Terug naar Rechtspraak
    Verkeersrecht
    Veroordeling

    Sturen spijts verval: 200 uur werkstraf en vier herstelexamens

    Mr. Peter-Jan De MeulenaerePolitierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Sint-Niklaas16 februari 2026Gepubliceerd Bijgewerkt 100 weergaven
    Delen:
    Verkeersrecht - Sturen spijts verval: 200 uur werkstraf en vier herstelexamens

    Samenvatting van de Zaak

    Een bestuurder stond bij de Politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Sint-Niklaas, terecht voor het besturen van een auto tijdens een lopend rijverbod ('sturen spijts verval') en voor onaangepaste snelheid. Voor het sturen spijts verval was er sprake van een wettelijke verzwaring, en voor de snelheidsovertreding van wettelijke herhaling. De beklaagde stemde in met een werkstraf. De rechtbank oordeelde dat beide misdrijven voortkwamen uit 'eenzelfde misdadig opzet' en paste daarom, conform artikel 65 van het oude Strafwetboek, enkel de zwaarste straf toe. De beklaagde werd veroordeeld tot een werkstraf van 200 uur, met een subsidiaire gevangenisstraf van één jaar. Daarnaast legde de rechtbank een verval van het recht tot sturen van 6 maanden op en maakte het herstel van het recht tot sturen afhankelijk van het slagen voor vier herstelexamens: een theoretisch en een praktisch examen, en een medisch en een psychologisch onderzoek.

    Uitkomst:
    Veroordeling

    Kernpunten

    • 1Rijden tijdens een verval van het recht tot sturen ('sturen spijts verval') is een zelfstandig misdrijf (art. 48 WVW) waarop, naast een gevangenisstraf of geldboete, een nieuw verval van minstens drie maanden staat.
    • 2De rechtbank kan meerdere verkeersinbreuken die op dezelfde plaats en dag zijn begaan, beschouwen als voortkomend uit 'eenzelfde misdadig opzet', waardoor slechts één (de zwaarste) straf wordt opgelegd.
    • 3Een werkstraf kan een gevangenisstraf vervangen, maar bij niet-uitvoering wordt de (vaak zware) subsidiaire gevangenisstraf alsnog van kracht.
    • 4Bij zware verkeersmisdrijven en herhaling is het herstel van het recht tot sturen vaak afhankelijk van het slagen voor vier herstelexamens (theoretisch, praktisch, medisch en psychologisch).

    Juridische Analyse

    Inleiding: Een Zware Sanctie voor een Hardnekkige Verkeersovertreder

    Dit vonnis van de Politierechtbank Oost-Vlaanderen illustreert de strenge aanpak van bestuurders die niet alleen de verkeersregels negeren, maar ook gerechtelijke beslissingen zoals een rijverbod aan hun laars lappen. De zaak combineert twee veelvoorkomende, maar ernstige verkeersmisdrijven: sturen spijts verval en niet-aangepaste snelheid, beide in een context van herhaling. De analyse van de rechter over de samenloop van misdrijven en de keuze voor een gecombineerde straf van werkstraf, rijverbod en herstelexamens biedt belangrijke inzichten in de straftoemeting in het verkeersrecht.

    Analyse van de Tenlasteleggingen en de Juridische Grondslag

    Tenlastelegging A: Sturen Spijts Verval (Art. 48 Wegverkeerswet)

    De zwaarste tenlastelegging was het 'sturen spijts verval', strafbaar gesteld door artikel 48 van de Wegverkeerswet (WVW) van 16 maart 1968. Dit misdrijf houdt in dat iemand een motorvoertuig bestuurt terwijl zijn of haar recht tot sturen door een rechterlijke beslissing vervallen is verklaard. Het is een autonoom misdrijf dat de miskenning van het gerechtelijk gezag bestraft en wordt als zeer ernstig beschouwd.

