Terug naar Rechtspraak
    Verbintenissenrecht
    Andere uitspraak

    Wagen gekocht met btw-nummer: ondernemingsrechtbank bevoegd

    Mr. Peter-Jan De MeulenaereRechtbank van Eerste Aanleg Limburg - Afdeling Hasselt13 januari 2026Gepubliceerd Bijgewerkt 99 weergaven
    Delen:
    Verbintenissenrecht - Wagen gekocht met btw-nummer: ondernemingsrechtbank bevoegd

    Samenvatting van de Zaak

    Deze zaak betreft een geschil over de levering van een voertuig dat niet conform de bestelling zou zijn. De eiseres, een natuurlijke persoon met een ondernemingsnummer, kocht een nieuwe wagen van de verwerende autodealer. Volgens haar ontbraken bij de levering verschillende bestelde opties, zoals 20-inch velgen, een verwarmd stuurwiel en verwarmde zetels. Ze vorderde bij de Rechtbank van Eerste Aanleg primair de levering van een nieuw, conform voertuig, subsidiair de installatie van de ontbrekende opties, en uiterst subsidiair een schadevergoeding voor de minderwaarde en het gederfde genot. De verweerster wierp echter onmiddellijk en voorafgaand aan elke discussie over de grond van de zaak, een exceptie van materiële onbevoegdheid op. Volgens de verweerster was niet de Rechtbank van Eerste Aanleg, maar wel de Ondernemingsrechtbank bevoegd om van het geschil kennis te nemen. De redenering hierachter was dat de eiseres, hoewel een natuurlijke persoon, handelde in haar hoedanigheid van 'onderneming' in de zin van het Wetboek van Economisch Recht (WER). De rechtbank volgde de argumentatie van de verweerster. De rechter stelde vast dat de eiseres een ondernemingsnummer heeft, dat haar btw-nummer vermeld stond op de koopovereenkomst, en dat een specifieke clausule in de algemene voorwaarden een vermoeden van beroepsmatig gebruik creëerde. Deze clausule stelde dat indien de rubriek over het gebruik van het voertuig (privé of beroepsmatig) niet was ingevuld, het voertuig geacht werd voor beroepsdoeleinden te zijn gekocht als de koper over een btw-nummer beschikte. Aangezien de eiseres de rubriek niet had ingevuld en haar btw-nummer had opgegeven, was dit vermoeden van toepassing. Op basis van deze feitelijke elementen oordeelde de rechtbank dat de aankoop niet 'kennelijk vreemd' was aan de onderneming van de eiseres. Bijgevolg werd het geschil gekwalificeerd als een geschil tussen twee ondernemingen. Krachtens artikel 573 van het Gerechtelijk Wetboek valt een dergelijk geschil onder de bijzondere bevoegdheid van de Ondernemingsrechtbank. De Rechtbank van Eerste Aanleg verklaarde zich daarom materieel onbevoegd en verwees de zaak door naar de Ondernemingsrechtbank van Antwerpen, afdeling Hasselt, voor verdere behandeling, zonder zich uit te spreken over de grond van de vordering (de niet-conforme levering).

    Uitkomst:
    Andere uitspraak

    Kernpunten

    • 1Een natuurlijke persoon met een ondernemingsnummer wordt snel als 'onderneming' gekwalificeerd als een aankoop niet 'kennelijk vreemd' is aan de beroepsactiviteit.
    • 2In dit vonnis leidde de vermelding van het btw-nummer, samen met een contractbeding voor een niet-ingevulde gebruiksrubriek, tot de vaststelling dat de aankoop niet kennelijk vreemd was aan de onderneming.
    • 3Een contractuele clausule die een vermoeden van beroepsgebruik instelt als een vakje 'privégebruik' niet is aangekruist, kan door de rechter worden meegewogen om de bevoegdheid te bepalen.
    • 4Geschillen tussen ondernemingen vallen onder de bijzondere bevoegdheid van de ondernemingsrechtbank, die de verweerder in limine litis moet opwerpen; anders blijft de rechtbank van eerste aanleg bevoegd op grond van haar volheid van bevoegdheid.
    • 5De rechtbank beslist over haar bevoegdheid op basis van de elementen in de dagvaarding en de contracten, zonder de zaak ten gronde te beoordelen.

