Terug naar Rechtspraak
    Verkeersrecht
    Vordering toegewezen

    Sturen spijts verval en recidive: Politierechter legt werkstraf, rijverbod én vier herstelexamens op

    Mr. Peter-Jan De MeulenaerePolitierechtbank Oost-Vlaanderen - Afdeling Gent16 februari 2026307 weergaven
    Delen:
    sturen spijts vervalwerkstrafrijverbodherstelexamenrecidiveverkeersrechtsamenlooppolitierechtbank

    Samenvatting van de Zaak

    Situatie

    In dit vonnis van de Politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Sint-Niklaas, stond een bestuurder terecht voor twee zware verkeersinbreuken. De zaak draaide om feiten die plaatsvonden op een specifieke datum in [GEMEENTE Y]. De eerste tenlastelegging betrof het besturen van een personenauto terwijl de beklaagde een rijverbod had, opgelegd door een eerder vonnis van de politierechtbank te Antwerpen. Dit wordt juridisch gekwalificeerd als 'sturen spijts verval'. De situatie werd verzwaard doordat de beklaagde binnen de drie jaar na een eerdere veroordeling voor een zware verkeersovertreding opnieuw een gelijkaardig misdrijf beging (juridische herhaling/verzwaring).

    Geschil

    De tweede tenlastelegging was het niet aanpassen van de snelheid aan de omstandigheden, zoals de aanwezigheid van andere weggebruikers en de plaatsgesteldheid. Ook voor dit feit bevond de beklaagde zich in staat van herhaling. Het Openbaar Ministerie vorderde een veroordeling voor beide feiten. De verdediging, bijgestaan door een advocaat, betwistte de feiten niet expliciet, maar de beklaagde stemde in met het uitvoeren van een werkstraf als alternatief voor een effectieve gevangenisstraf of geldboete. De rechtbank achtte beide tenlasteleggingen bewezen. Een cruciaal element in de redenering van de rechter was de toepassing van het principe van 'eenzelfde misdadig opzet'. De rechtbank oordeelde dat beide misdrijven (het rijden tijdens een rijverbod en de onaangepaste snelheid) voortkwamen uit één en dezelfde beslissing om de auto te gebruiken. Conform artikel 65 van het Strafwetboek werd daarom slechts één straf opgelegd, namelijk de zwaarste.

    Beslissing

    De rechtbank veroordeelde de beklaagde tot een autonome werkstraf van 200 uren, met een subsidiaire gevangenisstraf van één jaar indien de werkstraf niet wordt uitgevoerd. Daarnaast werd een bijkomend rijverbod van 6 maanden opgelegd. Om zijn rijbewijs terug te krijgen, moet de bestuurder slagen voor vier herstelexamens: een theoretisch, praktisch, medisch en psychologisch onderzoek. Deze maatregel is bedoeld om het rijgedrag van de beklaagde grondig te evalueren en te corrigeren.

    Uitkomst:
    Vordering toegewezen

    Kernpunten

    • 1Rijden tijdens een rijverbod ('sturen spijts verval') is een zwaar misdrijf dat leidt tot een nieuwe, verplichte en zwaardere bestraffing.
    • 2De rechtbank kan meerdere verkeersinbreuken die tijdens één rit zijn begaan, beschouwen als voortkomend uit 'eenzelfde misdadig opzet', waardoor slechts één (de zwaarste) straf wordt opgelegd.
    • 3Een werkstraf kan een gevangenisstraf vervangen, maar bij niet-uitvoering wordt de (vaak zware) subsidiaire gevangenisstraf alsnog van kracht.
    • 4Bij zware verkeersmisdrijven en recidive is het herstel van het recht tot sturen vaak afhankelijk van het slagen voor vier herstelexamens (theoretisch, praktisch, medisch en psychologisch).

