Terug naar Rechtspraak
    Verkeersrecht
    Vordering toegewezen

    Rijden onder invloed met herhaling: De impact van een bijkomende ongeschiktverklaring (Art. 42 WVW)

    Mr. Peter-Jan De MeulenaerePolitierechtbank Antwerpen2 maart 2026575 weergaven
    Delen:
    verkeersrechtrijden onder invloeddronkenschaprijverbodherhalingongeschiktverklaringartikel 42 wvw

    Samenvatting van de Zaak

    Situatie

    In dit vonnis van de Politierechtbank Antwerpen, afdeling Turnhout, werd een beklaagde vervolgd voor twee verkeersinbreuken: het besturen van een voertuig in staat van dronkenschap of een soortgelijke staat (tenlastelegging A) en het niet dragen van een valhelm (tenlastelegging B). De zaak kreeg extra gewicht door de verzwarende omstandigheid van wettelijke herhaling voor de eerste tenlastelegging; de beklaagde was immers binnen de voorgaande drie jaar reeds veroordeeld voor een gelijkaardig verkeersmisdrijf.

    Geschil

    Het Openbaar Ministerie vorderde een veroordeling voor beide feiten, met toepassing van de strafverzwaring. De verdediging, gevoerd door een advocaat, kon de rechtbank niet overtuigen, aangezien de rechter beide tenlasteleggingen bewezen achtte. De rechtbank legde een gedifferentieerde straf op. Voor het niet dragen van de helm (B) werd een geldboete van 80 euro opgelegd. Voor het sturen in staat van dronkenschap met herhaling (A) was de bestraffing aanzienlijk zwaarder. De beklaagde werd veroordeeld tot een geldboete van 1.600 euro en een verval van het recht tot sturen voor een periode van 3 maanden. Bovendien werd het herstel van het recht tot sturen afhankelijk gemaakt van het slagen voor vier herstelexamens: een theoretisch, praktisch, medisch en psychologisch onderzoek. Dit wijst op ernstige twijfels van de rechtbank over de rijvaardigheid en -attitude van de bestuurder.

    Beslissing

    De meest ingrijpende beslissing van de rechtbank was echter de toepassing van artikel 42 van de Wegverkeerswet. Op basis van de beschikbare gegevens oordeelde de rechter dat de beklaagde op dat moment lichamelijk of geestelijk ongeschikt was om een motorvoertuig te besturen. Dit leidde tot een bijkomend verval van het recht tot sturen van onbepaalde duur. Dit verval is geen straf, maar een veiligheidsmaatregel die onmiddellijk ingaat en pas kan worden opgeheven wanneer de betrokkene zelf aantoont opnieuw rijgeschikt te zijn. De combinatie van een tijdelijk rijverbod als straf en een rijverbod van onbepaalde duur als veiligheidsmaatregel illustreert de strenge aanpak van de rechtbank bij hardnekkige verkeersovertreders.

    Uitkomst:
    Vordering toegewezen

    Kernpunten

    • 1Recidivisme voor rijden onder invloed leidt tot zware straffen, inclusief een verplicht rijverbod en herstelexamens.
    • 2Een politierechter kan een bestuurder lichamelijk of geestelijk ongeschikt verklaren (art. 42 WVW), wat resulteert in een rijverbod van onbepaalde duur bovenop de eigenlijke straf.
    • 3Het rijverbod wegens ongeschiktheid is een veiligheidsmaatregel, geen straf, en gaat onmiddellijk in, ongeacht een eventueel beroep.
    • 4Om het rijbewijs terug te krijgen na een verklaring van ongeschiktheid, moet de betrokkene zelf het bewijs van herstelde rijgeschiktheid leveren via een medisch/psychologisch traject.
    • 5De combinatie van een tijdelijk rijverbod als straf en een ongeschiktverklaring als veiligheidsmaatregel is een krachtig instrument voor rechtbanken om hardleerse verkeersovertreders aan te pakken.

    Juridische Analyse

    Inleiding: Een combinatie van herhaling en ongeschiktheid

    Dit vonnis van de Politierechtbank Antwerpen is een schoolvoorbeeld van de strenge aanpak van recidive bij zware verkeersinbreuken. De beklaagde werd niet alleen veroordeeld voor het sturen in staat van dronkenschap en het niet dragen van een helm, maar werd geconfronteerd met twee cruciale juridische mechanismen: de strafverzwaring wegens wettelijke herhaling en een verklaring van lichamelijke/geestelijke ongeschiktheid om te sturen. Deze analyse ontleedt de juridische grondslagen van de beslissing en de verstrekkende praktische gevolgen ervan.

    Analyse van de strafmaat en de juridische grondslagen

    Tenlastelegging A: Sturen in staat van dronkenschap met herhaling

    De hoofdbeschuldiging betrof een inbreuk op artikel 35 van de Wegverkeerswet (WVW). Dit artikel bestraft het sturen op een openbare plaats terwijl men in staat van dronkenschap verkeert of in een soortgelijke staat door het gebruik van drugs of geneesmiddelen. Het is belangrijk op te merken dat 'staat van dronkenschap' een feitenkwestie is die door de rechter wordt beoordeeld op basis van uiterlijke kenmerken (bv. onvaste tred, bloeddoorlopen ogen, spraakgebrek) en niet noodzakelijk gekoppeld is aan een specifieke alcoholconcentratie, in tegenstelling tot 'alcoholintoxicatie' (art. 34 WVW). De wetgever beoogt hiermee elke toestand te vatten waarin de bestuurder niet meer de bestendige controle over zijn daden heeft.

