring een verweer is dat stand houdt.

    Verjaring werkt maar in één richting: eens ze verstreken is, komt ze niet terug. Hoe vroeger u laat nakijken, hoe meer er nog te redden valt.

    Laat uw dossier nakijken door een advocaat→

    Videocall 30 min € 60,50 incl. btw · kantoorafspraak 60 min € 90,75 incl. btw · vaak gedekt door uw rechtsbijstandsverzekering

    Bevrijdende of verkrijgende verjaring?

    Deze twee worden voortdurend verward, en ze doen precies het tegenovergestelde.

    Bevrijdende verjaring Verkrijgende verjaring
    Wat gebeurt er? Een vordering gaat teniet doordat de schuldeiser te lang wacht Iemand verwerft een recht door langdurig bezit
    Wie heeft er baat bij? De schuldenaar De bezitter
    Typisch dossier Een onbetaalde factuur, een schadeclaim Een strook grond, een grensgeschil met de buur
    Waar staat het? Oud BW, art. 2219 e.v. Boek 3 nieuw BW, art. 3.26 e.v.

    Zit u met een grondkwestie of een burengeschil? Dan is verkrijgende verjaring uw pagina. Deze pagina gaat over het tenietgaan van vorderingen.

    Waarom Boek 3 hier niet geldt

    Bij de hervorming van het Burgerlijk Wetboek werd het goederenrecht ondergebracht in Boek 3 (in werking op 1 september 2021). Dat Boek 3 bevat alleen de verkrijgende verjaring.

    De bevrijdende verjaring is níét mee overgenomen. Zij staat nog altijd in het oud Burgerlijk Wetboek, art. 2219 en volgende. Wie voor het tenietgaan van een vordering naar Boek 3 grijpt, zit in het verkeerde wetboek, en omgekeerd: wie voor de verkrijging van eigendom door bezit nog naar het oud BW grijpt, zit in het verkeerde wetboek, want die materie staat sinds 1 september 2021 in Boek 3 NBW (art. 3.26 e.v.). Art. 2262 oud BW blijft wél gelden voor de bevrijdende verjaring van zakelijke rechtsvorderingen na dertig jaar.

    Waarom dit u aanbelangt: het is precies dit onderscheid dat online het vaakst fout loopt. Een verkeerd wetboek levert een verkeerde termijn op, en een verkeerde termijn levert een verkeerde conclusie op over de vraag of u nog iets kunt opeisen.

    De termijnen op een rij

    Soort vordering Termijn Grondslag
    Persoonlijke rechtsvorderingen (de restcategorie: facturen, leningen, contractuele vorderingen) 10 jaar art. 2262bis, § 1, eerste lid oud BW
    Buitencontractuele aansprakelijkheid (schade buiten contract) 5 jaar vanaf de dag ná die waarop u kennis kreeg van de schade (of de verzwaring ervan) én van de identiteit van de aansprakelijke art. 2262bis, § 1, tweede lid oud BW
    Absolute bovengrens bij buitencontractuele schade 20 jaar vanaf de dag ná het schadeverwekkende feit, ongeacht wanneer u het ontdekte art. 2262bis, § 1, derde lid oud BW
    Voorbehoud erkend in een in kracht van gewijsde gegane beslissing 20 jaar na de uitspraak art. 2262bis, § 2 oud BW
    Zakelijke rechtsvorderingen 30 jaar art. 2262 oud BW
    Periodieke schulden (huurgelden, interesten, onderhoudsgeld) 5 jaar art. 2277 oud BW

    Let op de dubbele termijn bij schade: de vijfjarige termijn loopt pas vanaf uw kennis, maar de twintigjarige termijn loopt hoe dan ook vanaf het feit. Wie zijn schade pas na tweeëntwintig jaar ontdekt, is te laat, ook al kwam hij het gisteren pas te weten.

    Wetten met een eigen termijn

    Een aantal wetten voorziet in eigen termijnen die vóórgaan op de regels hierboven. Dit zijn de drie die in de praktijk het vaakst opduiken:

    • Arbeidsovereenkomsten, vorderingen verjaren vijf jaar na het feit waaruit de vordering is ontstaan, maar nooit later dan één jaar na het einde van de overeenkomst (art. 15 Arbeidsovereenkomstenwet). Die eenjaarstermijn is de harde bovengrens. Wie na een ontslag te lang wacht, verliest de vordering vaak op de éénjaarstermijn, niet op de vijfjarige.
    • Verzekeringen, de Verzekeringswet 2014 kent een eigen verjaringsregeling (art. 88), met termijnen die afwijken van het gemeen recht.
    • Productaansprakelijkheid, hier lopen twee klokken naast elkaar: een verjaringstermijn van drie jaar én een vervaltermijn van tien jaar. Een vervaltermijn is strenger dan een verjaringstermijn: hij kan niet gestuit worden (art. 6.52 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, buitencontractuele aansprakelijkheid, in werking sinds 1 januari 2025). De termijn van drie jaar loopt vanaf de dag waarop de benadeelde redelijkerwijs kennis had moeten hebben van de schade, het gebrek én de identiteit van de producent.

