Lening aan ex-partner terugvorderen zonder contract

Samenvatting van de Zaak
Dit vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, behandelt een financieel geschil tussen twee ex-partners na het beëindigen van hun feitelijke samenwoning. De eiseres vorderde een bedrag van € 33.448,98 van haar ex-partner, de verweerder. De kern van de zaak draait om verschillende betalingen die de eiseres tijdens de relatie heeft gedaan, voornamelijk voor de aankoop van diverse voertuigen en een persoonlijke overschrijving. De eiseres stelde in hoofdorde dat deze betalingen leningen waren die de verweerder diende terug te betalen. Ze baseerde haar vordering op een reeks bankoverschrijvingen. In ondergeschikte orde, mocht de rechtbank de leningsovereenkomst niet bewezen achten, beriep de eiseres zich op het principe van de ongerechtvaardigde verrijking. Ze argumenteerde dat haar vermogen was verarmd ten voordele van het vermogen van de verweerder, zonder dat hier een juridische rechtvaardiging voor bestond. De verweerder betwistte de vordering. Hij betwistte dat het om leningen ging en betwistte de verrijking. Voor sommige transacties stelde hij dat hij de eiseres al (gedeeltelijk) had terugbetaald, terwijl hij voor andere beweerde dat de transacties voor rekening en voordeel van de eiseres zelf waren. De rechtbank oordeelde dat de eiseres het bestaan van een leningsovereenkomst niet kon bewijzen volgens de geldende regels. Voor leningen tot 31 oktober 2020 eist artikel 1341 van het oud Burgerlijk Wetboek een geschrift voor bedragen boven 375 euro, en vanaf 1 november 2020 vereist artikel 8.9 van het Burgerlijk Wetboek een ondertekend geschrift vanaf 3.500 euro. Een bankoverschrijving met de mededeling 'lening' volstond niet om de terugbetalingsplicht te bewijzen. Vervolgens onderzocht de rechtbank de subsidiaire vordering op basis van ongerechtvaardigde verrijking. Hierin volgde de rechtbank de eiseres grotendeels. De rechtbank analyseerde elke betaling afzonderlijk en stelde vast dat voor een groot deel van de transacties inderdaad sprake was van een vermogensverschuiving zonder juridische oorzaak. De betalingen konden niet worden beschouwd als een bijdrage in de normale kosten van de samenwoning, noch als een schenking. De rechtbank verwierp de vordering voor de posten waarvan werd aangetoond dat ze ten goede kwamen aan de eiseres zelf (bv. door inruil van een wagen). Uiteindelijk werd de vordering gedeeltelijk toegewezen voor een bedrag van € 25.590,00, te vermeerderen met intresten. De verweerder werd als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld tot de gerechtskosten.
Kernpunten
- 1Wie een lening wil bewijzen, moet de terugbetalingsverbintenis bewijzen volgens het gereglementeerde bewijsstelsel: voor leningen tot 31 oktober 2020 een geschrift boven 375 euro (art. 1341 oud BW), vanaf 1 november 2020 een ondertekend geschrift vanaf 3.500 euro (art. 8.9 BW). In deze zaak volstond een overschrijving met de mededeling 'lening' niet.
- 2Indien een lening niet bewezen kan worden, kan een vordering op basis van ongerechtvaardigde verrijking slagen als er een duidelijke vermogensverschuiving zonder juridische oorzaak is.
- 3De partij die zich op ongerechtvaardigde verrijking beroept, moet voldoende aanwijzingen geven dat er geen oorzaak is, waarna de bewijslast kan verschuiven naar de verrijkte partij.
- 4Het is een correcte processtrategie om in dezelfde procedure primair een vordering op basis van een lening in te stellen en subsidiair op basis van ongerechtvaardigde verrijking.
- 5De rechtbank zal elke betwiste betaling afzonderlijk analyseren om te bepalen of aan de voorwaarden van ongerechtvaardigde verrijking is voldaan.
Juridische Analyse
Inleiding: Afrekening tussen ex-partners na feitelijke samenwoning
Dit vonnis illustreert een veelvoorkomend en complex juridisch probleem: de financiële afrekening na het beëindigen van een feitelijke samenwoning. In tegenstelling tot gehuwden of wettelijk samenwonenden, bestaat er voor feitelijk samenwonenden geen wettelijk kader dat de verdeling van vermogens regelt bij een relatiebreuk. Partijen zijn aangewezen op het algemeen verbintenissenrecht, wat vaak leidt tot bewijsproblemen, zoals in deze zaak duidelijk wordt. De eiseres probeerde aanzienlijke sommen geld terug te vorderen die zij tijdens de relatie had betaald, voornamelijk voor de aankoop van voertuigen voor de verweerder.
De Bewijslast van een Lening versus Ongerechtvaardigde Verrijking
De strategie van de eiseres, met een vordering in hoofdorde gebaseerd op een lening en in ondergeschikte orde op ongerechtvaardigde verrijking, is een klassieke aanpak in dergelijke geschillen. De uitkomst van de zaak toont het cruciale verschil in bewijsvoering tussen beide rechtsfiguren.