    Juridische Analyse

    Inleiding: Een Zware Sanctie voor een Hardnekkige Verkeersovertreder

    Dit vonnis van de Politierechtbank Oost-Vlaanderen illustreert de strenge aanpak van bestuurders die niet alleen de verkeersregels negeren, maar ook gerechtelijke beslissingen zoals een rijverbod aan hun laars lappen. De zaak combineert twee veelvoorkomende, maar ernstige verkeersmisdrijven: sturen spijts verval en niet-aangepaste snelheid, beide in een context van recidive. De analyse van de rechter over de samenloop van misdrijven en de keuze voor een gecombineerde straf van werkstraf, rijverbod en herstelexamens biedt belangrijke inzichten in de huidige straftoemeting in het verkeersrecht.

    Analyse van de Tenlasteleggingen en de Juridische Grondslag

    Tenlastelegging A: Sturen Spijts Verval (Art. 48 Wegverkeerswet)

    De zwaarste tenlastelegging was het 'sturen spijts verval', strafbaar gesteld door artikel 48, lid 1, 1° van de Wegverkeerswet (WVW) van 16 maart 1968. Dit misdrijf houdt in dat iemand een motorvoertuig bestuurt terwijl zijn of haar recht tot sturen door een rechterlijke beslissing vervallen is verklaard. Het is een autonoom misdrijf dat de miskenning van het gerechtelijk gezag bestraft en wordt als zeer ernstig beschouwd.

    De wetgever voorziet in strenge straffen. Artikel 48 WVW legt een gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en/of een geldboete van 500 tot 2.000 euro (te vermeerderen met opdeciemen) op. Cruciaal is dat de wet ook een verplicht bijkomend verval van het recht tot sturen van minstens drie maanden voorschrijft, alsook het verplicht slagen voor de vier herstelexamens om het rijbewijs terug te krijgen.

    In deze zaak werd de strafmaat verder beïnvloed door de verzwarende omstandigheid van herhaling, zoals voorzien in artikel 38, §6, lid 1 WVW. Omdat de beklaagde binnen drie jaar na een eerdere veroordeling voor een zwaar verkeersmisdrijf (opgesomd in o.a. art. 29, 30, 33, 34, 35, 37, 37bis, 48 WVW) opnieuw een van deze misdrijven pleegde, worden de strafmaxima verdubbeld. Dit toont aan dat de wetgever hardnekkige overtreders extra zwaar wil bestraffen.

    Tenlastelegging B: Niet-aangepaste Snelheid (Art. 10.1 Wegcode)

    De tweede tenlastelegging betrof een overtreding van artikel 10.1, 1° van het KB van 1 december 1975 (de Wegcode). Dit artikel legt een algemene voorzichtigheidsplicht op: elke bestuurder moet zijn snelheid regelen naargelang de omstandigheden. Het is een zogenaamd 'kapstokartikel' dat vaak wordt ingeroepen wanneer een bestuurder, zelfs zonder de expliciete snelheidslimiet te overschrijden, een gevaar creëert door te snel te rijden voor de gegeven situatie. De bestraffing gebeurt op basis van artikel 29, §1, lid 3 WVW. Ook hier was er sprake van wettelijke herhaling (art. 29, §4, lid 3 WVW), wat de strafmaat eveneens verzwaart.

    Eenzelfde Misdadig Opzet en Samenloop van Misdrijven

    Een sleutelelement in de redenering van de rechtbank is de toepassing van de leer van de eenheid van opzet, gebaseerd op artikel 65 van het Strafwetboek. Dit principe stelt dat wanneer meerdere misdrijven het gevolg zijn van eenzelfde misdadig voornemen, enkel de zwaarste straf wordt toegepast (de absorptieregel). De rechter oordeelde dat het rijden tijdens het rijverbod en de onaangepaste snelheid tijdens diezelfde rit voortkwamen uit één enkele beslissing: die om te gaan rijden. Dit is een gangbare redenering in het verkeersrecht.

    De misdrijven onder de tenlasteleggingen A en B zijn uitgevoerd vanuit eenzelfde misdadig opzet. Daardoor moet de rechtbank voor de tenlasteleggingen samen maar één straf opleggen, namelijk de zwaarste.

    Deze juridische techniek voorkomt een onredelijke opeenstapeling van straffen, maar zorgt er tegelijk voor dat de bestraffing gebaseerd is op het zwaarste feit, in dit geval het sturen spijts verval.

