Reistoestemming voor kind: belang van familiebanden primeert op vrees voor ontvoering
Samenvatting van de Zaak
Situatie
In deze zaak, behandeld in kort geding door de Familie- en Jeugdrechtbank te Dendermonde, vordert een moeder de machtiging om met haar minderjarige zoon naar Kameroen te reizen. De vader, met wie zij het gezamenlijk ouderlijk gezag uitoefent, weigert hiervoor zijn toestemming te geven. De reis is gepland voor een periode van ongeveer twee weken in februari 2026, met als doel het bijwonen van een herdenkingsplechtigheid voor de overleden vader van de moeder. Dit biedt volgens de moeder een unieke kans voor het kind om zijn familie van moederskant te leren kennen.
Geschil
De moeder (eiseres) argumenteert dat de reis een uitzonderlijk en tijdelijk karakter heeft. Om de vrees voor niet-terugkeer te weerleggen, legt ze bewijzen voor van haar stabiele situatie in België, waaronder een arbeidsovereenkomst en een eigendomsbewijs. Ze benadrukt dat het centrum van de belangen van haar zoon in België ligt, waar hij naar school gaat. Bovendien stelt ze dat er een praktisch opvangprobleem zou ontstaan als het kind niet mee op reis kan, aangezien de vader in de lopende bodemprocedure nog niet is beoordeeld als capabel om voor een langere periode voor het kind te zorgen. De vader (verweerder) verzet zich tegen de reis. Hij voert aan dat er te veel risico's aan verbonden zijn, zoals de lange reisduur, het onveilige verkeer in Kameroen en de aard van de herdenkingsceremonie waarbij volgens hem jachtwapens worden gebruikt. Hij betwijfelt of de moeder voldoende toezicht kan houden en vreest een reëel risico op kinderontvoering, aangezien Kameroen haar land van herkomst is. Het Openbaar Ministerie adviseert negatief, omdat het kind schoolplichtig is en een week school zou missen.
Beslissing
De rechtbank beslist in het voordeel van de moeder. De vordering wordt hoogdringend en gegrond verklaard. De rechter oordeelt dat de moeder voldoende heeft aangetoond dat ze de intentie heeft om terug te keren naar België. De door de vader aangehaalde risico's worden als onbewezen of als algemene, niet-onoverkomelijke reisrisico's beschouwd. Het argument van de schoolplicht wordt door de rechter genuanceerd: het missen van één week kleuterschool weegt niet op tegen het belang van het kind om zijn familie te leren kennen. De rechtbank machtigt de moeder om met het kind te reizen en stelt dat het vonnis geldt als de vereiste toestemming voor alle autoriteiten.
Relevante Juridische Tools
Bereken zelf uw situatie met onze gratis tools:
Kernpunten
- 1Bij onenigheid over een reis met een kind beslist de familierechter in het belang van het kind, waarbij familiebanden zwaar doorwegen.
- 2Een ouder die een buitenlandse reis weigert, moet concrete en bewezen risico's aantonen; algemene angsten of vage beweringen volstaan niet.
- 3Het aantonen van sterke banden met België (werk, eigendom, school) is cruciaal om het risico op niet-terugkeer te weerleggen.
- 4Een korte schoolafwezigheid in de kleuterklas weegt voor de rechter niet noodzakelijk op tegen het belang van het kind om familiale banden aan te halen.
Juridische Analyse
1. Juridisch Kader: Gezamenlijk Ouderlijk Gezag en Reistoestemming
Het Principe van Gezamenlijke Besluitvorming
De kern van dit geschil ligt in de uitoefening van het gezamenlijk ouderlijk gezag, zoals geregeld in de artikelen 373 en 374 van het Burgerlijk Wetboek (oud BW). Wanneer ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen, wordt vermoed dat zij akkoord gaan met belangrijke handelingen die door één van hen worden gesteld. Een reis naar het buitenland, zeker buiten de Schengenzone, wordt echter beschouwd als een belangrijke beslissing waarvoor in principe de uitdrukkelijke toestemming van beide ouders vereist is. Wanneer één ouder weigert, ontstaat er een geschil dat aan de familierechter kan worden voorgelegd.
Rechterlijke Tussenkomst bij Onenigheid
Artikel 374, §1, vierde lid van het Burgerlijk Wetboek (oud BW) bepaalt dat bij gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag, elke ouder zich bij onenigheid tot de familierechtbank kan wenden. De rechtbank zal dan een beslissing nemen in het belang van het kind. In dit vonnis zien we een klassieke toepassing van dit principe. De moeder, geconfronteerd met een weigering van de vader, stapt naar de rechter om een machtiging te verkrijgen die de toestemming van de vader vervangt.
De Procedure in Kort Geding
De zaak werd ingeleid via een 'dagvaarding in familiaal kortgeding'. Artikel 1253ter/4, §1 van het Gerechtelijk Wetboek stipuleert dat de familierechtbank uitspraak doet in kort geding wanneer spoedeisendheid wordt aangevoerd. De rechter bevestigt de hoogdringendheid expliciet, verwijzend naar de nakende reisdatum (7 februari 2026) en de afwezigheid van toestemming. Dit rechtvaardigt de snelle behandeling en uitspraak op dezelfde dag als de zitting. De rechtbank gaat ook kort in op een procedurefout (niet-respecteren van de dagvaardingstermijn), maar passeert deze op basis van artikel 861 Ger.W., omdat de verweerder aanwezig was, zich kon verdedigen en dus geen belangenschade leed.
2. Analyse van de Rechterlijke Beoordeling
De Afweging in het Belang van het Kind
Het centrale criterium voor de rechter is het 'hoger belang van het kind'. De rechtbank voert een grondige belangenafweging uit tussen de argumenten van beide ouders.