De Strenge Bewijsregels voor een Leningsovereenkomst
De rechtbank wijst de vordering op basis van een leningsovereenkomst terecht af. De redenering is gebaseerd op de regels van het gereglementeerde bewijsstelsel (art. 1341 oud BW en art. 8.9 BW).
- Definitie en bewijs: Een verbruiklening (art. 1892 oud BW) is een contract waarbij de uitlener iets afgeeft onder de verplichting voor de ontlener om een gelijke hoeveelheid terug te geven. De bewijslast ligt bij de eiser (art. 8.4 BW), die zowel de afgifte van de gelden als de contractuele verbintenis tot terugbetaling moet aantonen.
- Vormvereiste: De rechtbank past de correcte bewijsregels toe naargelang de datum van de transacties. Voor leningsovereenkomsten gesloten tot 31 oktober 2020 geldt artikel 1341 van het oud Burgerlijk Wetboek, dat een akte vereist voor zaken die de som van € 375 te boven gaan. Vanaf 1 november 2020 is artikel 8.9, § 1 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing, dat een ondertekend geschrift eist voor rechtshandelingen met een waarde vanaf € 3.500.
In casu kon de eiseres geen ondertekende leningsovereenkomst voorleggen. De vermelding "lening" op een bankoverschrijving van oktober 2020 volstond niet als geschrift in de zin van het toen geldende art. 1341 oud BW. Het bewijst de materiële overdracht van geld, maar niet de consensuele overeenkomst inclusief de terugbetalingsplicht. Dit is een cruciale les: zonder schriftelijk contract is het bewijs van een lening boven de wettelijke drempel moeilijk, tenzij een wettelijke uitzondering speelt.
De Ongerechtvaardigde Verrijking als Subsidiair Redmiddel
Nadat de grondslag van de lening was verworpen, boog de rechtbank zich over de subsidiaire vordering. De ongerechtvaardigde verrijking (of verrijking zonder oorzaak) is een algemeen rechtsbeginsel dat stelt dat niemand zich ten koste van een ander zonder juridische oorzaak mag verrijken. Sinds 1 januari 2023 is dit principe gecodificeerd in de artikelen 5.135 e.v. van het Burgerlijk Wetboek, maar op de feiten in deze zaak was het nog een ongeschreven beginsel. De voorwaarden zijn:
- Een verrijking van het ene vermogen;
- Een verarming van het andere vermogen;
- Een causaal verband tussen de verrijking en de verarming;
- Het ontbreken van een geldige juridische oorzaak (zoals een contract, wettelijke plicht, of de wil om te schenken);
- Het subsidiaire karakter: er mag geen andere rechtsvordering mogelijk zijn.
De rechtbank benadrukt een belangrijk aspect van de bewijslast, verwijzend naar cassatierechtspraak:
De plicht van loyale medewerking aan de bewijsvoering heeft voor gevolg dat, voor zover de eiser op de verrijkingsvordering voldoende aanwijzingen verstrekt die het waarschijnlijk maken dat iedere rechtsgrond ontbreekt, het aan de verweerder op de verrijkingsvordering is om het bestaan van een rechtsgrond te bewijzen (vgl. Cass. (1e k.) AR C.18.0523.N, 7 juni 2019.)
Dit is een cruciale nuance. De eiseres moest niet het absolute bewijs leveren van het ontbreken van een oorzaak, maar wel voldoende elementen aanreiken die dit aannemelijk maken. Door aan te tonen dat de betalingen niet kaderden in de normale lasten van de samenwoning (waarvoor ze aparte betalingen deed) en niet uit vrijgevigheid gebeurden (gezien de context van commerciële transacties met voertuigen), verschoof de bewijslast naar de verweerder. Hij moest vervolgens aantonen dat er wél een geldige oorzaak was (bv. een schenking, een verrekening van een andere schuld), wat hij naliet.
De rechtbank bevestigt ook, met verwijzing naar Cass. 14 juni 2021, dat het subsidiaire karakter van de vordering niet eraan in de weg staat dat eiseres in dezelfde procedure haar vordering in hoofdorde op een contract baseert en subsidiair op ongerechtvaardigde verrijking, voor het geval de rechter oordeelt dat de primaire rechtsgrond niet bewezen is. Dit bevestigt de correcte processtrategie van de eiseres.
Analyse van de Rechterlijke Beoordeling en Praktische Implicaties
De rechtbank voert een gedetailleerde, feitelijke analyse uit per betwiste post. Deze pragmatische aanpak is kenmerkend voor geschillen over ongerechtvaardigde verrijking.
