Blijvende saisine: dwangsom voor vader die verblijfsregeling niet naleeft

Samenvatting van de Zaak
Een vader en een moeder hadden in juli 2024 een akkoord over hun kind laten bekrachtigen door de familierechtbank in Brugge. Vanaf 1 januari 2025 zou een week-weekregeling gelden, zonder onderhoudsbijdrage. Die regeling werd amper één week toegepast: de vader liet telkens weten dat hij niet voor het kind kon zorgen.
De vader bracht de zaak op 29 juli 2025 opnieuw voor de familierechtbank via de blijvende saisine van artikel 1253ter/7 van het Gerechtelijk Wetboek, bij conclusie, zonder nieuw verzoekschrift. De moeder stelde tegenvorderingen in: hoofdverblijf bij haar, een weekendregeling voor de vader, een dwangsom en een onderhoudsbijdrage van 250 euro per maand.
In haar vonnis van 26 maart 2026 bekrachtigt de rechtbank het deelakkoord over het verblijf: hoofdverblijf bij de moeder, om de veertien dagen een weekend bij de vader en een vaste vakantieregeling. Ze legt de vader een dwangsom op van 500 euro per keer dat hij het kind niet ophaalt, voor maximaal 24 maanden, en bepaalt de onderhoudsbijdrage op 200 euro per maand vanaf 1 februari 2025. De leeftijdstoeslag, de schoolfacturen als buitengewone kosten en een bijkomend kledijbedrag worden niet toegekend.
Relevante Juridische Tools
Bereken zelf uw situatie met onze gratis tools:
Kernpunten
- 1Bij blijvende saisine blijft een familiezaak ingeschreven op de rol; bij nieuwe elementen kan ze opnieuw voor de rechtbank worden gebracht bij conclusie of schriftelijk verzoek, zonder nieuw verzoekschrift (art. 1253ter/7, § 1 Ger.W.).
- 2De nieuwe elementen moeten op straffe van nietigheid in de conclusie of het schriftelijk verzoek worden aangeduid.
- 3Weigert een ouder de verblijfsregeling uit te voeren, dan kan de zaak via dezelfde procedure terug naar de familierechter, die een dwangsom kan uitspreken (art. 387ter, § 1 oud BW).
- 4De rechtbank legde een dwangsom op van 500 euro per keer dat de vader het kind niet ophaalt, vast te stellen door een gerechtsdeurwaarder, vanaf de betekening en voor maximaal 24 maanden.
- 5De onderhoudsbijdrage werd op 200 euro per maand bepaald, met ingang van 1 februari 2025; een leeftijdstoeslag werd niet toegekend.
- 6Periodieke schoolfacturen, zoals voor middagmalen en studie, zijn gewone kosten, tenzij de ouders ze uitdrukkelijk als buitengewone kosten omschrijven.
Juridische Analyse
Wat is blijvende saisine?
In zaken die de wet als spoedeisend beschouwt, blijft de zaak ingeschreven op de rol van de familierechtbank, ook na een vonnis en ook na een uitspraak in hoger beroep (art. 1253ter/7, § 1 Ger.W.). Dat heet de blijvende saisine. Het gaat onder meer om het ouderlijk gezag, de verblijfsregeling en het persoonlijk contact met een minderjarig kind, en de onderhoudsverplichtingen (art. 1253ter/4, § 2 Ger.W.).
Wie de zaak opnieuw wil laten behandelen, moet dus geen nieuw verzoekschrift of nieuwe dagvaarding opstellen. Artikel 1253ter/7, § 1 Ger.W. bepaalt dat de zaak "in geval van nieuwe elementen" opnieuw voor de rechtbank kan worden gebracht "binnen een termijn van 15 dagen, bij conclusie of bij een schriftelijk verzoek dat wordt neergelegd bij of gericht is aan de griffie". De nieuwe elementen moeten op straffe van nietigheid in die conclusie of dat verzoek worden aangeduid.
Wat zijn nieuwe elementen?
De wet omschrijft ze als volgt:
- in het algemeen: een feit dat niet bekend was bij het eerste verzoek;
- voor een uitkering tot levensonderhoud: nieuwe omstandigheden waarin de partijen of de kinderen verkeren en die hun situatie ingrijpend kunnen wijzigen;
- voor de verblijfsregeling, het persoonlijk contact en het ouderlijk gezag: nieuwe omstandigheden die de toestand van de partijen of van het kind kunnen wijzigen. In dat geval willigt de rechtbank het nieuwe verzoek enkel in als het belang van het kind dat rechtvaardigt.
Wie de mogelijkheid oneigenlijk gebruikt, riskeert een geldboete wegens misbruik van procesrecht (art. 1253ter/7, § 2 Ger.W. juncto art. 780bis Ger.W.).
