
125 km/u waar 70 geldt: geen opschorting, wel weekendverval
Dit vonnis van de Politierechtbank Limburg, afdeling Maaseik, behandelt een zware snelheidsovertreding. Een bestuurder werd vervolgd voor het rijden met een gecorrigeerde snelheid van 125 km/u waar 70 km/u was toegelaten, een overschrijding van 55 km/u. De verdediging verzocht de rechtbank om de uitspraak van de veroordeling op te schorten, een gunstmaatregel waarbij de schuld wel wordt vastgesteld maar geen straf wordt uitgesproken. De rechtbank oordeelde de feiten bewezen maar wees het verzoek tot opschorting af vanwege de "ernst van de feiten". De rechter beschouwde de aanzienlijke snelheidsoverschrijding als te zwaarwichtig voor een dergelijke maatregel. Bij de straftoemeting hield de rechter rekening met diverse factoren, waaronder de aard van de feiten en maatschappelijke doelstellingen. De beklaagde werd veroordeeld tot een geldboete van 400 euro, waarvan 240 euro met uitstel voor drie jaar. Daarnaast werd een verval van het recht tot sturen van 21 dagen opgelegd, waarvan 7 dagen met uitstel. De rechtbank beperkte het effectieve verval van 14 dagen tot de weekends en feestdagen, omdat de beklaagde "bepaalde verplaatsingen niet kan vermijden".