    Juridische Analyse

    Inleiding: Een Procedurele Strijd om de Bevoegde Rechter

    Dit vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt is een illustratie van een vaak voorkomende procedurele kwestie: de bepaling van de materieel bevoegde rechtbank. De zaak gaat in de kern over een beweerd niet-conforme levering bij een koop-verkoop, maar de rechtbank spreekt zich hierover niet uit. De volledige analyse van de rechter is gewijd aan de vraag of de zaak thuishoort bij de burgerlijke rechtbank dan wel bij de ondernemingsrechtbank. De uitkomst van deze vraag heeft belangrijke gevolgen voor de procespartijen, met name voor de koper, wiens hoedanigheid als consument in vraag wordt gesteld.

    De Kwalificatie als 'Onderneming': Een Ruim Begrip met Verstrekkende Gevolgen

    Het Toepassingsgebied van de Ondernemingsrechtbank

    De materiële bevoegdheid van de rechtbanken wordt strikt door de wet geregeld. De Rechtbank van Eerste Aanleg heeft een volheid van bevoegdheid, behalve voor geschillen die door de wet aan een andere rechtbank zijn toegewezen (art. 568, lid 1 Ger.W.). De Ondernemingsrechtbank heeft een bijzondere bevoegdheid voor geschillen tussen 'ondernemingen', die een verweerder kan inroepen. Artikel 573, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek (Ger.W.) stelt dat de ondernemingsrechtbank kennisneemt van geschillen tussen ondernemingen, zoals gedefinieerd in het Wetboek van Economisch Recht (WER).

    De Definitie van 'Onderneming'

    De sleutel tot de beslissing van de rechtbank ligt in de definitie van het begrip 'onderneming'. Sinds de wetswijziging van 2018 is dit begrip zeer ruim. Volgens artikel I.1, 1°, (a) WER is een onderneming "iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent". Dit omvat niet alleen klassieke handelaars, maar ook vrije beroepers, bestuurders, consultants en freelancers. Een natuurlijk persoon kan dus tegelijkertijd consument (voor privéhandelingen) en onderneming (voor beroepsmatige handelingen) zijn.

    De rechtbank moet in concreto nagaan of de betwiste handeling (in dit geval de aankoop van de wagen) betrekking heeft op de beroepsactiviteit van de natuurlijke persoon. De wet stelt dat de Ondernemingsrechtbank bevoegd is voor handelingen die "niet kennelijk vreemd" zijn aan de onderneming. Dit is een lage drempel: wanneer een handeling niet 'kennelijk vreemd' is aan de onderneming, is de Ondernemingsrechtbank bevoegd.

    Analyse van de Rechterlijke Redenering

    De rechter baseert zijn oordeel op een cluster van feitelijke aanwijzingen (faisceau d'indices) om te bepalen of de eiseres als onderneming handelde:

    • Formele vermeldingen: Zowel in de dagvaarding als op de koopovereenkomst werd het ondernemingsnummer of btw-nummer van de eiseres vermeld. Hoewel dit op zich niet doorslaggevend is, vormt het een aanwijzing van een professionele context.
    • Contractuele clausule: Een belangrijk element in de redenering van de rechtbank is de clausule in de algemene voorwaarden. Deze creëerde een contractueel vermoeden van beroepsmatig gebruik. De rechtbank citeert de clausule expliciet:
    "De koper verklaart dat hij het gekochte goed aanschaft en zal gebruiken: ...........uitsluitend voor privé gebruik ............ geheel of gedeeltelijk voor beroepsgebruik Indien deze rubriek niet is ingevuld, wordt het voertuig geacht te zijn gekocht voor beroepsdoeleinden voor zover de koper een rechtspersoon is of over een BTW-identificatienummer beschikt."

    De rechtbank leidt uit het feit dat de eiseres deze rubriek niet invulde terwijl haar btw-nummer op de overeenkomst stond, een vermoeden van beroepsgebruik af.