Blijvende saisine bij het niet naleven van de verblijfsregeling
Weigert een ouder een rechterlijke beslissing over de verblijfsregeling of het persoonlijk contact uit te voeren, dan kan de zaak volgens dezelfde procedure opnieuw voor de familierechtbank worden gebracht (art. 387ter, § 1 oud BW). De rechter kan dan nieuwe beslissingen nemen over het ouderlijk gezag of de huisvesting van het kind, en een dwangsom uitspreken om te waarborgen dat zijn beslissing wordt nageleefd. Werd de regeling vastgelegd in een overeenkomst bij echtscheiding door onderlinge toestemming (art. 1288 Ger.W.), dan wordt de weigering om ze uit te voeren aanhangig gemaakt bij verzoekschrift op tegenspraak (art. 387ter, § 2 oud BW).
De feiten: een week-weekregeling die amper één week werkte
De ouders, die niet gehuwd waren, gingen in maart 2022 uit elkaar. In juli 2024 bereikten ze een volledig akkoord, dat de rechtbank bij vonnis van 26 juli 2024 bekrachtigde. Vanaf 1 januari 2025 zou een week-weekregeling gelden, doorlopend in de vakanties, zonder onderhoudsbijdrage en met verdeling bij helften van de buitengewone kosten.
Volgens het vonnis werd die regeling slechts één week toegepast. De overige weken liet de vader telkens weten dat het hem niet lukte om voor het kind te zorgen. Volgens de moeder gebeurde het ook dat hij het kind niet afhaalde van de naschoolse opvang, zonder te verwittigen. Vanaf maart 2025 verbleef het kind in de praktijk om de veertien dagen van maandag na school tot woensdag voor school bij de vader.
De vader bracht de zaak op 29 juli 2025 opnieuw voor de rechtbank, bij conclusie, op grond van artikel 1253ter/7 Ger.W. Hij benutte zijn conclusietermijnen niet. Ter zitting van 12 maart 2026 verklaarde hij zich akkoord met de verblijfsregeling die de moeder voorstelde en bood hij een onderhoudsbijdrage van 200 euro per maand aan. De moeder vorderde onder meer een weekendregeling voor de vader, een dwangsom (in haar conclusie als voorbehoud, ter zitting als vordering van 500 euro per keer dat de vader de regeling niet nakomt), een onderhoudsbijdrage van 250 euro per maand met leeftijdstoeslagen, en de helft van de schoolkosten en een bedrag voor kledij.
Het deelakkoord over het verblijf
Op de zitting van 12 maart 2026 bleek dat de ouders een deelakkoord hadden bereikt, dat de rechtbank bekrachtigt omdat het niet strijdig is met het belang van het kind of met de openbare orde:
- de ouders oefenen het ouderlijk gezag gezamenlijk uit;
- het hoofdverblijf van het kind is bij de moeder, waar het ook is ingeschreven;
- het kind verblijft om de veertien dagen een weekend bij de vader, van vrijdag na school tot maandagmorgen op school, en de vader zorgt telkens voor het vervoer;
- de schoolvakanties en feestdagen worden volgens een vaste regeling tussen beide ouders verdeeld;
- het groeipakket en de sociale voordelen komen toe aan de moeder.
De rechtbank benadrukt dat ouders in onderling overleg van de regeling mogen afwijken, maar dat de ene ouder de andere niet voor voldongen feiten mag zetten.
Dwangsom: 500 euro per keer dat de vader het kind niet ophaalt
De moeder vroeg een dwangsom van 500 euro per keer dat de vader de verblijfsregeling niet nakomt. De rechtbank gaat daarop in. Ze verwijst naar de vaststelling dat de vader de omgangsregeling in het verleden onbetwist niet correct naleefde, en dat de week-weekregeling waarvoor hij zelf had geijverd, amper één week werd nagekomen. De dwangsom kan de vader "tot enige responsabilisering brengen" en is een waarborg dat hij de regeling correct zal naleven.
De rechtbank voegt eraan toe dat de dwangsom de vader op zich geen nadeel berokkent:
"Of de dwangsom verbeurd zal worden, hangt immers alleen en volledig van zijn eigen houding af."
De dwangsom bedraagt 500 euro per keer dat de vader weigert of nalaat het kind op te halen bij het begin van zijn verblijfsperiode, als een gerechtsdeurwaarder die weigering vaststelt. Ze loopt vanaf de betekening van het vonnis en geldt voor maximaal 24 maanden.
