Terug naar Rechtspraak
    Familierecht
    Onontvankelijk

    Hoger beroep tegen tussenvonnis familierechtbank: niet ontvankelijk

    Mr. Peter-Jan De MeulenaereHof van beroep Gent, elfde sexies kamer (familiekamer)5 september 2022Gepubliceerd Bijgewerkt 1 weergaven
    Delen:
    Familierecht - Hoger beroep tegen tussenvonnis familierechtbank: niet ontvankelijk

    Samenvatting van de Zaak

    Na de echtscheiding regelde de familierechtbank op een zittingsblad voorlopig het verblijf van twee kinderen en een onderhoudsbijdrage, in afwachting van stukken van de vader en een evaluatie op een latere zitting. De vader ging meteen in hoger beroep en vroeg een gelijkmatig verdeeld verblijf. Het hof van beroep te Gent oordeelde dat de eerste rechter over geen enkel geschilpunt een eindbeslissing had genomen en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 1050, tweede lid, Ger.W.

    Uitkomst:
    Onontvankelijk

    Kernpunten

    • 1Tegen een beslissing alvorens recht te doen kan in principe slechts hoger beroep worden ingesteld samen met het hoger beroep tegen het eindvonnis (art. 1050, tweede lid, Ger.W.).
    • 2Een voorlopige regeling van verblijf en onderhoudsbijdrage op een zittingsblad, in afwachting van stukken en een evaluatie, is volgens het hof een beslissing alvorens recht te doen.
    • 3Doorslaggevend was dat de eerste rechter over geen enkel geschilpunt een eindbeslissing had genomen, ook al was de voorlopige regeling uitvoerbaar verklaard.
    • 4De eerste rechter kan ambtshalve of op verzoek van een partij een onmiddellijk hoger beroep toestaan; dat was hier niet gebeurd.
    • 5Het hof onderzocht de gevraagde week-weekregeling daardoor niet; de vader droeg de kosten van het hoger beroep, terwijl de rechtsplegingsvergoedingen werden omgeslagen.

    Juridische Analyse

    De feiten

    De ouders zijn gehuwd geweest en hebben twee minderjarige kinderen. Na de echtscheiding bleef er discussie over het verblijf van de kinderen en over de kosten. Op een zitting van 23 juni 2022 nam de familierechtbank een reeks beslissingen die op het zittingsblad werden genoteerd:

    • de kinderen verblijven secundair bij de vader, om de veertien dagen van woensdagavond tot zondagavond, met een afzonderlijke regeling voor een reis met de vader tijdens de zomervakantie;
    • aan dat verblijf werd een bijkomende voorwaarde verbonden die de vader vóór elk verblijf moest vervullen;
    • de vader betaalt een voorlopige onderhoudsbijdrage van 100 euro per maand per kind, meer de helft van de buitengewone kosten, en de retroactieve vorderingen worden in het eindvonnis beslist;
    • de vader moet tegen de volgende zitting stukken voorleggen over het door hem gevolgde traject, zijn nieuwe woonst en zijn nieuwe tewerkstelling.

    De rechtbank verleende daaraan uitvoerbare kracht en stelde de zaak uit "ter evaluatie" naar een zitting van 13 oktober 2022.

    De vader legde op 15 juli 2022 een verzoekschrift in hoger beroep neer. Hij vroeg het hof onder meer om het gezamenlijk ouderlijk gezag te bevestigen, een gelijkmatig verdeeld verblijf in een week-weekregeling op te leggen met een uitgewerkte vakantieregeling, en de kosten, het groeipakket en de fiscale voordelen tussen de ouders te verdelen. De moeder vroeg het hoger beroep "ontoelaatbaar, onontvankelijk, minstens ongegrond" te verklaren en de zaak integraal terug te sturen naar de familierechtbank.

    De rechtsvraag

    Kan een ouder onmiddellijk hoger beroep instellen tegen een tussentijdse beslissing van de familierechtbank, die het verblijf en de onderhoudsbijdrage voorlopig regelt in afwachting van stukken en een evaluatie? Of moet hij wachten tot er een eindvonnis is?

