Terug naar Rechtspraak
    Verkeersrecht
    Veroordeling

    Snelheidsovertreding met rijbewijs minder dan 2 jaar: verval en examen

    Mr. Peter-Jan De MeulenaerePolitierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent17 juni 2022Gepubliceerd Bijgewerkt 12 weergaven
    Delen:
    Verkeersrecht - Snelheidsovertreding met rijbewijs minder dan 2 jaar: verval en examen

    Samenvatting van de Zaak

    Een bestuurder die nog geen twee jaar een rijbewijs B had, reed in augustus 2021 met een gecorrigeerde snelheid van 93 km/u waar 50 km/u gold. De politierechtbank moest de straf bepalen en oordelen over de gevolgen van de korte rijervaring. Zij legde een geldboete van 360 euro op, een verval van het recht tot sturen van 22 dagen en maakte het herstel afhankelijk van het slagen in een theoretisch examen, zoals art. 38, § 5 Wegverkeerswet voorschrijft.

    Uitkomst:
    Veroordeling

    Kernpunten

    • 1Heeft een bestuurder minder dan twee jaar een rijbewijs B, dan moet de rechter bij een overtreding die tot verval kan leiden, op enkele wettelijke uitzonderingen na, een verval uitspreken en minstens een theoretisch of praktisch examen opleggen (art. 38, § 5 Wegverkeerswet).
    • 2Of de bestuurder minder dan twee jaar een rijbewijs B heeft, beoordeelt de rechtbank op de datum van de feiten.
    • 3Een snelheidsovertreding van meer dan 40 km/u leidt volgens art. 29, § 3 Wegverkeerswet tot een verval van ten minste acht dagen, tenzij de rechter motiveert waarom niet.
    • 4De rechtbank legde voor 43 km/u te snel een geldboete van 360 euro, een verval van 22 dagen en een theoretisch examen op.
    • 5Wanneer het herstel afhangt van een examen, kan het verval niet enkel in het weekend worden uitgevoerd (art. 38, § 2bis Wegverkeerswet).
    • 6Voor feiten van 2021 gold de oude Wegverkeerswet met opdeciemen x 8; het nieuwe strafrecht geldt voor feiten vanaf 1 september 2026.

    Juridische Analyse

    De feiten

    In augustus 2021 reed een bestuurder op een weg waar een verkeersbord C43 de snelheid beperkte tot 50 km/u. De vastgestelde snelheid bedroeg 99 km/u. Na correctie bleef een snelheid van 93 km/u over, of 43 km/u meer dan toegelaten.

    Op het ogenblik van de feiten was de bestuurder nog geen twee jaar houder van het rijbewijs B. Het openbaar ministerie vervolgde voor het niet naleven van het verkeersbord C43 (art. 5 en 68 Wegcode) en voor de snelheidsovertreding (art. 29, § 3 Wegverkeerswet), "met de omstandigheid dat betrokkene sinds minder dan twee jaar houder was van het rijbewijs B" (art. 38, § 5 Wegverkeerswet).

    De beklaagde verscheen met een advocaat voor de Politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent. Die sprak op 17 juni 2022 een vonnis op tegenspraak uit.

    De rechtsvraag

    De zaak draaide om de straftoemeting. Welke sanctie past bij een snelheidsovertreding van meer dan 40 km/u? En welke gevolgen heeft het dat de bestuurder nog maar kort een rijbewijs heeft: moet de rechter dan een verval van het recht tot sturen uitspreken en een herstelexamen opleggen?

    Wat zegt de wet?

    De snelheidsovertreding: art. 29, § 3 Wegverkeerswet

    In de versie die op de feiten van toepassing was, bestrafte art. 29, § 3 Wegverkeerswet het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid met een geldboete van 10 tot 500 euro. De wet vraagt de rechter uitdrukkelijk rekening te houden "met het aantal kilometer per uur waarmee de toegelaten maximumsnelheid wordt overschreden".