Het vonnis noemt de wettelijke grondslag van de dwangsom niet uitdrukkelijk. Algemeen kan de rechter een dwangsom opleggen voor het geval dat een hoofdveroordeling niet wordt nageleefd, maar niet bij een veroordeling tot betaling van een geldsom, zoals een onderhoudsbijdrage (art. 1385bis Ger.W.). Een dwangsom kan niet worden verbeurd vóór de betekening van de uitspraak (art. 1385bis Ger.W.) en kan per overtreding worden vastgesteld (art. 1385ter Ger.W.). Specifiek voor de verblijfsregeling laat artikel 387ter, § 1 oud BW de rechter toe een dwangsom uit te spreken om de naleving van zijn beslissing te waarborgen.
De onderhoudsbijdrage: 200 euro per maand
De rechtbank herhaalt de wettelijke principes: ouders dragen naar evenredigheid van hun middelen bij in de kosten van hun kinderen (art. 203, § 1 oud BW), in verhouding tot hun aandeel in de samengevoegde middelen (art. 203bis, § 1 oud BW). De beslissing moet de elementen van artikel 1321 Ger.W. vermelden.
De berekening
- Kindkost: op basis van de IGAK-tabel raamt de rechtbank de kosten van het kind op 730 euro per maand. De tabellen van de Gezinsbond gebruikt ze enkel als indicatie.
- Groeipakket: 221,46 euro, zodat de ouders nog 508,54 euro uit eigen middelen moeten dragen.
- Inkomsten: de rechtbank houdt rekening met het verdienvermogen. Ze bepaalt het netto-inkomen van de moeder op 2.100 euro en dat van de vader op 2.500 euro. Voor de beweerde niet-aangegeven inkomsten van de vader liggen geen stukken voor.
- Verhouding: 62,19 % voor de vader en 37,81 % voor de moeder.
- Bijdrage in natura: door het verblijf om de veertien dagen en de helft van de vakanties bij de vader, 17,19 % voor de vader en 82,81 % voor de moeder.
De formule (730 − 221,46) × 62,19 % − 17,19 % van 730 geeft 190,77 euro (het vonnis vermeldt 190,79 euro). De rechtbank rondt af op 200 euro, het bedrag dat de vader zelf aanbood. De bijdrage geldt vanaf 1 februari 2025, de eerste dag van de huidige verblijfsregeling, onder aftrek van wat de vader sindsdien vrijwillig betaalde. Ze wordt jaarlijks op 1 februari geïndexeerd, voor het eerst op 1 februari 2026.
Een leeftijdstoeslag op scharnierleeftijden kent de rechtbank niet toe: er is geen afdoende reden om de bijdrage jaarlijks meer te verhogen dan met de index.
Buitengewone kosten: schoolfacturen horen bij de gewone kosten
De ouders bleven het eens over de verdeling bij helften van de buitengewone kosten uit het vonnis van 2024 en over de opvangkosten. Over de schoolfacturen en een gevorderd bedrag van 200 euro voor kledij volgt de rechtbank de moeder niet:
- het akkoord van 2024 verwees enkel algemeen naar schoolkosten (schoolgeld, schooluniform, schoolreizen en bijscholing). Dat is geen afspraak om ook de gewone schoolfacturen bij helften te verdelen;
- een uitdrukkelijke schulderkenning van de vader voor een bijkomend bedrag van 200 euro voor kledij ligt niet voor.
De rechtbank wijst erop dat gewone en buitengewone kosten een balans vormen: hoe ruimer ouders de buitengewone kosten omschrijven, hoe minder gewone kosten er overblijven, en dat heeft een weerslag op de maandelijkse onderhoudsbijdrage. De bij helften te verdelen kosten blijven dus beperkt tot de kosten uit het koninklijk besluit van 22 april 2019, de opvangkosten en de winter- en zomerjas en winter-, zomer- en sportschoenen.
Kosten van de procedure
De vader wordt als in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen (art. 1017, eerste lid Ger.W.). De moeder vroeg een rechtsplegingsvergoeding van 1.920 euro. De rechtbank begroot de vordering op de annuïteit van de onderhoudsbijdrage (12 × 200 = 2.400 euro) en kent het basisbedrag toe dat zij voor die schijf vermeldt: 627,91 euro. Door de blijvende saisine bedragen de rolrechten nihil. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Wat betekent dit in de praktijk?
- Een familiezaak heropenen vergt geen nieuw verzoekschrift. Oordeelde de familierechtbank al eerder over de zaak, dan volstaat bij blijvende saisine een conclusie of een schriftelijk verzoek aan de griffie. De nieuwe elementen moeten daarin worden aangeduid, op straffe van nietigheid.
- Wordt de verblijfsregeling niet nageleefd? Dan kan de zaak via dezelfde weg opnieuw voor de familierechter komen (art. 387ter, § 1 oud BW). Hou bij wanneer het kind niet wordt opgehaald of teruggebracht, en bewaar berichten en meldingen.
