Terug naar Rechtspraak
    Verbintenissenrecht
    Gedeeltelijk toegewezen

    Afrekening na feitelijke samenwoning: wanneer een 'lening' een ongerechtvaardigde verrijking wordt

    Mr. Chanel Ribas ColomarRechtbank van Eerste Aanleg Oost-Vlaanderen - Afdeling Dendermonde3 januari 2025319 weergaven
    Delen:
    ongerechtvaardigde verrijkingfeitelijke samenwoningleningbewijsrechtverbintenissenrechtafrekeningsubsidiaire vordering

    Samenvatting van de Zaak

    Situatie

    Dit vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, behandelt een financieel geschil tussen twee ex-partners na het beëindigen van hun feitelijke samenwoning. De eiseres vorderde een bedrag van € 33.448,98 van haar ex-partner, de verweerder. De kern van de zaak draait om verschillende betalingen die de eiseres tijdens de relatie heeft gedaan, voornamelijk voor de aankoop van diverse voertuigen en een persoonlijke overschrijving.

    Geschil

    De eiseres stelde in hoofdorde dat deze betalingen leningen waren die de verweerder diende terug te betalen. Ze baseerde haar vordering op een reeks bankoverschrijvingen. In ondergeschikte orde, mocht de rechtbank de leningsovereenkomst niet bewezen achten, beriep de eiseres zich op het principe van de ongerechtvaardigde verrijking. Ze argumenteerde dat haar vermogen was verarmd ten voordele van het vermogen van de verweerder, zonder dat hier een juridische rechtvaardiging voor bestond. De verweerder betwistte de vordering. Hij ontkende het bestaan van een leningsovereenkomst en voerde aan dat de betalingen een andere oorzaak hadden. Voor sommige transacties stelde hij dat hij de eiseres al (gedeeltelijk) had terugbetaald, terwijl hij voor andere beweerde dat de transacties voor rekening en voordeel van de eiseres zelf waren. De rechtbank oordeelde dat de eiseres het bestaan van een leningsovereenkomst niet kon bewijzen. Volgens de wet (art. 8.9 BW) vereist een lening van meer dan € 3.500 een ondertekend geschrift, wat in dit geval ontbrak. De vermelding 'lening' op een bankafschrift volstond niet als bewijs van de contractuele terugbetalingsplicht.

    Beslissing

    Vervolgens onderzocht de rechtbank de subsidiaire vordering op basis van ongerechtvaardigde verrijking. Hierin volgde de rechtbank de eiseres grotendeels. De rechtbank analyseerde elke betaling afzonderlijk en stelde vast dat voor een groot deel van de transacties inderdaad sprake was van een vermogensverschuiving zonder juridische oorzaak. De betalingen konden niet worden beschouwd als een bijdrage in de normale kosten van de samenwoning, noch als een schenking. De rechtbank verwierp de vordering voor de posten waarvan werd aangetoond dat ze ten goede kwamen aan de eiseres zelf (bv. door inruil van een wagen). Uiteindelijk werd de vordering gedeeltelijk toegewezen voor een bedrag van € 25.590,00, te vermeerderen met intresten. De verweerder werd als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld tot de gerechtskosten.

    Uitkomst:
    Gedeeltelijk toegewezen

    Kernpunten

    • 1Een lening tussen partners voor een bedrag boven € 3.500 vereist een ondertekend geschrift; een bankoverschrijving met de mededeling 'lening' is onvoldoende bewijs.
    • 2Indien een lening niet bewezen kan worden, kan een vordering op basis van ongerechtvaardigde verrijking slagen als er een duidelijke vermogensverschuiving zonder juridische oorzaak is.
    • 3De partij die zich op ongerechtvaardigde verrijking beroept, moet voldoende aanwijzingen geven dat er geen oorzaak is, waarna de bewijslast kan verschuiven naar de verrijkte partij.
    • 4Het is een correcte processtrategie om primair een vordering op basis van een lening in te stellen en subsidiair op basis van ongerechtvaardigde verrijking.
    • 5De rechtbank zal elke betwiste betaling afzonderlijk analyseren om te bepalen of aan de voorwaarden van ongerechtvaardigde verrijking is voldaan.

