Google 4.9/5 (175) · Trustlocal 9.7/10 (178)050 67 32 06
Op deze pagina vindt u een overzicht van geanonimiseerde vonnissen en arresten uit rechtbanken in heel Vlaanderen en Nederlandstalig Brussel. Elke uitspraak is voorzien van een juridische analyse door ervaren advocaten van LawBase, met aandacht voor de kernpunten, het toepasselijke recht en de praktische gevolgen. Gebruik de zoekfunctie en filters, of kies rechtstreeks een thema: rechtspraak over verkeersrecht, familierecht, huurrecht, erfrecht, strafrecht, verbintenissenrecht, handelsrecht of burgerlijk recht.
Een vader verhuisde naar het buitenland, waarna de moeder via de blijvende saisine het exclusieve ouderlijk gezag en een volledig vrije omgangsregeling vroeg. De familierechtbank hield het gezag gezamenlijk omdat overleg tussen de ouders mogelijk bleef, ondanks de afstand. Na het gesprek met de oudste dochter vond de rechtbank twee weken zomerverblijf in het buitenland niet realistisch, maar een vrije regeling evenmin; ze bekrachtigde eerst een familiale bemiddeling en homologeerde het akkoord over het onderhoudsgeld.
Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie familie- en jeugdrechtbankUitspraak: 13 januari 2025Gepubliceerd: 21 september 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
Na een echtscheiding door onderlinge toestemming bracht de moeder de zaak opnieuw voor de familierechtbank wegens de alcoholproblematiek van de vader. De rechtbank behield het gezamenlijk gezag, maar schrapte de overnachtingen: het jongste kind verblijft enkel op zaterdag in de pare weken van 10 tot 19 uur bij de vader, het oudste kind in onderling overleg, en een intoxicatieclausule blijft gelden. Omdat de vader zijn financiële afspraken niet nakwam, legde de rechtbank een all-in onderhoudsbijdrage van 300 euro per maand en per kind op, met uitzondering van de buitengewone medische kosten.
Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, sectie familie- en jeugdrechtbankUitspraak: 10 april 2025Gepubliceerd: 20 september 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
Dit vonnis in kortgeding van de Nederlandstalige familierechtbank te Gent behandelt een vordering van een vader tot naleving van een verblijfsregeling voor zijn minderjarige dochter. De ouders, die een lange historiek van juridische procedures kennen, hebben een gelijkmatig verdeelde week-weekregeling die werd vastgelegd in een arrest van het Hof van Beroep te Gent. De zaak escaleerde toen de moeder, na een middagmaal, de dochter niet terug naar school of naar de vader bracht, stellende dat het kind een crisis doormaakte. Ze ondersteunde dit met een doktersattest en audiovisuele opnames en schrijfsels van het kind. De vader vorderde in kortgeding de strikte naleving van het arrest van het Hof van Beroep, gekoppeld aan een dwangsom. Hij argumenteerde dat de moeder eenzijdig de gerechtelijke beslissing schond en vroeg de rechtbank om de door de moeder aangebrachte bewijsstukken (opnames en schrijfsels) te weren wegens onrechtmatigheid en een gebrek aan bewijswaarde. De moeder verweerde zich door te stellen dat ze handelde in het belang van het kind, met wie het volgens haar al geruime tijd niet goed ging. Ze vroeg de opschorting van de verblijfsregeling bij de vader en voerde aan dat de door haar voorgelegde stukken de noodzaak hiervan aantoonden. De kortgedingrechter oordeelde dat hij niet bevoegd was voor vorderingen ten gronde, zoals de ondergeschikte vordering om de verblijfsregeling om te zetten naar een weekendregeling of het bevelen van een maatschappelijk onderzoek. Wat de bewijsstukken betreft, wees de rechter de wering af, maar relativeerde de bewijswaarde ervan. De opnames geven volgens de rechtbank slechts een fragmentarisch en selectief beeld, en de schrijfsels moeten met de nodige omzichtigheid worden benaderd. Ze volstaan niet om emotionele schade of een trauma vast te stellen; daarvoor is een onderzoek door een deskundige nodig. De rechter stelde vast dat de moeder de verblijfsregeling effectief niet had nageleefd en dat de aangevoerde bewijzen (inclusief een recent verslag van een crisisteam) onvoldoende aantoonden dat het verblijf bij de vader schadelijk was. De problematiek leek eerder te liggen in het aanslepende conflict tussen de ouders zelf. Bijgevolg werd de vordering van de vader in grote mate toegewezen en de tegenvordering tot opschorting afgewezen. De rechtbank zei voor recht dat het arrest van het Hof van Beroep strikt moet worden nageleefd, op straffe van een dwangsom die zij ex aequo et bono matigde. De moeder werd als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld tot de gedingkosten.
Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, sectie familierechtbankUitspraak: 15 mei 2026Gepubliceerd: 9 juli 2026Mr. Chanel Ribas Colomar
Dit vonnis van de familie- en jeugdrechtbank te Brugge behandelt een tussentijds verzoek van een vader na de beëindiging van de wettelijke samenwoning. De ouders, die hun wettelijke samenwoning in 2025 beëindigden, hebben een dochter van 7 jaar. Hun voorlopige verblijfsregeling liep eind augustus 2026 af, terwijl de zaak ten gronde pas op een zitting in oktober 2026 behandeld wordt. De vader diende een verzoek in op basis van artikel 19, derde lid van het Gerechtelijk Wetboek om, vooruitlopend op de zitting ten gronde, een nieuwe voorlopige regeling te verkrijgen vanaf 1 september 2026. Hij vorderde een gelijkmatig verdeeld verblijf (week/week) en de machtiging om zijn dochter in te schrijven in een nieuwe school. De moeder verzette zich hiertegen. Ze argumenteerde dat het kind al bijna vijf jaar in haar huidige school zat en een verandering niet in haar belang zou zijn. Wel stelde de moeder een uitbreiding van het verblijf bij de vader voor naar een 10-4 dagenregeling. De rechtbank oordeelde eerst dat zij wel degelijk bevoegd is om voorlopige maatregelen te nemen. Volgens de rechter blijft de rechtbank die een voorlopige maatregel heeft opgelegd, op grond van artikel 19 Ger.W. zelf aanspreekbaar voor tussengeschillen over die maatregel. Vervolgens wees de rechtbank de vordering tot schoolwijziging af, omdat een voorlopige wissel, met de kans op een nieuwe verandering na de uitspraak ten gronde, niet in het belang van het kind is. Wat de verblijfsregeling betreft, wees de rechtbank de door de vader gevorderde week/week-regeling af. In plaats daarvan volgde ze het tegenvoorstel van de moeder en legde een voorlopige regeling op waarbij het kind om de veertien dagen van vrijdag tot dinsdag bij de vader verblijft. De definitieve beslissing over alle punten werd aangehouden.
Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie familie- en jeugdrechtbankUitspraak: 23 juni 2026Gepubliceerd: 30 juni 2026Mr. Chanel Ribas Colomar
Dit arrest van het Hof van Beroep te Gent behandelt de ontvankelijkheid van een hoger beroep tegen een voorlopige maatregel van de familierechtbank. De zaak betreft een langdurig en conflictueus geschil tussen twee ouders, de vader en de moeder, over de verblijfsregeling van hun minderjarige dochter. Na een eerdere beslissing van het hof die een week-weekregeling instelde, startte de moeder een nieuwe procedure om deze regeling op te schorten, wegens vermeende weerstand van het kind. De vader vroeg die vordering af te wijzen, onder meer bij gebrek aan gewijzigde omstandigheden en omdat de toepassingsvoorwaarden van artikel 19 van het Gerechtelijk Wetboek niet vervuld waren. Op de zitting van de familierechtbank besliste de eerste rechter, zoals geacteerd op het proces-verbaal, om het contact tussen de vader en de dochter voorlopig op te schorten. Deze opschorting was bedoeld voor een zeer korte periode van 19 dagen, tot de volgende zitting waarop de zaak verder ten gronde behandeld zou worden. De rechter beval tevens een maatschappelijk onderzoek en plande een verhoor van het kind. De vader stelde onmiddellijk hoger beroep in tegen deze beslissing, argumenterend dat de opschorting van het contactrecht een eindbeslissing was die onmiddellijk appellabel is, omdat deze voor het verleden onomkeerbaar is. De moeder wierp de onontvankelijkheid van het hoger beroep op. Zij stelde dat de beslissing van de eerste rechter een maatregel 'alvorens recht te doen' was, bedoeld om de toestand voorlopig te regelen in afwachting van verder onderzoek en een beslissing ten gronde. Volgens haar is een dergelijke voorlopige maatregel niet vatbaar voor een afzonderlijk hoger beroep. Het Hof van Beroep volgt de redenering van de moeder en verklaart het hoger beroep onontvankelijk. Het hof oordeelt dat de beslissing van de eerste rechter inderdaad een voorlopige maatregel is in de zin van artikel 19, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek. Hoewel een beslissing over de verblijfsregeling feitelijk onomkeerbaar is voor het verleden, zou het toelaten van hoger beroep tegen elke kortdurende voorlopige maatregel de werking van de familierechtbanken ondermijnen. De kernvraag is of de maatregel de toestand op duurzame of onomkeerbare wijze bestendigt. Gezien de zeer korte duur van de opschorting (19 dagen) en de duidelijke intentie van de eerste rechter om de zaak snel verder te behandelen, was er geen sprake van een eindbeslissing. Het hoger beroep is dus onontvankelijk en de vader wordt veroordeeld in de kosten.
Hof van Beroep GentUitspraak: 29 juni 2026Gepubliceerd: 30 juni 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
Een vader en een moeder hadden in juli 2024 een akkoord over hun kind laten bekrachtigen door de familierechtbank in Brugge. Vanaf 1 januari 2025 zou een week-weekregeling gelden, zonder onderhoudsbijdrage. Die regeling werd amper één week toegepast: de vader liet telkens weten dat hij niet voor het kind kon zorgen.
