Geen bescherming voor 'Bomboclat': Ondernemingsrechtbank wijst stakingsvordering af wegens gebrek aan exclusief recht en te vage eis
Samenvatting van de Zaak
Situatie
Dit vonnis van de Ondernemingsrechtbank van Luik behandelt een vordering tot staking ingesteld door SC [BEDRIJF A] tegen ASBL [BEDRIJF B] en haar vertegenwoordiger, de heer [PERSOON A]. De kern van het geschil is het gebruik van gelijkaardige namen voor muziekevenementen.
Geschil
De eiseres, [BEDRIJF A], organiseert sinds 2018 een jaarlijks, grootschalig muziekfestival genaamd 'BOMBOCLAT Festival' op het strand van [GEMEENTE X]. Dit festival richt zich op reggae en afro-Caraïbische muziek en trekt duizenden bezoekers. De verweerders, [BEDRIJF B] en de heer [PERSOON A], organiseren op regelmatige basis kleinschalige dansavonden onder de naam 'BUMBOCLAAT Party'. Deze avonden vinden plaats doorheen het hele land, trekken een honderdtal personen en hebben een aanzienlijk lagere toegangsprijs. [BEDRIJF A] vorderde dat de verweerders onmiddellijk zouden stoppen met het gebruik van de naam 'BUMBOCLAAT' voor hun evenementen. De eiseres argumenteerde dat dit gebruik een met de eerlijke marktpraktijken strijdige daad vormt, zoals bepaald in artikel VI.104 van het Wetboek van Economisch Recht (WER), omdat het verwarring zou zaaien en haar professionele belangen zou schaden. Ze eiste een verbod op alle huidige en toekomstige publiciteit en gebruik van de naam, op straffe van een dwangsom. De verweerders voerden aan dat de rechtbank onbevoegd was omdat het geschil contractueel van aard zou zijn, dat de evenementen significant van elkaar verschillen en, cruciaal, dat de eiseres geen enkel exclusief recht bezit op de naam 'BOMBOCLAT'.
Beslissing
De rechtbank wees de vordering van [BEDRIJF A] volledig af als ongegrond. De rechter stelde vast dat de eiseres in haar eigen conclusies een gerechtelijke bekentenis had afgelegd door expliciet te stellen dat ze geen recht claimt op het gebruik van de naam 'BOMBOCLAT', omdat het een algemeen bekende term is in de reggaecultuur. De rechtbank oordeelde dat men geen bescherming kan inroepen voor een handelsnaam waarvan men zelf erkent er geen exclusief recht op te hebben. Bovendien hekelde de rechter de vaagheid en de buitensporige algemeenheid van de gevorderde stakingsmaatregelen. Een vordering tot staking moet een specifieke, bewezen onrechtmatige daad viseren en niet, zoals hier, een algemeen verbod op het gebruik van een naam voor eender welk muziekevenement. De vordering voldeed dus niet aan de vereisten van precisie die de wet en de rechtspraak opleggen. Bijgevolg werd [BEDRIJF A] veroordeeld tot de gerechtskosten.
Relevante Juridische Tools
Bereken zelf uw situatie met onze gratis tools:
Kernpunten
- 1Een vordering tot staking vereist een specifiek en precies geformuleerd verbod; een te algemene of vage eis wordt als ongegrond afgewezen.
- 2Het erkennen dat men geen exclusief recht heeft op een handelsnaam (gerechtelijke bekentenis) is fataal voor een vordering gebaseerd op die naam.
- 3Een beschrijvende of generieke term uit een subcultuur geniet in principe geen bescherming als handelsnaam zonder bewijs van inburgering.
- 4Een stakingsvordering kan enkel slagen als ze gebaseerd is op een concrete, bewezen en welomschreven met de eerlijke marktpraktijken strijdige daad.
- 5Het registreren van een domeinnaam verleent op zich geen intellectueel eigendomsrecht op de naam en is onvoldoende om verwarring met een handelsnaam aan te vechten.
