Drugs achter het stuur als minderjarige: ouders mee aansprakelijk

Samenvatting van de Zaak
In een vonnis van de Politierechtbank Antwerpen werd een jonge bestuurder vervolgd voor het besturen van een voertuig onder invloed van drugs. Volgens de tenlastelegging toonde een speeksel- of bloedanalyse een drug in zijn organisme aan met een gehalte gelijk aan of hoger dan de wettelijke drempel, een inbreuk op artikel 37bis van de Wegverkeerswet. Het Openbaar Ministerie vorderde een veroordeling. De beklaagde, bijgestaan door een advocaat, verzocht de rechtbank om een werkstraf als hoofdstraf. De ouders van de beklaagde werden eveneens in de zaak betrokken als burgerrechtelijk aansprakelijke partijen, aangezien de beklaagde minderjarig was. Eén ouder verscheen ter zitting, de andere liet verstek gaan. De rechtbank achtte de tenlastelegging bewezen en legde een werkstraf van 50 uren op, die als een constructieve en vormende sanctie werd beschouwd. Voor het geval de werkstraf niet wordt uitgevoerd, werd een subsidiaire geldboete van € 1.600 voorzien. Daarnaast werd de beklaagde een verval van het recht tot sturen van één maand opgelegd, samen met de gebruikelijke bijdragen en gerechtskosten. Cruciaal is dat de rechtbank de ouders burgerrechtelijk aansprakelijk verklaarde voor de gerechtskosten en de subsidiaire geldboete. Deze beslissing steunt op artikel 67 van de Wegverkeerswet, dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van ouders voor schade (vroeger art. 1384 oud BW, nu art. 6.12 BW) uitbreidt naar de geldboete.
Relevante Juridische Tools
Bereken zelf uw situatie met onze gratis tools:
Kernpunten
- 1Rijden onder invloed van drugs wordt bestraft op basis van de loutere aanwezigheid van de stof vanaf de wettelijke drempel, ongeacht de concrete invloed op de rijvaardigheid.
- 2Een werkstraf is een autonome hoofdstraf; de rechtbank legde ze hier op verzoek van de beklaagde op, met een opbouwend en vormend doel.
- 3Een verval van het recht tot sturen is facultatief, maar wordt verplicht in specifieke gevallen zoals voor jonge bestuurders (< 2 jaar rijbewijs B) of bij herhaling.
- 4Ouders die burgerrechtelijk aansprakelijk zijn voor hun minderjarig kind, zijn op grond van art. 67 WVW ook aansprakelijk voor de geldboete; in deze zaak gold dat ook voor de vervangende geldboete bij niet-uitvoering van de werkstraf.
Juridische Analyse
Inleiding: Rijden onder invloed van drugs en de juridische gevolgen
Dit vonnis van de Politierechtbank Antwerpen behandelt een klassiek, doch ernstig verkeersmisdrijf: rijden onder invloed van drugs. De zaak is juridisch interessant door de combinatie van de strafrechtelijke sanctionering van de jonge bestuurder en de burgerrechtelijke aansprakelijkheidsstelling van diens ouders. De rechtbank kiest voor een werkstraf als hoofdstraf, wat de pedagogische functie van het strafrecht benadrukt, maar koppelt hier een verval van het recht tot sturen en een aanzienlijke subsidiaire geldboete aan, waarvoor de ouders burgerrechtelijk aansprakelijk worden verklaard.
Analyse van de tenlastelegging en de strafmaat
Het misdrijf: Abstract gevaar en wettelijke drempels
De beklaagde werd veroordeeld op basis van artikel 37bis, §1, 1° van de Wegverkeerswet (Wet van 16 maart 1968). Dit artikel stelt het besturen van een voertuig strafbaar wanneer een speeksel- of bloedanalyse de aanwezigheid van bepaalde drugs (zoals THC, cocaïne, amfetamines, etc.) gelijk aan of hoger dan een vastgelegde grenswaarde aantoont.
Het is belangrijk te benadrukken dat dit een zogenaamd 'abstract gevaarsdelict' is. Het openbaar ministerie hoeft niet te bewijzen dat de bestuurder effectief verminderd rijvaardig was. De loutere vaststelling van de aanwezigheid van de stof vanaf de wettelijke drempel volstaat voor een veroordeling. Hoewel dit vaak wordt omschreven als een 'nultolerantiebeleid', stelt de wet wel degelijk specifieke grenswaarden vast. Volgens artikel 62ter en 63 van de Wegverkeerswet wordt het resultaat pas in aanmerking genomen vanaf bepaalde gehaltes, bijvoorbeeld 10 ng/ml voor THC bij een speekselanalyse en 1 ng/ml bij een bloedanalyse.
