Verval rijbewijs in weekend bij alcohol geweigerd: in beroep 15 dagen

Samenvatting van de Zaak
Een bestuurster reed in december 2023 met een alcoholconcentratie van 0,51 mg/l uitgeademde alveolaire lucht. Voor de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, vroeg zij om het verval van het recht tot sturen enkel tijdens weekends en feestdagen uit te voeren. De rechtbank wees dat verzoek af, legde een geldboete van 1.600 euro (waarvan 800 euro met uitstel), 25 dagen verval en een medisch en psychologisch onderzoek op. In hoger beroep werd het verval later herleid tot 15 dagen, zonder herstelonderzoeken.
Relevante Juridische Tools
Bereken zelf uw situatie met onze gratis tools:
Kernpunten
- 1Wie rijdt met een alcoholconcentratie van ten minste 0,35 mg/l uitgeademde alveolaire lucht, overtreedt artikel 34, § 2, 1° van de Wegverkeerswet.
- 2Voor feiten van vóór 1 februari 2026 betekende dat een geldboete van 1.600 tot 16.000 euro (200 tot 2.000 euro met 70 opdeciemen).
- 3De politierechter kan het verval enkel in het weekend en op feestdagen laten uitvoeren, maar is daar niet toe verplicht.
- 4Weekendverval is uitgesloten bij een alcoholslot of wanneer het herstel afhankelijk wordt gemaakt van examens of onderzoeken.
- 5In deze zaak werd het weekendverval geweigerd en werden 25 dagen verval en een medisch en psychologisch onderzoek opgelegd.
- 6In hoger beroep werd het verval herleid tot 15 dagen zonder herstelonderzoeken.
Juridische Analyse
De feiten
In december 2023 werd een bestuurster gecontroleerd. De ademanalyse mat een alcoholconcentratie van 0,51 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht. Het vonnis spreekt van een "staat van alcoholintoxicatie (1,17 promille)". Zij werd gedagvaard voor de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, wegens het besturen van een voertuig met een alcoholconcentratie van ten minste 0,35 mg/l (artikel 34, § 2, 1° van de Wegverkeerswet).
De bestuurster liet zich vertegenwoordigen door een advocaat. Het vonnis vermeldt geen betwisting van de feiten en besteedt zijn motivering aan de strafmaat. Voor de bestuurster werd onder meer gevraagd dat een eventueel verval van het recht tot sturen enkel zou worden uitgevoerd tijdens het weekend en op feestdagen, het zogenaamde weekendverval.
De rechtsvraag
Welke straf past bij rijden onder invloed met 0,51 mg/l, en moet de politierechter een verzoek om het verval van het recht tot sturen enkel in het weekend uit te voeren inwilligen?
Wat zegt de wet?
De straf voor alcohol vanaf 0,35 mg/l
Op het ogenblik van de feiten bestrafte artikel 34, § 2, 1° van de Wegverkeerswet "hij die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt [...] terwijl de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet" met een geldboete van 200 euro tot 2.000 euro. Omdat de feiten dateren van vóór 1 februari 2026, worden die bedragen met 70 opdeciemen verhoogd, dus vermenigvuldigd met 8. In euro betekent dat een geldboete van 1.600 tot 16.000 euro.
Verval van het recht tot sturen
Artikel 38, § 1, 1° Wegverkeerswet laat de rechter toe het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig uit te spreken bij een veroordeling wegens overtreding van artikel 34. Dat verval bedraagt ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar. Volgens artikel 38, § 3 kan de rechter het herstel in het recht tot sturen bovendien afhankelijk maken van een theoretisch examen, een praktisch examen, een geneeskundig onderzoek, een psychologisch onderzoek of een specifieke opleiding.
Het weekendverval
Artikel 38, § 2bis Wegverkeerswet bepaalt dat de rechter kan bevelen dat het effectief verval enkel wordt uitgevoerd "van vrijdag om 20 uur tot zondag om 20 uur" en "van 20 uur op de vooravond van een feestdag tot 20 uur op die feestdag". Het gaat om een mogelijkheid, niet om een recht van de bestuurder. De wet sluit die mogelijkheid ook uit in twee gevallen: "Behoudens in geval van artikel 37/1 of als hij het herstel in het recht tot sturen afhankelijk maakt van het slagen voor een of meer van de in § 3 vermelde examens en onderzoeken". Wie een alcoholslot opgelegd krijgt (artikel 37/1) of wie herstelexamens of -onderzoeken moet afleggen, kan dus geen weekendverval krijgen.
Alcoholslot
Artikel 37/1 Wegverkeerswet verplicht de rechter in beginsel een alcoholslot op te leggen vanaf een ademanalyse van ten minste 0,78 mg/l, tenzij hij uitdrukkelijk motiveert waarom niet. Bij 0,51 mg/l is een alcoholslot mogelijk, maar niet verplicht. In deze zaak werd geen alcoholslot opgelegd.