    De rechtbank concludeert op basis van deze elementen dat de aankoop niet "kennelijk vreemd" was aan de onderneming van de eiseres. De vordering valt dus binnen de bevoegdheid van de Ondernemingsrechtbank. Aangezien de eiseres niet verzocht om de zaak naar de arrondissementsrechtbank te verwijzen, diende de rechtbank zelf uitspraak te doen over haar bevoegdheid, conform artikel 639, derde lid Ger.W. De verzending van de zaak naar de bevoegde ondernemingsrechtbank is het gevolg van deze onbevoegdheidsverklaring.

    Praktische Implicaties en Aandachtspunten

    Voor Natuurlijke Personen met een Ondernemingsnummer

    • Wees uiterst waakzaam bij contracten: Dit vonnis benadrukt het cruciale belang van het zorgvuldig nalezen van contracten en algemene voorwaarden. Als een aankoop puur voor privégebruik is, moet dit expliciet worden aangeduid. Laat relevante vakjes niet open.
    • Denk na over het gebruik van uw btw-nummer: Het vermelden van een btw-nummer op een factuur of bestelbon om fiscale redenen (bv. btw-recuperatie) heeft juridische gevolgen. Het kan, zoals hier in combinatie met een contractbeding, als aanwijzing van professioneel gebruik worden meegewogen en kan leiden tot discussies over de toepasselijkheid van het consumentenrecht.
    • Gevolgen van de kwalificatie: De bevoegdheid van de ondernemingsrechtbank betekent niet automatisch dat het consumentenrecht niet van toepassing is. De bevoegde rechter zal de hoedanigheid van de partijen ten gronde moeten beoordelen om het toepasselijke materiële recht, inclusief de bewijsregels, te bepalen.

    Voor Verkopers

    • Formuleer duidelijke clausules: De verkoper had in deze zaak een sterke positie dankzij de clausule in de algemene voorwaarden. Het is een best practice om dergelijke clausules op te nemen om discussies over de hoedanigheid van de koper te vermijden. Let wel: tegenover een koper die consument is, kan zo'n beding aan de regels over onrechtmatige bedingen worden getoetst (art. VI.82 e.v. WER). Het vonnis heeft de geldigheid van de clausule niet onderzocht.
    • Strategische procesvoering: Het opwerpen van de bevoegdheidsexceptie in limine litis (voor elk ander verweer) is een correcte en potentieel strategische zet. Het kan een zaak verplaatsen naar een forum dat meer vertrouwd is met commerciële gebruiken.

    Concluderend toont dit vonnis aan dat de grens tussen consument en ondernemer flinterdun kan zijn voor natuurlijke personen met een zelfstandige activiteit. De contractuele bepalingen en de feitelijke omstandigheden van de transactie zijn doorslaggevend voor de bepaling van de bevoegde rechter. Of de koper als consument handelde en welk materieel recht geldt, beoordeelt de bevoegde rechter ten gronde.

    Toegepaste Wetsartikelen

    Art. I.1, 1°, (a)

    Wetboek van Economisch Recht

    Definitie van het begrip 'onderneming' voor een natuurlijke persoon.

    Art. 568, lid 1

    Gerechtelijk Wetboek

    Voorwaardelijke volheid van bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg.

    Art. 573, eerste lid

    Gerechtelijk Wetboek

    Algemene bevoegdheid van de ondernemingsrechtbank voor geschillen tussen ondernemingen.

    Art. 639

    Gerechtelijk Wetboek

    Procedure bij betwisting van de bevoegdheid.

    Meer over Burgerlijk Recht

    Ontdek al onze diensten, juridische tools en artikelen over burgerlijk recht.

    Bekijk expertisepagina Burgerlijk Recht

    Veelgestelde vragen over deze zaak

    Meer over Verbintenissenrecht

    Vergelijkbare situatie? Spreek een advocaat

    Kies een eerste consultatie op kantoor (€ 90,75 incl. 21 % btw) of via videocall (€ 60,50 incl. btw).

    Liever eerst bellen? 050 67 32 06

    Kantoor € 75Video € 50

    Prijzen excl. btw

    Meer info: cookie beleid · privacy