Rechtspraak

    Geanonimiseerde vonnissen met juridische analyse. Ontdek relevante rechtspraak uit heel Vlaanderen.
    Google 4.9/5 (175) · Trustlocal 9.7/10 (178)050 67 32 06

    Op deze pagina vindt u een overzicht van geanonimiseerde vonnissen en arresten uit rechtbanken in heel Vlaanderen en Nederlandstalig Brussel. Elke uitspraak is voorzien van een juridische analyse door ervaren advocaten van LawBase, met aandacht voor de kernpunten, het toepasselijke recht en de praktische gevolgen. Gebruik de zoekfunctie en filters, of kies rechtstreeks een thema: rechtspraak over verkeersrecht, familierecht, huurrecht, erfrecht, strafrecht, verbintenissenrecht, handelsrecht of burgerlijk recht.

    Tag:

    5 resultaten gevonden

    Verkeersrecht
    Veroordeling

    Ongeschikt verklaard na drugs: verval rijbewijs bevestigd in beroep

    Een jonge bestuurster reed in augustus 2022 onder invloed van cannabis en cocaïne, binnen drie jaar na een eerdere veroordeling voor een snelheidsovertreding. De politierechter legde een geldboete, een verval van 90 dagen, vier herstelexamens en een verval wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid (art. 42 WVW) op. In hoger beroep bevestigde de Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Veurne, op 4 oktober 2023 de ongeschiktverklaring, omdat de beklaagde kort voor de zitting opnieuw cannabis had gebruikt en er geen bewezen onthouding van zes maanden was. Enkel het uitstel op de geldboete werd uitgebreid.

    Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Veurne, kamer V.11, zetelend in hoger beroepUitspraak: 4 oktober 2023Gepubliceerd: 3 september 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
    2 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Familierecht
    Onontvankelijk

    Geen hoger beroep tegen korte opschorting verblijf kind

    Dit arrest van het Hof van Beroep te Gent behandelt de ontvankelijkheid van een hoger beroep tegen een voorlopige maatregel van de familierechtbank. De zaak betreft een langdurig en conflictueus geschil tussen twee ouders, de vader en de moeder, over de verblijfsregeling van hun minderjarige dochter. Na een eerdere beslissing van het hof die een week-weekregeling instelde, startte de moeder een nieuwe procedure om deze regeling op te schorten, wegens vermeende weerstand van het kind. De vader vroeg die vordering af te wijzen, onder meer bij gebrek aan gewijzigde omstandigheden en omdat de toepassingsvoorwaarden van artikel 19 van het Gerechtelijk Wetboek niet vervuld waren. Op de zitting van de familierechtbank besliste de eerste rechter, zoals geacteerd op het proces-verbaal, om het contact tussen de vader en de dochter voorlopig op te schorten. Deze opschorting was bedoeld voor een zeer korte periode van 19 dagen, tot de volgende zitting waarop de zaak verder ten gronde behandeld zou worden. De rechter beval tevens een maatschappelijk onderzoek en plande een verhoor van het kind. De vader stelde onmiddellijk hoger beroep in tegen deze beslissing, argumenterend dat de opschorting van het contactrecht een eindbeslissing was die onmiddellijk appellabel is, omdat deze voor het verleden onomkeerbaar is. De moeder wierp de onontvankelijkheid van het hoger beroep op. Zij stelde dat de beslissing van de eerste rechter een maatregel 'alvorens recht te doen' was, bedoeld om de toestand voorlopig te regelen in afwachting van verder onderzoek en een beslissing ten gronde. Volgens haar is een dergelijke voorlopige maatregel niet vatbaar voor een afzonderlijk hoger beroep. Het Hof van Beroep volgt de redenering van de moeder en verklaart het hoger beroep onontvankelijk. Het hof oordeelt dat de beslissing van de eerste rechter inderdaad een voorlopige maatregel is in de zin van artikel 19, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek. Hoewel een beslissing over de verblijfsregeling feitelijk onomkeerbaar is voor het verleden, zou het toelaten van hoger beroep tegen elke kortdurende voorlopige maatregel de werking van de familierechtbanken ondermijnen. De kernvraag is of de maatregel de toestand op duurzame of onomkeerbare wijze bestendigt. Gezien de zeer korte duur van de opschorting (19 dagen) en de duidelijke intentie van de eerste rechter om de zaak snel verder te behandelen, was er geen sprake van een eindbeslissing. Het hoger beroep is dus onontvankelijk en de vader wordt veroordeeld in de kosten.