- Het belang van familiebanden: De rechter hecht veel waarde aan de mogelijkheid voor het kind om zijn familie van moederskant te leren kennen. Dit wordt gezien als een belangrijk element in de ontwikkeling en identiteitsvorming van het kind.
- Het risico op niet-terugkeer (kinderontvoering): Dit is vaak het zwaarste tegenargument. De rechtbank analyseert dit risico niet op basis van abstracte vrees, maar op basis van concrete feiten. De moeder weerlegt de vrees van de vader proactief door bewijsstukken voor te leggen die haar sterke verankering in België aantonen: een arbeidsovereenkomst, een eigendomsakte en het feit dat haar zoon hier schoolloopt. De rechtbank oordeelt dat deze elementen de intentie tot terugkeer voldoende aantonen.
- Andere aangevoerde risico's: De vader haalt diverse gevaren aan (verkeer, ceremonie). De rechtbank kwalificeert deze als algemene, niet-specifieke risico's die inherent zijn aan reizen en het leven, en die niet bewezen onoverkomelijk zijn. De vage bewering over jachtwapens wordt als onbewezen terzijde geschoven.
De Verwerping van het Advies van het Openbaar Ministerie
Een opmerkelijk aspect van dit vonnis is dat de rechtbank het negatieve advies van het Openbaar Ministerie naast zich neerlegt. Het OM focuste op de schoolplicht. De rechter maakt hier een genuanceerde afweging die in de praktijk vaak wordt gevolgd:
De rechtbank stelt vast dat [VOORNAAM X] 5 jaar is en in de derde kleuterklas zit. Hij is inderdaad schoolplichtig, maar het missen van één week school (de week erna is het krokusvakantie) weegt niet op tegen het belang dat [VOORNAAM X] heeft om zijn familie te leren kennen.
Deze redenering toont aan dat 'schoolplicht' geen absoluut verbod inhoudt. De rechter weegt de educatieve 'schade' van een korte afwezigheid in de kleuterklas af tegen de socio-emotionele 'winst' van de familiereis en laat het laatste doorwegen. Dit zou anders kunnen liggen voor een ouder kind tijdens een examenperiode.
Het Praktische Opvangprobleem
Subsidiair haalt de rechter ook een zeer praktisch argument aan: het opvangprobleem dat zou ontstaan als het kind in België zou moeten blijven. In de bodemprocedure is de zorgcapaciteit van de vader nog niet vastgesteld. Dit praktische element versterkt de beslissing om de reis toe te staan, omdat het alternatief (verblijf in België) op dat moment onzeker en mogelijk niet in het belang van het kind is.
3. Praktische Implicaties en Aanbevelingen
Voor de Ouder die wil Reizen
- Wees proactief: Vraag tijdig en schriftelijk toestemming aan de andere ouder. Wacht niet tot het laatste moment om een procedure op te starten.
- Bouw een sterk dossier: Voorzie de andere ouder (en eventueel de rechtbank) van een gedetailleerd reisplan: vliegtickets met retourdatum, verblijfsadressen, contactgegevens en een korte beschrijving van het doel van de reis.
- Weerleg de vrees voor ontvoering: Verzamel bewijzen van je banden met België (arbeidscontract, eigendomsbewijs, schoolattest van het kind, sociale contacten). Dit is het meest cruciale element om een weigering te counteren.
Voor de Ouder die de Reis wil Weigeren
- Motiveer de weigering objectief: Een weigering moet gebaseerd zijn op concrete, bewijsbare en ernstige risico's voor het kind. Algemene angsten, persoonlijke conflicten met de ex-partner of vage beweringen over 'onveiligheid' volstaan zelden.
- Focus op het kind: De argumentatie moet steeds gericht zijn op het welzijn en de veiligheid van het kind, niet op het bestraffen of dwarsbomen van de andere ouder.
- Onderzoek het reisadvies: Een negatief reisadvies van de FOD Buitenlandse Zaken voor de specifieke regio kan een sterk argument zijn. De vader in deze zaak had dit kunnen gebruiken als het van toepassing was.
Dit vonnis is een uitstekend voorbeeld van hoe familierechters een pragmatische en kindgerichte aanpak hanteren. Het illustreert dat het recht op contact met de bredere familie een belangrijk onderdeel is van het 'belang van het kind' en dat een weigering om te reizen zeer goed onderbouwd moet zijn met specifieke en bewezen risico's, die zwaarder wegen dan de voordelen van de reis voor het kind.
Toegepaste Wetsartikelen
Art. 1253ter/4 § 1
Gerechtelijk Wetboek
Spoedeisendheid in familiezaken (kort geding)
Art. 629bis § 1
Gerechtelijk Wetboek
Territoriale bevoegdheid familierechtbank
Art. 861
Gerechtelijk Wetboek
Geen nietigheid zonder belangenschade
Art. 374
Burgerlijk Wetboek (oud)
Rechterlijke tussenkomst bij onenigheid over uitoefening ouderlijk gezag
Vergelijkbare situatie?
Neem vrijblijvend contact op voor persoonlijk advies van onze advocaten.
Gerelateerde Zaken
Alle rechtspraakHof van Beroep: Onderhoudsplicht voor kind primeert op collectieve schuldenregeling
Hof van Beroep Antwerpen
9 okt 2024
Verplichte persoonlijke verschijning in familiezaken is geen formaliteit: Hof van Beroep verklaart hoger beroep vervallen
Hof van Beroep Antwerpen
15 dec 2025
Kind stopt met studeren: Rechter kort onderhoudsplicht in wegens informatieverzuim en gunstige arbeidsmarkt
Rechtbank van Eerste Aanleg Limburg - Afdeling Hasselt
5 jan 2026