
60 km/u te snel buiten de kom: 480 euro en 15 dagen verval
Een bestuurder stond terecht voor de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, voor een zware snelheidsovertreding. De beklaagde reed met een gecorrigeerde snelheid van 130,66 km/u op een openbare weg waar de maximum toegelaten snelheid 70 km/u bedroeg. Dit betekende een overschrijding van meer dan 60 km/u. De rechtbank achtte de tenlastelegging bewezen en legde een straf op die bestond uit meerdere componenten. De beklaagde werd veroordeeld tot een geldboete van 480 euro. Cruciaal was de bijkomende straf: een verval van het recht tot sturen voor een periode van 15 dagen. Voor een dergelijke zware snelheidsovertreding is de rechter in principe verplicht deze sanctie op te leggen; ziet hij ervan af, dan moet hij die beslissing motiveren (art. 29, § 3 Wegverkeerswet). Daarnaast werden de beklaagde de gerechtskosten en bijdragen aan het Fonds tot hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand opgelegd. De juridische grondslag voor de veroordeling is tweeledig. Enerzijds artikel 11.2, 3° van de Wegcode (KB van 1 december 1975) in de versie voor het Vlaams Gewest, dat buiten de bebouwde kom de snelheid op 70 km/u beperkt. Anderzijds artikel 29, § 3 van de Wegverkeerswet, dat snelheidsovertredingen bestraft met een geldboete van 10 tot 500 euro en een overschrijding met meer dan 40 km/u bovendien met een verval van het recht tot sturen van acht dagen tot vijf jaar. De rechter motiveerde de straf uitgebreid door te wijzen op de algemene gevaren van overdreven snelheid en de noodzaak om de beklaagde tot meer verantwoordelijkheidsbesef aan te sporen.
