Terug naar Rechtspraak
    Familierecht
    Vordering toegewezen

    Reistoestemming kind: rechter machtigt moeder ondanks weigering

    Mr. Chanel Ribas ColomarFamilie- en jeugdrechtbank van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde5 februari 2026Gepubliceerd Bijgewerkt 204 weergaven
    Delen:
    Familierecht - Reistoestemming kind: rechter machtigt moeder ondanks weigering

    Samenvatting van de Zaak

    In deze zaak, behandeld in kort geding door de Familie- en Jeugdrechtbank te Dendermonde, vordert een moeder de machtiging om met haar minderjarige zoon naar het buitenland te reizen. De vader weigert hiervoor zijn toestemming te geven. De reis is gepland van 7 tot en met 23 februari 2026, met als doel het bijwonen van een herdenkingsplechtigheid voor de overleden vader van de moeder. De rechtbank corrigeerde zelf de door de moeder gevorderde data op basis van de voorgelegde vliegtuigtickets. Dit biedt volgens de moeder een unieke kans voor het kind om zijn familie van moederskant te leren kennen. De moeder (eiseres) argumenteert dat de reis een uitzonderlijk en tijdelijk karakter heeft. Om de vrees voor niet-terugkeer te weerleggen, legt ze bewijzen voor van haar stabiele situatie in België, waaronder een arbeidsovereenkomst en een eigendomsbewijs. Ze benadrukt dat het centrum van de belangen van haar zoon in België ligt, waar hij naar school gaat. Bovendien stelt ze dat er een praktisch opvangprobleem zou ontstaan als het kind niet mee op reis kan, omdat de vader volgens haar niet in staat is om de hele periode voor het kind te zorgen. De vader (verweerder) verzet zich tegen de reis. Hij voert aan dat er te veel risico's aan verbonden zijn, zoals de lange reisduur, het onveilige verkeer in het land van bestemming en de aard van de herdenkingsceremonie. Hij betwijfelt of de moeder voldoende toezicht kan houden en voert een reëel risico van niet-terugkeer aan. Het Openbaar Ministerie adviseert negatief, omdat het kind schoolplichtig is en een week school zou missen. De rechtbank beslist in het voordeel van de moeder. De vordering wordt hoogdringend en gegrond verklaard. De rechter oordeelt dat de moeder voldoende heeft aangetoond dat ze de intentie heeft om terug te keren naar België. De door de vader aangehaalde risico's worden als onbewezen of als algemene, niet-onoverkomelijke reisrisico's beschouwd. De vrees voor onvoldoende toezicht wordt weerlegd doordat de moeder op bezoek gaat bij haar familie en haar partner meereist. Het argument van de schoolplicht weegt voor de rechter niet door: het missen van één week kleuterschool weegt niet op tegen het belang van het kind om zijn familie te leren kennen. De rechtbank oordeelt bovendien dat niet duidelijk is of de vader het kind voor een langere periode kan opvangen, machtigt de moeder om met het kind te reizen, verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en verdeelt de gerechtskosten tussen de partijen, zonder een rechtsplegingsvergoeding toe te kennen.

    Uitkomst:
    Vordering toegewezen

    Kernpunten

    • 1Bij onenigheid over een reis met een kind beslist de familierechter in het belang van het kind, waarbij familiebanden zwaar doorwegen.
    • 2In deze zaak volstonden de door de vader aangevoerde risico's (lange reis, verkeer, ceremonie, toezicht) niet: ze werden niet bewezen of door concrete elementen weerlegd.
    • 3Retourtickets, een arbeidsovereenkomst, een eigendom in België en de schoolinschrijving van het kind overtuigden de rechtbank van de intentie tot terugkeer.
    • 4Het missen van één week in de derde kleuterklas (gevolgd door de krokusvakantie) woog voor de rechtbank niet op tegen het belang van het kind om zijn familie te leren kennen.

    Juridische Analyse

    1. Juridisch Kader: Gezamenlijk Ouderlijk Gezag en Reistoestemming

    Het Principe van Gezamenlijke Besluitvorming

    De kern van dit geschil ligt in de uitoefening van het gezamenlijk ouderlijk gezag, zoals geregeld in de artikelen 373 en 374 van het oud Burgerlijk Wetboek. Ook niet-samenlevende ouders blijven het ouderlijk gezag gezamenlijk uitoefenen (art. 374, § 1, eerste lid). Ten opzichte van derden die te goeder trouw zijn, wordt elke ouder die alleen een handeling stelt die met het gezag verband houdt, geacht te handelen met de andere ouder (art. 373, tweede lid). Het vonnis gaat niet in op de vraag of een buitenlandse reis de uitdrukkelijke toestemming van beide ouders vereist. De vader vroeg de rechtbank wel te "herinneren" dat elke toekomstige internationale verplaatsing het voorafgaand akkoord van beide ouders of een gerechtelijke machtiging vereist; de rechtbank wees het meer en anders gevorderde af als ongegrond.

