Terug naar Rechtspraak
    Verkeersrecht
    Gedeeltelijk toegewezen

    Herhaling bij rijden onder invloed van drugs: Politierechter legt verplicht rijverbod en vier herstelexamens op

    Mr. Peter-Jan De MeulenaerePolitierechtbank West-Vlaanderen - Afdeling Brugge6 mei 2026572 weergaven
    Delen:
    verkeersrechtrijden onder invloeddrugs in het verkeerherhalingverval van het recht tot sturenpolitierechtbankstraftoemetingherstelexamen
    Verkeersrecht - Herhaling bij rijden onder invloed van drugs: Politierechter legt verplicht rijverbod en vier herstelexamens op

    Samenvatting van de Zaak

    Situatie

    In dit vonnis van de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, werd een bestuurder vervolgd voor het rijden onder invloed van drugs, specifiek cocaïne. De feiten vonden plaats te Brugge op [DATUM X]. De overtreding werd vastgesteld na een speeksel- of bloedanalyse die een concentratie van de verboden stof aantoonde die de wettelijk vastgelegde drempel overschreed.

    Geschil

    De zaak werd complexer door een verzwarende omstandigheid: de beklaagde bevond zich in staat van wettelijke herhaling. Minder dan drie jaar voor de huidige feiten was hij reeds veroordeeld door dezelfde rechtbank voor een andere zware verkeersovertreding. Het Openbaar Ministerie vorderde een veroordeling, rekening houdend met deze herhaling, wat volgens de wet leidt tot strengere en deels verplichte straffen. De verdediging, gevoerd door de advocaat van de beklaagde, kon de tenlastelegging niet weerleggen. De rechtbank achtte de feiten dan ook bewezen. In haar motivering benadrukte de rechter de ernstige gevaren van rijden onder invloed van drugs, zoals een verminderd waarnemingsvermogen en vertraagde reactietijd, wat een aanzienlijk risico vormt voor de verkeersveiligheid.

    Beslissing

    Op basis van de bewezen feiten en de staat van herhaling, legde de rechtbank een geldboete op van €1.600 en een verval van het recht tot sturen voor een periode van drie maanden. De rechter paste echter gedeeltelijk uitstel van tenuitvoerlegging toe: €1.200 van de boete en 1 maand en 15 dagen van het rijverbod zijn effectief. Het overige deel van de straf wordt voor een proefperiode van één jaar opgeschort. Cruciaal is dat de rechtbank, conform de wetgeving inzake herhaling, het herstel van het recht tot sturen verplicht afhankelijk maakte van het slagen voor zowel een theoretisch en praktisch rijexamen als een medisch en psychologisch onderzoek. De beklaagde werd tevens veroordeeld tot de gerechtskosten en bijdragen aan het Slachtofferfonds en het fonds voor juridische tweedelijnsbijstand.

    Uitkomst:
    Gedeeltelijk toegewezen

    Kernpunten

    • 1Rijden onder invloed van drugs wordt bestraft op basis van de vastgestelde aanwezigheid van de stof boven de wettelijke limiet; bewijs van concrete beïnvloeding is niet vereist.
    • 2Bij herhaling van een zware verkeersovertreding binnen drie jaar is de rechter verplicht een rijverbod van minstens drie maanden op te leggen.
    • 3Bij wettelijke herhaling is het herstel van het recht tot sturen automatisch afhankelijk van het slagen voor vier examens: theoretisch, praktisch, medisch en psychologisch.
    • 4Een rechter kan een deel van de geldboete en het rijverbod met uitstel verlenen om de straf te individualiseren en als stimulans voor toekomstig goed gedrag.
    • 5De totale financiële kost van een dergelijke veroordeling is aanzienlijk, bestaande uit de boete, gerechtskosten, bijdragen aan fondsen en de kosten voor de herstelexamens.

    Juridische Analyse

    Inleiding: Rijden onder invloed van drugs en de strenge gevolgen van herhaling

    Dit vonnis van de Politierechtbank te Brugge is een schoolvoorbeeld van de toepassing van de wetgeving betreffende rijden onder invloed van drugs, in het bijzonder wanneer er sprake is van wettelijke herhaling. De zaak illustreert duidelijk de nultolerantieaanpak van de wetgever en de verplichte, zware sancties die rechters moeten opleggen aan recidivisten. De analyse richt zich op de twee centrale juridische pijlers van het vonnis: de basisovertreding van artikel 37bis Wegverkeerswet en de verzwarende omstandigheid van herhaling zoals bepaald in artikel 38, §6 van diezelfde wet.

    Analyse van de toegepaste wetgeving

    De kernovertreding: Artikel 37bis, §1, 1° Wegverkeerswet

    De primaire veroordeling is gebaseerd op artikel 37bis, §1, 1° van de gecoördineerde wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer (Wegverkeerswet, hierna WVW). Dit artikel stelt het besturen van een voertuig op een openbare plaats strafbaar wanneer een speeksel- of bloedanalyse de aanwezigheid van bepaalde drugs boven een vastgestelde grenswaarde aantoont. De lijst van stoffen omvat onder meer THC, amfetamines, MDMA en, zoals in casu, cocaïne of de metaboliet daarvan, benzoylecgonine.

    Een cruciaal element van deze wetgeving is dat het Openbaar Ministerie niet hoeft te bewijzen dat de bestuurder daadwerkelijk onder invloed was of dat zijn rijvaardigheid concreet was aangetast. De loutere aanwezigheid van de stof boven de wettelijke drempel is voldoende voor een veroordeling. Dit maakt de overtreding een zogenaamd 'abstract gevaarsdelict'. De wetgever gaat er onweerlegbaar van uit dat de aanwezigheid van deze stoffen een gevaar voor de verkeersveiligheid inhoudt. De rechtbank past dit principe hier correct toe: de vaststelling via analyse is de basis van de schuldverklaring.

