Rechtspraak

    Geanonimiseerde vonnissen met juridische analyse. Ontdek relevante rechtspraak uit heel Vlaanderen.
    Google 4.9/5 (175) · Trustlocal 9.7/10 (178)050 67 32 06

    Op deze pagina vindt u een overzicht van geanonimiseerde vonnissen en arresten uit rechtbanken in heel Vlaanderen en Nederlandstalig Brussel. Elke uitspraak is voorzien van een juridische analyse door ervaren advocaten van LawBase, met aandacht voor de kernpunten, het toepasselijke recht en de praktische gevolgen. Gebruik de zoekfunctie en filters, of kies rechtstreeks een thema: rechtspraak over verkeersrecht, familierecht, huurrecht, erfrecht, strafrecht, verbintenissenrecht, handelsrecht of burgerlijk recht.

    Tag:

    22 resultaten gevonden

    Verkeersrecht
    Gedeeltelijke vrijspraak

    Gsm achter het stuur bij herhaling: politierechter weigert verval enkel in het weekend en past op feiten van vóór 1 september 2026 het oude recht toe

    Een bestuurder stond terecht voor de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, voor twee verkeersinbreuken: het gebruiken of vasthouden van een gsm tijdens het rijden, in staat van herhaling, en het niet omwisselen van een Europees rijbewijs voor een Belgisch rijbewijs na twee jaar inschrijving in een Belgische gemeente. Het vonnis dateert van na 1 september 2026, de dag waarop het nieuwe Strafwetboek en de omgezette Wegverkeerswet in werking traden, maar de feiten zijn gepleegd in april 2026. De rechtbank herhaalt daarom uitdrukkelijk de regels over de toepassing van de strafwet in de tijd: geen zwaardere straf dan die van op het moment van de feiten, en bij een wetswijziging de voor de beklaagde meest gunstige bepalingen. Voor het gsm-gebruik acht de rechtbank de feiten en de staat van herhaling bewezen. Ze legt een geldboete op van 60 euro, te verhogen met 90 opdeciemen (totaal 600 euro), vervangbaar door een rijverbod van 30 dagen, en een verval van het recht tot sturen van 30 dagen. De rechtbank weigert dat verval enkel tijdens de weekends en op feestdagen te laten uitvoeren. Voor het niet omgewisselde rijbewijs volgt een vrijspraak.

    Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling BruggeUitspraak: 22 september 2026Gepubliceerd: 25 september 2026Mr. Chanel Ribas Colomar
    10 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Verkeersrecht
    Veroordeling

    Alcoholslot opgelegd bij 0,93 mg/l: geen weekendrijverbod mogelijk

    Een bestuurder reed in januari 2026 met een alcoholconcentratie van 0,93 mg/l uitgeademde alveolaire lucht en vroeg de politierechtbank om een verval dat enkel in het weekend zou worden uitgevoerd. De rechtbank legde een geldboete van 2.000 euro op, een verval van 45 dagen en een beperking van het rijbewijs tot voertuigen met een alcoholslot gedurende 1 jaar. Het weekendrijverbod weigerde zij, omdat art. 38, § 2bis Wegverkeerswet dat uitsluit wanneer een alcoholslot wordt opgelegd.

    Politierechtbank Antwerpen, afdeling AntwerpenUitspraak: 29 juni 2026Gepubliceerd: 16 september 2026Mr. Chanel Ribas Colomar
    7 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Verkeersrecht
    Vordering toegewezen

    Rijbewijs terugkrijgen na medische ongeschiktheid: verval opgeheven

    Een bestuurder werd in december 2023 door de politierechtbank lichamelijk of geestelijk ongeschikt verklaard en vervallen van het recht tot sturen, zolang hij niet bewijst dat hij niet meer ongeschikt is (art. 42 WVW). Iets meer dan twee jaar later vroeg hij met een verzoekschrift aan het openbaar ministerie de herziening van dat verval (art. 44 WVW). De Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, oordeelde op 24 maart 2026 dat uit de voorgelegde stukken bleek dat hij opnieuw geschikt was om te rijden, en hief het verval op.

    Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling KortrijkUitspraak: 24 maart 2026Gepubliceerd: 4 september 2026Mr. Chanel Ribas Colomar
    2 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Verkeersrecht
    Veroordeling

    Alcoholslot niet opgelegd bij 1,07 mg/l: rechter motiveert afwijking

    Een bestuurder werd in mei 2025 betrapt met een ademalcoholconcentratie van 1,07 mg/l en had het voertuig niet goed in de hand. Vanaf 0,78 mg/l moet de politierechter in principe een alcoholslot opleggen, tenzij hij uitdrukkelijk motiveert waarom niet. De Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, zag af van het alcoholslot omdat de bestuurder nooit eerder voor alcohol in het verkeer was veroordeeld en al geruime tijd een definitief rijbewijs had. Zij legde een geldboete van 1.600 euro en een verval van het recht tot sturen van één maand op.

    Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling BruggeUitspraak: 23 april 2026Gepubliceerd: 2 september 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
    3 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Verkeersrecht
    Veroordeling

    Snelheidsovertreding met rijbewijs minder dan 2 jaar: verval en examen

    Een bestuurder die nog geen twee jaar een rijbewijs B had, reed in augustus 2021 met een gecorrigeerde snelheid van 93 km/u waar 50 km/u gold. De politierechtbank moest de straf bepalen en oordelen over de gevolgen van de korte rijervaring. Zij legde een geldboete van 360 euro op, een verval van het recht tot sturen van 22 dagen en maakte het herstel afhankelijk van het slagen in een theoretisch examen, zoals art. 38, § 5 Wegverkeerswet voorschrijft.

    Politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling GentUitspraak: 17 juni 2022Gepubliceerd: 30 augustus 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
    2 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Verkeersrecht
    Veroordeling

    60 km/u te snel buiten de kom: 480 euro en 15 dagen verval

    Een bestuurder stond terecht voor de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, voor een zware snelheidsovertreding. De beklaagde reed met een gecorrigeerde snelheid van 130,66 km/u op een openbare weg waar de maximum toegelaten snelheid 70 km/u bedroeg. Dit betekende een overschrijding van meer dan 60 km/u. De rechtbank achtte de tenlastelegging bewezen en legde een straf op die bestond uit meerdere componenten. De beklaagde werd veroordeeld tot een geldboete van 480 euro. Cruciaal was de bijkomende straf: een verval van het recht tot sturen voor een periode van 15 dagen. Voor een dergelijke zware snelheidsovertreding is de rechter in principe verplicht deze sanctie op te leggen; ziet hij ervan af, dan moet hij die beslissing motiveren (art. 29, § 3 Wegverkeerswet). Daarnaast werden de beklaagde de gerechtskosten en bijdragen aan het Fonds tot hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand opgelegd. De juridische grondslag voor de veroordeling is tweeledig. Enerzijds artikel 11.2, 3° van de Wegcode (KB van 1 december 1975) in de versie voor het Vlaams Gewest, dat buiten de bebouwde kom de snelheid op 70 km/u beperkt. Anderzijds artikel 29, § 3 van de Wegverkeerswet, dat snelheidsovertredingen bestraft met een geldboete van 10 tot 500 euro en een overschrijding met meer dan 40 km/u bovendien met een verval van het recht tot sturen van acht dagen tot vijf jaar. De rechter motiveerde de straf uitgebreid door te wijzen op de algemene gevaren van overdreven snelheid en de noodzaak om de beklaagde tot meer verantwoordelijkheidsbesef aan te sporen.

    Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling BruggeUitspraak: 4 augustus 2026Gepubliceerd: 7 augustus 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
    28 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Verkeersrecht
    Veroordeling

    Weekendverval na 53 km/u te snel buiten de kom

    Dit vonnis van de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, behandelt een zware snelheidsovertreding. De beklaagde werd vervolgd voor het rijden aan een gecorrigeerde snelheid van 123,14 km/u op een plaats waar de maximaal toegelaten snelheid 70 km/u bedroeg, een overschrijding van 53,14 km/u. De feiten vonden plaats op een openbare weg buiten de bebouwde kom. De beklaagde verscheen met zijn advocaat en verdedigde zich. De rechtbank achtte de tenlastelegging bewezen. In haar motivering benadrukte de rechter de algemene gevaren van overdreven snelheid. De straf moest volgens de rechtbank een afkeurend signaal geven en de beklaagde aanzetten tot meer verantwoordelijkheidsbesef. De rechter legde een geldboete op, waarvan een deel met uitstel voor een proefperiode van één jaar. Daarnaast werd een verval van het recht tot sturen van 10 dagen opgelegd. Cruciaal is dat de rechter, rekening houdend met het feit dat de beklaagde "bepaalde verplaatsingen niet kan vermijden", het verval beperkte tot de weekends en feestdagen. De juridische grondslag voor de veroordeling ligt in artikel 29, §3 van de Wegverkeerswet, dat voor dergelijke zware snelheidsovertredingen een verplicht verval van het recht tot sturen oplegt, en artikel 38 van diezelfde wet, dat de modaliteiten ervan regelt.

    Politierechtbank West-Vlaanderen - Afdeling BruggeUitspraak: 7 juli 2026Gepubliceerd: 9 juli 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
    29 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Verkeersrecht
    Veroordeling

    125 km/u waar 70 geldt: geen opschorting, wel weekendverval

    Dit vonnis van de Politierechtbank Limburg, afdeling Maaseik, behandelt een zware snelheidsovertreding. Een bestuurder werd vervolgd voor het rijden met een gecorrigeerde snelheid van 125 km/u waar 70 km/u was toegelaten, een overschrijding van 55 km/u. De verdediging verzocht de rechtbank om de uitspraak van de veroordeling op te schorten, een gunstmaatregel waarbij de schuld wel wordt vastgesteld maar geen straf wordt uitgesproken. De rechtbank oordeelde de feiten bewezen maar wees het verzoek tot opschorting af vanwege de "ernst van de feiten". De rechter beschouwde de aanzienlijke snelheidsoverschrijding als te zwaarwichtig voor een dergelijke maatregel. Bij de straftoemeting hield de rechter rekening met diverse factoren, waaronder de aard van de feiten en maatschappelijke doelstellingen. De beklaagde werd veroordeeld tot een geldboete van 400 euro, waarvan 240 euro met uitstel voor drie jaar. Daarnaast werd een verval van het recht tot sturen van 21 dagen opgelegd, waarvan 7 dagen met uitstel. De rechtbank beperkte het effectieve verval van 14 dagen tot de weekends en feestdagen, omdat de beklaagde "bepaalde verplaatsingen niet kan vermijden".