    Rechterlijke Tussenkomst bij Onenigheid

    Volgens de artikelen 373, derde en vierde lid, en 374, § 1, eerste lid, van het oud Burgerlijk Wetboek kan een ouder, wanneer de andere ouder niet instemt met een handeling die verband houdt met het ouderlijk gezag, de familierechtbank vatten. De rechtbank kan dan één van de ouders machtigen om alleen op te treden voor die specifieke handeling. Het vonnis vermeldt die bepalingen niet uitdrukkelijk, maar de gevraagde machtiging past in dat kader. De moeder, geconfronteerd met een weigering van de vader, stapt naar de rechter om een machtiging te verkrijgen die de toestemming van de vader vervangt.

    De Procedure in Kort Geding

    De zaak werd ingeleid via een 'dagvaarding in familiaal kortgeding'. Artikel 1253ter/4, §1 van het Gerechtelijk Wetboek stipuleert dat de familierechtbank uitspraak doet in kort geding wanneer spoedeisendheid wordt aangevoerd. Bovendien worden zaken betreffende het ouderlijk gezag geacht spoedeisend te zijn (art. 1253ter/4, § 2, 2° Ger.W.). De rechter bevestigt de hoogdringendheid expliciet, verwijzend naar de nakende reisdatum en de afwezigheid van toestemming. De dagvaarding werd op 4 februari 2026 betekend; de zaak werd op 5 februari 2026 behandeld en dezelfde dag beslist. De rechtbank gaat ook kort in op een procedurefout (niet-respecteren van de dagvaardingstermijn, voorgeschreven op straffe van nietigheid door art. 710 Ger.W.), maar passeert deze op basis van artikel 861 Ger.W., omdat de verweerder aanwezig was, zich kon verdedigen en dus geen belangenschade leed.

    2. Analyse van de Rechterlijke Beoordeling

    De Afweging in het Belang van het Kind

    Het centrale criterium voor de rechter is het 'hoger belang van het kind'. De rechtbank voert een grondige belangenafweging uit tussen de argumenten van beide ouders.

    • Het belang van familiebanden: De rechtbank oordeelt dat het belang van het kind om zijn familie te leren kennen zwaarder weegt dan het missen van één week school.
    • Het risico op niet-terugkeer (kinderontvoering): De vader voerde een reëel risico van niet-terugkeer aan. De rechtbank analyseert dit risico niet op basis van abstracte vrees, maar op basis van concrete feiten. De moeder weerlegt de vrees van de vader proactief door bewijsstukken voor te leggen die haar sterke verankering in België aantonen: vliegtuigtickets met heen- en terugreisdatum, een arbeidsovereenkomst, een bewijs dat zij in België een eigendom heeft en het feit dat haar zoon hier naar school gaat. De rechtbank oordeelt dat deze elementen de intentie tot terugkeer voldoende aantonen.
    • Andere aangevoerde risico's: De vader haalt diverse gevaren aan (verkeer, ceremonie). De rechtbank oordeelt dat deze risico's niet bewezen zijn of niet onoverkomelijk. De vrees voor onvoldoende toezicht wordt weerlegd door het feit dat de moeder op bezoek gaat bij haar familie en haar partner meereist, die haar kunnen bijstaan.

    De Verwerping van het Advies van het Openbaar Ministerie

    Een opmerkelijk aspect van dit vonnis is dat de rechtbank het negatieve advies van het Openbaar Ministerie naast zich neerlegt. Het OM focuste op de schoolplicht. De rechtbank stelt vast dat het kind in de derde kleuterklas zit. Het is volgens de rechtbank "inderdaad schoolplichtig, maar het missen van één week school (de week erna is het krokusvakantie) weegt niet op tegen het belang" van het kind om zijn familie te leren kennen.

    Deze redenering toont aan dat 'schoolplicht' geen absoluut verbod inhoudt. De rechter weegt de educatieve 'schade' van een korte afwezigheid in de kleuterklas af tegen de socio-emotionele 'winst' van de familiereis en laat het laatste doorwegen. Dit zou anders kunnen liggen voor een ouder kind tijdens een examenperiode.

    Het Praktische Opvangprobleem

    De rechtbank geeft de moeder ook gelijk over een praktisch argument: het opvangprobleem dat zou ontstaan als het kind in België zou moeten blijven. In de bodemprocedure is de zorgcapaciteit van de vader nog niet vastgesteld. Dit praktische element versterkt de beslissing om de reis toe te staan, omdat het alternatief (verblijf in België) op dat moment onzeker en mogelijk niet in het belang van het kind is.