    Juridische Analyse

    Inleiding: Afrekening tussen ex-partners na feitelijke samenwoning

    Dit vonnis illustreert een veelvoorkomend en complex juridisch probleem: de financiële afrekening na het beëindigen van een feitelijke samenwoning. In tegenstelling tot gehuwden of wettelijk samenwonenden, bestaat er voor feitelijk samenwonenden geen wettelijk kader dat de verdeling van vermogens regelt bij een relatiebreuk. Partijen zijn aangewezen op het algemeen verbintenissenrecht, wat vaak leidt tot bewijsproblemen, zoals in deze zaak duidelijk wordt. De eiseres probeerde aanzienlijke sommen geld terug te vorderen die zij tijdens de relatie had betaald, voornamelijk voor de aankoop van voertuigen voor de verweerder.

    De Bewijslast van een Lening versus Ongerechtvaardigde Verrijking

    De strategie van de eiseres, met een vordering in hoofdorde gebaseerd op een lening en in ondergeschikte orde op ongerechtvaardigde verrijking, is een klassieke aanpak in dergelijke geschillen. De uitkomst van de zaak toont het cruciale verschil in bewijsvoering tussen beide rechtsfiguren.

    De Strenge Bewijsregels voor een Leningsovereenkomst

    De rechtbank wijst de vordering op basis van een leningsovereenkomst terecht af. De redenering is gebaseerd op dwingende bewijsregels uit het Burgerlijk Wetboek.

    • Definitie en bewijs: Een verbruiklening (art. 1892 oud BW) is een contract waarbij de uitlener iets afgeeft onder de verplichting voor de ontlener om een gelijke hoeveelheid terug te geven. De bewijslast ligt bij de eiser (art. 8.4 BW), die zowel de afgifte van de gelden als de contractuele verbintenis tot terugbetaling moet aantonen.
    • Vormvereiste: Voor rechtshandelingen met een waarde boven € 3.500,00 is een ondertekend geschrift vereist (art. 8.9, § 1 BW). Voor de invoering van deze bepaling gold een gelijkaardige regel onder artikel 1341 van het oud Burgerlijk Wetboek voor bedragen boven € 375,00.

    In casu kon de eiseres geen ondertekende leningsovereenkomst voorleggen. De vermelding "lening" op een bankoverschrijving is weliswaar een sterk feitelijk vermoeden, maar volstaat op zichzelf niet om te voldoen aan de wettelijke eis van een ondertekend geschrift. Het bewijst de materiële overdracht van geld, maar niet de consensuele overeenkomst inclusief de terugbetalingsplicht. Dit is een cruciale les: zonder schriftelijk contract is het bewijzen van een lening van aanzienlijke omvang quasi onmogelijk.

    De Ongerechtvaardigde Verrijking als Subsidiair Redmiddel

    Nadat de grondslag van de lening was verworpen, boog de rechtbank zich over de subsidiaire vordering. De ongerechtvaardigde verrijking (of verrijking zonder oorzaak) is een algemeen rechtsbeginsel dat stelt dat niemand zich ten koste van een ander zonder juridische oorzaak mag verrijken. De voorwaarden zijn:

    1. Een verrijking van het ene vermogen;
    2. Een verarming van het andere vermogen;
    3. Een causaal verband tussen de verrijking en de verarming;
    4. Het ontbreken van een geldige juridische oorzaak (zoals een contract, wettelijke plicht, of de wil om te schenken);
    5. Het subsidiaire karakter: er mag geen andere rechtsvordering mogelijk zijn.

    De rechtbank benadrukt een belangrijk aspect van de bewijslast, verwijzend naar cassatierechtspraak (Cass. 7 juni 2019):

    De plicht van loyale medewerking aan de bewijsvoering heeft voor gevolg dat, voor zover de eiser op de verrijkingsvordering voldoende aanwijzingen verstrekt die het waarschijnlijk maken dat iedere rechtsgrond ontbreekt, het aan de verweerder op de verrijkingsvordering is om het bestaan van een rechtsgrond te bewijzen.

    Dit is een cruciale nuance. De eiseres moest niet het absolute bewijs leveren van het *ontbreken* van een oorzaak, maar wel voldoende elementen aanreiken die dit aannemelijk maken. Door aan te tonen dat de betalingen niet kaderden in de normale lasten van de samenwoning (waarvoor ze aparte betalingen deed) en niet uit vrijgevigheid gebeurden (gezien de context van commerciële transacties met voertuigen), verschoof de bewijslast naar de verweerder. Hij moest vervolgens aantonen dat er wél een geldige oorzaak was (bv. een schenking, een verrekening van een andere schuld), wat hij naliet.

