Terug naar Rechtspraak
    Familierecht
    Gedeeltelijk toegewezen

    Wanneer eindigt de onderhoudsplicht voor een meerderjarig kind dat stopt met studeren? Een analyse

    Mr. Chanel Ribas ColomarRechtbank van Eerste Aanleg Limburg - Afdeling Hasselt5 januari 2026413 weergaven
    Delen:
    onderhoudsbijdragemeerderjarig kindstopzetting studiesinformatieplichtberoepsinschakelingstijdfamilierechtbankonderhoudsplichtbillijkheid

    Samenvatting van de Zaak

    Situatie

    Dit vonnis van de familierechtbank te Hasselt behandelt een geschil over de onderhoudsplicht voor een meerderjarig kind dat haar hogere studies heeft stopgezet. De ouders waren eerder uit elkaar gegaan, waarbij de vader het hoofdverblijf van de twee kinderen had en de moeder een maandelijkse onderhoudsbijdrage van €245 per kind betaalde. Het geschil spitst zich toe op de jongste dochter, die na het behalen van haar middelbaar diploma in de zomer van 2024, haar hogere studies in november 2024 afbrak.

    Geschil

    De moeder vorderde de stopzetting van de onderhoudsbijdrage vanaf 1 september 2024, omdat de vader naliet te bewijzen dat de dochter nog studeerde. Ze argumenteerde dat de vader zijn informatieplicht schond door haar niet op de hoogte te brengen van de stopzetting van de studies. De vader stelde dat de onderhoudsplicht diende door te lopen. Hij argumenteerde dat de dochter zich in haar 'beroepsinschakelingstijd' bevond, een periode van een jaar waarin schoolverlaters op zoek gaan naar werk alvorens recht te hebben op een uitkering. Gedurende deze periode heeft het kind volgens hem nog geen eigen inkomen en blijft de ouderlijke onderhoudsplicht dus bestaan. Hij gaf aan dat de dochter actief op zoek was naar werk.

    Beslissing

    De rechtbank oordeelde dat het stopzetten van een eerste poging tot hogere studies geen abnormaal studieverloop uitmaakt. De rechter stelde echter ook vast dat de vader systematisch had verzuimd de moeder correct en tijdig te informeren over het studieverloop, wat een belangrijke factor in de beslissing werd. Hoewel de onderhoudsplicht in principe doorloopt tijdens de beroepsinschakelingstijd, besloot de rechtbank hiervan af te wijken. Gezien de actuele, gunstige arbeidsmarkt en het gebrek aan communicatie van de vader, achtte de rechter het redelijk dat de dochter binnen zes maanden na het stopzetten van haar studies werk zou kunnen vinden. Bijgevolg werd de onderhoudsplicht van de moeder beëindigd vanaf 1 mei 2025. De vordering van de moeder werd dus gedeeltelijk toegewezen. Opmerkelijk is dat de moeder, ondanks het verkrijgen van de stopzetting, toch werd veroordeeld tot de gerechtskosten, omdat de vordering van de vader tot voortzetting van de betalingen deels gegrond was voor de periode tot mei 2025.

    Uitkomst:
    Gedeeltelijk toegewezen

    Kernpunten

    • 1De onderhoudsplicht voor een meerderjarig kind kan eindigen vóór het verstrijken van de beroepsinschakelingstijd, rekening houdend met de concrete kansen op de arbeidsmarkt.
    • 2Een ouder die onderhoudsgeld ontvangt, heeft een actieve informatieplicht over het studieverloop van het kind; het schenden hiervan kan gesanctioneerd worden.
    • 3Het stopzetten van een eerste poging tot hogere studies wordt door de rechtbank niet noodzakelijk als een 'abnormaal studieverloop' beschouwd.
    • 4Een onderhoudsplichtige ouder die de betalingen wil stopzetten, moet hiervoor een procedure bij de rechtbank starten en niet eenzijdig handelen.

    Juridische Analyse

    Inleiding: De Onderhoudsplicht voor Meerderjarige Kinderen na Stopzetting Studies

    Dit vonnis biedt een verhelderende kijk op de duur en de grenzen van de ouderlijke onderhoudsplicht voor een meerderjarig kind. De centrale vraag is wanneer deze plicht eindigt nadat een kind de studies stopzet en de arbeidsmarkt betreedt. De rechtbank balanceert hierbij de principiële verplichting van de ouders met de concrete omstandigheden van de zaak, waaronder de informatieplicht tussen de ouders en de economische realiteit.

    De Juridische Grondslagen van de Onderhoudsplicht

    Artikel 203 BW: De Plicht tot het Verschaffen van een 'Opleiding'

    De hoeksteen van de onderhoudsplicht van ouders jegens hun kinderen is artikel 203, §1 van het Burgerlijk Wetboek. Dit artikel stelt:

    Ouders dienen, naar evenredigheid van hun middelen, te zorgen voor de huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding, de opleiding en de ontplooiing van hun kinderen. Indien de opleiding niet voltooid is, loopt de verplichting door na de meerderjarigheid van het kind.

    De rechtspraak interpreteert het begrip 'opleiding' ruim. Het omvat niet enkel het formele onderwijs, maar ook de periode die redelijkerwijs nodig is om een diploma te behalen dat toegang geeft tot de arbeidsmarkt. De verplichting eindigt dus niet automatisch op de 18e verjaardag. Een 'normaal studieverloop' wordt verwacht, maar dit sluit een herexamen, een bisjaar of een heroriëntering niet per definitie uit. In casu bevestigt de rechtbank dit door te stellen dat "het overdoen van één jaar in het middelbaar onderwijs en het tijdig afbreken van een vlak daarna aangevatte hoger studie betreft geen abnormaal studieverloop."