    Het derde lid voegt daar een verval van het recht tot sturen van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar aan toe bij:

    • een overschrijding van de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 40 km/u, of
    • een overschrijding met meer dan 30 km/u binnen een bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf.

    Spreekt de rechter in die gevallen geen verval uit, dan moet hij die beslissing motiveren. Bij kleinere overschrijdingen (meer dan 30 tot 40 km/u, of meer dan 20 tot 30 km/u binnen de bebouwde kom en de andere genoemde zones) is een verval mogelijk maar niet voorgeschreven (art. 38, § 1, 3°bis).

    Op de wettelijke bedragen komen opdeciemen. Voor feiten van vóór 1 februari 2026 worden ze vermenigvuldigd met 8 (70 opdeciemen). In 2021 lag de geldboete voor een snelheidsovertreding dus effectief tussen 80 en 4.000 euro, behoudens verzachtende omstandigheden (art. 29, § 4, eerste lid, toen van kracht).

    De beginnende bestuurder: art. 38, § 5 Wegverkeerswet

    Art. 38, § 5 Wegverkeerswet bepaalt: "De rechter moet het verval van het recht tot sturen uitspreken en het herstel van het recht tot sturen minstens afhankelijk maken van het slagen voor het theoretisch of praktisch examen indien hij veroordeelt wegens een overtreding begaan met een motorvoertuig die tot een verval van het recht tot sturen kan leiden en de schuldige sinds minder dan twee jaar houder is van het rijbewijs B."

    Twee voorwaarden dus: de overtreding kan tot een verval leiden, en de bestuurder heeft minder dan twee jaar een rijbewijs B. De wet kent uitzonderingen, onder meer voor overtredingen van de tweede graad. Een snelheidsovertreding van 43 km/u valt daar niet onder.

    Weekendverval en vervangend verval

    Art. 38, § 2bis Wegverkeerswet laat de rechter toe te bevelen dat een verval enkel wordt uitgevoerd van vrijdag 20 uur tot zondag 20 uur en rond feestdagen. Die mogelijkheid bestaat niet bij een alcoholslot (art. 37/1) of wanneer de rechter het herstel afhankelijk maakt van examens, onderzoeken of een opleiding.

    Wie de geldboete niet betaalt, riskeert een vervangend verval. Het toenmalige art. 69bis Wegverkeerswet liet de rechter toe de boete bij niet-betaling binnen twee maanden na een vonnis op tegenspraak te vervangen door een verval van acht dagen tot één jaar.

    Het recht vandaag

    Sinds 1 september 2026 is de Wegverkeerswet afgestemd op het nieuwe Strafwetboek (wet van 25 mei 2026). Voor feiten vanaf die datum bestraft art. 29, § 3 een snelheidsovertreding met een straf van niveau 1, met een geldboete van 80 tot 4.000 euro, vermeerderd met 2,5 opdeciemen (x 1,25). Het verval bij meer dan 40 km/u (of meer dan 30 km/u in de bebouwde kom en de andere genoemde zones) bleef behouden. Ook art. 38, § 5 bleef in de kern ongewijzigd. Op feiten van vóór 1 september 2026 blijft het oude recht van toepassing, tenzij het nieuwe recht voor de dader gunstiger is (art. 2 Sw.).

    De beslissing van de rechtbank

    De rechtbank achtte de tenlastelegging bewezen en stelde vast dat er "verzwaring" bestond, omdat de beklaagde op de datum van de feiten "nog geen twee jaar in het bezit was van zijn definitief rijbewijs categorie B". Daarom maakte zij het herstel in het recht tot sturen ook afhankelijk van het slagen in het theoretisch examen. Het verval zelf motiveerde de rechtbank met de ernst van de feiten: "gezien de ernst van de gedragingen, een vervallenverklaring dient uitgesproken". Voor de duur hield zij rekening met de feitelijke gegevens van de zaak, de persoon en het gerechtelijk verleden van de beklaagde.