De vader bracht de zaak op 29 juli 2025 opnieuw voor de familierechtbank via de blijvende saisine van artikel 1253ter/7 van het Gerechtelijk Wetboek, bij conclusie, zonder nieuw verzoekschrift. De moeder stelde tegenvorderingen in: hoofdverblijf bij haar, een weekendregeling voor de vader, een dwangsom en een onderhoudsbijdrage van 250 euro per maand.
In haar vonnis van 26 maart 2026 bekrachtigt de rechtbank het deelakkoord over het verblijf: hoofdverblijf bij de moeder, om de veertien dagen een weekend bij de vader en een vaste vakantieregeling. Ze legt de vader een dwangsom op van 500 euro per keer dat hij het kind niet ophaalt, voor maximaal 24 maanden, en bepaalt de onderhoudsbijdrage op 200 euro per maand vanaf 1 februari 2025. De leeftijdstoeslag, de schoolfacturen als buitengewone kosten en een bijkomend kledijbedrag worden niet toegekend.
Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie familie- en jeugdrechtbankUitspraak: 26 maart 2026Gepubliceerd: 3 april 2026Mr. Peter-Jan De Meulenaere
Wat is jurisprudentie en waarom is het belangrijk?▾
Jurisprudentie is het geheel van rechterlijke uitspraken (vonnissen en arresten) die als referentie dienen voor toekomstige zaken. In België is jurisprudentie geen formele rechtsbron, maar rechters houden er in de praktijk sterk rekening mee. Door relevante rechtspraak te kennen, kunt u beter inschatten hoe een rechter over uw zaak zal oordelen.
Zijn Belgische vonnissen openbaar?▾
Ja, op basis van artikel 149 van de Grondwet zijn vonnissen in België in principe openbaar. Wel worden vonnissen geanonimiseerd gepubliceerd om de privacy van betrokkenen te beschermen, conform de AVG/GDPR-wetgeving. LawBase publiceert uitsluitend geanonimiseerde vonnissen met toestemming en na juridische review.
Wat is het verschil tussen een vonnis en een arrest?▾
Een vonnis is een uitspraak van een rechtbank (zoals de politierechtbank, familierechtbank of arbeidsrechtbank); een uitspraak van een hof heet een arrest, zoals het Hof van Beroep of het Hof van Cassatie. Arresten hebben doorgaans meer juridisch gewicht als referentie voor toekomstige zaken.
Hoe kan ik rechtspraak gebruiken voor mijn eigen zaak?▾
U kunt relevante rechtspraak opzoeken in onze database op rechtsgebied, rechtbank of trefwoord. Door vergelijkbare zaken te bestuderen, krijgt u inzicht in mogelijke uitkomsten en juridische argumenten. Een advocaat van LawBase kan u helpen de meest relevante jurisprudentie toe te passen op uw specifieke situatie.
Worden alle vonnissen op LawBase geanonimiseerd?▾
Ja, alle vonnissen op LawBase worden volledig geanonimiseerd voordat ze gepubliceerd worden. Persoonsnamen, adressen en andere identificeerbare gegevens worden verwijderd of vervangen. Elke publicatie doorloopt een anonimiseringscontrole en juridische review door een ervaren advocaat.
Bij welke Vlaamse rechtbanken pleiten de advocaten van LawBase?▾
De advocaten van LawBase pleiten bij alle rechtbanken in Vlaanderen en Nederlandstalig Brussel, waaronder de familierechtbanken, politierechtbanken, arbeidsrechtbanken, ondernemingsrechtbanken en de hoven van beroep in Gent, Antwerpen en Brussel.
Rechtspraak in Vlaanderen: juridische analyse door advocaten
Rechtspraak — ook wel jurisprudentie genoemd — vormt een onmisbare bron van juridische informatie in België. Hoewel rechterlijke uitspraken formeel geen bindende precedentwerking hebben zoals in Anglo-Saksische rechtsstelsels, spelen vonnissen en arresten in de praktijk een cruciale rol bij de interpretatie en toepassing van het Belgische recht.
De advocaten van LawBase analyseren geanonimiseerde vonnissen uit de belangrijkste Vlaamse rechtbanken: de familierechtbanken, politierechtbanken, arbeidsrechtbanken, ondernemingsrechtbanken en vredegerechten, evenals arresten van de hoven van beroep te Gent, Antwerpen en Brussel. Elke analyse omvat een samenvatting van de feiten, de toegepaste wetsartikelen, de juridische redenering van de rechter en de praktische gevolgen van de uitspraak.
Door onze rechtspraakdatabase te raadplegen, krijgt u een realistisch beeld van hoe rechters in Vlaanderen oordelen over kwesties als echtscheiding en alimentatie, verkeersovertredingen, arbeidsgeschillen, huurconflicten en handelszaken. Dit helpt u niet alleen bij het inschatten van uw eigen juridische positie, maar stelt uw advocaat ook in staat om de sterkste argumenten voor te bereiden.
Alle gepubliceerde vonnissen zijn volledig geanonimiseerd conform de AVG/GDPR en doorlopen een strenge juridische review voordat ze op het platform verschijnen. Neem contact op als u juridisch advies nodig heeft over een specifieke uitspraak of als u een advocaat zoekt die uw belangen bij de rechtbank verdedigt.