
Niet persoonlijk verschenen: hoger beroep vervallen
Dit arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen behandelt een hoger beroep in een familierechtelijke zaak tussen twee ex-partners betreffende de regelingen voor hun twee minderjarige kinderen. De vader (appellant) was in beroep gegaan tegen een vonnis van de familierechtbank Limburg. Dat vonnis had een week-om-week verblijfsregeling vastgelegd, de vader veroordeeld tot een onderhoudsbijdrage van €35 per maand per kind, en de moeder gemachtigd om het groeipakket en de sociale voordelen te ontvangen. In hoger beroep vorderde de vader onder meer de afschaffing van de onderhoudsbijdrage, de verdeling van het groeipakket en de sociale voordelen, en dat de kinderen fiscaal ten laste van hem zouden vallen. De moeder (geïntimeerde) vroeg de bevestiging van het oorspronkelijke vonnis, of, indien het groeipakket zou worden verdeeld, een aanzienlijk hogere onderhoudsbijdrage. De kern van de zaak draait echter niet om de inhoudelijke geschilpunten, maar om een procedureel aspect. Op de inleidende zitting voor het Hof van Beroep, waarvoor de persoonlijke verschijning van beide partijen wettelijk verplicht is in zaken betreffende minderjarigen, waren noch de vader, noch de moeder aanwezig. Hun advocaten hadden het hof schriftelijk laten weten niet aanwezig te zullen zijn, wat door het hof scherp werd bekritiseerd. Het Hof van Beroep besliste om de zaak niet uit te stellen of inhoudelijk te behandelen. Op basis van artikel 1253ter/2, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, dat de rechter toelaat de eiser die niet in persoon verschijnt van zijn eis vervallen te verklaren of de zaak naar de bijzondere rol te verwijzen, koos het hof voor het verval van de eis. Het hof oordeelde dat de wettelijke verplichting tot persoonlijke verschijning duidelijk was gecommuniceerd en dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren aangevoerd die de afwezigheid rechtvaardigden. Het hof oordeelde dat het niet in het belang van de kinderen was dat de zaak naar de rol werd verzonden. Bijgevolg werd het hoger beroep van de vader vervallen verklaard, waardoor het hoger beroep werd beëindigd en het vonnis van de eerste rechter van kracht bleef.