Wat is sindsdien gewijzigd?
Sinds 1 september 2026 werd de Wegverkeerswet aangepast aan het nieuwe Strafwetboek (wet van 25 mei 2026). Artikel 34, § 2 bestraft dezelfde feiten nu met "een straf van niveau 1" en noemt zelf een geldboete van 1600 euro tot 16.000 euro; op dat bedrag komen nog 2,5 opdeciemen (maal 1,25). De nummering van artikel 34, § 2, 1° en artikel 38, § 2bis bleef behouden, en ook de uitzonderingen op het weekendverval (alcoholslot en herstelexamens of -onderzoeken, sinds 1 januari 2026 ook een opgelegde specifieke opleiding) gelden nog. Voor feiten van vóór 1 september 2026, zoals in deze zaak, blijft in beginsel het oude recht van toepassing; bij een wetswijziging gelden wel de voor de dader meest gunstige bepalingen (art. 2 Sw.).
De beslissing van de rechtbank
De politierechter verklaarde de tenlastelegging bewezen. Bij de straftoemeting hield de rechtbank rekening met de concrete aard en ernst van de feiten, de beschikbare gegevens over de financiële draagkracht van de bestuurster en de gegevens over haar strafrechtelijk verleden. Het vonnis wijst uitgebreid op de gevaren van alcohol achter het stuur: bij 0,35 mg/l is het risico op een ongeval volgens de rechtbank "4,5 keer groter".
Over het weekendverval overwoog de rechtbank: "Rekening houdende met de ernst van de inbreuk, de concrete socio-economische toestand van de beklaagde en de bekommernis van de rechtbank om een maximale effectiviteit van de strafmaatregel met het oog op de verkeersveiligheid te bewerkstelligen", wordt het verzoek afgewezen.
De rechtbank legde op:
- een geldboete van 1.600 euro (200 euro verhoogd met 70 opdeciemen), vervangbaar door een rijverbod van 60 dagen bij niet-betaling binnen de wettelijke termijn;
- uitstel van tenuitvoerlegging voor 1 jaar voor een gedeelte van 800 euro van die geldboete;
- een verval van het recht om alle motorvoertuigen te besturen gedurende 25 dagen;
- het herstel van het recht tot sturen afhankelijk van het slagen in een medisch onderzoek en een psychologisch onderzoek;
- de afwijzing van het verzoek om het verval enkel in het weekend en op feestdagen uit te voeren;
- een bijdrage van 200 euro aan het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden, 24 euro aan het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand, en de kosten van 33,19 euro en de vaste vergoeding van 58,90 euro (samen 92,09 euro).
Wat gebeurde er in hoger beroep?
Het vonnis werd niet definitief. Zowel de bestuurster als het openbaar ministerie tekenden hoger beroep aan. De bestuurster kwam op tegen de opgelegde onderzoeken en de afwijzing van het weekendrijverbod; het openbaar ministerie vroeg een strengere straf met een langer verval. Bij vonnis van 25 april 2025 herleidde de Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, het verval tot 15 dagen en bepaalde zij dat het herstel van het recht tot sturen niet afhankelijk wordt gemaakt van onderzoeken. Over het weekendverval oordeelde zij dat het "niet aan de orde" was, "aangezien het opgelegd rijverval gedekt wordt door de periode van onmiddellijke intrekking". De overige beslissingen, waaronder de geldboete met gedeeltelijk uitstel, werden bevestigd.
Analyse en betekenis voor de praktijk
Deze zaak toont goed hoe het weekendverval werkt. Artikel 38, § 2bis geeft de rechter een bevoegdheid, geen verplichting. De politierechter mag een verzoek om weekendverval afwijzen wanneer hij vindt dat een doorlopend verval beter aansluit bij het doel van de straf. Hier steunde de rechtbank zich uitdrukkelijk op de ernst van de inbreuk, de socio-economische toestand van de bestuurster en de effectiviteit van de straf met het oog op de verkeersveiligheid.
Daarnaast speelt de wettelijke uitzondering. Omdat de politierechter het herstel van het recht tot sturen afhankelijk maakte van een medisch en een psychologisch onderzoek, liet artikel 38, § 2bis het weekendverval in die situatie niet toe. Wie herstelonderzoeken opgelegd krijgt, kan het verval dus niet tot de weekends laten beperken. Een verzoek om weekendverval staat daardoor sterker wanneer de verdediging ook argumenteert waarom herstelonderzoeken niet nodig zijn.
De strafmaat zelf sluit aan bij de wettelijke ondergrens: de geldboete van 1.600 euro is het minimum van artikel 34, § 2 met opdeciemen, en de helft ervan kreeg uitstel. Het verval van 25 dagen ligt eveneens aan de lage kant van de vork van acht dagen tot vijf jaar.
