Terug naar Rechtspraak
    Verkeersrecht
    Veroordeling

    33 km/u te snel in bebouwde kom: verval enkel in het weekend

    Mr. Chanel Ribas ColomarPolitierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge16 maart 2026Gepubliceerd Bijgewerkt 84 weergaven
    Delen:
    Verkeersrecht - 33 km/u te snel in bebouwde kom: verval enkel in het weekend

    Samenvatting van de Zaak

    Dit vonnis van de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, behandelt een zaak betreffende een zware snelheidsovertreding. De beklaagde werd vervolgd voor het rijden met een gecorrigeerde snelheid van 83 km/u binnen een bebouwde kom, waar de maximaal toegelaten snelheid 50 km/u bedraagt. De vastgestelde, niet-gecorrigeerde snelheid was 89 km/u. Het Openbaar Ministerie vorderde een bestraffing op basis van de vastgestelde feiten. De beklaagde, bijgestaan door een advocaat, voerde verweer. De rechtbank achtte de tenlastelegging bewezen. In haar beslissing legt de rechter een geldboete op van 240 euro en een verval van het recht tot sturen voor een periode van 8 dagen. De rechtbank toont zich echter mild in de uitvoering van dit verval door te bepalen dat het enkel wordt uitgevoerd van vrijdag 20 uur tot zondag 20 uur en van 20 uur op de vooravond van een feestdag tot 20 uur op die feestdag. De rechtbank beval deze modaliteit omdat de beklaagde bepaalde verplaatsingen niet kan vermijden. Daarnaast werden de beklaagde de gerechtskosten en bijdragen aan het Slachtofferfonds en het fonds voor juridische tweedelijnsbijstand opgelegd. De juridische grondslag voor de veroordeling is te vinden in de Wegverkeerswet en de Wegcode. Specifiek betreft het een overtreding van artikel 11.1 van de Wegcode (snelheidslimiet in de bebouwde kom) en artikel 29, §3 van de Wegverkeerswet, dat voor een dergelijke snelheidsovertreding een specifieke bestraffing voorziet, inclusief een verval van het recht tot sturen. De rechter motiveert de straf uitgebreid door te verwijzen naar de algemene verkeersveiligheid. Er wordt benadrukt dat overdreven of onaangepaste snelheid een belangrijke oorzaak is van verkeersonveiligheid en tot meer en ernstigere ongevallen leidt. De straf beoogt dan ook niet alleen de beklaagde te sanctioneren, maar ook om een groter verantwoordelijkheidsbesef te creëren en de maatschappij te beschermen.

    Uitkomst:
    Veroordeling

    Kernpunten

    • 1Een snelheidsoverschrijding van meer dan 30 km/u in de bebouwde kom sluit een onmiddellijke inning uit (art. 7 KB 19 april 2014); het verval van het recht tot sturen kan enkel de politierechter uitspreken.
    • 2Bij een dergelijke overtreding legt de rechter in principe een verval van het recht tot sturen op van minstens 8 dagen, tenzij hij een afwijkende beslissing motiveert.
    • 3Indien de beklaagde kan aantonen dat een rijbewijs essentieel is voor werk of sociale verplichtingen, kan de rechter de uitvoering van het verval van het recht tot sturen beperken tot weekends en feestdagen.
    • 4De motivering van de rechter focust sterk op algemene preventie en de maatschappelijke gevaren van overdreven snelheid.
    • 5De opgelegde geldboete van 240 euro (basisbedrag 30 euro) ligt boven het wettelijke minimum van 80 euro (basisbedrag 10 euro), beide verhoogd met de op het moment van de feiten geldende opdeciemen.

    Juridische Analyse

    Inleiding: Snelheidsovertreding en de Politierechterlijke Beoordeling

    Dit vonnis van de Politierechtbank te Brugge is een schoolvoorbeeld van de rechterlijke aanpak van een zware snelheidsovertreding. De zaak betreft een bestuurder die de snelheidslimiet in een bebouwde kom met 33 km/u overschreed. De analyse van dit vonnis biedt inzicht in de wettelijke kwalificatie van dergelijke feiten, de redenering van de rechter bij de straftoemeting en de praktische mogelijkheden om de impact van een veroordeling te beperken, zoals het verkrijgen van een verval van het recht tot sturen dat enkel in het weekend geldt.

    Analyse van de Juridische Grondslag en Straftoemeting

    Toepasselijke Wetgeving

    De veroordeling steunt op een combinatie van bepalingen uit de Wegverkeerswet en de Wegcode, zoals die golden ten tijde van de feiten. De belangrijkste artikelen zijn:

    • Artikel 11.1 van het KB van 1 december 1975 (Wegcode): Dit artikel stelt de algemene snelheidslimiet binnen de bebouwde kom vast op 50 km/u. Het overtreden van deze limiet vormt de basis van de tenlastelegging.
    • Artikel 29, §3 van de Wegverkeerswet (versie vóór 1/9/2026): Deze bepaling is cruciaal. In tegenstelling tot wat soms wordt gedacht, is een zware snelheidsovertreding geen 'overtreding van de derde graad'. Snelheidsovertredingen hebben hun eigen regime in dit artikel. Het voorziet in een geldboete van 10 tot 500 euro. Het derde lid voegt daaraan toe dat bij een overschrijding van meer dan 30 km/u in een bebouwde kom, de rechter "bovendien" een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar oplegt. Het is geen absolute verplichting; het vierde lid bepaalt dat de rechter kan afzien van het verval, mits hij die beslissing motiveert.
    • Opdeciemen en tijdswerking: De rechtbank legt een boete op van 30 euro, "verhoogd met 70 opdeciemen", wat neerkomt op 240 euro (30 x 8). Hoewel het vonnis dateert van 16 maart 2026 (toen 90 opdeciemen, of factor 10, al golden), past de rechtbank 70 opdeciemen toe. Omdat de opdeciemen gelden die van kracht waren op het moment van de feiten (art. 2 oud Strafwetboek), wijst dat erop dat de feiten dateren van vóór 1 februari 2026; de pleegdatum zelf is in de gepubliceerde versie weggelaten. De opgelegde boete van 240 euro ligt boven het wettelijke minimum van 80 euro (10 euro x 8).
    • Artikel 38, §2bis van de Wegverkeerswet (versie vóór 1/9/2026): Dit artikel laat de rechter toe te bevelen dat het effectief verval enkel wordt uitgevoerd van vrijdag om 20 uur tot zondag om 20 uur en van 20 uur op de vooravond van een feestdag tot 20 uur op die feestdag. Dat kan niet als de rechter het herstel in het recht tot sturen afhankelijk maakt van examens, onderzoeken of een opleiding, of in het geval van artikel 37/1.

    De Redenering van de Rechter

    De rechter besteedt in het vonnis opvallend veel aandacht aan de motivering van de straf. De schuld van de beklaagde staat vast, dus de focus verschuift volledig naar de straftoemeting. De redenering kan in drie delen worden opgesplitst:

    1. Algemene Preventie en Maatschappelijke Afkeuring: De rechter kadert de individuele overtreding binnen het bredere maatschappelijke probleem van verkeersonveiligheid. Er wordt uitvoerig verwezen naar statistieken over de correlatie tussen snelheid en de frequentie en ernst van ongevallen.
      "Overdreven of onaangepaste snelheid is een belangrijke oorzaak van verkeersonveiligheid. Het leidt tot meer en ernstigere ongevallen. Naar schatting 10 tot 15 % van alle ongevallen en 30 % van de ongevallen met dodelijke afloop zijn het rechtstreekse gevolg van overdreven of onaangepaste snelheid."

      Deze benadering dient niet alleen om de straf te rechtvaardigen, maar heeft ook een didactisch doel: het benadrukken van de gevaren van dergelijk rijgedrag.

    2. Individuele Toerekening: De rechtbank stelt: "De hierna bepaalde bestraffing moet de beklaagde meer verantwoordelijkheidsbesef in het verkeer bijbrengen". De straf is dus ook gericht op speciale preventie: het voorkomen dat deze specifieke bestuurder in de toekomst opnieuw in de fout gaat.
    3. Personalisering van de Straf: Het meest interessante aspect van de straftoemeting is de toepassing van de weekendmodaliteit voor het verval. De rechtbank beveelt deze modaliteit met de motivering dat "de beklaagde bepaalde verplaatsingen niet kan vermijden". Dit toont aan dat de rechter een evenwicht zoekt tussen de bestraffing en het beperken van de ongewenste neveneffecten van de straf. Dit is een illustratie van de toepassing van artikel 38, §2bis van de Wegverkeerswet.

    Praktische Implicaties en Aanbevelingen

    Voor Bestuurders

    • Ken de Gevolgen: Een snelheidsovertreding van meer dan 30 km/u in de bebouwde kom sluit een onmiddellijke inning uit (art. 7 KB van 19 april 2014 betreffende de inning en de consignatie van een som). Een verval van het recht tot sturen kan enkel de rechter uitspreken; in deze zaak werd de bestuurder gedagvaard voor de politierechtbank.
    • Bereid uw Verdediging voor: Zelfs als de feiten vaststaan, is een goede voorbereiding cruciaal. De focus van de verdediging moet liggen op de straftoemeting. Verzamel bewijsstukken die aantonen waarom u uw rijbewijs nodig heeft voor uw werk of voor belangrijke sociale of familiale verplichtingen (bv. een attest van de werkgever, informatie over co-ouderschap, mantelzorg, etc.).
    • Vraag Actief om een Weekendmodaliteit: De rechter zal niet automatisch een verval beperkt tot het weekend toekennen. U of uw advocaat moet dit expliciet vragen en motiveren. In dit vonnis volstond voor de rechtbank de vaststelling dat de beklaagde bepaalde verplaatsingen niet kan vermijden.

    Toegepaste Wetsartikelen

    Art. 29, § 3

    Wegverkeerswet

    Bestraffing van snelheidsovertredingen

    Art. 38, § 2bis

    Wegverkeerswet

    Modaliteiten voor de uitvoering van het verval van het recht tot sturen (bv. weekend)

    Art. 11.1

    Wegcode (KB 01/12/1975)

    Snelheidsbeperking binnen de bebouwde kom

    Art. 2

    Strafwetboek 1867 (oud)

    Toepassing van de strafwet in de tijd (mildere wet)

    Art. 7

    KB 19 april 2014 betreffende de inning en de consignatie van een som

    Uitsluiting van de onmiddellijke inning bij meer dan 30 km/u te snel in de bebouwde kom.

    Meer over Verkeersrecht

    Ontdek al onze diensten, juridische tools en artikelen over verkeersrecht.

    Bekijk expertisepagina Verkeersrecht

    Veelgestelde vragen over deze zaak

    Meer over Verkeersrecht

    Vergelijkbare situatie? Spreek een advocaat

    Kies een eerste consultatie op kantoor (€ 90,75 incl. 21 % btw) of via videocall (€ 60,50 incl. btw).

    Liever eerst bellen? 050 67 32 06

    Kantoor € 75Video € 50

    Prijzen excl. btw

    Meer info: cookie beleid · privacy