    Politierechtbank Limburg, afdeling MaaseikUitspraak: 9 juni 2026Gepubliceerd: 10 juni 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
    50 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Verkeersrecht
    Veroordeling

    64 km/u in zone 30 in herhaling: 400 euro en 10 dagen verval

    In dit vonnis van de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, wordt een bestuurder veroordeeld voor een zware snelheidsovertreding. De beklaagde werd in mei 2025 in Brugge betrapt terwijl hij met een gecorrigeerde snelheid van 64 km/u reed binnen een zone 30, waar de maximumsnelheid 30 km/u bedraagt. De vastgestelde snelheid was 70 km/u. Een cruciale factor in deze zaak was de staat van wettelijke herhaling. De beklaagde was namelijk binnen de voorgaande drie jaar al eens veroordeeld door dezelfde rechtbank wegens een overtreding van artikel 29, § 1 of § 3 van de Wegverkeerswet, wat de nieuwe overtreding verzwaart volgens artikel 29 §4, derde lid van de Wegverkeerswet. De verdediging werd gevoerd door een advocaat. De rechtbank achtte de tenlastelegging bewezen. In haar motivering voor de straftoemeting benadrukte de rechter de algemene gevaren van overdreven snelheid, die een belangrijke oorzaak is van ernstige en dodelijke verkeersongevallen. De rechter verwees naar onderzoek volgens hetwelk bij een impactsnelheid van 70 km/u het risico op dodelijk letsel voor een voetganger twee keer zo hoog is als voor een inzittende, en die kans verdubbelt bij een versnelling met 10 km/u tot 80 km/u. De rechtbank hield rekening met de concrete omstandigheden, de aanzienlijke snelheidsoverschrijding (34 km/u te snel) en de wettelijke herhaling. Uiteindelijk veroordeelde de rechtbank de beklaagde tot een geldboete van 400 euro en een verval van het recht tot sturen voor een periode van 10 dagen. Daarnaast werden de beklaagde de verplichte bijdragen aan het Slachtofferfonds (250 euro) en het fonds voor juridische tweedelijnsbijstand (26 euro) opgelegd, alsook de gerechtskosten. De straf is bedoeld om de beklaagde tot meer verantwoordelijkheidsbesef aan te sporen en de maatschappelijke afkeuring van dergelijk gedrag te uiten.

    Politierechtbank West-Vlaanderen - Afdeling BruggeUitspraak: 3 juni 2026Gepubliceerd: 4 juni 2026Mr. Chanel Ribas Colomar
    43 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Verkeersrecht
    Veroordeling

    63 km/u in zone 30: verval, enkel in het weekend

    In een vonnis van de Politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, staat een bestuurder terecht voor een zware snelheidsovertreding. De beklaagde werd vervolgd voor het rijden met een gecorrigeerde snelheid van 63 km/u in een zone 30, afgebakend door de verkeersborden F4a en F4b. De vastgestelde snelheid bedroeg 69 km/u. De feiten werden omschreven als een overtreding van artikel 22quater van de Wegcode en artikel 29, § 3 van de Wegverkeerswet. De beklaagde, bijgestaan door een advocaat, voerde verweer, maar de rechtbank achtte de tenlastelegging bewezen. Bij de bepaling van de strafmaat hield de rechter rekening met diverse factoren, waaronder de concrete aard en ernst van de feiten. De rechtbank overwoog ook de financiële draagkracht en het strafrechtelijk verleden van de beklaagde. De rechter benadrukte dat de straf tot doel heeft maatschappelijke afkeuring te uiten, de rehabilitatie van de dader te bevorderen en de maatschappij te beschermen. Om de beklaagde ertoe te brengen zijn rijgedrag te verbeteren, achtte de rechtbank het aangewezen om naast de hoofdstraf een verval van het recht tot sturen uit te spreken. Zij legde een geldboete van 320 euro en een verval van 10 dagen op. De rechter erkende de zware impact van een dergelijk verval en beschouwde het als een efficiënte straf. Rekening houdend met de noodzaak voor de beklaagde om bepaalde verplaatsingen te kunnen maken, besloot de rechtbank de uitvoering van het verval te beperken tot de weekends en feestdagen. De beklaagde werd tevens veroordeeld tot het betalen van bijdragen aan het Slachtofferfonds en het fonds voor juridische tweedelijnsbijstand, alsook de gerechtskosten.

    Politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling GentUitspraak: 20 mei 2026Gepubliceerd: 22 mei 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
    41 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Verkeersrecht
    Veroordeling

    Drugs in het verkeer bij herhaling: verval en 4 examens

    In dit vonnis van de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, werd een bestuurder vervolgd voor het rijden onder invloed van drugs, specifiek cocaïne. De datum van de feiten is in de gepubliceerde versie van het vonnis weggelaten; de toepassing van 70 opdeciemen op de geldboete wijst op feiten van vóór 1 februari 2026. De overtreding werd vastgesteld na een speeksel- of bloedanalyse die een concentratie van de verboden stof aantoonde die de wettelijk vastgelegde drempel overschreed. De zaak werd complexer door een verzwarende omstandigheid: de beklaagde bevond zich in staat van wettelijke herhaling. Minder dan drie jaar voor de huidige feiten was hij reeds veroordeeld door dezelfde rechtbank voor een zware verkeersovertreding. Het Openbaar Ministerie zette zijn vordering uiteen en de beklaagde werd verdedigd door een advocaat. De rechtbank achtte de tenlastelegging bewezen. In haar motivering benadrukte de rechter de ernstige gevaren van rijden onder invloed van drugs, zoals een verminderd waarnemingsvermogen en vertraagde reactietijd, wat een aanzienlijk risico vormt voor de verkeersveiligheid. Op basis van de bewezen feiten en de staat van herhaling, legde de rechtbank een geldboete op van €1.600 en een verval van het recht tot sturen voor een periode van drie maanden. De rechter paste echter gedeeltelijk uitstel van tenuitvoerlegging toe: €400 van de boete en 1 maand en 15 dagen van het verval zijn met uitstel, wat een effectieve boete van €1.200 en een effectief verval van 1 maand en 15 dagen betekent. Voor het geval de boete niet betaald wordt, is een vervangend rijverbod van 60 dagen voorzien. Cruciaal is dat de rechtbank, conform de wetgeving inzake herhaling, het herstel van het recht tot sturen verplicht afhankelijk maakte van het slagen voor zowel een theoretisch en praktisch rijexamen als een medisch en psychologisch onderzoek. De beklaagde werd tevens veroordeeld tot de gerechtskosten en bijdragen aan het Slachtofferfonds en het fonds voor juridische tweedelijnsbijstand.