    De rechtbank legde op:

    • een geldboete van 360 euro (45 euro verhoogd met 70 opdeciemen), bij niet-betaling binnen de wettelijke termijn vervangbaar door een rijverbod van 30 dagen;
    • een verval van het recht om alle motorvoertuigen te besturen gedurende 22 dagen;
    • het herstel in het recht tot sturen afhankelijk van het slagen in een theoretisch examen;
    • een bijdrage van 200 euro (25 euro verhoogd met 70 opdeciemen) aan het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden;
    • een bijdrage van 22 euro aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand;
    • de gerechtskosten van 27,97 euro en een vaste vergoeding van 52,42 euro.

    Samen komt dat op 662,39 euro, naast het verval en de kosten van het examen.

    Analyse en betekenis voor de praktijk

    Twee wegen naar een verplicht verval

    In deze zaak lag een verval om twee redenen voor de hand. De overschrijding bedroeg meer dan 40 km/u, zodat art. 29, § 3, derde lid een verval voorschrijft tenzij de rechter motiveert waarom niet. Het vonnis steunt het verval niet uitdrukkelijk op die bepaling: de dagvaarding vermeldt art. 29, § 3, eerste en tweede lid, en de rechtbank motiveerde het verval met de ernst van de gedragingen. En omdat de bestuurder nog geen twee jaar een rijbewijs B had, verplicht art. 38, § 5 zowel een verval als minstens één herstelexamen. Voor een beginnende bestuurder volstaat dat de overtreding tot een verval kan leiden. Ook bij een kleinere snelheidsovertreding waarvoor het verval facultatief is, geldt de verplichting dus.

    Het accent ligt op het rijverbod, niet op de boete

    De geldboete van 360 euro (basisbedrag 45 euro) ligt dicht bij de onderkant van de wettelijke vork van 80 tot 4.000 euro. De rechtbank legde het zwaartepunt bij het verval van 22 dagen en het theoretisch examen. Dat past bij de doelstelling van art. 38, § 5: een bestuurder met weinig rijervaring die zware fouten maakt, moet zijn kennis van de verkeersregels opnieuw aantonen. De wet laat de keuze tussen het theoretisch en het praktisch examen; de rechtbank beperkte zich hier tot het theoretisch examen.

    Ter vergelijking: in een andere zaak legde de politierechter voor 31 km/u te snel in de bebouwde kom een verval van 15 dagen op (31 km/u te snel in de bebouwde kom: 15 dagen verval).

    Geen weekendverval bij een herstelexamen

    Wie een verval met herstelexamen krijgt, kan niet vragen het verval enkel in het weekend uit te voeren: art. 38, § 2bis sluit dat uit. Een beginnende bestuurder die 22 dagen niet mag rijden, zal dat dus gedurende een aaneengesloten periode moeten organiseren. Hoe de weekendregeling wel werkt bij een zware snelheidsovertreding zonder herstelexamen, leest u in 33 km/u te snel in bebouwde kom: verval enkel in het weekend.

    Na het verval: eerst slagen, dan pas rijden

    Het verval van 22 dagen eindigt niet automatisch met een terugkeer achter het stuur. Zolang de beklaagde niet geslaagd is voor het theoretisch examen, is niet voldaan aan de herstelvoorwaarde. Wie toch een motorvoertuig bestuurt van de categorie waarop het verval betrekking had, zonder te hebben voldaan aan de herstelvoorwaarden, pleegt een afzonderlijk misdrijf (art. 48 Wegverkeerswet), dat veel zwaarder wordt bestraft dan de oorspronkelijke snelheidsovertreding.

    Tijdswerking

    De feiten dateren van 2021 en het vonnis van 2022. De rechtbank paste dus terecht de toen geldende Wegverkeerswet en de opdeciemenfactor 8 toe. Het nieuwe Strafwetboek en de omgezette Wegverkeerswet gelden pas voor feiten vanaf 1 september 2026.

