Terug naar Rechtspraak
    Familierecht
    Vordering afgewezen

    Studievertraging en Studentenjob: Hof van Beroep Bevestigt Onderhoudsplicht voor Meerderjarig Kind

    Mr. Peter-Jan De MeulenaereHof van Beroep Antwerpen4 juni 2025319 weergaven
    Delen:
    onderhoudsbijdragefamilierechtmeerderjarig kindstudievertragingbuitengewone kostenstudentenjobdraagkrachtberekening

    Samenvatting van de Zaak

    Situatie

    Deze zaak betreft een geschil over onderhoudsbijdragen voor twee meerderjarige kinderen, volgend op de beëindiging van de feitelijke relatie tussen de ouders. De vader (appellant) tekende hoger beroep aan tegen een vonnis van de familierechtbank dat hem veroordeelde tot een maandelijkse onderhoudsbijdrage van €200 per kind voor zijn twee dochters, [VOORNAAM 1] en [VOORNAAM 3], en tot de helft van de buitengewone kosten.

    Geschil

    Het standpunt van de vader was dat hij niet langer onderhoudsplichtig zou moeten zijn voor zijn oudste dochter, [VOORNAAM 1], vanwege haar studieverloop, met name een onderbreking van haar studies. Subsidiair vroeg hij een aanzienlijke verlaging van de bijdrage en stelde hij voorwaarden aan de toekomstige betalingen, gekoppeld aan haar studieresultaten. Voor de andere dochter, [VOORNAAM 3], vroeg hij een verlaging van de bijdrage tot €91. De moeder (geïntimeerde) verdedigde het vonnis van de eerste rechter. Daarnaast stelde zij een incidenteel hoger beroep in, waarin ze vorderde om de onderhoudsbijdrage om te zetten in een "all-in" bedrag van €230 per kind, om zo discussies over buitengewone kosten te vermijden.

    Beslissing

    Het Hof van Beroep te Antwerpen heeft zowel het hoger beroep van de vader als het incidenteel hoger beroep van de moeder ongegrond verklaard en het bestreden vonnis volledig bevestigd. Het Hof oordeelde dat de onderhoudsplicht van de vader voor [VOORNAAM 1] blijft voortduren. De studieonderbreking van één jaar werd als gerechtvaardigd beschouwd, gezien de zware medische toestand van de moeder in die periode en het feit dat de dochter haar studies succesvol heeft hervat. Het Hof benadrukte dat inkomsten uit een studentenjob van het kind niet in mindering worden gebracht op de onderhoudsplicht. Na een gedetailleerde herberekening van de financiële draagkracht van beide ouders, concludeerde het Hof dat de opgelegde bijdrage van €200 per kind per maand niet overdreven was. De vordering van de moeder voor een all-in bijdrage werd afgewezen omdat zij niet kon aantonen dat de wettelijke regeling voor buitengewone kosten onwerkbaar was. De juridische grondslag voor de beslissing is de ouderlijke onderhoudsplicht zoals bepaald in artikel 203 van het Burgerlijk Wetboek.

    Uitkomst:
    Vordering afgewezen

    Kernpunten

    • 1Een gerechtvaardigde studievertraging van een meerderjarig kind, bijvoorbeeld door familiale omstandigheden, beëindigt de onderhoudsplicht van de ouders niet.
    • 2Inkomsten die een kind verwerft via een studentenjob worden doorgaans beschouwd als een 'extraatje' en leiden niet tot een vermindering van de onderhoudsbijdrage.
    • 3Een verzoek om een 'all-in' onderhoudsbijdrage wordt enkel toegewezen als de verzoekende partij kan bewijzen dat de wettelijke regeling voor buitengewone kosten onwerkbaar is.
    • 4Bij de berekening van de draagkracht houden rechtbanken rekening met een globaal beeld van de inkomsten, inclusief toekomstige voordelen, en trekken ze forfaitaire bedragen af voor vaste lasten en kinderen in een nieuw gezin.
    • 5Het Hof van Beroep voert een eigen, volledige berekening uit om de redelijkheid van de in eerste aanleg vastgestelde onderhoudsbijdrage te toetsen.