    De zaak werd aanzienlijk verzwaard door de toepassing van artikel 38, §6, lid 1 WVW. Deze bepaling regelt de wettelijke herhaling. Omdat de beklaagde binnen een periode van drie jaar na een eerdere, in kracht van gewijsde gegane veroordeling opnieuw een zware verkeersinbreuk beging, was de rechtbank verplicht om zwaardere minimumstraffen op te leggen. Dit omvat een hogere geldboete en een verplicht verval van het recht tot sturen van minstens drie maanden, alsook het verplicht opleggen van herstelexamens. De rechtbank volgde deze wettelijke verplichting door een rijverbod van 3 maanden en alle vier de examens op te leggen.

    De cruciale rol van Artikel 42 WVW: De ongeschiktverklaring

    De meest ingrijpende maatregel in dit vonnis is de toepassing van artikel 42 WVW. Dit artikel geeft de rechter de mogelijkheid, en in sommige gevallen de plicht, om een bestuurder die lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden, vervallen te verklaren van het recht tot sturen.

    De rechtbank stelt: "De beschikbare gegevens tonen aan dat [PERSOON A] op heden ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen."

    Hoewel het vonnis niet specificeert op welke gegevens dit oordeel is gebaseerd, wordt in de praktijk vaak gekeken naar een patroon van overtredingen (zoals in dit geval van herhaling), de concrete omstandigheden van de feiten die kunnen wijzen op een onderliggend probleem (bv. een verslaving aan alcohol of drugs), of verklaringen van de betrokkene zelf.

    Het is van fundamenteel belang om het onderscheid te maken tussen het rijverbod als straf (opgelegd onder art. 38 WVW) en het rijverbod als veiligheidsmaatregel (opgelegd onder art. 42 WVW):

    • Rijverbod als straf: Heeft een vaste duur (hier: 3 maanden), is bedoeld om te bestraffen en te ontraden.
    • Rijverbod als veiligheidsmaatregel: Is van onbepaalde duur en heeft als enige doel de maatschappij te beschermen tegen een ongeschikte bestuurder. Het verval duurt voort totdat de betrokkene zelf het bewijs levert dat hij niet langer ongeschikt is.
    Conform artikel 43 WVW gaat het verval op grond van artikel 42 onmiddellijk in, niettegenstaande een eventueel rechtsmiddel (hoger beroep). De beklaagde moet zijn rijbewijs binnen vier werkdagen inleveren bij de griffie.

    Praktische implicaties en aanbevelingen

    Voor de veroordeelde bestuurder

    De veroordeling heeft twee parallelle gevolgen. Enerzijds is er de straf van 3 maanden rijverbod en de vier herstelexamens. Anderzijds is er het rijverbod van onbepaalde duur. In de praktijk zal het tweede verval het eerste quasi altijd overlappen en overstijgen. De bestuurder zal zijn rijbewijs niet automatisch na 3 maanden terugkrijgen. Hij moet eerst een procedure opstarten om zijn rijgeschiktheid te bewijzen. Dit houdt doorgaans in:

    1. Het ondergaan van een medische en/of psychologische behandeling (bv. voor een alcoholproblematiek).
    2. Het verzamelen van bewijsstukken van deze behandeling en van een periode van stabiliteit.
    3. Het aanvragen van een nieuw onderzoek bij een erkend instituut (bv. CARA) of psychiater.
    4. Met een gunstig verslag kan vervolgens aan het Openbaar Ministerie gevraagd worden om het verval op te heffen.
    5. Pas daarna kunnen de vier herstelexamens worden afgelegd.
    Dit traject kan vele maanden tot zelfs jaren duren, afhankelijk van de medewerking en het herstel van de betrokkene.

    Aandachtspunten voor de verdediging

    In zaken waar herhaling speelt, moet een advocaat steeds bedacht zijn op de mogelijke toepassing van artikel 42 WVW. Een proactieve verdedigingsstrategie kan erin bestaan om de kwestie van rijgeschiktheid zelf aan te kaarten. Het voorleggen van bewijzen dat de cliënt reeds in behandeling is voor een onderliggend probleem, kan soms de rechter overtuigen om de toepassing van artikel 42 achterwege te laten of te milderen. Het vonnis vermeldt expliciet dat de beklaagde zich heeft kunnen verdedigen over de toepassing van dit artikel, wat een procedurele waarborg is. Het negeren van dit risico in de verdediging kan leiden tot de zeer zware gevolgen zoals in dit vonnis.

    Toegepaste Wetsartikelen

    Art. 35

    Wegverkeerswet

    Sturen in staat van dronkenschap of soortgelijke staat

    Art. 38 §6

    Wegverkeerswet

    Strafverzwaring wegens herhaling

    Art. 29 §2

    Wegverkeerswet

    Strafbepaling voor overtredingen op de Wegcode

    Art. 36 lid 1

    KB 01/12/1975 (Wegcode)

    Draagplicht valhelm

    Art. 42

    Wegverkeerswet

    Verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid

    Art. 43

    Wegverkeerswet

    Onmiddellijke ingang van het verval uitgesproken op grond van artikel 42

    Vergelijkbare situatie?

    Neem vrijblijvend contact op voor persoonlijk advies van onze advocaten.