    De 'Beroepsinschakelingstijd' als Verlengstuk van de Opleiding

    Een cruciale fase na het beëindigen of stopzetten van studies is de 'beroepsinschakelingstijd' (vroeger 'wachttijd'). Dit is de periode van 12 maanden die een schoolverlater moet doorlopen alvorens recht te hebben op een inschakelingsuitkering. De heersende rechtspraak beschouwt deze periode vaak als een verlengstuk van de 'opleiding' in de zin van art. 203 BW. De redenering is dat het kind gedurende deze periode nog niet in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien en de ouders dus onderhoudsplichtig blijven. De vader in deze zaak baseerde zijn verweer op dit principe. De rechtbank erkent dit uitgangspunt ook expliciet: "Zolang [VOORNAAM C] zonder eigen inkomen zit blijven de ouders principieel onderhoudsplichtig jegens hun kinderen".

    Analyse van de Rechterlijke Redenering: Een Afwijking op het Principe

    Het meest interessante aspect van dit vonnis is de gemotiveerde afwijking van het principe dat de onderhoudsplicht de volledige beroepsinschakelingstijd dekt. De rechter stelt de principiële verplichting niet ter discussie, maar moduleert de duur ervan op basis van twee doorslaggevende factoren.

    Factor 1: De Sanctie op de Geschonden Informatieplicht

    De rechtbank legt aanzienlijk gewicht bij het gedrag van de onderhoudsgerechtigde ouder (de vader). De rechter stelt vast dat de vader zijn informatieplicht jegens de moeder heeft geschonden. Deze plicht vloeit voort uit de algemene zorgvuldigheidsnorm en de loyale samenwerking die ex-partners, in het belang van hun kinderen, aan de dag moeten leggen. De rechtbank stelt scherp:

    De rechtbank kan echter niet voorbijgaan aan het gegeven dat de vader systematisch in gebreke is gebleven de moeder regelmatig en tijdig in te lichten over het studieverloop van beide kinderen.

    Door de beëindiging van de onderhoudsplicht te vervroegen, sanctioneert de rechtbank dit gebrek aan transparantie. Het signaal is duidelijk: een ouder die onderhoudsgeld ontvangt, kan niet passief blijven en moet de betalende ouder proactief informeren over essentiële wijzigingen in de situatie van het kind, zoals het stopzetten van studies.

    Factor 2: De Concrete Beoordeling van de Arbeidskansen

    De rechtbank maakt een pragmatische en economisch geïnformeerde analyse. In plaats van de forfaitaire termijn van één jaar van de beroepsinschakelingstijd blind toe te passen, kijkt de rechter naar de reële kansen van het kind op de arbeidsmarkt. De rechter merkt op dat er "momenteel een grote vraag naar arbeidskrachten" is. Op basis hiervan wordt geoordeeld dat het kind "in staat wordt geacht werk te vinden op de arbeidsmarkt". De rechtbank bepaalt een redelijke termijn van zes maanden (van eind november 2024 tot 1 mei 2025) waarbinnen de dochter geacht wordt minstens deeltijds werk te hebben gevonden. Dit is een billijkheidsoordeel dat rekening houdt met de eigen verantwoordelijkheid van het meerderjarige kind en de economische context.

    Praktische Implicaties en Aanbevelingen

    Dit vonnis bevat belangrijke lessen voor ouders, advocaten en meerderjarige kinderen in gelijkaardige situaties.

    • Voor de onderhoudsgerechtigde ouder (ontvanger): Wees proactief en transparant. Informeer de andere ouder onmiddellijk en schriftelijk (bv. per e-mail) over elke wijziging in de studies van het kind (inschrijving, uitschrijving, stopzetting, resultaten). Het niet-nakomen van deze informatieplicht kan, zoals hier blijkt, leiden tot een (gedeeltelijk) verlies van het recht op onderhoudsgeld.
    • Voor de onderhoudsplichtige ouder (betaler): Vraag jaarlijks om een inschrijvingsbewijs. Als u vermoedt dat een kind niet meer studeert en u geen informatie ontvangt, stop dan niet eenzijdig met betalen. Dit kan leiden tot loonbeslag en achterstallen. Dien, zoals de moeder in deze zaak, een verzoekschrift in bij de familierechtbank (op basis van art. 1253ter/7 Ger.W.) om de onderhoudsbijdrage te laten schorsen of beëindigen.
    • Voor het meerderjarige kind: Hoewel het kind geen partij is in het geding, heeft zijn of haar gedrag een directe impact. Een kind dat studies stopzet, wordt geacht zich in te spannen om economisch zelfstandig te worden. Actief solliciteren en meewerken met de ouders is in het eigen belang.

    De beslissing om de onderhoudsplicht te beëindigen na zes maanden in plaats van de volledige twaalf maanden van de beroepsinschakelingstijd, toont aan dat familierechters steeds meer een concrete en op billijkheid gestoelde beoordeling maken. De automatismen uit het verleden maken plaats voor een genuanceerde afweging van alle relevante feitelijke elementen.

    Toegepaste Wetsartikelen

    Art. 203

    Burgerlijk Wetboek

    Onderhoudsplicht van ouders jegens hun kinderen, met inbegrip van de verplichting tot het voorzien in een opleiding, ook na meerderjarigheid.

    Art. 1253ter/7

    Gerechtelijk Wetboek

    Procedure voor de familierechtbank om nieuwe vorderingen in te stellen in een reeds bestaand familiedossier (blijvende saisine).

    Vergelijkbare situatie?

    Neem vrijblijvend contact op voor persoonlijk advies van onze advocaten.