    Juridische Analyse

    De Ouderlijke Onderhoudsplicht voor Meerderjarige Kinderen

    De kern van dit arrest draait om de reikwijdte en de duur van de ouderlijke onderhoudsplicht voor meerderjarige kinderen die nog studeren. De wettelijke basis hiervoor is artikel 203, §1 van het Burgerlijk Wetboek, dat stelt: "De ouders zorgen, naar evenredigheid van hun middelen, voor de huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding, de opleiding en de ontplooiing van hun kinderen. Indien de opleiding niet voltooid is, loopt de verplichting door na de meerderjarigheid van het kind."

    Impact van Studievertraging op de Onderhoudsplicht

    De vader argumenteerde dat de onderhoudsplicht voor zijn dochter [VOORNAAM 1] was beëindigd door haar studieverloop, dat hij omschreef als het opnemen van "2,5 à 3 jaar aan sabbatjaren". Het Hof van Beroep weerlegt dit standpunt en volgt de redenering van de eerste rechter. Het Hof stelt vast dat er slechts sprake was van één jaar studiestop, die bovendien gerechtvaardigd was door uitzonderlijke omstandigheden.

    Het hof herneemt de overweging van de eerste rechter, dat de ouderlijke plicht blijft bestaan wanneer de vertraging te wijten is aan bv. ziekte of tragische familiale omstandigheden, zoals in casu onbetwistbaar aanwezig.

    Deze overweging is in lijn met de vaste rechtspraak. De onderhoudsplicht is geen blanco cheque, maar een eenmalige, gerechtvaardigde onderbreking of een mislukt studiejaar betekent niet automatisch het einde van de plicht. De rechtbanken beoordelen de situatie in concreto, waarbij de houding en inzet van het kind een belangrijke rol spelen. In deze zaak had de dochter zich "herpakt" en zette ze haar studies met succes voort in het tweedekansonderwijs, gecombineerd met een nieuwe opleiding. Dit toont haar wil om de opleiding te voltooien, wat voor het Hof doorslaggevend is om de onderhoudsplicht te laten voortduren.

    Inkomsten uit een Studentenjob

    Een ander klassiek discussiepunt dat het Hof beslecht, is de invloed van inkomsten uit een studentenjob. De vader verweet de moeder geen bewijzen van het werk van de dochter voor te leggen. Het Hof oordeelt dit verwijt als niet relevant en stelt duidelijk:

    Indien [VOORNAAM 1] een studentenjob doet, wordt dit niet in rekening gebracht. Gewone inkomsten als jobstudent zijn een extraatje voor het kind. Dit kan niet zomaar in mindering worden gebracht in de onderhoudsplicht.

    Deze visie is dominant in de rechtspraak. Het aanrekenen van deze inkomsten zou kinderen van gescheiden ouders demotiveren om te werken en hen benadelen ten opzichte van kinderen in intacte gezinnen, waar zulke inkomsten doorgaans ook als een extraatje voor het kind worden beschouwd. Het doel van de onderhoudsbijdrage is te voorzien in de basisbehoeften (opleiding, levensonderhoud), niet om het kind elke mogelijkheid tot extra comfort te ontzeggen.

    Berekening van de Onderhoudsbijdrage: Methodologie van het Hof

    Het arrest biedt een transparante inkijk in de methode die het Hof hanteert om de hoogte van de onderhoudsbijdrage te bepalen. Dit gebeurt in verschillende stappen:

    1. Vaststelling van de Middelen van de Ouders

    • Vader: Het Hof raamt zijn inkomen op €2.500 per maand. Hierbij wordt rekening gehouden met wisselende loonfiches, maar ook met toekomstig vakantiegeld en andere voordelen. Dit toont aan dat de rechter niet louter naar het netto-inkomen op een loonfiche kijkt, maar een globaal beeld van de verdiencapaciteit vormt.
    • Moeder: Haar inkomen wordt geraamd op €1.558,52 per maand, bestaande uit een invaliditeitsuitkering en de helft van een belastingteruggave (aangezien ze gehuwd is).

    2. Bepaling van de Besteedbare Middelen

    Van deze inkomsten worden de "niet samendrukbare kosten" afgetrokken. Dit zijn de minimale vaste lasten die elke ouder heeft. Het Hof houdt rekening met:

    • Woonkosten: Voor de vader een huur van €650, voor de moeder een gelijkaardig bedrag bij gebrek aan bewijs.
    • Vaste kosten: Een forfait van €100 per ouder (na deling) voor verzekeringen en nutsvoorzieningen.
    • Kinderen ten laste in het nieuwe gezin: Een forfait van €275 per kind ten laste in de nieuwe gezinnen van zowel vader als moeder.

