Bewijslast bij Huur: Wanneer een Factuur Niet Volstaat en een E-mail Wel
Samenvatting van de Zaak
Situatie
Een autoverhuurbedrijf ([BEDRIJF A] BV) vorderde betaling van een factuur van € 7.355,25 van een particulier ([PERSOON A]) voor het gebruik van vier verschillende wagens over een periode van ongeveer zes maanden. De eiseres stelde dat de wagens ter beschikking werden gesteld in afwachting van een definitieve aankoop door de verweerder, die uiteindelijk niet doorging. De huurvergoeding was volgens haar verschuldigd omdat de aankoopvoorwaarde niet werd vervuld.
Geschil
De verweerder betwistte de vordering volledig. Hij voerde aan dat de wagens hem kosteloos ter beschikking werden gesteld als commerciële geste. Bovendien ontkende hij formeel zijn handtekening op een voorgelegde huurovereenkomst voor het laatste voertuig en vroeg hij een valsheidsonderzoek. Volgens hem was het de eiseres die eenzijdig besloot geen wagen meer aan hem te verkopen. De rechtbank wees de vordering grotendeels af en kende slechts een bedrag van € 342,70 toe. De rechter oordeelde dat de bewijslast voor het bestaan van een huurovereenkomst volledig bij de eiseres lag. De voorgelegde factuur had op zich geen bewijskracht tegenover een particulier. De betwiste handtekening op de overeenkomst ontnam ook dit document zijn bewijswaarde, aangezien de eiseres naliet een schriftonderzoek te vorderen om de echtheid te bewijzen.
Beslissing
De doorslaggevende factor was echter een e-mail van de verweerder zelf. Daarin verzocht hij de eiseres, na het ophalen van de laatste wagen, om een factuur op te stellen voor "de huur van de wagen zoals contractueel vastgelegd". De rechtbank beschouwde dit als een onmiskenbare buitengerechtelijke bekentenis van het bestaan van een huurovereenkomst, althans voor dat laatste voertuig. De uitleg van de verweerder dat hij hiermee een ontkenning wilde uitlokken, werd als "potsierlijk en absurd" van de hand gewezen. Omdat de bekentenis enkel sloeg op de laatste wagen, en er voor de andere drie wagens geen enkel bewijs van een huurcontract was, werd de vordering voor die periode afgewezen. Het toegekende bedrag was het gefactureerde bedrag voor de laatste wagen, dat door de verweerder niet cijfermatig werd betwist.
Relevante Juridische Tools
Bereken zelf uw situatie met onze gratis tools:
Kernpunten
- 1Een factuur aan een particulier volstaat op zich niet als bewijs van een onderliggende overeenkomst.
- 2Het ontkennen van een handtekening op een onderhandse akte verplaatst de bewijslast naar de partij die het document wil gebruiken.
- 3Een e-mail kan als een buitengerechtelijke bekentenis worden beschouwd en doorslaggevend bewijs vormen, zelfs als de auteur een andere bedoeling claimt.
- 4De bewijslast rust op de eiser, die elke component van zijn vordering afzonderlijk moet bewijzen.
- 5Een procedurele fout, zoals het niet vorderen van een schriftonderzoek, kan leiden tot het verlies van een cruciaal bewijsstuk.
Juridische Analyse
De Bewijslast in Contractuele Geschillen: Actori Incumbit Probatio
Het Fundamentele Principe van de Bewijslast
De kern van dit vonnis draait om de verdeling van de bewijslast, een hoeksteen van het Belgische burgerlijk procesrecht. Het adagium "actori incumbit probatio", ofwel "de bewijslast rust op de eiser", vindt zijn wettelijke verankering in artikel 8.4 van het Burgerlijk Wetboek. Dit artikel stelt dat wie meent een ander in rechte te kunnen aanspreken, het bewijs moet leveren van de rechtshandelingen of feiten die daaraan ten grondslag liggen. In deze zaak betekende dit concreet dat het aan de eiseres, [BEDRIJF A] BV, was om het bestaan van een huurovereenkomst voor de vier voertuigen te bewijzen. Het volstond niet om louter te stellen dat er een overeenkomst was; dit diende gestaafd te worden met rechtsgeldige bewijsmiddelen.
