Rijden onder invloed bij herhaling: verval en ongeschiktverklaring

Samenvatting van de Zaak
In dit vonnis van de Politierechtbank Antwerpen, afdeling Turnhout, werd een bestuurder veroordeeld voor sturen in staat van dronkenschap of in een soortgelijke staat (A) en het niet dragen van een valhelm (B). De zaak werd verzwaard door wettelijke herhaling voor het eerste feit, omdat de beklaagde binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, opnieuw een van de in artikel 38, § 6 WVW opgesomde bepalingen overtrad. De rechtbank achtte beide tenlasteleggingen bewezen. Voor het niet dragen van de helm werd een geldboete van 80 euro opgelegd. Voor tenlastelegging A met herhaling was de straf veel zwaarder: een geldboete van 1.600 euro en een verval van het recht tot sturen voor 3 maanden. Wegens de herhaling werd het herstel van het recht tot sturen ook verplicht afhankelijk gemaakt van het slagen voor een theoretisch en praktisch examen en een medisch en psychologisch onderzoek. Bij niet-betaling worden de boetes vervangen door een verval van het recht tot sturen van respectievelijk 60 en 15 dagen (art. 69bis WVW). De meest ingrijpende maatregel was de bijkomende toepassing van artikel 42 van de Wegverkeerswet. De rechter oordeelde de beklaagde ongeschikt om te sturen, wat leidde tot een afzonderlijk verval van het recht tot sturen van onbepaalde duur. Dit verval is een veiligheidsmaatregel die, omdat het vonnis op tegenspraak werd gewezen, ingaat bij de uitspraak (art. 43 WVW) en pas kan worden opgeheven als de betrokkene bewijst opnieuw rijgeschikt te zijn.
Relevante Juridische Tools
Bereken zelf uw situatie met onze gratis tools:
Kernpunten
- 1Wettelijke herhaling in de zin van artikel 38, § 6 WVW leidt, behoudens de uitzonderingen van § 7, tot een verplicht verval van het recht tot sturen van ten minste drie maanden en herstel na vier examens en onderzoeken.
- 2Een politierechter kan een bestuurder lichamelijk of geestelijk ongeschikt verklaren (art. 42 WVW), wat resulteert in een verval van het recht tot sturen van onbepaalde duur bovenop de eigenlijke straf.
- 3Het verval van het recht tot sturen wegens ongeschiktheid is een veiligheidsmaatregel, geen straf. Het gaat, niettegenstaande voorziening, in bij de uitspraak als het vonnis op tegenspraak is gewezen (zoals hier) en bij de betekening als het bij verstek is gewezen (art. 43 WVW).
- 4Om het rijbewijs terug te krijgen na een verklaring van ongeschiktheid, moet de betrokkene zelf het bewijs van herstelde rijgeschiktheid leveren via een specifieke gerechtelijke procedure.
- 5De combinatie van een tijdelijk verval als straf en een ongeschiktverklaring als veiligheidsmaatregel is een krachtig instrument voor rechtbanken om hardleerse verkeersovertreders aan te pakken.
Juridische Analyse
Inleiding: Een combinatie van herhaling en ongeschiktheid
Dit vonnis van de Politierechtbank Antwerpen is een schoolvoorbeeld van de strenge aanpak van recidive bij zware verkeersinbreuken. De beklaagde werd niet alleen veroordeeld voor het sturen in staat van dronkenschap of in een soortgelijke staat en het niet dragen van een helm, maar werd geconfronteerd met twee cruciale juridische mechanismen: de strafverzwaring wegens wettelijke herhaling en een verklaring van lichamelijke/geestelijke ongeschiktheid om te sturen. Deze analyse ontleedt de juridische grondslagen van de beslissing en de verstrekkende praktische gevolgen ervan.