- Een dwangsom werkt enkel na betekening en kan gekoppeld worden aan een vaststelling door een gerechtsdeurwaarder, zoals hier. Voor de onderhoudsbijdrage zelf kan geen dwangsom worden opgelegd; bij wanbetaling bestaan andere middelen, zoals de ontvangstmachtiging (art. 203ter oud BW) of de hulp van de Dienst voor alimentatievorderingen (DAVO).
- Omschrijf buitengewone kosten nauwkeurig. Wat niet onder het koninklijk besluit van 22 april 2019 valt en niet uitdrukkelijk als buitengewone kost is afgesproken, geldt in de regel als gewone kost die in de maandelijkse bijdrage zit.
- Een onderhoudsbijdrage kan met terugwerkende kracht worden vastgesteld. Hier ging de rechtbank terug tot 1 februari 2025, vóór de heropening van de zaak, zoals de moeder vroeg. Wat de vader sindsdien vrijwillig betaalde, wordt in mindering gebracht.
Toegepaste Wetsartikelen
Art. 1253ter/7
Gerechtelijk Wetboek
Blijvende saisine van de familierechtbank; heropening bij nieuwe elementen bij conclusie of schriftelijk verzoek.
Art. 1253ter/4, § 2
Gerechtelijk Wetboek
Zaken die als spoedeisend worden beschouwd, zoals ouderlijk gezag, verblijfsregeling, persoonlijk contact en onderhoudsverplichtingen.
Art. 780bis
Gerechtelijk Wetboek
Geldboete bij kennelijk vertragende of onrechtmatige rechtspleging, ook bij oneigenlijk gebruik van de blijvende saisine.
Art. 387ter, § 1 en § 2
Oud Burgerlijk Wetboek
Weigering een beslissing over verblijf of persoonlijk contact uit te voeren; nieuwe beslissingen en dwangsom mogelijk. Bij een EOT-overeenkomst: verzoekschrift op tegenspraak.
Art. 1385bis en 1385ter
Gerechtelijk Wetboek
Dwangsom: niet bij een veroordeling tot betaling van een geldsom; niet verbeurd vóór betekening; vast te stellen ineens, per tijdseenheid of per overtreding, eventueel met een maximumbedrag.
Art. 203 en 203bis
Oud Burgerlijk Wetboek
Onderhoudsplicht van ouders naar evenredigheid van hun middelen; gewone en buitengewone kosten.
Art. 1321
Gerechtelijk Wetboek
Verplichte vermeldingen in een beslissing over de onderhoudsbijdrage.
Art. 203ter
Oud Burgerlijk Wetboek
Ontvangstmachtiging bij niet-betaling van de onderhoudsbijdrage.
Art. 1017 en 1022
Gerechtelijk Wetboek
Kosten van het geding en rechtsplegingsvergoeding.
Meer over Familierecht
Ontdek al onze diensten, juridische tools en artikelen over familierecht.
Bekijk expertisepagina FamilierechtVeelgestelde vragen over deze zaak
Meer over Familierecht
Alimentatie PRO Simulator
Bereken in enkele minuten wat u zou betalen of ontvangen bij élke mogelijke verblijfsregeling — week-om-week, weekend, 9/5, 1/3-2/3 — en stuur een onderbouwd voorstel naar uw ex-partner. Klaar voor uw gesprek met bemiddelaar of advocaat.
- Vergelijk wat u betaalt of ontvangt bij elke verblijfsregeling
- Stuur een concreet voorstel naar uw ex-partner — met opvolging (bekeken / akkoord)
- Onderhandelingsdocument voor uw gesprek met bemiddelaar of advocaat
- Juridisch onderbouwd, ook zonder juridische voorkennis te begrijpen
Kindregeling PRO — Ouderschapsovereenkomst
Stel een sluitende ouderschapsovereenkomst op: verblijfsregeling, vakantieregeling en kostenverdeling — klaar voor de familierechtbank.
- Alle afspraken — verblijf, vakantie, school en kosten — in één document
- Onderbouwd via de Methode-Renard voor kostenverdeling
- Advocatencontrole vóór neerlegging
- Vaste prijs en duidelijk stappenplan
Vergelijkbare situatie? Spreek een advocaat
Kies een eerste consultatie op kantoor (€ 90,75 incl. 21 % btw) of via videocall (€ 60,50 incl. btw).
Liever eerst bellen? 050 67 32 06
Gerelateerde Zaken
Alle rechtspraakOnderhoudsgeld berekenen: verdienvermogen telt bij deeltijds werken
Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie familie- en jeugdrechtbank
12 jan 2026
Omgangsrecht beperken wegens alcohol vader: geen overnachtingen meer
Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, sectie familie- en jeugdrechtbank
10 apr 2025
Studievertraging en studentenjob: onderhoudsgeld blijft
Hof van Beroep Antwerpen
4 jun 2025