De bewijsvoering verloopt via een strikte procedure, vastgelegd in de artikelen 62ter (speekselanalyse) en 63 (bloedanalyse) van dezelfde wet. Een positieve initiële speekseltest leidt tot een analyse die als wettelijk bewijs dient in de rechtbank. De rechtbank verklaarde de tenlastelegging bewezen.
De straf: Een combinatie van pedagogie en repressie
De rechtbank legt een gedifferentieerd strafpakket op, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke omstandigheden:
- De werkstraf als hoofdstraf: Conform het verzoek van de verdediging legt de rechtbank een werkstraf van 50 uur op. Op basis van artikel 37quinquies oud Sw. is de werkstraf een autonome hoofdstraf. De rechter motiveert deze keuze door te verwijzen naar het "opbouwend en vormend doel" en naar de overweging dat de werkstraf de beklaagde moet "aanzetten tot nadenken en een groter normbesef".
- Het verval van het recht tot sturen: De rechtbank legt een verval van het recht tot sturen van één maand op. Voor een overtreding van artikel 37bis, §1 Wegverkeerswet is dit verval facultatief. Artikel 38, §1, 1° van de Wegverkeerswet bepaalt dat de rechter het verval 'kan' uitspreken voor een duur van acht dagen tot vijf jaar. De rechtbank maakte een keuze binnen deze wettelijke vork. Het verval wordt wel verplicht in specifieke gevallen, zoals bij herhaling binnen de drie jaar of voor bestuurders die minder dan twee jaar houder zijn van een rijbewijs B, een aspect dat voor jonge bestuurders zeer relevant is.
- De subsidiaire geldboete: De werkstraf wordt gekoppeld aan een vervangende geldboete van € 1.600. Dit bedrag is berekend op basis van een hoofdsom van € 200, verhoogd met 70 opdeciemen (x8). De toepassing van 70 opdeciemen impliceert dat de feiten plaatsvonden vóór 1 februari 2026, aangezien de opdeciemen worden bepaald door de datum van de feiten, niet de datum van het vonnis. Dit fungeert als een 'stok achter de deur': indien de beklaagde de werkstraf niet (volledig of correct) uitvoert, wordt deze omgezet in een betaalplicht.
De burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de ouders
Wettelijke grondslag: Artikel 67 Wegverkeerswet en de verwijzing naar het Burgerlijk Wetboek
Een centraal element in dit vonnis is de veroordeling van de ouders als burgerrechtelijk aansprakelijke partijen. De dagvaarding steunde deze aansprakelijkheid op artikel 67 van de Wegverkeerswet en artikel 1384 van het (oud) Burgerlijk Wetboek. Dat artikel is sinds 1 januari 2025 opgeheven en vervangen door artikel 6.12 BW. De pleegdatum blijkt niet uit het vonnis, zodat niet vaststaat welke van beide regelingen op de feiten van toepassing was. Artikel 67 WVW bepaalt dat wie burgerrechtelijk aansprakelijk is voor schadevergoeding en kosten, 'insgelijks aansprakelijk' is voor de geldboete.
Onder artikel 6.12 BW verschilt de regeling naargelang de leeftijd van het kind:
- Jonger dan zestien jaar: de aansprakelijkheid is foutloos. De ouders kunnen zich niet bevrijden door aan te tonen dat hen geen fout treft.
- Zestien jaar of ouder: de ouders zijn niet aansprakelijk indien zij aantonen dat de schade niet te wijten is aan een fout van hun kant.
Onder het oude artikel 1384 oud BW werkte de aansprakelijkheid van de ouders met een weerlegbaar vermoeden van fout in het toezicht en in de opvoeding. Het vonnis bevat geen motivering over de leeftijd van de beklaagde of over een eventueel tegenbewijs door de ouders.
Omvang van de aansprakelijkheid: Kosten en subsidiaire boete
De rechtbank verklaart de ouders aansprakelijk voor de kosten en de subsidiaire geldboete. Dit is een cruciale nuance. De ouders zijn niet aansprakelijk voor de uitvoering van de werkstraf zelf, aangezien dit een persoonlijke straf (poena personalis) is. De aansprakelijkheid voor de geldboete is specifiek geregeld in artikel 67 van de Wegverkeerswet.
