Terug naar Rechtspraak
    Verkeersrecht
    Gedeeltelijke vrijspraak

    Gsm achter het stuur bij herhaling: politierechter weigert verval enkel in het weekend en past op feiten van vóór 1 september 2026 het oude recht toe

    Mr. Chanel Ribas ColomarPolitierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge22 september 2026Gepubliceerd Bijgewerkt 21 weergaven
    Delen:
    Verkeersrecht - Gsm achter het stuur bij herhaling: politierechter weigert verval enkel in het weekend en past op feiten van vóór 1 september 2026 het oude recht toe

    Samenvatting van de Zaak

    Een bestuurder stond terecht voor de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, voor twee verkeersinbreuken: het gebruiken of vasthouden van een gsm tijdens het rijden, in staat van herhaling, en het niet omwisselen van een Europees rijbewijs voor een Belgisch rijbewijs na twee jaar inschrijving in een Belgische gemeente. Het vonnis dateert van na 1 september 2026, de dag waarop het nieuwe Strafwetboek en de omgezette Wegverkeerswet in werking traden, maar de feiten zijn gepleegd in april 2026. De rechtbank herhaalt daarom uitdrukkelijk de regels over de toepassing van de strafwet in de tijd: geen zwaardere straf dan die van op het moment van de feiten, en bij een wetswijziging de voor de beklaagde meest gunstige bepalingen. Voor het gsm-gebruik acht de rechtbank de feiten en de staat van herhaling bewezen. Ze legt een geldboete op van 60 euro, te verhogen met 90 opdeciemen (totaal 600 euro), vervangbaar door een rijverbod van 30 dagen, en een verval van het recht tot sturen van 30 dagen. De rechtbank weigert dat verval enkel tijdens de weekends en op feestdagen te laten uitvoeren. Voor het niet omgewisselde rijbewijs volgt een vrijspraak.

    Uitkomst:
    Gedeeltelijke vrijspraak

    Kernpunten

    • 1Voor feiten van vóór 1 september 2026 vertrekt de rechter van het recht dat gold op het moment van de feiten; het nieuwe recht speelt enkel als het gunstiger is (art. 2 Sw.).
    • 2Een vonnis van na 1 september 2026 dat naar de oude Wegverkeerswet en het oude Strafwetboek verwijst, is voor zulke feiten dus niet foutief.
    • 3Bij herhaling binnen drie jaar na een vorige veroordeling in kracht van gewijsde worden de geldboeten verdubbeld (art. 29, § 4, derde lid Wegverkeerswet): voor gsm-gebruik wordt de vork onder het oude recht 60 tot 1.000 euro.
    • 4Voor feiten van 1 februari tot en met 31 augustus 2026 gelden 90 opdeciemen (× 10): 60 euro wordt 600 euro.
    • 5Een verval dat enkel in het weekend en op feestdagen wordt uitgevoerd (art. 38, § 2bis Wegverkeerswet), is een bevoegdheid van de rechter, geen recht van de beklaagde.
    • 6Het openbaar ministerie moet elk bestanddeel van een tenlastelegging bewijzen; lukt dat niet, dan volgt een vrijspraak.

    Juridische Analyse

    Oud of nieuw recht? De datum van de feiten beslist

    Het vonnis werd uitgesproken op 22 september 2026, drie weken na de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek en van de omgezette Wegverkeerswet (wet van 25 mei 2026). De feiten zelf zijn gepleegd in april 2026, dus vóór 1 september 2026. Daarom verwijzen zowel de dagvaarding als het vonnis nog naar de oude Wegverkeerswet, het oude Strafwetboek en de Wegcode.