    Politierechtbank West-Vlaanderen - Afdeling BruggeUitspraak: 6 mei 2026Gepubliceerd: 18 mei 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
    69 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Verkeersrecht
    Veroordeling

    12 km/u te snel buiten de bebouwde kom: boete politierechter

    Dit vonnis van de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, behandelt een veelvoorkomende verkeersinbreuk: een snelheidsovertreding. De beklaagde werd vervolgd door het Openbaar Ministerie voor het rijden met een gecorrigeerde snelheid van 82 km/u op een plaats waar de maximaal toegelaten snelheid, aangeduid door een verkeersbord C43, 70 km/u bedroeg. De feiten vonden plaats buiten de bebouwde kom. De vastgestelde snelheid was 88 km/u, die na toepassing van de tolerantiemarge werd herleid tot 82 km/u. Het Openbaar Ministerie zette zijn vordering uiteen. De beklaagde werd vertegenwoordigd door een advocaat; welke argumenten de verdediging aanvoerde, vermeldt het vonnis niet. De rechtbank achtte de feiten bewezen en sprak een veroordeling uit. Bij de bepaling van de strafmaat hield de rechter expliciet rekening met de concrete omstandigheden van de overtreding, de financiële draagkracht van de beklaagde en diens eventuele strafrechtelijk verleden. De rechter overwoog tevens de maatschappelijke doelstellingen van bestraffing, zoals afkeuring, herstel, rehabilitatie en bescherming van de maatschappij. Op basis van deze overwegingen legde de rechtbank een geldboete op van 80 euro. Dit bedrag is het resultaat van een basisboete van 10 euro, vermeerderd met de wettelijke opdeciemen. De boete is bij niet-betaling binnen de wettelijke termijn vervangbaar door wat het vonnis een "rijverbod" van 15 dagen noemt; juridisch is dat een vervangend verval van het recht tot sturen (art. 69bis Wegverkeerswet). Naast de boete werd de beklaagde ook veroordeeld tot het betalen van een bijdrage aan het fonds voor juridische tweedelijnsbijstand en de gerechtskosten, waardoor het totale te betalen bedrag aanzienlijk hoger uitvalt dan de geldboete alleen.

    Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling BruggeUitspraak: 30 maart 2026Gepubliceerd: 1 april 2026Mr. Chanel Ribas Colomar
    73 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Verkeersrecht
    Veroordeling

    Minderjarige met opgevoerde bromfiets: werkstraf en ouderlijke aansprakelijkheid

    Deze zaak voor de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, betreft een minderjarige beklaagde die werd vervolgd voor een reeks verkeersinbreuken gepleegd met een 'opgefokte' bromfiets. De feiten omvatten drie specifieke tenlasteleggingen: het in het verkeer brengen van een motorrijtuig zonder de verplichte burgerrechtelijke aansprakelijkheidsverzekering, het in het verkeer brengen van een voertuig dat niet was ingeschreven en/of niet de bij de inschrijving toegekende nummerplaat droeg, en het besturen van het voertuig zonder houder te zijn van het vereiste rijbewijs. Het Openbaar Ministerie zette zijn vordering uiteen. De minderjarige beklaagde, bijgestaan door zijn advocaat, verzocht de rechtbank om de toepassing van een werkstraf als bestraffing. Zijn ouders werden eveneens in de zaak betrokken als burgerrechtelijk aansprakelijke partijen voor de eventuele geldboetes en kosten van hun minderjarig kind. De rechtbank achtte alle drie de tenlasteleggingen bewezen. Bij de straftoemeting hield de rechter rekening met de ernst van de feiten, het blanco strafblad van de jongere en diens bereidheid om een werkstraf uit te voeren. De rechtbank benadrukte het asociale karakter van de overtredingen, met name het rijden zonder verzekering, wat de financiële gevolgen van een ongeval afwentelt op de gemeenschap. Gezien de samenloop van de misdrijven werd één hoofdstraf opgelegd. De minderjarige werd veroordeeld tot een werkstraf van 60 uur, te voltooien binnen twaalf maanden. Bij niet-uitvoering wordt deze vervangen door een geldboete van €1.600. Daarnaast werd hem een verval van het recht tot sturen van 45 dagen opgelegd. De ouders werden burgerrechtelijk aansprakelijk verklaard voor de gerechtskosten en de eventuele vervangende geldboete. De beslissing steunt op de WAM-wet, de Wegverkeerswet, het KB betreffende de inschrijving van voertuigen en de bepalingen over ouderlijke aansprakelijkheid in het Burgerlijk Wetboek.