Toepassing door de Rechtbank
De rechtbank past dit principe rigoureus toe. Voor de eerste drie voertuigen stelt de rechter vast dat de eiseres "faalt in de aldus op haar rustende bewijslast". Er werden geen schriftelijke overeenkomsten, geen e-mailverkeer en geen andere bewijsstukken voorgelegd die wezen op een akkoord over een huur tegen betaling. De rechtbank laat zich niet verleiden door de economische logica van de eiseres, die stelde dat een gratis terbeschikkingstelling voor zo'n lange periode ondenkbaar was. Zonder concreet bewijs van een wilsovereenstemming over de prijs (een essentieel bestanddeel van een huurovereenkomst), kon de rechtbank de vordering voor deze periode niet inwilligen. Dit illustreert dat een juridische waarheid (wat bewezen kan worden) niet altijd samenvalt met de feitelijke waarheid.
De Bewijskracht van Documenten: Een Gelaagde Analyse
Het vonnis biedt een uitstekende casus over de hiërarchie en bewijskracht van verschillende soorten documenten in een geschil tussen een onderneming en een particulier.
De Beperkte Waarde van een Factuur tegenover een Particulier
Een cruciaal punt in de redenering van de rechter is de bewijskracht van de factuur. In handelszaken (B2B) wordt een aanvaarde of zelfs een niet-geprotesteerde factuur vaak als bewijs van de onderliggende overeenkomst aanvaard. Tegenover een particulier (consument) gelden echter andere regels. De rechtbank stelt terecht dat de factuur "niet een voldoende bewijs [vormt] van de verbintenissen die hieraan volgens eiseres ten grondslag zouden liggen". Een factuur is een eenzijdig opgesteld document door de onderneming. De loutere verzending ervan, zelfs zonder protest, creëert geen verbintenis voor de particuliere ontvanger. Dit is een belangrijke bescherming voor consumenten tegen agressieve of ongefundeerde facturatie.
De Gevolgen van een Betwiste Handtekening
De verweerder ontkende zijn handtekening op de overeenkomst van 15 oktober 2022. Volgens artikel 8.12 van het Burgerlijk Wetboek heeft dit tot gevolg dat de bewijslast over de echtheid van de handtekening verschuift. De partij die zich op het document beroept (de eiseres) moet bewijzen dat de handtekening wel degelijk van de tegenpartij is. De geijkte procedure hiervoor is het vorderen van een gerechtelijk schriftonderzoek. De rechtbank merkt op:
Er werd ten deze door eiseres evenwel geen tussenvordering ingesteld tot het voeren van een schriftonderzoek.
Dit was een fatale procedurele fout van de eiseres. Door dit na te laten, verloor het document elke bewijskracht tegenover de verweerder. De rechtbank merkt zelfs op dat de handtekening "compleet verschilt" van die op de identiteitskaart, wat de positie van de eiseres verder verzwakte. De tussenvordering tot valsheidsonderzoek van de verweerder werd hierdoor irrelevant ("niet ter zake dienend"), omdat het document al uit het debat was verwijderd.
De Doorslaggevende Kracht van de Buitengerechtelijke Bekentenis
Waar de eiseres faalde met haar eigen bewijsmiddelen, kreeg ze onverwacht hulp van de verweerder zelf. Zijn e-mail van 2 december 2022, waarin hij vraagt om facturatie "zoals contractueel vastgelegd", wordt door de rechtbank gekwalificeerd als een buitengerechtelijke bekentenis. Een bekentenis, gedefinieerd in artikel 8.31 van het Burgerlijk Wetboek, is een verklaring waarbij een partij de juistheid erkent van een feit dat tegen haar wordt ingeroepen. De rechtbank ontleedt de verklaring van de verweerder en verwerpt zijn alternatieve uitleg als volstrekt ongeloofwaardig:
Beweren dat het bestaan van niet nader gepreciseerde contractuele afspraken door hem werd geponeerd, enkel en alleen om een ontkenning van het bestaan ervan door eiseres uit te lokken, is potsierlijk en absurd.