    De wetgever voorzag in strenge straffen. Artikel 48 oud WVW legde een gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en/of een geldboete van 500 tot 2.000 euro (te vermeerderen met opdeciemen) op. De wet schreef ook een verplicht bijkomend verval van het recht tot sturen voor van minstens drie maanden tot vijf jaar, of zelfs levenslang.

    In deze zaak was voor tenlastelegging A sprake van een wettelijke verzwaring. De dagvaarding verwees hiervoor naar artikel 38, §6 van de oude Wegverkeerswet. Deze bepaling hield geen verdubbeling van de hoofdstraf in, maar maakte wel het opleggen van de vier herstelexamens verplicht. De specifieke herhalingsbepaling in artikel 48, tweede lid WVW, die de straffen verdubbelt, werd in de dagvaarding niet ingeroepen.

    Tenlastelegging B: Niet-aangepaste Snelheid (Art. 10.1 Wegcode)

    De tweede tenlastelegging betrof een overtreding van artikel 10.1, 1° van de Wegcode. Dit artikel legt een algemene voorzichtigheidsplicht op: elke bestuurder moet zijn snelheid regelen naargelang de omstandigheden. De bestraffing gebeurde op basis van artikel 29, §1 van de oude WVW. Ook hier was er sprake van wettelijke herhaling, zoals voorzien in artikel 29, §4, derde lid van de oude WVW, waardoor de geldboete voor deze overtreding kon worden verdubbeld. Door de eenheid van opzet werd voor A en B samen echter maar één straf, de zwaarste, opgelegd.

    Eenzelfde Misdadig Opzet en Samenloop van Misdrijven

    Een sleutelelement in de redenering van de rechtbank is de toepassing van de leer van de eenheid van opzet, gebaseerd op artikel 65 van het oude Strafwetboek. Dit principe stelt dat wanneer meerdere misdrijven het gevolg zijn van eenzelfde misdadig voornemen, enkel de zwaarste straf wordt toegepast (de absorptieregel).

    De misdrijven onder de tenlasteleggingen A en B zijn uitgevoerd vanuit eenzelfde misdadig opzet. Daardoor moet de rechtbank voor de tenlasteleggingen samen maar één straf opleggen, namelijk de zwaarste.

    Deze juridische techniek voorkomt een onredelijke opeenstapeling van straffen, maar zorgt er tegelijk voor dat de bestraffing gebaseerd is op het zwaarste feit, in dit geval het sturen spijts verval.

    De Straftoemeting: Een Doordachte Combinatie van Maatregelen

    De Werkstraf als Autonome Hoofdstraf

    De rechtbank opteerde voor een werkstraf van 200 uren als hoofdstraf. Sinds de wet van 17 april 2002 is de werkstraf een autonome straf die, met instemming van de beklaagde, een gevangenisstraf of geldboete kan vervangen. De rechter motiveerde deze keuze door te stellen dat een dienstverlening aan de samenleving de beklaagde kan aanzetten tot normbesef en een opbouwend doel dient. De omvang (200 uren) ligt binnen de wettelijke grenzen van twintig tot driehonderd uren (art. 37quinquies, §2 oud Sw.). De subsidiaire gevangenisstraf van één jaar fungeert als een krachtig 'stok achter de deur' om de effectieve uitvoering van de werkstraf te garanderen.

    Het Rijverbod en de Vier Herstelexamens: Een Noodzakelijke Veiligheidsklep

    Naast de werkstraf legde de rechter een bijkomend verval van het recht tot sturen van zes maanden op. Dit is meer dan het wettelijke minimum van drie maanden (art. 48 en art. 38, §6 oud WVW). De meest ingrijpende maatregel is echter de verplichting om te slagen voor de vier herstelexamens om het recht tot sturen te herkrijgen:

    • Theoretisch examen: Toetst de kennis van de verkeersregels.
    • Praktisch examen: Evalueert de rijvaardigheid in de praktijk.
    • Medisch onderzoek: Gaat na of de bestuurder fysiek en mentaal in staat is om een voertuig te besturen.
    • Psychologisch onderzoek: Onderzoekt de persoonlijkheidskenmerken, attitude en het risicobewustzijn van de bestuurder.