    Politierechtbank West-Vlaanderen - Afdeling BruggeUitspraak: 23 maart 2026Gepubliceerd: 25 maart 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
    66 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Verkeersrecht
    Veroordeling

    33 km/u te snel in bebouwde kom: verval enkel in het weekend

    Dit vonnis van de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, behandelt een zaak betreffende een zware snelheidsovertreding. De beklaagde werd vervolgd voor het rijden met een gecorrigeerde snelheid van 83 km/u binnen een bebouwde kom, waar de maximaal toegelaten snelheid 50 km/u bedraagt. De vastgestelde, niet-gecorrigeerde snelheid was 89 km/u. Het Openbaar Ministerie vorderde een bestraffing op basis van de vastgestelde feiten. De beklaagde, bijgestaan door een advocaat, voerde verweer. De rechtbank achtte de tenlastelegging bewezen. In haar beslissing legt de rechter een geldboete op van 240 euro en een verval van het recht tot sturen voor een periode van 8 dagen. De rechtbank toont zich echter mild in de uitvoering van dit verval door te bepalen dat het enkel wordt uitgevoerd van vrijdag 20 uur tot zondag 20 uur en van 20 uur op de vooravond van een feestdag tot 20 uur op die feestdag. De rechtbank beval deze modaliteit omdat de beklaagde bepaalde verplaatsingen niet kan vermijden. Daarnaast werden de beklaagde de gerechtskosten en bijdragen aan het Slachtofferfonds en het fonds voor juridische tweedelijnsbijstand opgelegd. De juridische grondslag voor de veroordeling is te vinden in de Wegverkeerswet en de Wegcode. Specifiek betreft het een overtreding van artikel 11.1 van de Wegcode (snelheidslimiet in de bebouwde kom) en artikel 29, §3 van de Wegverkeerswet, dat voor een dergelijke snelheidsovertreding een specifieke bestraffing voorziet, inclusief een verval van het recht tot sturen. De rechter motiveert de straf uitgebreid door te verwijzen naar de algemene verkeersveiligheid. Er wordt benadrukt dat overdreven of onaangepaste snelheid een belangrijke oorzaak is van verkeersonveiligheid en tot meer en ernstigere ongevallen leidt. De straf beoogt dan ook niet alleen de beklaagde te sanctioneren, maar ook om een groter verantwoordelijkheidsbesef te creëren en de maatschappij te beschermen.

    Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling BruggeUitspraak: 16 maart 2026Gepubliceerd: 20 maart 2026Mr. Chanel Ribas Colomar
    77 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Verkeersrecht
    Veroordeling

    Veroordeling voor Verboden Detectieapparatuur en Bedekte Nummerplaat: Rechtbank Past Meerdaadse Samenloop Toe en Legt Werkstraf Op

    In dit vonnis van de Franstalige Politierechtbank te Brussel van 6 maart 2026 werd een beklaagde vervolgd voor twee verkeersgerelateerde misdrijven. De eerste tenlastelegging betrof het bezit van apparatuur die bedoeld is om de vaststelling van verkeersovertredingen te hinderen of te voorkomen. De tweede tenlastelegging was het in het verkeer brengen van een voertuig waarvan de nummerplaat en/of de reproductie ervan bedekt was, ook met doorzichtig materiaal. De rechtbank hoorde het Openbaar Ministerie. De verdediging, vertegenwoordigd door een advocaat, voerde het woord namens de beklaagde. De beklaagde gaf tijdens de procedure zijn akkoord om een autonome werkstraf uit te voeren als bestraffing voor de feiten. De rechtbank oordeelde dat beide tenlasteleggingen (A en B) bewezen waren. Een cruciaal element in de redenering van de rechter was de vaststelling dat beide misdrijven werden gepleegd met 'dezelfde misdadige opzet' ('même intention délictueuse'). Op basis van dit principe, gekend als de meerdaadse samenloop van misdrijven (voortgezet misdrijf), besloot de rechtbank om slechts één straf op te leggen, namelijk de zwaarste van de toepasselijke straffen. Rekening houdend met de aard en de ernst van de feiten, de persoonlijke situatie van de beklaagde en diens strafblad, en met het akkoord van de beklaagde zelf, legde de rechtbank een autonome werkstraf van 100 uur op. Als stok achter de deur werd een subsidiaire geldboete van 800 euro vastgesteld, die enkel opeisbaar wordt indien de werkstraf niet of niet correct wordt uitgevoerd. Daarnaast werd de beklaagde veroordeeld tot het betalen van diverse bijdragen aan fondsen en de gerechtskosten.

    Tribunal de police francophone de BruxellesUitspraak: 6 maart 2026Gepubliceerd: 11 maart 2026Mr. Chanel Ribas Colomar
    72 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Verkeersrecht
    Veroordeling

    Sturen spijts verval: 200 uur werkstraf en vier herstelexamens

    Een bestuurder stond bij de Politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Sint-Niklaas, terecht voor het besturen van een auto tijdens een lopend rijverbod ('sturen spijts verval') en voor onaangepaste snelheid. Voor het sturen spijts verval was er sprake van een wettelijke verzwaring, en voor de snelheidsovertreding van wettelijke herhaling. De beklaagde stemde in met een werkstraf. De rechtbank oordeelde dat beide misdrijven voortkwamen uit 'eenzelfde misdadig opzet' en paste daarom, conform artikel 65 van het oude Strafwetboek, enkel de zwaarste straf toe. De beklaagde werd veroordeeld tot een werkstraf van 200 uur, met een subsidiaire gevangenisstraf van één jaar. Daarnaast legde de rechtbank een verval van het recht tot sturen van 6 maanden op en maakte het herstel van het recht tot sturen afhankelijk van het slagen voor vier herstelexamens: een theoretisch en een praktisch examen, en een medisch en een psychologisch onderzoek.

    Politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Sint-NiklaasUitspraak: 16 februari 2026Gepubliceerd: 18 februari 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
    98 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Verkeersrecht
    Veroordeling

    Voorlopig rijbewijs geschonden: 50 uur werkstraf

    In dit vonnis van de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, stond een beklaagde terecht voor een reeks gelijktijdige verkeersinbreuken. De feiten vonden plaats op één enkele dag, waarbij de bestuurder, houder van een voorlopig rijbewijs B met begeleider, vier verschillende overtredingen beging. De tenlasteleggingen omvatten het niet dragen van de veiligheidsgordel, het onjuist vervoeren van een kind zonder geschikt kinderbeveiligingssysteem, het niet naleven van de voorwaarden van het voorlopig rijbewijs, en het vervoeren van meer inzittenden dan het aantal beschikbare zitplaatsen met een gordel. Het Openbaar Ministerie zette zijn vordering uiteen. De beklaagde stemde tijdens de zitting in met het uitvoeren van een autonome werkstraf, een mogelijkheid waarvoor de rechtbank een beknopt voorlichtingsrapport had opgevraagd bij het Justitiehuis, dat een positief advies verleende. De rechter oordeelde dat alle vier de tenlasteleggingen bewezen waren. Cruciaal in de redenering van de rechtbank was de toepassing van het principe van eenheid van opzet (artikel 65 van het oude Strafwetboek). Omdat alle overtredingen voortkwamen uit één en hetzelfde opzet, werd slechts één straf opgelegd, namelijk de zwaarste die op de feiten van toepassing is. Bij de straftoemeting koos de rechtbank, rekening houdend met de ernst van de feiten, het advies van het Justitiehuis en de instemming van de beklaagde, voor een autonome werkstraf van 50 uur. Deze straf werd als passend beschouwd om zowel de maatschappelijke afkeuring te uiten als de re-integratie van de beklaagde te bevorderen. Als subsidiaire straf, voor het geval de werkstraf niet binnen de termijn van twaalf maanden wordt uitgevoerd, werd een geldboete van 800 euro vastgesteld. De beklaagde werd tevens veroordeeld tot de betaling van de gerechtskosten en bijdragen aan het Slachtofferfonds en het fonds voor juridische tweedelijnsbijstand.

    Politierechtbank West-Vlaanderen - Afdeling KortrijkUitspraak: 10 februari 2026Gepubliceerd: 11 februari 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
    88 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Verkeersrecht
    Veroordeling

    Rijden zonder medische rijgeschiktheid: boete én ongeschiktverklaring

    De Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, behandelde een zaak tegen een bestuurder die vervolgd werd voor het besturen van een motorvoertuig terwijl hij niet voldeed aan de medische voorwaarden. De tenlastelegging, gebaseerd op artikel 30, §1, 4° van de Wegverkeerswet, stelt dat de bestuurder ofwel leed aan een medisch gebrek, ofwel niet had voldaan aan een opgelegd geneeskundig onderzoek. De datum van de feiten is geanonimiseerd; ze liggen in elk geval vóór het vonnis van 21 januari 2026, zodat de geldboete werd verhoogd met 70 opdeciemen (x8). De rechtbank achtte de feiten bewezen en legde een dubbele sanctie op. Enerzijds een strafrechtelijke veroordeling tot een geldboete van €1.600 (waarvan de helft met uitstel) en een verval van het recht tot sturen van 15 dagen. Anderzijds, en veel ingrijpender, paste de rechtbank artikel 42 van de Wegverkeerswet toe. Dit is een veiligheidsmaatregel waarbij de bestuurder lichamelijk of geestelijk ongeschikt werd verklaard om te sturen, wat resulteerde in een verval van het recht tot sturen van onbepaalde duur. Het herstel na het verval van 15 dagen maakte de rechtbank afhankelijk van het slagen in een medisch en psychologisch onderzoek; het verval wegens ongeschiktheid duurt tot de bestuurder bewijst dat hij niet meer ongeschikt is.

    Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling BruggeUitspraak: 21 januari 2026Gepubliceerd: 27 januari 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
    232 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Verkeersrecht
    Veroordeling

    31 km/u te snel in de bebouwde kom: 15 dagen verval

    In dit vonnis van de Politierechtbank te Leuven van 22 januari 2026 werd een bestuurder veroordeeld voor een aanzienlijke snelheidsovertreding. De beklaagde reed met een gecorrigeerde snelheid van 81 km/u binnen de bebouwde kom, waar een maximumsnelheid van 50 km/u van kracht is. Dit komt neer op een overschrijding van 31 km/u. Het Openbaar Ministerie vorderde een bestraffing op basis van de vastgestelde feiten. De beklaagde, bijgestaan door een advocaat, voerde verweer, hoewel de specifieke argumenten niet in het vonnis worden gedetailleerd. De rechtbank achtte de tenlastelegging bewezen. Bij het bepalen van de strafmaat hield de rechter rekening met diverse factoren: de ernst van de feiten, de financiële draagkracht en het strafrechtelijk verleden van de beklaagde. De rechter benadrukte dat de straf meerdere doelen dient, waaronder maatschappelijke afkeuring, herstel van het evenwicht, rehabilitatie van de dader en de bescherming van de samenleving. De bestuurder werd veroordeeld tot een geldboete van 240 euro en een verval van het recht tot sturen van 15 dagen. Bij niet-betaling binnen de wettelijke termijn is de boete vervangbaar door wat het vonnis een "rijverbod" van 30 dagen noemt; juridisch is dat een vervangend verval van het recht tot sturen (art. 69bis Wegverkeerswet). De rechtbank motiveerde de oplegging van het verval expliciet als een efficiënte straf met een zware impact, bedoeld om het rijgedrag van de beklaagde te corrigeren. Naast de hoofdstraf werden ook bijdragen aan het Slachtofferfonds en het Fonds voor juridische tweedelijnsbijstand opgelegd, evenals de gerechtskosten. De juridische grondslag voor de veroordeling ligt in artikel 11.1 van de Wegcode en artikel 29, § 3 van de Wegverkeerswet.