    Vóór het hof de grond van de zaak kon onderzoeken, moest het dus eerst nagaan of het hoger beroep ontvankelijk was. Het hof vroeg beide partijen ter zitting uitdrukkelijk om daarover standpunt in te nemen. De vader hield vol dat de eerste rechter "wel degelijk een eindbeslissing zou hebben genomen over het verblijf".

    Wat zegt de wet?

    Het uitgangspunt staat in artikel 1050, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek: "In alle zaken kan hoger beroep worden ingesteld zodra het vonnis is uitgesproken, zelfs al is dit een verstekvonnis."

    Het tweede lid maakt daarop een belangrijke uitzondering: "Tegen een beslissing inzake bevoegdheid of, tenzij de rechter ambtshalve of op verzoek van een van de partijen anders bepaalt, een beslissing alvorens recht te doen kan slechts hoger beroep worden ingesteld samen met het hoger beroep tegen het eindvonnis."

    Wat een eindvonnis en wat een beslissing alvorens recht te doen is, volgt uit artikel 19 Ger.W. Volgens het eerste lid is een vonnis een eindvonnis "inzover daarmee de rechtsmacht van de rechter over een geschilpunt uitgeput is, behoudens de rechtsmiddelen bij de wet bepaald". Het derde lid bepaalt: "Alvorens recht te doen, kan de rechter, in elke stand van de rechtspleging, een voorafgaande maatregel bevelen om de vordering te onderzoeken of een tussengeschil te regelen dat betrekking heeft op een dergelijke maatregel, dan wel de toestand van de partijen voorlopig te regelen."

    In familiezaken speelt daarnaast de zogenaamde blijvende saisine. Zaken die geacht worden spoedeisend te zijn, zoals de verblijfsregeling en de onderhoudsverplichtingen (art. 1253ter/4, § 2 Ger.W.), blijven volgens artikel 1253ter/7 Ger.W. ingeschreven op de rol van de familierechtbank, ook in geval van een uitspraak in hoger beroep. Bij nieuwe elementen kan dezelfde zaak opnieuw voor de rechtbank worden gebracht.

    De beslissing van het hof

    Het hof van beroep te Gent verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk, mede conform het mondelinge advies van het openbaar ministerie. Het hof kwam daardoor niet toe aan de vraag of een week-weekregeling aangewezen was.

    De redenering verloopt in drie stappen:

    • Sinds 1 november 2015 kan een beslissing alvorens recht te doen enkel het voorwerp zijn van hoger beroep samen met het hoger beroep tegen het eindvonnis, "behoudens andersluidende beslissing van de rechter (wat in deze niet zo is)".
    • Het hoger beroep betrof beslissingen "die niet definitief werden bepaald op het zittingsblad in afwachting van voorlegging van specifieke stukken door appellant én een evaluatie en opvolging op korte termijn". Het hof kwalificeerde ze daarom als beslissingen of maatregelen alvorens recht te doen in de zin van artikel 19, derde lid, Ger.W.
    • "De eerste rechter heeft immers onbetwistbaar over geen enkel geschilpunt een eindbeslissing genomen."

    Over de kosten oordeelde het hof dat de vader, omdat zijn hoger beroep onontvankelijk was, de kosten van het hoger beroep draagt: het rolrecht hoger beroep van 400,00 euro en de bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand van 20,00 euro. Gelet op de hoedanigheid van de partijen als ouders van hun minderjarige kinderen werden de rechtsplegingsvergoedingen in hoger beroep wel tussen de partijen omgeslagen.

    Analyse en betekenis voor de praktijk

    Het arrest toont hoe streng de regel van artikel 1050, tweede lid, Ger.W. in familiezaken wordt toegepast. De beslissing van de eerste rechter was nochtans concreet en ingrijpend: het verblijf van de kinderen werd geregeld, er werd een onderhoudsbijdrage opgelegd en de beslissing was uitvoerbaar verklaard. Toch oordeelde het hof dat de rechter alles nog openliet. Hij wachtte op stukken van de vader en plande een evaluatie op korte termijn. Zijn rechtsmacht over het verblijf en de onderhoudsbijdrage was dus niet uitgeput.