    Het onderscheid tussen verjaring en verval is geen woordspel. Een verjaringstermijn kunt u stuiten; een vervaltermijn niet. Zit u tegen zo'n termijn aan, dan bepaalt die kwalificatie of er nog iets te doen valt.

    Stuiting en schorsing

    Een lopende verjaring is niet onvermijdelijk. Zij kan gestuit worden, de termijn begint dan volledig opnieuw, of geschorst, waarbij hij tijdelijk stilvalt. Een aangetekende ingebrekestelling door een advocaat kan volstaan om te stuiten, maar alleen als zij aan strikte vormvereisten voldoet.

    Dat is een onderwerp op zich, met een eigen checklist van verplichte vermeldingen: lees verder op stuiting van de verjaring.

    Wilt u vooral weten of één concrete vordering, een factuur, een openstaande schuld, vandaag nog opeisbaar is, met rekenvoorbeelden en een overzichtstabel per soort schuld? Dan bent u beter geholpen op is mijn vordering verjaard?.

    Illustratieve praktijkvoorbeelden

    Voorbeeld 1: de factuur die niet verjaard bleek

    Situatie: Een cliënt ontving een aanmaning voor een factuur van ruim acht jaar oud en ging ervan uit dat die verjaard was.

    Aanpak: We gingen na of er in de tussentijd gestuit was. Er bleek een aangetekende ingebrekestelling te zijn verstuurd die aan de vormvereisten voldeed.

    Resultaat: De vordering was niet verjaard. We schakelden over op een onderhandelde afbetaling in plaats van een verweer dat het niet zou halen.

    Voorbeeld 2: schade die te laat werd ontdekt

    Situatie: Verborgen vochtschade werd pas jaren na de uitvoering van de werken vastgesteld.

    Aanpak: We bepaalden het startpunt van de vijfjarige termijn op basis van het moment van kennisname, en toetsten dat aan de absolute twintigjarige bovengrens.

    Resultaat: De vordering bleek nog binnen beide termijnen te vallen; er werd tijdig gedagvaard.

    Voorbeeld 3: de éénjaarstermijn na ontslag

    Situatie: Een werknemer wilde meer dan een jaar na zijn ontslag nog achterstallig loon vorderen.

    Aanpak: We toetsten de vordering aan art. 15 Arbeidsovereenkomstenwet in plaats van aan de gewone tienjarige termijn.

    Resultaat: Een deel van de vordering was verjaard op de éénjaarstermijn. We concentreerden ons op wat wél nog opeisbaar was.

    Onze aanpak

    1. Intake: videocall. We bekijken uw stukken en zeggen u meteen welke termijn speelt en of ze mogelijk al verstreken is.
    2. Kwalificatie. We bepalen het soort vordering, contractueel, buitencontractueel, periodiek of onder een afwijkend regime, want daar hangt de termijn van af.
    3. Startpunt. We leggen de dies a quo vast en onderbouwen die, want dat is doorgaans het echte strijdpunt.
    4. Stuiting of verweer. Loopt de termijn nog? Dan stuiten we tijdig. Is ze verstreken? Dan bouwen we het verjaringsverweer op.
    5. Procedure en nazorg. Waar nodig dagvaarden of verdedigen we, en zorgen we dat de uitkomst correct wordt afgehandeld.

    Verjaring is technisch recht met een harde uitkomst: de vordering bestaat nog, of ze bestaat niet meer. Er is weinig tussenweg, en de fout wordt meestal gemaakt bij het startpunt of bij de vraag welk regime van toepassing is. Een advocaat burgerlijk recht van LawBase berekent de termijn, onderbouwt het aanvangspunt en zorgt dat er tijdig gestuit wordt, of voert het verjaringsverweer als u aangesproken wordt.

    Ontdek ons volledige aanbod op de hub advocaat burgerlijk recht, of plan meteen uw videocall in.

    Dichtstbijzijnde kantoor: LawBase Brugge(West-Vlaanderen)

    Oosterlingenplein 4A, 8000 Brugge

    Veelgestelde vragen

    Hulp nodig bij uw juridische vraag?

    Onze advocaten staan voor u klaar met deskundig advies.

    Plan een consultatieBekijk onze kantoren

    Meer info: cookie beleid · privacy