    Politierechtbank LeuvenUitspraak: 22 januari 2026Gepubliceerd: 27 januari 2026Mr. Chanel Ribas Colomar
    153 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Verkeersrecht
    Veroordeling

    Drugs achter het stuur als minderjarige: ouders mee aansprakelijk

    In een vonnis van de Politierechtbank Antwerpen werd een jonge bestuurder vervolgd voor het besturen van een voertuig onder invloed van drugs. Volgens de tenlastelegging toonde een speeksel- of bloedanalyse een drug in zijn organisme aan met een gehalte gelijk aan of hoger dan de wettelijke drempel, een inbreuk op artikel 37bis van de Wegverkeerswet. Het Openbaar Ministerie vorderde een veroordeling. De beklaagde, bijgestaan door een advocaat, verzocht de rechtbank om een werkstraf als hoofdstraf. De ouders van de beklaagde werden eveneens in de zaak betrokken als burgerrechtelijk aansprakelijke partijen, aangezien de beklaagde minderjarig was. Eén ouder verscheen ter zitting, de andere liet verstek gaan. De rechtbank achtte de tenlastelegging bewezen en legde een werkstraf van 50 uren op, die als een constructieve en vormende sanctie werd beschouwd. Voor het geval de werkstraf niet wordt uitgevoerd, werd een subsidiaire geldboete van € 1.600 voorzien. Daarnaast werd de beklaagde een verval van het recht tot sturen van één maand opgelegd, samen met de gebruikelijke bijdragen en gerechtskosten. Cruciaal is dat de rechtbank de ouders burgerrechtelijk aansprakelijk verklaarde voor de gerechtskosten en de subsidiaire geldboete. Deze beslissing steunt op artikel 67 van de Wegverkeerswet, dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van ouders voor schade (vroeger art. 1384 oud BW, nu art. 6.12 BW) uitbreidt naar de geldboete.

    Politierechtbank Antwerpen, afdeling AntwerpenUitspraak: 19 januari 2026Gepubliceerd: 23 januari 2026Mr. Chanel Ribas Colomar
    185 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Verkeersrecht
    Veroordeling

    Gsm achter het stuur: boete en 15 dagen verval van het recht tot sturen

    In een vonnis van 5 november 2025 heeft de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, een bestuurder veroordeeld voor het gebruik van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden. De beklaagde had het apparaat gebruikt, vastgehouden of gemanipuleerd zonder dat het in een daartoe bestemde houder was bevestigd, terwijl het voertuig niet stilstond of geparkeerd was. Dit is een overtreding van artikel 8.4 van de Wegcode. Het Openbaar Ministerie zette zijn vordering uiteen. De overtreding wordt gekwalificeerd als een overtreding van de derde graad, wat een zwaardere bestraffing mogelijk maakt. De beklaagde, bijgestaan door een advocaat, voerde verweer, maar de rechtbank achtte de feiten bewezen. Bij de strafbepaling hield de rechtbank rekening met de ernst van de feiten en het verkeersrisico dat door afleiding ontstaat. De bestuurder werd veroordeeld tot een geldboete van 240 euro, waarvan 120 euro met uitstel voor een proefperiode van één jaar. Daarnaast legde de rechtbank een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig op voor 15 dagen. De beklaagde werd ook veroordeeld tot het betalen van bijdragen aan het Slachtofferfonds (€200), het fonds voor juridische tweedelijnsbijstand (€26) en de gerechtskosten (€95,40).

    Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling BruggeUitspraak: 5 november 2025Gepubliceerd: 14 januari 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
    136 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Verkeersrecht
    Veroordeling

    Opgefokte bromfiets zonder verzekering en rijbewijs: straf

    In dit vonnis van de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, werd een beklaagde vervolgd voor drie verkeersinbreuken. De zaak draait om het rijden met een zogenaamde 'opgefokte' bromfiets, die in de tenlastelegging als motorfiets wordt omschreven. De beklaagde stond terecht voor drie tenlasteleggingen. Ten eerste, het in het verkeer brengen van een motorrijtuig zonder de verplichte verzekering burgerlijke aansprakelijkheid (BA), een inbreuk op de WAM-wet van 21 november 1989. Ten tweede, het besturen van een voertuig dat niet meer gelijkvormig was met het goedgekeurde type, wat een overtreding is van het KB van 10 oktober 1974. Ten derde, het besturen van dit voertuig zonder houder te zijn van het vereiste rijbewijs, een inbreuk op de Wegverkeerswet van 16 maart 1968. De beklaagde werd door een advocaat verdedigd. De rechtbank achtte alle drie de tenlasteleggingen bewezen. De rechter benadrukte de ernst van de feiten en kwalificeerde het gedrag als een 'ernstige maatschappelijke tekortkoming en asociale gedraging'. De redenering was dat rijden zonder rijbewijs wijst op een gebrek aan kennis en vaardigheid, terwijl het ontbreken van een verzekering de financiële last van eventuele schade afwentelt op de gemeenschap. Wegens samenloop van de misdrijven werd, conform artikel 65, eerste lid, van het oude Strafwetboek (1867), enkel de zwaarste straf uitgesproken. De beklaagde werd veroordeeld tot een geldboete van €1.600, waarvan €1.200 effectief en €400 met uitstel voor een proefperiode van één jaar. Daarnaast werd een verval van het recht tot sturen van 21 dagen opgelegd, samen met de verplichte bijdragen aan het Slachtofferfonds en het fonds voor juridische tweedelijnsbijstand, en de gerechtskosten.

    Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling BruggeUitspraak: 18 december 2025Gepubliceerd: 14 januari 2026Mr. Chanel Ribas Colomar
    161 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Rechtsgebied
    Rechtbank

    Veelgestelde vragen over rechtspraak

    Wat is jurisprudentie en waarom is het belangrijk?▾
    Jurisprudentie is het geheel van rechterlijke uitspraken (vonnissen en arresten) die als referentie dienen voor toekomstige zaken. In België is jurisprudentie geen formele rechtsbron, maar rechters houden er in de praktijk sterk rekening mee. Door relevante rechtspraak te kennen, kunt u beter inschatten hoe een rechter over uw zaak zal oordelen.
    Zijn Belgische vonnissen openbaar?▾
    Ja, op basis van artikel 149 van de Grondwet zijn vonnissen in België in principe openbaar. Wel worden vonnissen geanonimiseerd gepubliceerd om de privacy van betrokkenen te beschermen, conform de AVG/GDPR-wetgeving. LawBase publiceert uitsluitend geanonimiseerde vonnissen met toestemming en na juridische review.
    Wat is het verschil tussen een vonnis en een arrest?▾
    Een vonnis is een uitspraak van een rechtbank (zoals de politierechtbank, familierechtbank of arbeidsrechtbank); een uitspraak van een hof heet een arrest, zoals het Hof van Beroep of het Hof van Cassatie. Arresten hebben doorgaans meer juridisch gewicht als referentie voor toekomstige zaken.
    Hoe kan ik rechtspraak gebruiken voor mijn eigen zaak?▾
    U kunt relevante rechtspraak opzoeken in onze database op rechtsgebied, rechtbank of trefwoord. Door vergelijkbare zaken te bestuderen, krijgt u inzicht in mogelijke uitkomsten en juridische argumenten. Een advocaat van LawBase kan u helpen de meest relevante jurisprudentie toe te passen op uw specifieke situatie.
    Worden alle vonnissen op LawBase geanonimiseerd?▾
    Ja, alle vonnissen op LawBase worden volledig geanonimiseerd voordat ze gepubliceerd worden. Persoonsnamen, adressen en andere identificeerbare gegevens worden verwijderd of vervangen. Elke publicatie doorloopt een anonimiseringscontrole en juridische review door een ervaren advocaat.
    Bij welke Vlaamse rechtbanken pleiten de advocaten van LawBase?▾
    De advocaten van LawBase pleiten bij alle rechtbanken in Vlaanderen en Nederlandstalig Brussel, waaronder de familierechtbanken, politierechtbanken, arbeidsrechtbanken, ondernemingsrechtbanken en de hoven van beroep in Gent, Antwerpen en Brussel.

    Rechtspraak in Vlaanderen: juridische analyse door advocaten

    Rechtspraak — ook wel jurisprudentie genoemd — vormt een onmisbare bron van juridische informatie in België. Hoewel rechterlijke uitspraken formeel geen bindende precedentwerking hebben zoals in Anglo-Saksische rechtsstelsels, spelen vonnissen en arresten in de praktijk een cruciale rol bij de interpretatie en toepassing van het Belgische recht.

    De advocaten van LawBase analyseren geanonimiseerde vonnissen uit de belangrijkste Vlaamse rechtbanken: de familierechtbanken, politierechtbanken, arbeidsrechtbanken, ondernemingsrechtbanken en vredegerechten, evenals arresten van de hoven van beroep te Gent, Antwerpen en Brussel. Elke analyse omvat een samenvatting van de feiten, de toegepaste wetsartikelen, de juridische redenering van de rechter en de praktische gevolgen van de uitspraak.

    Door onze rechtspraakdatabase te raadplegen, krijgt u een realistisch beeld van hoe rechters in Vlaanderen oordelen over kwesties als echtscheiding en alimentatie, verkeersovertredingen, arbeidsgeschillen, huurconflicten en handelszaken. Dit helpt u niet alleen bij het inschatten van uw eigen juridische positie, maar stelt uw advocaat ook in staat om de sterkste argumenten voor te bereiden.

    Alle gepubliceerde vonnissen zijn volledig geanonimiseerd conform de AVG/GDPR en doorlopen een strenge juridische review voordat ze op het platform verschijnen. Neem contact op als u juridisch advies nodig heeft over een specifieke uitspraak of als u een advocaat zoekt die uw belangen bij de rechtbank verdedigt.

    Juridisch advies over uw eigen situatie?

    Kies een eerste consultatie op kantoor (€ 90,75 incl. 21 % btw) of via videocall (€ 60,50 incl. btw).

    Liever eerst bellen? 050 67 32 06

    Meer info: cookie beleid · privacy