    Na aftrek van deze kosten komt het Hof tot besteedbare middelen van €1.800 voor de vader en €934,40 voor de moeder. Dit resulteert in een draagkrachtverhouding van 66% voor de vader en 34% voor de moeder.

    3. De Uiteindelijke Berekening

    De kosten voor de twee kinderen worden, in navolging van de eerste rechter, begroot op €1.266 per maand. Het Hof past vervolgens een formule toe om de bijdrage van de vader te bepalen:

    ((Kinderkost - Groeipakket basis) x Aandeel vader) - Bijdrage in natura vader

    Concreet: ((€1.266 – €518,98) x 66%) - 0% = €493,03. Dit komt neer op een theoretische bijdrage van €246,50 per kind. Het Hof concludeert dan ook dat de door de eerste rechter toegekende €200 per kind "geenszins overdreven" is en bevestigt dit bedrag.

    De Afwijzing van de All-in Onderhoudsbijdrage

    De moeder vroeg in haar incidenteel beroep om een "all-in" onderhoudsbijdrage, waarbij de buitengewone kosten in een vast maandelijks bedrag worden opgenomen. Hoewel dit in de praktijk soms wordt toegestaan om conflicten te vermijden, is het niet de standaardregeling. De wettelijke regeling, uitgewerkt in het Koninklijk Besluit van 22 april 2019, voorziet in een gedetailleerde lijst van buitengewone kosten en een procedure voor overleg en afrekening.

    Het Hof wijst de vordering van de moeder af met een duidelijke motivering:

    Op geen enkele wijze wordt aangetoond door moeder dat zij deze werkwijze naleeft, doch dat deze onwerkbaar is door herhaalde en / of onredelijke betwistingen van de zijde van appellant.

    De bewijslast voor de noodzaak van een all-in regeling ligt bij de partij die erom verzoekt. De moeder had moeten aantonen dat de wettelijke procedure faalde, bijvoorbeeld door e-mails of berichten waaruit onredelijke weigeringen of systematische betwistingen door de vader blijken. Zonder dit bewijs houdt de rechter vast aan het wettelijk voorziene systeem van een basisbijdrage en een afzonderlijke regeling voor buitengewone kosten.

    Praktische Implicaties en Aanbevelingen

    Voor Onderhoudsplichtige Ouders

    • Stop nooit eenzijdig betalingen, zelfs als u meent dat de onderhoudsplicht is vervallen. Een gerechtvaardigde studievertraging (bv. door ziekte, familiale problemen, een foute studiekeuze) leidt doorgaans niet tot het einde van de plicht.
    • Wees transparant over uw financiële situatie. Het niet voorleggen van duidelijke inkomensgegevens kan ertoe leiden dat de rechter een raming maakt die mogelijk hoger uitvalt dan uw werkelijke inkomen.
    • Inkomsten van uw kind uit een studentenjob zijn zelden een succesvol argument om een verlaging van de onderhoudsbijdrage te bekomen.

    Voor Onderhoudsgerechtigde Ouders

    • Documenteer de redenen voor eventuele studievertraging van het kind (bv. medische attesten, bewijs van inschrijving).
    • Indien u een all-in bijdrage wenst, bouw dan een dossier op. Bewaar alle communicatie over buitengewone kosten waaruit blijkt dat overleg onmogelijk is of dat de andere ouder systematisch en onredelijk weigert bij te dragen. Een loutere bewering dat het systeem "onwerkbaar" is, volstaat niet.

    Toegepaste Wetsartikelen

    Art. 203, §1

    Burgerlijk Wetboek

    Ouderlijke onderhoudsplicht voor opleiding van kinderen, ook na meerderjarigheid.

    KB van 22 april 2019

    Koninklijk Besluit

    Uitvoering van artikel 203quater, §3, van het Burgerlijk Wetboek tot vaststelling van de buitengewone kosten.

    Art. 1017, 4de lid

    Gerechtelijk Wetboek

    Verdeling van de gerechtskosten door de rechter wanneer partijen over en weer in het ongelijk worden gesteld.

    Vergelijkbare situatie?

    Neem vrijblijvend contact op voor persoonlijk advies van onze advocaten.