    De rechtbank bevestigt ook, met verwijzing naar Cass. 14 juni 2021, dat het subsidiaire karakter van de vordering niet belet dat deze wordt ingesteld nadat de primaire vordering (lening) is afgewezen. Dit bevestigt de correcte processtrategie van de eiseres.

    Analyse van de Rechterlijke Beoordeling en Praktische Implicaties

    De rechtbank voert een gedetailleerde, feitelijke analyse uit per betwiste post. Deze pragmatische aanpak is kenmerkend voor geschillen over ongerechtvaardigde verrijking.

    Een concrete, feitelijke afweging

    De rechtbank overloopt elke transactie en weegt de argumenten en bewijsstukken van beide partijen. Ze aanvaardt de vordering voor de bedragen waarbij de eiseres de betaling aantoont en de verweerder de verrijking niet kan rechtvaardigen of een (volledige) terugbetaling niet kan bewijzen. Omgekeerd wordt de vordering afgewezen voor de transacties (rond de Hummer) waaruit bleek dat de eiseres uiteindelijk zelf de economische begunstigde was. Dit toont aan dat de rechter niet blindelings de beweringen van de eiseres volgt, maar een grondige, concrete toetsing uitvoert van de voorwaarden voor ongerechtvaardigde verrijking.

    Tips en Aandachtspunten

    Dit vonnis biedt belangrijke lessen voor zowel burgers als juridische professionals:

    • Voor feitelijk samenwonenden:
      • Documenteer leningen: Sluit altijd een eenvoudige, schriftelijke en door beide partijen ondertekende leningsovereenkomst, zelfs binnen een affectieve relatie. Vermeld het bedrag, de datum en de modaliteiten van terugbetaling.
      • Gebruik duidelijke mededelingen: Wees specifiek in de mededeling bij bankoverschrijvingen ('lening aankoop auto X, terug te betalen voor datum Y', 'bijdrage huur maand Z'). Dit kan later dienen als belangrijk feitelijk bewijs.
      • Houd financiën gescheiden: Voor grote, ongebruikelijke uitgaven die niet tot de gemeenschappelijke lasten behoren, is het cruciaal om duidelijke afspraken te maken en deze schriftelijk vast te leggen.
    • Voor juridische professionals:
      • Dubbele grondslag: In dit soort zaken is het essentieel om de vordering primair op een contractuele basis (lening) te stoelen en subsidiair op ongerechtvaardigde verrijking. Dit vonnis toont de effectiviteit van deze strategie.
      • Bewijsgaring is cruciaal: Verzamel alle mogelijke bewijsstukken: bankafschriften, e-mails, WhatsApp-berichten, advertenties (zoals de 2dehands.be-advertentie in deze zaak), social media posts, etc. Deze feitelijke elementen zijn onmisbaar om de afwezigheid van een juridische oorzaak aannemelijk te maken.
      • Argumenteer de verschuiving van de bewijslast: Wijs de rechtbank actief op de cassatierechtspraak die stelt dat de bewijslast kan verschuiven naar de verrijkte partij zodra de verarmde partij voldoende aanwijzingen van een ongerechtvaardigde verrijking heeft geleverd.

    Concluderend is dit vonnis een schoolvoorbeeld van hoe het algemeen rechtsbeginsel van de ongerechtvaardigde verrijking kan dienen als een vangnet om manifeste onbillijkheden te corrigeren wanneer de strenge bewijsregels van het contractenrecht niet kunnen worden nageleefd, een situatie die zich vaak voordoet bij het einde van een feitelijke samenwoning.

    Toegepaste Wetsartikelen

    Art. 1892

    oud Burgerlijk Wetboek

    Definitie van verbruiklening

    Art. 1341

    oud Burgerlijk Wetboek

    Bewijs van rechtshandelingen boven € 375 (oud recht)

    Art. 8.4

    Burgerlijk Wetboek

    Algemene bewijslastverdeling

    Art. 8.9, § 1

    Burgerlijk Wetboek

    Bewijs van rechtshandelingen boven € 3.500 door een ondertekend geschrift

    Art. 1017

    Gerechtelijk Wetboek

    Verwijzing van de in het ongelijk gestelde partij in de kosten

    Vergelijkbare situatie?

    Neem vrijblijvend contact op voor persoonlijk advies van onze advocaten.