Terug naar Rechtspraak
    Verkeersrecht
    Veroordeling

    125 km/u waar 70 geldt: geen opschorting, wel weekendverval

    Mr. Peter-Jan De MeulenaerePolitierechtbank Limburg, afdeling Maaseik9 juni 2026Gepubliceerd Bijgewerkt 69 weergaven
    Delen:
    Verkeersrecht - 125 km/u waar 70 geldt: geen opschorting, wel weekendverval

    Samenvatting van de Zaak

    Dit vonnis van de Politierechtbank Limburg, afdeling Maaseik, behandelt een zware snelheidsovertreding. Een bestuurder werd vervolgd voor het rijden met een gecorrigeerde snelheid van 125 km/u waar 70 km/u was toegelaten, een overschrijding van 55 km/u. De verdediging verzocht de rechtbank om de uitspraak van de veroordeling op te schorten, een gunstmaatregel waarbij de schuld wel wordt vastgesteld maar geen straf wordt uitgesproken. De rechtbank oordeelde de feiten bewezen maar wees het verzoek tot opschorting af vanwege de "ernst van de feiten". De rechter beschouwde de aanzienlijke snelheidsoverschrijding als te zwaarwichtig voor een dergelijke maatregel. Bij de straftoemeting hield de rechter rekening met diverse factoren, waaronder de aard van de feiten en maatschappelijke doelstellingen. De beklaagde werd veroordeeld tot een geldboete van 400 euro, waarvan 240 euro met uitstel voor drie jaar. Daarnaast werd een verval van het recht tot sturen van 21 dagen opgelegd, waarvan 7 dagen met uitstel. De rechtbank beperkte het effectieve verval van 14 dagen tot de weekends en feestdagen, omdat de beklaagde "bepaalde verplaatsingen niet kan vermijden".

    Uitkomst:
    Veroordeling

    Kernpunten

    • 1Bij een zware snelheidsovertreding (meer dan 40 km/u te snel) kan een verzoek tot opschorting van de uitspraak worden afgewezen vanwege de ernst van de feiten.
    • 2De rechter kan bevelen dat het effectieve verval enkel in weekends en op feestdagen wordt uitgevoerd (art. 38, § 2bis WVW); hier deed de rechtbank dat omdat de beklaagde "bepaalde verplaatsingen niet kan vermijden".
    • 3Een gedeeltelijk uitstel van de geldboete en het verval van het recht tot sturen is een courante maatregel om de straf te individualiseren en de veroordeelde aan te sporen tot toekomstig goed gedrag.
    • 4De opdeciemen die van toepassing zijn, worden bepaald door de datum van de feiten, niet door de datum van het vonnis.
    • 5De straftoemeting is een evenwichtsoefening tussen maatschappelijke afkeuring, preventie en de persoonlijke situatie van de dader.

    Juridische Analyse

    De feiten en de juridische kwalificatie

    De vastgestelde snelheidsovertreding

    De beklaagde werd vervolgd voor het rijden aan een gecorrigeerde snelheid van 125 km/u waar een snelheidslimiet van 70 km/u van toepassing was. De vastgestelde snelheid bedroeg 133 km/u. Een dergelijke overschrijding van 55 km/u wordt in het Belgische verkeersrecht beschouwd als een zeer zware overtreding. De overtreding vond plaats buiten de bebouwde kom.

    Toepasselijke wetgeving

    De tenlastelegging steunt op twee pijlers:

    • Artikel 11.2, 3° van het KB van 1 december 1975 (Wegcode): In het Vlaamse Gewest beperkt dit artikel de snelheid buiten de bebouwde kom tot 70 km/u, tenzij een verkeersbord C43 een andere snelheid oplegt of toelaat (voor autosnelwegen en bepaalde wegen met vier of meer rijstroken geldt 11.2, 1°).
    • Artikel 29, §3 van de Wegverkeerswet (versie van vóór 1 september 2026): Elke snelheidsovertreding wordt bestraft met een geldboete van 10 euro tot 500 euro (te verhogen met opdeciemen). Bij een overschrijding met meer dan 40 km/u komt daar een verval van het recht tot sturen van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar bij (derde lid); spreekt de rechter het verval niet uit, dan moet hij dat motiveren.

    Analyse van de rechterlijke beslissing

    Verwerping van de gevraagde opschorting

    De verdediging vroeg om een opschorting van de uitspraak van de veroordeling. Dit is een gunstmaatregel waarbij de rechter, hoewel de feiten bewezen zijn, afziet van een veroordeling. De rechtbank wees dit verzoek af met een korte maar duidelijke motivering:

    "De uitspraak van de veroordeling wordt niet opgeschort gezien de ernst van de feiten."