De veroordeling tot betaling van de subsidiaire boete betekent dat als de minderjarige zijn werkstraf niet uitvoert, de financiële gevolgen daarvan verhaald kunnen worden op de ouders. Dit creëert een sterke incentive voor de ouders om erop toe te zien dat hun kind de opgelegde werkstraf effectief presteert.
Praktische implicaties en tips
- Voor ouders van minderjarige bestuurders: Wees u bewust van uw potentiële financiële aansprakelijkheid voor verkeersinbreuken van uw kinderen. Een familiale verzekering dekt doorgaans geen strafrechtelijke boetes. Het is raadzaam om aanwezig te zijn op de zitting om uw belangen te verdedigen, hoewel het weerleggen van de aansprakelijkheid moeilijk blijft.
- Voor jonge bestuurders: De gevolgen van een verkeersmisdrijf zijn niet louter persoonlijk. Naast een strafblad, rijverbod en werkstraf, kunnen de financiële consequenties ook uw ouders treffen. Dit vonnis illustreert dat de rechtbank een werkstraf als een kans ziet, maar dat het niet-nakomen ervan kan leiden tot een aanzienlijke geldboete.
- Voor juridische professionals: Bij de verdediging van een minderjarige is het nuttig na te gaan of de burgerrechtelijk aansprakelijke ouders regelmatig werden gedagvaard. De strategie kan erin bestaan om primair een werkstraf te bepleiten, wetende dat de subsidiaire geldboete een zware last kan vormen voor het gezin. Het is belangrijk de ouders duidelijk te informeren over de reikwijdte van hun aansprakelijkheid.
Belangrijke wijzigingen sinds 1 september 2026
Hoewel dit vonnis het oude recht toepast (de feiten dateren noodzakelijk van vóór het vonnis van 19 januari 2026), is het nuttig te wijzen op enkele veranderingen in het nieuwe Strafwetboek (van toepassing op feiten vanaf 1 september 2026). De werkstraf is nu geregeld in artikel 45 Sw. en de duur is gekoppeld aan strafniveaus. Let op: artikel 65 Sw. regelt nu het uitstel van de tenuitvoerlegging en niet langer de samenloop. De regels voor samenloop zelf staan nu in artikel 61 en 62 Sw., die een ander systeem van straftoemeting invoeren dan het oude artikel 65 oud Sw. (absorptie door de zwaarste straf).
Toegepaste Wetsartikelen
Art. 37bis §1, 1°
Wegverkeerswet
Rijden onder invloed van drugs
Art. 38, §1, 1°
Wegverkeerswet
Mogelijkheid tot verval van het recht tot sturen
Art. 67
Wegverkeerswet
Burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor boetes en kosten
Art. 37quinquies
Oud Strafwetboek (1867)
Werkstraf als autonome straf. Toepasselijk op feiten van vóór 1 september 2026. Nadien vervangen door art. 45 Sw.
Art. 1384
Oud Burgerlijk Wetboek
Aansprakelijkheid van ouders voor minderjarige kinderen (recht van vóór 1 januari 2025, nu art. 6.12 BW)
Art. 6.12
NBW_Boek_6_Buitencontractuele_aansprakelijkheid
Aansprakelijkheid van ouders voor minderjarigen (sinds 1 januari 2025, vervangt art. 1384 oud BW)
Meer over Verkeersrecht
Ontdek al onze diensten, juridische tools en artikelen over verkeersrecht.
Bekijk expertisepagina VerkeersrechtVeelgestelde vragen over deze zaak
Meer over Verkeersrecht
Vergelijkbare situatie? Spreek een advocaat
Kies een eerste consultatie op kantoor (€ 90,75 incl. 21 % btw) of via videocall (€ 60,50 incl. btw).
Liever eerst bellen? 050 67 32 06
Gerelateerde Zaken
Alle rechtspraakDrugs in het verkeer bij herhaling: verval en 4 examens
Politierechtbank West-Vlaanderen - Afdeling Brugge
6 mei 2026
33 km/u te snel in bebouwde kom: verval enkel in het weekend
Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge
16 mrt 2026
Drugs achter het stuur: politierechter vraagt haaranalyse
Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Veurne
18 mei 2026