    Dat is geen vergissing. De rechtbank herneemt uitdrukkelijk, in eigen bewoordingen, de regels van artikel 2 van het nieuwe Strafwetboek. Dat artikel luidt:

    "Niemand kan worden bestraft voor een handelen of nalaten dat niet bij wet strafbaar was ten tijde van dat handelen of nalaten. Evenmin kan een zwaardere hoofd- of bijkomende straf worden opgelegd dan die waarin ten tijde van het plegen van het misdrijf bij wet was voorzien. In geval van wijziging van de strafwet na het plegen van het misdrijf gelden de voor de dader meest gunstige bepalingen."

    Het vonnis vermeldt ook artikel 2 van het oude Strafwetboek, dat een gelijkaardige regel bevatte: verschilt de straf op het moment van het vonnis van die op het moment van het misdrijf, dan wordt de minst zware straf toegepast. Voor feiten van vóór 1 september 2026 blijft het oude recht dus het vertrekpunt. Het nieuwe recht speelt enkel waar het voor de beklaagde gunstiger uitvalt.

    Tenlastelegging A: gsm achter het stuur, in staat van herhaling

    De bestuurder werd vervolgd omdat hij tijdens het rijden een mobiel toestel met scherm gebruikte, vasthield of manipuleerde terwijl het niet in een houder aan het voertuig bevestigd was en het voertuig niet stilstond of geparkeerd was (art. 8.4 Wegcode). Dat is een overtreding van de derde graad. Onder de oude Wegverkeerswet werd die bestraft met een geldboete van 30 tot 500 euro (art. 29, § 1, tweede lid), te verhogen met de opdeciemen die golden op het moment van de feiten.

    De rechtbank stelt ook de staat van herhaling vast: de bestuurder was binnen drie jaar vóór het misdrijf al door dezelfde politierechtbank veroordeeld voor een overtreding van artikel 29, § 1 of § 3 van de Wegverkeerswet, bij een vonnis dat in kracht van gewijsde was gegaan. In dat geval worden de geldboeten verdubbeld (art. 29, § 4, derde lid Wegverkeerswet). De vork voor een overtreding van de derde graad wordt zo 60 tot 1.000 euro.

    De geldboete: 90 opdeciemen voor feiten van april 2026

    De opdeciemen die gelden, hangen af van de datum van de feiten. Voor feiten van 1 februari tot en met 31 augustus 2026 bedragen ze 90, wat neerkomt op een vermenigvuldiging met 10. De rechtbank legt een geldboete op van 60 euro, verhoogd met 90 opdeciemen: 600 euro. Dat is het minimum van de verdubbelde vork (2 × 30 euro).

    De rechtbank motiveert de straf met het verkeersrisico:

    "Door het gebruik van een GSM tijdens het besturen van een motorvoertuig wordt de aandacht van de bestuurder afgeleid, waardoor de kans op een ongeval verhoogt."

    De bestuurder krijgt de geldboete van 600 euro, vervangbaar door een rijverbod van 30 dagen bij niet-betaling, en een verval van het recht tot sturen voor alle motorvoertuigen van 30 dagen. Daarnaast betaalt hij een bijdrage van 250 euro aan het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden, 26 euro aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand en 97,52 euro kosten.

    Geen verval enkel in het weekend

    De Wegverkeerswet laat de rechter toe te bevelen dat een effectief verval van het recht tot sturen enkel wordt uitgevoerd van vrijdag 20 uur tot zondag 20 uur en van 20 uur op de vooravond van een feestdag tot 20 uur op die feestdag (art. 38, § 2bis). Die mogelijkheid bestaat niet bij toepassing van artikel 37/1 (alcoholslot) of als de rechter het herstel in het recht tot sturen afhankelijk maakt van herstelexamens, -onderzoeken of een opleiding. De bepaling is door de hervorming van 1 september 2026 niet gewijzigd. Het is een bevoegdheid van de rechter, geen recht van de beklaagde.

    De rechtbank weigert het verval op die manier te laten uitvoeren. Ze verwijst naar de ernst van de inbreuk, de concrete socio-economische toestand van de beklaagde en haar bekommernis om de strafmaatregel zo doeltreffend mogelijk te maken voor de verkeersveiligheid.