Analyse van de strafmaat en de juridische grondslagen
Tenlastelegging A: Sturen in staat van dronkenschap met herhaling
De hoofdbeschuldiging betrof een inbreuk op artikel 35 van de Wegverkeerswet (WVW). Dit artikel bestraft het sturen op een openbare plaats terwijl men in staat van dronkenschap verkeert of in een soortgelijke staat door het gebruik van drugs of geneesmiddelen. Het is belangrijk op te merken dat 'staat van dronkenschap' een feitenkwestie is die door de rechter wordt beoordeeld op basis van uiterlijke kenmerken (bv. onvaste tred, bloeddoorlopen ogen, spraakgebrek) en niet noodzakelijk gekoppeld is aan een specifieke alcoholconcentratie, in tegenstelling tot alcoholintoxicatie (art. 34 WVW). De wetgever beoogt hiermee elke toestand te vatten waarin de bestuurder niet meer de bestendige controle over zijn daden heeft.
De zaak werd aanzienlijk verzwaard door de wettelijke herhaling. Omdat de beklaagde binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, opnieuw een van de in de dagvaarding opgesomde bepalingen overtrad, was de rechtbank op grond van artikel 38, § 6, eerste lid WVW, waarnaar de dagvaarding verwijst, behoudens de uitzonderingen van artikel 38, § 7 WVW verplicht om een verval van het recht tot sturen van minstens drie maanden op te leggen en het herstel ervan afhankelijk te maken van het slagen voor de vier examens en onderzoeken (theoretisch en praktisch examen, geneeskundig en psychologisch onderzoek). Deze herhalingsregel verhoogt de geldboete zelf niet. Artikel 35 WVW (oude tekst) bestraft sturen in staat van dronkenschap met een geldboete van 200 tot 2.000 euro en met een verval van het recht tot sturen van ten minste een maand en ten hoogste vijf jaar of voorgoed. De rechtbank legde de basisgeldboete van 200 euro op, de ondergrens van die strafvork, en verhoogde die met 70 opdeciemen (x 8) tot 1.600 euro.
De cruciale rol van Artikel 42 WVW: De ongeschiktverklaring
De meest ingrijpende maatregel in dit vonnis is de toepassing van artikel 42 WVW. Dit artikel geeft de rechter de plicht om een bestuurder die lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden, vervallen te verklaren van het recht tot sturen.
De rechtbank stelt dat uit de beschikbare gegevens blijkt dat de beklaagde op heden ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen. Hoewel het vonnis niet specificeert op welke gegevens dit oordeel is gebaseerd, wordt in de praktijk vaak gekeken naar een patroon van overtredingen (zoals in dit geval van herhaling), de concrete omstandigheden van de feiten die kunnen wijzen op een onderliggend probleem (bv. een verslaving aan alcohol of drugs), of verklaringen van de betrokkene zelf.
Het is van fundamenteel belang om het onderscheid te maken tussen het verval van het recht tot sturen als straf en als veiligheidsmaatregel (opgelegd onder art. 42 WVW):
- Verval als straf (art. 35 jo. de herhalingsbepaling): Heeft een vaste duur (hier: 3 maanden), is bedoeld om te bestraffen en te ontraden.
- Verval als veiligheidsmaatregel (art. 42): Is van onbepaalde duur en heeft als enige doel de maatschappij te beschermen tegen een ongeschikte bestuurder. Het verval duurt voort totdat de betrokkene zelf het bewijs levert dat hij niet langer ongeschikt is.
Volgens artikel 43 WVW gaat het verval wegens ongeschiktheid, niettegenstaande voorziening, in bij de uitspraak wanneer de beslissing op tegenspraak is gewezen en bij de betekening wanneer zij bij verstek is gewezen. Dit vonnis werd op tegenspraak gewezen; de rechtbank wijst erop dat het verval onmiddellijk ingaat. De beklaagde moet zijn rijbewijs inleveren bij de griffie binnen de 4 dagen na de uitspraak, waarbij zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen niet worden meegerekend (art. 67 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, zoals vermeld in het vonnis).
Vervangende straf bij niet-betaling
De rechtbank legde voor beide boetes een vervangende straf op voor het geval ze niet betaald worden: een vervangend verval van het recht tot sturen (in het vonnis "rijverbod" genoemd) van 60 dagen voor de boete van 1.600 euro en van 15 dagen voor de boete van 80 euro. Artikel 69bis WVW laat toe een niet binnen twee maanden betaalde boete te vervangen door een verval van ten minste acht dagen en ten hoogste een jaar.