    De rechtbank heeft een discretionaire bevoegdheid om al dan niet een opschorting toe te kennen. In dit geval oordeelde de rechter dat de ernst van de feiten, een snelheidsoverschrijding van 55 km/u, een bestraffing noodzakelijk maakte. Hiermee geeft de rechtbank aan dat dergelijk gevaarzettend rijgedrag maatschappelijk onaanvaardbaar is.

    De straftoemeting: een evenwichtsoefening

    De rechter legt een genuanceerde straf op die een evenwicht zoekt tussen bestraffing, preventie en de persoonlijke situatie van de beklaagde.

    1. De geldboete en de toepassing van de wet in de tijd

    De rechtbank legt een geldboete op van 400 euro. Dit is een basisbedrag van 50 euro, verhoogd met 70 opdeciemen (factor 8). Hoewel het vonnis dateert van 9 juni 2026 (toen de opdeciemen verhoogd waren naar 90, factor 10), past de rechtbank correct de regels van de toepassing van de wet in de tijd toe (artikel 2 Strafwetboek). De strafwet die van toepassing is, inclusief de opdeciemen, is die van het moment van de feiten. De toepassing van 70 opdeciemen duidt er dus op dat de feiten plaatsvonden vóór 1 februari 2026. Voor een deel van de boete (240 euro) verleent de rechtbank uitstel van tenuitvoerlegging voor een termijn van drie jaar.

    2. Het verval van het recht tot sturen met modaliteiten

    Het meest opvallende aspect van dit vonnis is de modaliteit van het verval van het recht tot sturen. De rechter legt een verval op van 21 dagen, waarvan 7 dagen met uitstel. Het effectieve verval van 14 dagen wordt beperkt tot de weekends en feestdagen. Artikel 38, § 2bis, van de Wegverkeerswet laat de rechter toe te bevelen dat het effectieve verval enkel wordt uitgevoerd van vrijdag 20 uur tot zondag 20 uur en van 20 uur op de vooravond van een feestdag tot 20 uur op die feestdag, behalve bij toepassing van artikel 37/1 of wanneer hij het herstel in het recht tot sturen afhankelijk maakt van examens, onderzoeken of een opleiding. De wet verbindt die mogelijkheid niet aan een voorwaarde over de professionele of sociale situatie. De rechtbank motiveert haar keuze met de vaststelling dat "de beklaagde bepaalde verplaatsingen niet kan vermijden"; welke verplaatsingen dat zijn, vermeldt het vonnis niet.

    Praktische implicaties

    Dit vonnis illustreert een standaard, maar goed gemotiveerde aanpak. De rechter houdt rekening met de zwaarte van de overtreding, maar toont flexibiliteit door de modaliteiten van de straf aan te passen aan de persoonlijke situatie. Voor de verdediging is het van belang om niet alleen de feiten te bespreken, maar ook een onderbouwd dossier voor te leggen over de persoonlijke en professionele situatie van de cliënt om te pleiten voor strafmodaliteiten zoals uitstel of een weekendverval.

    Opschorting blijft een wettelijke mogelijkheid, maar in deze zaak wees de rechtbank ze af "gezien de ernst van de feiten". Wie opschorting vraagt, doet er goed aan ook de strafmaat en de modaliteiten van de straf, zoals uitstel of een weekendverval, te onderbouwen.

    Toegepaste Wetsartikelen

    Art. 29, §3

    Wegverkeerswet

    Strafbepaling voor zware snelheidsovertredingen.

    Art. 38

    Wegverkeerswet

    Regeling van het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig.

    Art. 11.2, 3°

    KB 01/12/1975 (Wegcode)

    Snelheidsbeperking tot 70 km/u buiten de bebouwde kom (Vlaams Gewest).

    Meer over Verkeersrecht

    Ontdek al onze diensten, juridische tools en artikelen over verkeersrecht.

    Bekijk expertisepagina Verkeersrecht

    Veelgestelde vragen over deze zaak

    Meer over Verkeersrecht

    Vergelijkbare situatie? Spreek een advocaat

    Kies een eerste consultatie op kantoor (€ 90,75 incl. 21 % btw) of via videocall (€ 60,50 incl. btw).

    Liever eerst bellen? 050 67 32 06

    Kantoor € 75Video € 50

    Prijzen excl. btw

    Meer info: cookie beleid · privacy