    Tenlastelegging B: vrijspraak voor het niet omgewisselde rijbewijs

    De bestuurder werd ook vervolgd omdat hij zijn Europees rijbewijs niet had omgewisseld voor een Belgisch rijbewijs, hoewel hij al twee jaar in een Belgische gemeente ingeschreven was (art. 78bis, tweede lid KB van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs). De rechtbank acht die tenlastelegging niet bewezen en spreekt de beklaagde vrij. De vrijspraak herinnert eraan dat het openbaar ministerie elk bestanddeel van het misdrijf moet bewijzen.

    Wat betekent dit in de praktijk?

    Voor wie vervolgd wordt

    • Kijk naar de datum van de feiten. Voor feiten van vóór 1 september 2026 blijven de oude Wegverkeerswet, het oude Strafwetboek en de opdeciemen van toen in principe van toepassing. Een vonnis dat daarnaar verwijst, is op dat punt correct.
    • Controleer de opdeciemen. Voor feiten van vóór 1 februari 2026 gold een factor 8, van 1 februari tot en met 31 augustus 2026 een factor 10. Een verkeerde factor maakt de boete 25 % te hoog (× 10 in plaats van × 8) of 20 % te laag (× 8 in plaats van × 10).
    • Motiveer een verzoek om een verval enkel in het weekend concreet. Leg uit waarom een doorlopend verval voor uw werk of gezin onevenredig zwaar is. De rechter is niet verplicht erop in te gaan.
    • Laat het strafdossier nakijken. De vrijspraak voor het rijbewijs toont dat niet elke tenlastelegging automatisch bewezen is.

    Voor elke bestuurder

    Gsm-gebruik achter het stuur wordt streng bestraft, zeker bij herhaling. Wie de gsm wil gebruiken, plaatst hem in een houder die aan het voertuig bevestigd is of parkeert eerst het voertuig.

    Toegepaste Wetsartikelen

    Art. 2

    Strafwetboek (2024), geconsolideerd

    Toepassing van de strafwet in de tijd: geen zwaardere straf dan ten tijde van de feiten, meest gunstige bepaling bij wetswijziging.

    Art. 2

    Strafwetboek van 8 juni 1867 (oud Sw.)

    Verschilt de straf ten tijde van het vonnis van die ten tijde van het misdrijf, dan wordt de minst zware straf toegepast.

    Art. 8.4

    Wegcode (KB 1 december 1975)

    Verbod op het gebruiken, vasthouden of manipuleren van een mobiel toestel met scherm tijdens het rijden.

    Art. 29, § 1, tweede lid en § 4, derde lid

    Wegverkeerswet (gecoördineerd KB 16 maart 1968), versie vóór 1-9-2026

    Overtreding van de derde graad (30 tot 500 euro) en verdubbeling van de geldboeten bij herhaling binnen drie jaar.

    Art. 38, § 2bis

    Wegverkeerswet (gecoördineerd KB 16 maart 1968), versie vóór 1-9-2026

    Mogelijkheid om het effectieve verval enkel tijdens weekends en feestdagen te laten uitvoeren.

    Art. 78bis, tweede lid

    KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs

    Omwisseling van een Europees rijbewijs na twee jaar inschrijving in België.

    Art. 1

    Wet van 5 maart 1952

    Opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten.

    Meer over Verkeersrecht

    Ontdek al onze diensten, juridische tools en artikelen over verkeersrecht.

    Bekijk expertisepagina Verkeersrecht

    Veelgestelde vragen over deze zaak

    Meer over Verkeersrecht

    Vergelijkbare situatie? Spreek een advocaat

    Kies een eerste consultatie op kantoor (€ 90,75 incl. 21 % btw) of via videocall (€ 60,50 incl. btw).

    Liever eerst bellen? 050 67 32 06

    Kantoor € 75Video € 50

    Prijzen excl. btw

    Meer info: cookie beleid · privacy