    3. Praktische Implicaties en Aanbevelingen

    Voor de Ouder die wil Reizen

    • Wees proactief: Vraag tijdig en schriftelijk toestemming aan de andere ouder. Wacht niet tot het laatste moment om een procedure op te starten.
    • Bouw een sterk dossier: Voorzie de andere ouder (en eventueel de rechtbank) van een gedetailleerd reisplan: vliegtickets met retourdatum, verblijfsadressen, contactgegevens en een korte beschrijving van het doel van de reis.
    • Weerleg de vrees voor ontvoering: Verzamel bewijzen van je banden met België (arbeidscontract, eigendomsbewijs, schoolattest van het kind, sociale contacten). In deze zaak waren die stukken doorslaggevend om het risico op niet-terugkeer te weerleggen.

    Voor de Ouder die de Reis wil Weigeren

    • Motiveer de weigering objectief: Een weigering moet gebaseerd zijn op concrete, bewijsbare en ernstige risico's voor het kind. In deze zaak volstonden de lange reis, de onveilige wegen en de ceremonie niet, omdat ze niet bewezen werden of niet onoverkomelijk waren.
    • Focus op het kind: De argumentatie moet steeds gericht zijn op het welzijn en de veiligheid van het kind, niet op het bestraffen of dwarsbomen van de andere ouder.
    • Onderzoek het reisadvies: Een negatief reisadvies van de FOD Buitenlandse Zaken voor de specifieke regio kan een weigering ondersteunen.

    Dit vonnis illustreert een pragmatische en kindgerichte aanpak. Het illustreert dat het recht op contact met de bredere familie een belangrijk onderdeel is van het 'belang van het kind' en dat een weigering om te reizen zeer goed onderbouwd moet zijn met specifieke en bewezen risico's. Tot slot is het vonnis praktisch relevant omdat het uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, wat betekent dat de beslissing onmiddellijk kan worden uitgevoerd ondanks een eventueel hoger beroep. De rechtbank veroordeelt elke partij tot de helft van de kosten van het geding (met inbegrip van de bijdrage van 26 euro aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand en het rolrecht van 165 euro) en zegt dat geen rechtsplegingsvergoeding verschuldigd is, gelet op de hoedanigheid van partijen en de aard van de zaak.

    Toegepaste Wetsartikelen

    Art. 1253ter/4

    Gerechtelijk Wetboek

    Spoedeisendheid in familiezaken (kort geding) en vermoeden van spoedeisendheid voor ouderlijk gezag

    Art. 629bis § 1

    Gerechtelijk Wetboek

    Territoriale bevoegdheid familierechtbank

    Art. 710

    Gerechtelijk Wetboek

    Nietigheid van dagvaarding bij niet-naleving termijnen

    Art. 861

    Gerechtelijk Wetboek

    Geen nietigheid zonder belangenschade

    Art. 373

    Oud Burgerlijk Wetboek (geconsolideerd)

    Vermoeden van instemming ten opzichte van derden te goeder trouw (tweede lid); bij gebrek aan instemming kan een ouder de familierechtbank vatten, die een ouder kan toestaan alleen op te treden (derde en vierde lid).

    Art. 374

    Oud Burgerlijk Wetboek (geconsolideerd)

    Niet-samenlevende ouders blijven het ouderlijk gezag gezamenlijk uitoefenen en het vermoeden van art. 373, tweede lid, blijft gelden (§ 1, eerste lid).

    Meer over Familierecht

    Ontdek al onze diensten, juridische tools en artikelen over familierecht.

    Bekijk expertisepagina Familierecht

    Veelgestelde vragen over deze zaak

    Meer over Familierecht

    Alimentatie PRO Simulator

    Bereken in enkele minuten wat u zou betalen of ontvangen bij élke mogelijke verblijfsregeling — week-om-week, weekend, 9/5, 1/3-2/3 — en stuur een onderbouwd voorstel naar uw ex-partner. Klaar voor uw gesprek met bemiddelaar of advocaat.

    • Vergelijk wat u betaalt of ontvangt bij elke verblijfsregeling
    • Stuur een concreet voorstel naar uw ex-partner — met opvolging (bekeken / akkoord)
    • Onderhandelingsdocument voor uw gesprek met bemiddelaar of advocaat
    • Juridisch onderbouwd, ook zonder juridische voorkennis te begrijpen
    Elke verblijfsregelingVoorstel naar ex-partnerKlaar voor onderhandeling

    EOT PRO — Echtscheiding met onderlinge toestemming

    Stel zelf uw volledig EOT-dossier op via een begeleide wizard, met advocatencontrole en neerlegging bij de familierechtbank.

    • Wizard voor vermogen, kinderen en alimentatie in één dossier
    • Conforme overeenkomst klaar voor de familierechtbank
    • Vaste prijs met indicatieve kosten vooraf
    • Advocatencontrole en begeleiding bij elke stap
    Volledig EOT-dossierAdvocatencontroleNeerlegging familierechtbank

    Vergelijkbare situatie? Spreek een advocaat

    Kies een eerste consultatie op kantoor (€ 90,75 incl. 21 % btw) of via videocall (€ 60,50 incl. btw).

    Liever eerst bellen? 050 67 32 06

    Kantoor € 75Video € 50

    Prijzen excl. btw

    Meer info: cookie beleid · privacy