Praktische implicaties en aanbevelingen
Voor de veroordeelde bestuurder
De veroordeling heeft twee gevolgen voor het rijbewijs: een verval van 3 maanden als straf, met herstel afhankelijk van vier examens en onderzoeken, en een verval wegens ongeschiktheid waarvan de duur afhangt van het bewijs dat de betrokkene niet meer ongeschikt is (art. 42, derde lid WVW). Omdat een herziening van dat laatste verval pas na minstens zes maanden kan worden gevraagd, krijgt de bestuurder zijn rijbewijs, behoudens een andere beslissing na een rechtsmiddel, niet na 3 maanden terug. De herzieningsprocedure van artikel 44 WVW verloopt als volgt:
- Een herziening kan pas worden aangevraagd na minstens zes maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak van het vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan (art. 44 WVW).
- De betrokkene moet een verzoekschrift richten aan het openbaar ministerie.
- Het is de rechtbank die het verval heeft uitgesproken die over het verzoek beslist. Tegen deze beslissing staat geen hoger beroep open.
- De betrokkene moet aantonen dat hij niet meer ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen (art. 42, derde lid WVW).
- Wordt het verzoek afgewezen, dan kan pas een nieuw verzoek worden ingediend nadat zes maanden zijn verstreken, te rekenen van de datum van de afwijzing (art. 44, tweede lid WVW).
Wat sinds 1 september 2026 anders is
De pleegdatum is in de gepubliceerde versie van het vonnis niet vermeld. De toegepaste 70 opdeciemen stemmen overeen met de regeling voor feiten van vóór 1 februari 2026. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 gelden de regels van het nieuwe Strafwetboek en de aangepaste Wegverkeerswet; bij een wijziging van de strafwet na het plegen van het misdrijf gelden de voor de dader meest gunstige bepalingen (art. 2 Sw.). Sturen in staat van dronkenschap (art. 35 WVW) wordt voor feiten vanaf 1 september 2026 bestraft met een straf van niveau 1 en met een verval van het recht tot sturen van ten minste een maand en ten hoogste vijf jaar of voorgoed. Legt de rechter een geldboete op, dan bedraagt die, in afwijking van artikel 36 Sw., 1.600 tot 16.000 euro (te vermenigvuldigen met 1,25). De herhalingsregel van artikel 38, § 6 WVW (verval van minstens drie maanden en vier examens en onderzoeken) blijft ongewijzigd. Wie na een veroordeling met toepassing van artikel 34, § 2, 35 of 37bis, § 1 WVW een van die bepalingen opnieuw overtreedt binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, riskeert op grond van artikel 36 WVW een straf van niveau 2; de geldboete bedraagt dan 3.200 tot 40.000 euro (te vermenigvuldigen met 1,25). Zie ook een beroepsvonnis over de gevolgen van alcohol in het verkeer in herhaling.
Toegepaste Wetsartikelen
Art. 35
Wegverkeerswet
Sturen in staat van dronkenschap of soortgelijke staat
Art. 38
Wegverkeerswet
Regeling verval van het recht tot sturen en strafverzwaring bij herhaling
Art. 29 §2
Wegverkeerswet
Strafbepaling voor overtredingen op de Wegcode
Art. 36 lid 1
Wegcode
Draagplicht valhelm
Art. 42
Wegverkeerswet
Verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid
Art. 43
Wegverkeerswet
Ingang van het verval wegens ongeschiktheid: bij de uitspraak (tegenspraak) of bij de betekening (verstek), niettegenstaande voorziening
Meer over Verkeersrecht
Ontdek al onze diensten, juridische tools en artikelen over verkeersrecht.
Bekijk expertisepagina VerkeersrechtVeelgestelde vragen over deze zaak
Meer over Verkeersrecht
Vergelijkbare situatie? Spreek een advocaat
Kies een eerste consultatie op kantoor (€ 90,75 incl. 21 % btw) of via videocall (€ 60,50 incl. btw).
Liever eerst bellen? 050 67 32 06
Gerelateerde Zaken
Alle rechtspraakAlcoholslot niet opgelegd bij 1,07 mg/l: rechter motiveert afwijking
Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge
23 apr 2026
Rijden zonder medische rijgeschiktheid: boete én ongeschiktverklaring
Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge
21 jan 2026
33 km/u te snel in bebouwde kom: verval enkel in het weekend
Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge
16 mrt 2026