    Hof van Beroep GentUitspraak: 29 juni 2026Gepubliceerd: 30 juni 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
    43 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Familierecht
    Vordering afgewezen

    Onderhoudsgeld bij leefloon en collectieve schuldenregeling

    Dit arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen behandelt een geschil over de hoogte van de onderhoudsbijdrage voor een minderjarige zoon. De moeder tekende hoger beroep aan tegen een vonnis van de familie- en jeugdrechtbank, dat de door de vader te betalen onderhoudsbijdrage had verlaagd van 500 euro (vastgesteld bij een verstekvonnis in 2017) naar 200 euro per maand, met ingang van 21 november 2022. De vader, die in een collectieve schuldenregeling zit, had met succes een herziening gevraagd. De moeder (appellante) vorderde in beroep een all-in onderhoudsbijdrage van 500 euro per maand. Zij ontvangt een uitkering en heeft een netto-inkomen van circa 1.980 euro, aangevuld met een sociale toeslag uit het Groeipakket. De vader (geïntimeerde) ontvangt een leefloon van 1.298 euro per maand. Hij is al lange tijd niet meer betrokken bij het leven van zijn zoon. Het hof oordeelde dat het hoger beroep van de moeder ongegrond was. De kern van de beslissing ligt in de berekening van de draagkracht van beide ouders. Het hof stelde expliciet dat de collectieve schuldenregeling van de vader niet in rekening wordt gebracht bij het bepalen van zijn draagkracht voor kinderalimentatie, omdat de kinderen voorrang hebben op de aflossing van de andere schulden. Na een gedetailleerde berekening, waarbij rekening werd gehouden met de respectievelijke inkomens, de kosten van het kind (geschat op 576 euro/maand) en het Groeipakket, kwam het hof tot de conclusie dat de theoretische bijdrage van de vader 176 euro per maand zou moeten bedragen (inclusief een aandeel in de buitengewone kosten). Aangezien dit bedrag lager is dan de 200 euro die in eerste aanleg werd toegekend en de vader geen incidenteel beroep had ingesteld om dit bedrag verder te verlagen, werd het vonnis van de eerste rechter bevestigd. De beslissing over de kosten was tegenstrijdig: het hof stelde eerst dat de kosten omgeslagen werden, maar veroordeelde vervolgens de moeder tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep.

    Hof van Beroep AntwerpenUitspraak: 9 oktober 2024Gepubliceerd: 5 februari 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
    135 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Familierecht
    Andere uitspraak

    Niet persoonlijk verschenen: hoger beroep vervallen

    Dit arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen behandelt een hoger beroep in een familierechtelijke zaak tussen twee ex-partners betreffende de regelingen voor hun twee minderjarige kinderen. De vader (appellant) was in beroep gegaan tegen een vonnis van de familierechtbank Limburg. Dat vonnis had een week-om-week verblijfsregeling vastgelegd, de vader veroordeeld tot een onderhoudsbijdrage van €35 per maand per kind, en de moeder gemachtigd om het groeipakket en de sociale voordelen te ontvangen. In hoger beroep vorderde de vader onder meer de afschaffing van de onderhoudsbijdrage, de verdeling van het groeipakket en de sociale voordelen, en dat de kinderen fiscaal ten laste van hem zouden vallen. De moeder (geïntimeerde) vroeg de bevestiging van het oorspronkelijke vonnis, of, indien het groeipakket zou worden verdeeld, een aanzienlijk hogere onderhoudsbijdrage. De kern van de zaak draait echter niet om de inhoudelijke geschilpunten, maar om een procedureel aspect. Op de inleidende zitting voor het Hof van Beroep, waarvoor de persoonlijke verschijning van beide partijen wettelijk verplicht is in zaken betreffende minderjarigen, waren noch de vader, noch de moeder aanwezig. Hun advocaten hadden het hof schriftelijk laten weten niet aanwezig te zullen zijn, wat door het hof scherp werd bekritiseerd. Het Hof van Beroep besliste om de zaak niet uit te stellen of inhoudelijk te behandelen. Op basis van artikel 1253ter/2, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, dat de rechter toelaat de eiser die niet in persoon verschijnt van zijn eis vervallen te verklaren of de zaak naar de bijzondere rol te verwijzen, koos het hof voor het verval van de eis. Het hof oordeelde dat de wettelijke verplichting tot persoonlijke verschijning duidelijk was gecommuniceerd en dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren aangevoerd die de afwezigheid rechtvaardigden. Het hof oordeelde dat het niet in het belang van de kinderen was dat de zaak naar de rol werd verzonden. Bijgevolg werd het hoger beroep van de vader vervallen verklaard, waardoor het hoger beroep werd beëindigd en het vonnis van de eerste rechter van kracht bleef.