Het verloop in hoger beroep is leerrijk. De beroepsrechter vond een verval van 15 dagen voldoende en schrapte de onderzoeken. Omdat dat verval volgens de beroepsrechter gedekt werd door de periode van onmiddellijke intrekking, had een weekendregeling geen zin meer. Een eerder ondergane onmiddellijke intrekking van het rijbewijs kan dus een rol spelen bij de beoordeling van het verval.
Vergelijk ook met andere zaken: bij een hoog alcoholgehalte met een alcoholslot sloot de wet het weekendverval uit (alcoholslot opgelegd bij 0,93 mg/l, geen weekendrijverbod mogelijk), terwijl een politierechter bij een snelheidsovertreding het verval wel tot de weekends beperkte (verval bij 63 km/u in zone 30, enkel in het weekend).
Praktische tips
- Een weekendverval is geen recht. Onderbouw het verzoek met concrete, gestaafde elementen, zoals de noodzaak om met de wagen naar het werk te rijden.
- Besef dat de rechter geen weekendverval kan toestaan als hij een alcoholslot oplegt of het herstel afhankelijk maakt van examens of onderzoeken.
- Bij een eerste alcoholfeit met een beperkt gehalte kan het zinvol zijn uit te leggen waarom medische en psychologische onderzoeken niet nodig zijn.
- Vermeld een eventuele onmiddellijke intrekking van het rijbewijs: de beroepsrechter hield er in deze zaak rekening mee.
- Hoger beroep kan de straf verlagen, maar ook het openbaar ministerie kan beroep instellen en een strengere straf vragen.
Toegepaste Wetsartikelen
Art. 34, § 2, 1°
Wegverkeerswet (W. 16 maart 1968)
Bestraft het besturen van een voertuig op een openbare plaats terwijl de ademanalyse ten minste 0,35 mg/l uitgeademde alveolaire lucht meet; op het ogenblik van de feiten met een geldboete van 200 tot 2.000 euro (vóór opdeciemen), sinds 1 september 2026 met een straf van niveau 1 en een geldboete van 1600 tot 16.000 euro (vóór 2,5 opdeciemen).
Art. 38, § 1, 1°
Wegverkeerswet (W. 16 maart 1968)
De rechter kan het verval van het recht tot sturen uitspreken bij een veroordeling wegens overtreding van artikel 34; het verval bedraagt ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar.
Art. 38, § 2bis
Wegverkeerswet (W. 16 maart 1968)
De rechter kan bevelen dat het effectief verval enkel wordt uitgevoerd van vrijdag 20 uur tot zondag 20 uur en van 20 uur op de vooravond van een feestdag tot 20 uur op die feestdag, behalve bij toepassing van artikel 37/1 of wanneer het herstel afhankelijk wordt gemaakt van examens of onderzoeken.
Art. 38, § 3
Wegverkeerswet (W. 16 maart 1968)
De rechter kan het herstel in het recht tot sturen afhankelijk maken van een theoretisch examen, een praktisch examen, een geneeskundig onderzoek, een psychologisch onderzoek of een specifieke opleiding.
Art. 37/1
Wegverkeerswet (W. 16 maart 1968)
Bij een veroordeling op grond van artikel 34, § 2 kan de rechter het rijbewijs beperken tot voertuigen met een alcoholslot; vanaf 0,78 mg/l moet hij dat doen, tenzij hij uitdrukkelijk motiveert waarom niet.
Art. 69bis
Wegverkeerswet (W. 16 maart 1968)
Toegepast in het vonnis: bij niet-betaling binnen de termijn van twee maanden kan de geldboete worden vervangen door een verval van het recht tot sturen van ten minste acht dagen en ten hoogste een jaar.
Art. 1
Wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen
De strafrechtelijke geldboeten worden met opdeciemen verhoogd; voor deze feiten uit 2023 gaf dat een vermenigvuldiging met 8 (70 opdeciemen).
Meer over Verkeersrecht
Ontdek al onze diensten, juridische tools en artikelen over verkeersrecht.
Bekijk expertisepagina VerkeersrechtVeelgestelde vragen over deze zaak
Meer over Verkeersrecht
Vergelijkbare situatie? Spreek een advocaat
Kies een eerste consultatie op kantoor (€ 90,75 incl. 21 % btw) of via videocall (€ 60,50 incl. btw).
Liever eerst bellen? 050 67 32 06
Gerelateerde Zaken
Alle rechtspraakAlcoholslot niet opgelegd bij 1,07 mg/l: rechter motiveert afwijking
Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge
23 apr 2026
Drugs in het verkeer bij herhaling: verval en 4 examens
Politierechtbank West-Vlaanderen - Afdeling Brugge
6 mei 2026
64 km/u in zone 30 in herhaling: 400 euro en 10 dagen verval
Politierechtbank West-Vlaanderen - Afdeling Brugge
3 jun 2026