    De verzwarende omstandigheid: Herhaling volgens Artikel 38, §6 Wegverkeerswet

    De spil van dit vonnis is de toepassing van artikel 38, §6, lid 1 WVW. Deze bepaling regelt de 'specifieke herhaling' voor zware verkeersovertredingen. De voorwaarden zijn strikt:

    • Er moet een nieuwe overtreding zijn van een van de in het artikel opgesomde bepalingen (waaronder art. 37bis WVW).
    • Deze nieuwe overtreding moet plaatsvinden binnen een termijn van drie jaar, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan.
    • De eerdere veroordeling moet eveneens betrekking hebben op een van de zware overtredingen uit diezelfde lijst.

    Wanneer aan deze voorwaarden is voldaan, verliest de rechter een aanzienlijk deel van zijn beoordelingsvrijheid. De wet legt dwingende maatregelen op. De rechtbank stelt in het vonnis expliciet vast dat de beklaagde zich "in staat van verzwaring zoals bepaald in de dagvaarding" bevindt. De gevolgen zijn, zoals de rechter correct toepast, tweeledig en cumulatief:

    1. Een verplicht verval van het recht tot sturen van minstens drie maanden. De rechter kan een langere termijn opleggen, maar niet korter. In dit geval werd exact de minimumduur van drie maanden opgelegd.
    2. Het herstel van het recht tot sturen wordt verplicht afhankelijk gemaakt van het slagen voor vier examens: een theoretisch examen, een praktisch examen, een medisch onderzoek en een psychologisch onderzoek.
    De rechter motiveert dit als volgt: "Gelet op de eerdere veroordeling dient ook toepassing gemaakt te worden van artikel 38 §6 lid 1 WPW en derhalve een verplicht verval van tenminste drie maanden te worden uitgesproken, het herstel van het recht tot sturen verplicht afhankelijk van het slagen voor een theoretisch en een praktisch examen en een medisch en een psychologisch onderzoek."

    Deze passage toont aan dat de rechter erkent geen discretionaire bevoegdheid te hebben over de oplegging van deze vier herstelexamens. Dit is een significant gevolg van herhaling, zowel qua tijdsinvestering als financieel voor de veroordeelde.

    De straftoemeting en praktische implicaties

    Individualisering van de straf via gedeeltelijk uitstel

    Ondanks de verplichte elementen behoudt de rechter een zekere marge om de straf te individualiseren. Dit doet hij hier door een gedeeltelijk uitstel van tenuitvoerlegging te verlenen voor zowel de geldboete als het rijverbod. Van de boete van €1.600 is €400 met uitstel, wat een effectieve boete van €1.200 (plus opdeciemen) betekent. Van het rijverbod van 3 maanden is 1 maand en 15 dagen met uitstel, wat resulteert in een effectieve rijontzegging van 1 maand en 15 dagen. Dit is een vaak gebruikte techniek. De effectieve straf dient als onmiddellijke vergelding en ontrading, terwijl het opgeschorte deel fungeert als een 'zwaard van Damocles' om de veroordeelde aan te sporen zich gedurende de proefperiode van één jaar aan de wet te houden.

    Tips en aandachtspunten voor de praktijk

    Voor bestuurders die met een dergelijke situatie worden geconfronteerd, zijn er enkele belangrijke lessen:

    • Nultolerantie is de realiteit: Het argument "ik voelde me niet onder invloed" is juridisch irrelevant. De meetresultaten van de analyse zijn doorslaggevend. Wees u bewust dat drugs, afhankelijk van de stof en het metabolisme, dagen of zelfs weken na gebruik detecteerbaar kunnen blijven.
    • De zware prijs van herhaling: Een tweede zware verkeersovertreding binnen drie jaar heeft automatische en ingrijpende gevolgen. De vier herstelexamens zijn niet alleen een zware dobber, maar brengen ook aanzienlijke kosten met zich mee (vaak meer dan €1.000), die bovenop de geldboete en gerechtskosten komen.
    • De rol van de advocaat: Hoewel de schuldvraag bij een positieve test moeilijk te betwisten is, blijft juridische bijstand cruciaal. Een advocaat kan procedurefouten opsporen, de voorwaarden voor herhaling controleren (bv. data van vorige veroordeling) en, zoals hier wellicht gebeurd is, pleiten voor een zo groot mogelijk uitstel op de discretionaire delen van de straf door de persoonlijke situatie van de beklaagde (bv. noodzaak van rijbewijs voor werk) te benadrukken.

    Dit vonnis bevestigt de harde lijn die de wetgever en de rechtbanken hanteren tegenover gevaarlijk rijgedrag, in het bijzonder bij recidivisten. De combinatie van een onmiddellijke sanctie, een voorwaardelijk strafdeel en verplichte herintegratiemaatregelen (de examens) vormt een geïntegreerde aanpak die zowel bestraffing als gedragsverandering beoogt.

    Toegepaste Wetsartikelen

    Art. 37bis §1, 1°

    Wegverkeerswet (Wet van 16 maart 1968)

    Rijden onder invloed van drugs

    Art. 38 §6

    Wegverkeerswet (Wet van 16 maart 1968)

    Herhaling van zware verkeersovertredingen en verplichte sancties

    Meer over Verkeersrecht

    Ontdek al onze diensten, juridische tools en artikelen over verkeersrecht.

    Bekijk expertisepagina Verkeersrecht

    Veelgestelde vragen over Verkeersrecht

    Vergelijkbare situatie?

    Neem vrijblijvend contact op voor persoonlijk advies van onze advocaten.

    Meer info: cookie beleid · privacy