Deze bekentenis was echter beperkt in haar reikwijdte. Ze werd gedaan daags na het ophalen van de Mini en kon redelijkerwijs enkel op die specifieke transactie slaan. Het leverde geen bewijs op voor de huur van de voorgaande drie wagens. Dit toont aan dat een bekentenis strikt geïnterpreteerd wordt en enkel bewijs levert voor de feiten die er expliciet of impliciet in erkend worden.
Praktische Implicaties en Aanbevelingen
Voor Ondernemingen
- Systematische Schriftelijke Overeenkomsten: Vertrouw nooit op mondelinge afspraken of de veronderstelling dat een terbeschikkingstelling in afwachting van een aankoop automatisch een betaalde huur impliceert. Zorg voor een duidelijke, gedateerde en door beide partijen ondertekende overeenkomst voor elke transactie, hoe kort ook.
- Digitale Handtekeningen: Om discussies over de echtheid van handtekeningen te vermijden, is het gebruik van gekwalificeerde digitale handtekeningen (bv. via itsme® of eID) sterk aan te raden. Deze bieden een veel hogere graad van zekerheid.
- Correct Factureren: De rechtbank merkte op dat de factuur voor de Mini niet overeenstemde met de prijs in de (betwiste) overeenkomst. Hoewel niet doorslaggevend, ondermijnen dergelijke inconsistenties de geloofwaardigheid van een vordering.
- Actief Bewijs Beheren: Indien een handtekening wordt betwist, is het cruciaal om onmiddellijk en proactief een schriftonderzoek te vorderen. Stilzitten is in dit geval fataal voor de bewijsvoering.
Voor Particulieren
- Wees Uiterst Voorzichtig in Communicatie: Dit vonnis is een schoolvoorbeeld van hoe één ondoordachte e-mail een zaak kan doen kantelen. De verweerder verloor een deel van de zaak uitsluitend door zijn eigen woorden. Communiceer altijd helder en wees u bewust dat uw geschriften (ook e-mails en sms'en) als bewijs tegen u kunnen worden gebruikt. In geval van twijfel, raadpleeg een advocaat alvorens te antwoorden.
- Protesteer Schriftelijk: Hoewel een niet-geprotesteerde factuur geen schuld bekent, is het altijd beter om een onterechte factuur onmiddellijk, gemotiveerd en per aangetekend schrijven te protesteren. Dit vermijdt elke ambiguïteit.
- Ken Uw Rechten: Het recht om een handtekening te ontkennen is een krachtig verweermiddel dat de bewijslast volledig omkeert. Maak hier gebruik van als u oprecht meent dat een handtekening niet van u is.
Toegepaste Wetsartikelen
Art. 8.4
Burgerlijk Wetboek
Bewijslast
Art. 8.12
Burgerlijk Wetboek
Bewijskracht van een onderhandse akte bij ontkenning van geschrift of handtekening
Art. 8.31
Burgerlijk Wetboek
Buitengerechtelijke bekentenis
Vergelijkbare situatie?
Neem vrijblijvend contact op voor persoonlijk advies van onze advocaten.
Gerelateerde Zaken
Alle rechtspraakUitvoering onderhoudsgeld: beslagrechter corrigeert afrekening maar oordeelt uitvoering principieel terecht
Rechtbank van Eerste Aanleg Limburg - Afdeling Tongeren
8 feb 2024
Dwangsom wegens snoeiplicht niet opgeheven: laattijdige vergunningsaanvraag en rancuneus gedrag sanctioneerd
Vredegerecht Brugge
4 nov 2024
Uitvoerbaarheid bij Voorraad in Hoger Beroep: Een Kansloze Missie na Potpourri V
Vredegerecht Brugge
26 jun 2024