    Praktische tips

    • Kijk naar de afgiftedatum van uw rijbewijs B. Beslissend is of u op de datum van de feiten minder dan twee jaar houder was van het rijbewijs B, niet de datum van de zitting.
    • Reken op een verval en een examen. Als beginnende bestuurder is het verval bij een overtreding die tot verval kan leiden, op enkele wettelijke uitzonderingen na, geen gunst van de rechter, maar een wettelijke verplichting.
    • Bereid het examen tijdig voor. Schrijf u op tijd in bij een examencentrum, zodat u na afloop van het verval niet langer dan nodig zonder rijbewijs zit.
    • Verwacht geen weekendregeling. Zodra het herstel afhangt van een examen, is een verval enkel in het weekend wettelijk uitgesloten.
    • Betaal de geldboete binnen de termijn. Zo vermijdt u dat de boete wordt omgezet in een bijkomend rijverbod.
    • Breng uw persoonlijke situatie in beeld. De rechter bepaalt de duur van het verval mede aan de hand van de persoon van de beklaagde.

    Toegepaste Wetsartikelen

    Art. 29, § 3

    Wegverkeerswet (versie vóór 1-9-2026)

    Bestraft snelheidsovertredingen met een geldboete van 10 tot 500 euro (vermeerderd met opdeciemen); bij meer dan 40 km/u te snel, of meer dan 30 km/u binnen de bebouwde kom, zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf, volgt bovendien een verval van acht dagen tot vijf jaar, tenzij de rechter motiveert waarom niet.

    Art. 38, § 5

    Wegverkeerswet

    Verplicht verval en herstel minstens afhankelijk van het slagen voor het theoretisch of praktisch examen wanneer de overtreding tot verval kan leiden en de schuldige sinds minder dan twee jaar houder is van het rijbewijs B; niet van toepassing op overtredingen van de tweede graad.

    Art. 38, § 1, 3°bis

    Wegverkeerswet

    Facultatief verval bij een overschrijding van de maximumsnelheid met meer dan 30 en hoogstens 40 km/u, of met meer dan 20 en hoogstens 30 km/u binnen de bebouwde kom, zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf.

    Art. 38, § 2bis

    Wegverkeerswet

    Laat een verval enkel van vrijdag 20 uur tot zondag 20 uur en rond feestdagen toe, behalve bij een alcoholslot (art. 37/1) of wanneer het herstel afhangt van examens, onderzoeken of een opleiding.

    Art. 69bis

    Wegverkeerswet (versie vóór 1-9-2026)

    Bij niet-betaling binnen twee maanden na een vonnis op tegenspraak kan de geldboete worden vervangen door een verval van het recht tot sturen van acht dagen tot één jaar.

    Art. 48

    Wegverkeerswet

    Bestraft wie een motorvoertuig bestuurt spijts een uitgesproken verval of zonder te hebben voldaan aan de opgelegde herstelvoorwaarden.

    Art. 5 en 68

    Wegcode (KB 1 december 1975)

    Weggebruikers moeten regelmatige verkeersborden naleven; het verkeersbord C43 verbiedt sneller te rijden dan de aangeduide snelheid.

    Meer over Verkeersrecht

    Ontdek al onze diensten, juridische tools en artikelen over verkeersrecht.

    Bekijk expertisepagina Verkeersrecht

    Veelgestelde vragen over deze zaak

    Meer over Verkeersrecht

    Vergelijkbare situatie? Spreek een advocaat

    Kies een eerste consultatie op kantoor (€ 90,75 incl. 21 % btw) of via videocall (€ 60,50 incl. btw).

    Liever eerst bellen? 050 67 32 06

    Kantoor € 75Video € 50

    Prijzen excl. btw

    Meer info: cookie beleid · privacy