    Hof van Beroep AntwerpenUitspraak: 15 december 2025Gepubliceerd: 5 februari 2026Mr. Chanel Ribas Colomar
    306 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Burgerlijk Recht
    Vordering afgewezen

    Uitvoerbaarheid bij voorraad schorsen in hoger beroep?

    Dit vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, behandelt een hoger beroep in een burenruzie. De oorspronkelijke zaak voor het Vredegerecht betrof een vordering van de geïntimeerden tegen de appellante wegens hinder door overhangende takken en een te hoge haag. De vrederechter had de vordering gegrond verklaard en de appellante veroordeeld tot het snoeien van de bomen en het inkorten van de haag, op straffe van een dwangsom van €350 per dag vertraging. Het vonnis was, overeenkomstig de wettelijke hoofdregel van artikel 1397 Ger.W., uitvoerbaar bij voorraad. De appellante stelde hoger beroep in en vorderde in haar verzoekschrift de opheffing, minstens de opschorting, van de uitvoerbaarheid bij voorraad van het bestreden vonnis; op de inleidende zitting werden enkel die uitvoerbaarheid bij voorraad en de dwangsom behandeld. In uiterst ondergeschikte orde vroeg ze de opheffing van de dwangsom en de opschorting van de looptijd ervan. De rechtbank van eerste aanleg wijst de vorderingen tot opheffing en tot opschorting van de uitvoerbaarheid bij voorraad af. De rechter oordeelt dat de mogelijkheid om in hoger beroep de uitvoerbaarheid bij voorraad aan te vechten, sinds de Potpourri V-wet van 2017 zeer beperkt is. De hoofdregel is dat vonnissen uitvoerbaar zijn niettegenstaande beroep. Een appelrechter kan enkel tussenkomen wanneer de eerste rechter expliciet is afgeweken van de wettelijke regels omtrent uitvoerbaarheid, wat hier niet het geval was. De vrederechter had louter de standaardregel toegepast. De rechtbank stelt expliciet dat oudere cassatierechtspraak die een mildering van dit principe toeliet, niet langer van toepassing is na de wetswijziging. Wat de dwangsom betreft, stelt de rechtbank vast dat ze door de 'cascade' van vorderingen niet kan oordelen over de uiterst ondergeschikte vorderingen tot opheffing van de dwangsom en tot opschorting van de looptijd ervan. Louter volledigheidshalve voegt ze toe dat er geen reden zou zijn om de dwangsom op te heffen en dat zij geen rechtsmacht heeft over de vordering tot opschorting van de looptijd, omdat een vordering op grond van artikel 1385quinquies Ger.W. moet worden gericht aan de rechter die de dwangsom heeft opgelegd, in casu de vrederechter. Over de grond van het hoger beroep, de burenhinder zelf, oordeelt dit vonnis nog niet.

    Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie burgerlijke rechtbankUitspraak: 26 juni 2024Gepubliceerd: 14 januari 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
    1.116 weergaven
    Vergelijkbare zaak? Laat uw dossier beoordelen →
    Rechtsgebied
    Rechtbank

    Veelgestelde vragen over rechtspraak

    Wat is jurisprudentie en waarom is het belangrijk?▾
    Jurisprudentie is het geheel van rechterlijke uitspraken (vonnissen en arresten) die als referentie dienen voor toekomstige zaken. In België is jurisprudentie geen formele rechtsbron, maar rechters houden er in de praktijk sterk rekening mee. Door relevante rechtspraak te kennen, kunt u beter inschatten hoe een rechter over uw zaak zal oordelen.
    Zijn Belgische vonnissen openbaar?▾
    Ja, op basis van artikel 149 van de Grondwet zijn vonnissen in België in principe openbaar. Wel worden vonnissen geanonimiseerd gepubliceerd om de privacy van betrokkenen te beschermen, conform de AVG/GDPR-wetgeving. LawBase publiceert uitsluitend geanonimiseerde vonnissen met toestemming en na juridische review.
    Wat is het verschil tussen een vonnis en een arrest?▾
    Een vonnis is een uitspraak van een rechtbank (zoals de politierechtbank, familierechtbank of arbeidsrechtbank); een uitspraak van een hof heet een arrest, zoals het Hof van Beroep of het Hof van Cassatie. Arresten hebben doorgaans meer juridisch gewicht als referentie voor toekomstige zaken.
    Hoe kan ik rechtspraak gebruiken voor mijn eigen zaak?▾
    U kunt relevante rechtspraak opzoeken in onze database op rechtsgebied, rechtbank of trefwoord. Door vergelijkbare zaken te bestuderen, krijgt u inzicht in mogelijke uitkomsten en juridische argumenten. Een advocaat van LawBase kan u helpen de meest relevante jurisprudentie toe te passen op uw specifieke situatie.
    Worden alle vonnissen op LawBase geanonimiseerd?▾
    Ja, alle vonnissen op LawBase worden volledig geanonimiseerd voordat ze gepubliceerd worden. Persoonsnamen, adressen en andere identificeerbare gegevens worden verwijderd of vervangen. Elke publicatie doorloopt een anonimiseringscontrole en juridische review door een ervaren advocaat.
    Bij welke Vlaamse rechtbanken pleiten de advocaten van LawBase?▾
    De advocaten van LawBase pleiten bij alle rechtbanken in Vlaanderen en Nederlandstalig Brussel, waaronder de familierechtbanken, politierechtbanken, arbeidsrechtbanken, ondernemingsrechtbanken en de hoven van beroep in Gent, Antwerpen en Brussel.

    Rechtspraak in Vlaanderen: juridische analyse door advocaten

    Rechtspraak — ook wel jurisprudentie genoemd — vormt een onmisbare bron van juridische informatie in België. Hoewel rechterlijke uitspraken formeel geen bindende precedentwerking hebben zoals in Anglo-Saksische rechtsstelsels, spelen vonnissen en arresten in de praktijk een cruciale rol bij de interpretatie en toepassing van het Belgische recht.

    De advocaten van LawBase analyseren geanonimiseerde vonnissen uit de belangrijkste Vlaamse rechtbanken: de familierechtbanken, politierechtbanken, arbeidsrechtbanken, ondernemingsrechtbanken en vredegerechten, evenals arresten van de hoven van beroep te Gent, Antwerpen en Brussel. Elke analyse omvat een samenvatting van de feiten, de toegepaste wetsartikelen, de juridische redenering van de rechter en de praktische gevolgen van de uitspraak.

    Door onze rechtspraakdatabase te raadplegen, krijgt u een realistisch beeld van hoe rechters in Vlaanderen oordelen over kwesties als echtscheiding en alimentatie, verkeersovertredingen, arbeidsgeschillen, huurconflicten en handelszaken. Dit helpt u niet alleen bij het inschatten van uw eigen juridische positie, maar stelt uw advocaat ook in staat om de sterkste argumenten voor te bereiden.

    Alle gepubliceerde vonnissen zijn volledig geanonimiseerd conform de AVG/GDPR en doorlopen een strenge juridische review voordat ze op het platform verschijnen. Neem contact op als u juridisch advies nodig heeft over een specifieke uitspraak of als u een advocaat zoekt die uw belangen bij de rechtbank verdedigt.

    Juridisch advies over uw eigen situatie?

    Kies een eerste consultatie op kantoor (€ 90,75 incl. 21 % btw) of via videocall (€ 60,50 incl. btw).

    Liever eerst bellen? 050 67 32 06

    Meer info: cookie beleid · privacy