    Deze combinatie van examens is bedoeld als een grondige screening om te verzekeren dat de bestuurder niet langer een gevaar op de weg vormt. Het niet slagen voor een of meerdere van deze proeven betekent dat het verval van kracht blijft, ongeacht de verstreken termijn.

    Praktische Implicaties en Aandachtspunten

    • Voor bestuurders: Dit vonnis is een duidelijke waarschuwing. Een rijverbod is absoluut. Elke verplaatsing met een motorvoertuig waarop het verbod van toepassing is, kan leiden tot een nieuwe, zware strafrechtelijke veroordeling.
    • Instemming met werkstraf: De instemming met een werkstraf is een wettelijke mogelijkheid die de rechter, in overleg met de beklaagde, kan toepassen als autonome straf. Dit vereist een proactieve houding tijdens de zitting.
    • Impact van herstelexamens: De verplichting om vier herstelexamens af te leggen is een zeer zware sanctie. De kosten voor deze onderzoeken lopen snel op en de slaagkans, met name voor het psychologisch onderzoek, is niet gegarandeerd.
    • Belang van het strafregister: De zaak onderstreept het immense gewicht van eerdere veroordelingen. De toepassing van de regels rond wettelijke herhaling leidt tot een aanzienlijke verhoging van de strafmaat.

    Wat sinds 1 september 2026 anders is

    De feiten dateren noodzakelijk van vóór het vonnis van 16 februari 2026, zodat het oude recht erop van toepassing bleef. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 geldt het nieuwe Strafwetboek. De samenloop staat niet langer in artikel 65 oud Sw.: de eendaadse samenloop is nu artikel 61 Sw. en de meerdaadse samenloop artikel 62 Sw. In de Wegverkeerswet zoals gewijzigd door de wet van 25 mei 2026 is van artikel 29, §4 enkel het eerste lid opgeheven; de verdubbeling van de geldboete bij herhaling binnen drie jaar (derde lid) blijft bestaan. De overtredingen van artikel 29 worden sindsdien gestraft met een straf van niveau 1, met afwijkende nominale geldboetes (bijvoorbeeld 160 tot 4.000 euro voor een overtreding van de tweede graad), te verhogen met 2,5 opdeciemen (x1,25). Sturen spijts verval (artikel 48) wordt voortaan gestraft met een straf van niveau 2, een nominale geldboete van 4.000 tot 16.000 euro (x1,25) en een verval van minstens drie maanden tot vijf jaar of voorgoed.

    Toegepaste Wetsartikelen

    Art. 48

    Wegverkeerswet

    Sturen spijts verval van het recht tot sturen

    Art. 29

    Wegverkeerswet

    Strafbepalingen verkeersinbreuken

    Art. 38 §6

    Wegverkeerswet

    Verplicht verval van minstens drie maanden en vier herstelexamens bij herhaling binnen drie jaar

    Art. 10.1

    Wegcode

    Regelen van de snelheid

    Art. 65

    Oud Strafwetboek (1867)

    Eenheid van opzet (collectief misdrijf) — Deze uitspraak betreft feiten van vóór 1 september 2026 en past dus het Strafwetboek van 1867 toe. Sinds 1 september 2026: art. 61-62 Sw.

    Art. 15

    Wet van 17/04/2002

    Werkstraf als autonome straf

    Meer over Verkeersrecht

    Ontdek al onze diensten, juridische tools en artikelen over verkeersrecht.

    Bekijk expertisepagina Verkeersrecht

    Veelgestelde vragen over deze zaak

    Meer over Verkeersrecht

    Vergelijkbare situatie? Spreek een advocaat

    Kies een eerste consultatie op kantoor (€ 90,75 incl. 21 % btw) of via videocall (€ 60,50 incl. btw).

    Liever eerst bellen? 050 67 32 06

    Kantoor € 75Video € 50

    Prijzen excl. btw

    Meer info: cookie beleid · privacy