    De Straftoemeting: Een Doordachte Combinatie van Maatregelen

    De Werkstraf als Autonome Hoofdstraf

    De rechtbank opteerde voor een werkstraf van 200 uren als hoofdstraf. Sinds de wet van 17 april 2002 is de werkstraf een autonome straf die, met instemming van de beklaagde, een gevangenisstraf of geldboete kan vervangen. De rechter motiveerde deze keuze door te stellen dat een dienstverlening aan de samenleving de beklaagde kan aanzetten tot normbesef en een opbouwend doel dient. De omvang (200 uren) is aanzienlijk en weerspiegelt de ernst van de feiten. De subsidiaire gevangenisstraf van één jaar fungeert als een krachtig 'stok achter de deur' om de effectieve uitvoering van de werkstraf te garanderen.

    Het Rijverbod en de Vier Herstelexamens: Een Noodzakelijke Veiligheidsklep

    Naast de werkstraf legde de rechter een bijkomend rijverbod van zes maanden op. Dit is meer dan het wettelijke minimum van drie maanden voor sturen spijts verval, wat de afkeuring van de rechtbank benadrukt. De meest ingrijpende maatregel is echter de verplichting om te slagen voor de vier herstelexamens om het recht tot sturen te herkrijgen:

    • Theoretisch examen: Toetst de kennis van de verkeersregels.
    • Praktisch examen: Evalueert de rijvaardigheid in de praktijk.
    • Medisch onderzoek: Gaat na of de bestuurder fysiek en mentaal in staat is om een voertuig te besturen.
    • Psychologisch onderzoek: Onderzoekt de persoonlijkheidskenmerken, attitude en het risicobewustzijn van de bestuurder. Dit onderzoek is vaak de hoogste drempel voor bestuurders met een historiek van zware overtredingen.
    Deze combinatie van examens is bedoeld als een grondige screening om te verzekeren dat de bestuurder niet langer een gevaar op de weg vormt. Het niet slagen voor een of meerdere van deze proeven betekent dat het rijverbod van kracht blijft, ongeacht de verstreken termijn.

    Praktische Implicaties en Aandachtspunten

    • Voor bestuurders: Dit vonnis is een duidelijke waarschuwing. Een rijverbod is absoluut. Elke verplaatsing met een motorvoertuig waarop het verbod van toepassing is, leidt tot een nieuwe, zware strafrechtelijke veroordeling. De gevolgen zijn niet te overzien: een strafblad, een aanzienlijke werkstraf of zelfs gevangenisstraf, en een nieuw, langdurig rijverbod met zware voorwaarden.
    • Strategie van de verdediging: De instemming met een werkstraf was hier een strategische keuze om een effectieve gevangenisstraf te vermijden, wat gezien de recidive een reëel risico was. Dit toont het belang aan van een proactieve houding tijdens de zitting.
    • Impact van herstelexamens: De verplichting om vier herstelexamens af te leggen is een zeer zware sanctie. De kosten voor deze onderzoeken lopen snel op en de slaagkans, met name voor het psychologisch onderzoek, is niet gegarandeerd. Bestuurders moeten zich bewust zijn van deze langetermijngevolgen.
    • Belang van het strafregister: De zaak onderstreept het immense gewicht van eerdere veroordelingen. De toepassing van de regels rond wettelijke herhaling en verzwaring leidt tot een exponentiële verhoging van de strafmaat. Het vermijden van een eerste zware veroordeling is dan ook van kapitaal belang.

    Toegepaste Wetsartikelen

    Art. 48

    Wegverkeerswet (16/03/1968)

    Sturen spijts verval van het recht tot sturen

    Art. 38 §6

    Wegverkeerswet (16/03/1968)

    Verzwaring bij herhaling voor bepaalde verkeersmisdrijven

    Art. 29

    Wegverkeerswet (16/03/1968)

    Strafbepalingen verkeersinbreuken

    Art. 10.1

    KB 01/12/1975 (Wegcode)

    Regelen van de snelheid

    Art. 65

    Strafwetboek

    Meerdaadse samenloop van misdrijven

    Art. 15

    Wet van 17/04/2002

    Werkstraf als autonome straf

    Vergelijkbare situatie?

    Neem vrijblijvend contact op voor persoonlijk advies van onze advocaten.