Juridische Analyse
Inleiding: Een vordering tot staking op wankele grondslag
Dit vonnis van de Ondernemingsrechtbank te Luik biedt een verhelderende casus over de voorwaarden voor een succesvolle vordering tot staking op basis van artikel VI.104 van het Wetboek van Economisch Recht (WER), specifiek in de context van handelsnamen. De eiseres poogde het gebruik van een fonetisch gelijkaardige naam door een concurrent te verbieden, maar zag haar vordering stranden op twee fundamentele pijlers: het gebrek aan een beschermd recht en de procedurele vereisten voor een stakingsvordering.
Analyse van de juridische argumenten
De bevoegdheid van de stakingsrechter en de samenloop van aansprakelijkheid
De verweerders wierpen vooreerst op dat de stakingsrechter onbevoegd zou zijn omdat het geschil contractueel van aard was, verwijzend naar eerdere, punctuele toestemmingen voor het gebruik van de naam. De rechtbank veegde dit argument terecht van tafel. De rechter herhaalde het gevestigde principe dat de stakingsrechter wel degelijk kan optreden wanneer een contractuele fout tevens een buitencontractuele fout uitmaakt, zoals een met de eerlijke marktpraktijken strijdige daad. De vordering was expliciet gebaseerd op artikel VI.104 WER, een grondslag van buitencontractuele aard. Zoals de rechtbank zelf citeert uit de rechtsleer (J. LIGOT et al., Les pratiques loyales), is de tussenkomst van de stakingsrechter mogelijk "indien de contractuele fout niet enkel een contractuele wanprestatie uitmaakt, maar ook een schending van de algemene zorgvuldigheidsplicht". De grondslag van de vordering was dus wel degelijk de vermeende schending van de eerlijke marktpraktijken, waardoor de bevoegdheid van de stakingsrechter vaststond.
De cruciale rol van de gerechtelijke bekentenis (aveu judiciaire)
Het meest opmerkelijke en doorslaggevende element in dit vonnis is de analyse van de gerechtelijke bekentenis van de eiseres. In haar eigen conclusies stelde [BEDRIJF A]:
"la SC [BEDRIJF A] ne revendique aucun droit sur l'utilisation du nom BOMBOCLAT, qui est un terme issu de la musique reggae."
De rechtbank kwalificeert dit terecht als een gerechtelijke bekentenis (aveu judiciaire) in de zin van artikel 1356 van het (oud) Burgerlijk Wetboek. Een dergelijke bekentenis levert vol bewijs op tegen diegene die ze heeft afgelegd. Door te erkennen dat 'Bomboclat' een generieke term is uit de reggaecultuur waarop zij geen exclusief recht kan laten gelden, ondermijnde de eiseres de volledige grondslag van haar vordering. De bescherming van een handelsnaam is immers afhankelijk van het onderscheidend vermogen ervan en het feit dat de naam de onderneming individualiseert. Een louter beschrijvende of, zoals hier, generieke term uit een bepaalde subcultuur, kan in principe geen bescherming genieten, tenzij deze door intensief gebruik 'ingeburgerd' is geraakt en het publiek de naam associeert met één specifieke onderneming. De eiseres beweerde dit niet, maar ontkende zelfs haar eigen recht. De rechtbank concludeerde dan ook logischerwijze dat men geen staking kan vorderen van het gebruik van een verwarringwekkende naam, als men zelf geen beschermenswaardig recht heeft op de oorspronkelijke naam.
De vereisten voor een vordering tot staking (Art. VI.104 en XVII.1/4 WER)
Zelfs indien de eiseres wel een beschermd recht had gehad, zou haar vordering waarschijnlijk zijn afgewezen op basis van de tweede redenering van de rechtbank. De rechter analyseert de vordering in het licht van de procedurele vereisten voor een stakingsprocedure, zoals vastgelegd in Boek XVII van het WER.
- Artikel VI.104 WER: Dit artikel bevat de algemene norm die elke met de eerlijke marktpraktijken strijdige daad verbiedt waardoor de beroepsbelangen van een of meer andere ondernemingen worden geschaad of kunnen worden geschaad. Het creëren van verwarring door het gebruik van een gelijkaardige handelsnaam kan hieronder vallen.