Een concrete, feitelijke afweging
De rechtbank overloopt elke transactie en weegt de argumenten en bewijsstukken van beide partijen. Ze aanvaardt de vordering voor de bedragen waarbij de eiseres de betaling aantoont en de verweerder de verrijking niet kan rechtvaardigen of een (volledige) terugbetaling niet kan bewijzen. Omgekeerd wordt de vordering afgewezen voor de transacties (rond een specifieke terreinwagen) waaruit bleek dat de eiseres uiteindelijk zelf de economische begunstigde was. Dit toont aan dat de rechter niet blindelings de beweringen van de eiseres volgt, maar een grondige, concrete toetsing uitvoert van de voorwaarden voor ongerechtvaardigde verrijking.
Tips en Aandachtspunten
Dit vonnis biedt belangrijke lessen voor zowel burgers als juridische professionals:
- Voor feitelijk samenwonenden:
- Documenteer leningen: Sluit altijd een eenvoudige, schriftelijke en door beide partijen ondertekende leningsovereenkomst, zelfs binnen een affectieve relatie. Vermeld het bedrag, de datum en de modaliteiten van terugbetaling.
- Gebruik duidelijke mededelingen: Wees specifiek in de mededeling bij bankoverschrijvingen ('lening aankoop auto X, terug te betalen voor datum Y', 'bijdrage huur maand Z'). Dit kan later dienen als belangrijk feitelijk bewijs.
- Houd financiën gescheiden: Voor grote, ongebruikelijke uitgaven die niet tot de gemeenschappelijke lasten behoren, is het cruciaal om duidelijke afspraken te maken en deze schriftelijk vast te leggen.
- Voor juridische professionals:
- Dubbele grondslag: In dit soort zaken is het essentieel om de vordering primair op een contractuele basis (lening) te stoelen en subsidiair op ongerechtvaardigde verrijking. Dit vonnis toont de effectiviteit van deze strategie.
- Bewijsgaring is cruciaal: Verzamel alle mogelijke bewijsstukken: bankafschriften, e-mails, WhatsApp-berichten, advertenties (zoals een online advertentie in deze zaak), social media posts, etc. Deze feitelijke elementen zijn onmisbaar om de afwezigheid van een juridische oorzaak aannemelijk te maken.
- Argumenteer de verschuiving van de bewijslast: Wijs de rechtbank actief op de cassatierechtspraak die stelt dat de bewijslast kan verschuiven naar de verrijkte partij zodra de verarmde partij voldoende aanwijzingen van een ongerechtvaardigde verrijking heeft geleverd.
- Denk aan uitzonderingen: voor leningen vanaf 1 november 2020 lijdt het vereiste van een ondertekend geschrift uitzondering bij materiële of morele onmogelijkheid om zich een akte te verschaffen (art. 8.12 BW), en kan het geschrift worden vervangen door een bekentenis, een beslissende eed of een begin van bewijs door geschrift aangevuld met een ander bewijsmiddel (art. 8.13 BW). Een begin van bewijs door geschrift moet wel uitgaan van degene die de lening betwist (art. 8.1, 7° BW); een mededeling die de uitlener zelf bij de overschrijving vermeldt, volstaat daarvoor niet. Het vonnis behandelt deze uitzonderingen niet.
Concluderend is dit vonnis een schoolvoorbeeld van hoe het algemeen rechtsbeginsel van de ongerechtvaardigde verrijking kan dienen als een vangnet om manifeste onbillijkheden te corrigeren wanneer de strenge bewijsregels van het contractenrecht niet kunnen worden nageleefd, een situatie die zich vaak voordoet bij het einde van een feitelijke samenwoning.
Toegepaste Wetsartikelen
1892
Oud_Burgerlijk_Wetboek
Definitie van verbruiklening
1341
Oud_Burgerlijk_Wetboek
Bewijs van rechtshandelingen boven € 375 (oud recht, tot 31/10/2020)
8.4
Burgerlijk_Wetboek
Algemene bewijslastverdeling
8.9
Burgerlijk_Wetboek
Bewijs van rechtshandelingen vanaf € 3.500 door een ondertekend geschrift (nieuw recht, vanaf 01/11/2020)
1017
Gerechtelijk_Wetboek
Verwijzing van de in het ongelijk gestelde partij in de kosten
Meer over Burgerlijk Recht
Ontdek al onze diensten, juridische tools en artikelen over burgerlijk recht.
Bekijk expertisepagina Burgerlijk RechtVeelgestelde vragen over deze zaak
Meer over Verbintenissenrecht
Vergelijkbare situatie? Spreek een advocaat
Kies een eerste consultatie op kantoor (€ 90,75 incl. 21 % btw) of via videocall (€ 60,50 incl. btw).
Liever eerst bellen? 050 67 32 06
Gerelateerde Zaken
Alle rechtspraakGezamenlijke lening terugvorderen na relatiebreuk: ex betaalt de helft
Vredegerecht van het kanton Roeselare
25 jun 2019
Geldlening niet terugbetaald: enkel vervallen termijnen
Rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt
30 sep 2025
Geld geleend voor ex-partner terugvorderen: zaakwaarneming slaagt
Hof van beroep Gent, elfde kamer (familiekamer)
28 feb 2019