- Artikel XVII.1/4 WER: Dit artikel bepaalt dat de voorzitter van de ondernemingsrechtbank "het bestaan van de [...] met de eerlijke marktpraktijken strijdige daad vaststelt en de staking ervan beveelt".
De rechtbank benadrukt, met uitvoerige verwijzing naar de rechtsleer, dat hieruit volgt dat de eiser de rechter moet vragen om een specifieke, concrete en bewezen inbreuk vast te stellen. De daaropvolgende stakingsmaatregel moet eveneens precies en welomschreven zijn. De vordering van [BEDRIJF A] voldeed hier totaal niet aan. Zij vroeg een algemeen en absoluut verbod op het gebruik van de naam 'BUMBOCLAAT' voor "tout événement musical", zonder enige beperking in tijd, plaats of context. De rechtbank stelt terecht dat een dergelijke eis te vaag en te breed is. Het is niet aan de rechter om zelf te bepalen welke specifieke handelingen van de verweerder onrechtmatig zouden zijn. De eiser moet dit duidelijk afbakenen in zijn vordering. Een te algemeen geformuleerd stakingsbevel zou bovendien niet uitvoerbaar zijn, omdat onduidelijk is welke toekomstige handeling als een schending van het bevel zou moeten worden beschouwd.
Praktische implicaties en aanbevelingen
Dit vonnis bevat belangrijke lessen voor ondernemers en hun raadslieden.
Tips voor ondernemers die hun naam willen beschermen:
- Kies een onderscheidende naam: Vermijd generieke of louter beschrijvende termen. Een originele, fantasievolle naam geniet de sterkste bescherming.
- Overweeg merkregistratie: Een handelsnaam ontstaat door het eerste publieke en voortdurende gebruik, maar deze bescherming is vaak lokaal en afhankelijk van de bekendheid. Een registratie als merk (Benelux of EU) verleent een veel sterker, quasi-absoluut recht en een duidelijker bewijs van uw rechten. De eiseres had enkel domeinnamen geregistreerd, wat op zich geen intellectueel eigendomsrecht op de naam creëert.
- Ken de sterkte van uw positie: Voordat u een procedure start, analyseer objectief of u wel een beschermd recht heeft. Een gerechtelijke procedure starten vanuit een zwakke positie kan, zoals hier, leiden tot een afwijzing en een veroordeling in de kosten.
Aandachtspunten bij het opstellen van een vordering tot staking:
- Wees specifiek: Beschrijf in uw dagvaarding en conclusies nauwkeurig welke concrete handelingen van de tegenpartij een inbreuk vormen op artikel VI.104 WER. Gaat het om een specifieke advertentie, het gebruik van de naam in een bepaalde regio, of tijdens een bepaalde periode?
- Formuleer een precies petitum: Uw gevorderde stakingsbevel moet een direct gevolg zijn van de vastgestelde inbreuk. Vraag niet om een algemeen verbod, maar om de staking van de specifieke, onrechtmatige gedraging. Bijvoorbeeld: "het gebruik van de naam X voor de organisatie van Y-festivals in provincie Z te staken". Een te brede eis wordt, zoals dit vonnis aantoont, als ongegrond afgewezen.
- Onderbouw uw vordering: Bewijs niet alleen de handeling van de tegenpartij, maar ook waarom deze handeling strijdig is met de eerlijke marktpraktijken en hoe uw beroepsbelangen (potentieel) worden geschaad (bv. door bewezen verwarring bij het publiek).
Toegepaste Wetsartikelen
Art. VI.104
Wetboek van Economisch Recht
Verbod op met de eerlijke marktpraktijken strijdige daden
Art. XVII.1/4
Wetboek van Economisch Recht
Bevoegdheid stakingsrechter en inhoud van de beslissing
Art. 1356
Burgerlijk Wetboek (oud)
Gerechtelijke bekentenis
Vergelijkbare situatie?
Neem vrijblijvend contact op voor persoonlijk advies van onze advocaten.