    Het hof ging niet in op de vorm van de beslissing (een zittingsblad in plaats van een uitgewerkt vonnis), maar beoordeelde haar inhoud: werd over een geschilpunt definitief beslist of niet?

    De vader stond ook niet met lege handen. Een beslissing alvorens recht te doen kan wel worden aangevochten, maar pas samen met het hoger beroep tegen het eindvonnis. Bovendien bleef de zaak hangende voor de familierechtbank, die ze op korte termijn opnieuw zou behandelen. Dat is in familiezaken de logische plaats om een voorlopige regeling bij te sturen. Het hof stelde ook vast dat de eerste rechter geen andersluidende beslissing had genomen: de wet laat de rechter toe om, ambtshalve of op verzoek van een partij, een onmiddellijk hoger beroep tegen een beslissing alvorens recht te doen toe te staan. Die mogelijkheid was hier niet gebruikt.

    Dezelfde lijn volgt uit een recenter arrest over een korte opschorting van het contact tussen een vader en zijn dochter, waarin het hoger beroep evenmin ontvankelijk werd verklaard: zie geen hoger beroep tegen een korte opschorting van het verblijf van een kind. Hoe de blijvende saisine van de familierechtbank in de praktijk werkt, leest u in onze analyse over de blijvende saisine en een dwangsom bij een niet-nageleefde verblijfsregeling.

    Wat is sindsdien gewijzigd?

    Voor de kern van deze zaak niets. Volgens de geconsolideerde wettekst dateert de laatste wijziging van artikel 1050 Ger.W. van de wet van 6 juli 2017 (in werking sinds 3 augustus 2017). Die wijziging voegde de woorden "ambtshalve of op verzoek van een van de partijen" toe en gold dus al toen het hof in 2022 uitspraak deed. Ook artikel 19 Ger.W. werd sindsdien niet meer gewijzigd; de laatste wijziging dateert eveneens van 3 augustus 2017. De regels over de blijvende saisine (art. 1253ter/7 Ger.W.) zijn sinds hun invoering op 1 september 2014 ongewijzigd. De beoordeling zou vandaag dus op dezelfde wettelijke basis gebeuren.

    Praktische tips

    • Kijk eerst naar de aard van de beslissing. Regelt de familierechtbank iets "voorlopig", in afwachting van stukken, een onderzoek of een evaluatie op een volgende zitting, dan gaat het meestal om een beslissing alvorens recht te doen. Een afzonderlijk hoger beroep is dan in principe niet ontvankelijk.
    • Vraag zo nodig toestemming voor een onmiddellijk hoger beroep. Artikel 1050, tweede lid, Ger.W. laat de eerste rechter toe om, ambtshalve of op verzoek van een partij, anders te bepalen. Zonder zo'n beslissing riskeert u een onontvankelijk hoger beroep.
    • Gebruik de volgende zitting. Bereid de evaluatiezitting goed voor en leg de gevraagde stukken tijdig voor. Bij nieuwe elementen kan de zaak opnieuw voor de familierechtbank worden gebracht.
    • Bewaar uw grieven voor het eindvonnis. Tegen een beslissing alvorens recht te doen kan hoger beroep worden ingesteld samen met het hoger beroep tegen het eindvonnis. De termijn van hoger beroep bedraagt in principe één maand vanaf de betekening of de kennisgeving van het vonnis (art. 1051 Ger.W.).
    • Houd rekening met de kosten. In deze zaak droeg de vader het rolrecht hoger beroep van 400,00 euro en de bijdrage van 20,00 euro aan het Begrotingsfonds, zonder dat het hof de grond van de zaak onderzocht.

    Toegepaste Wetsartikelen

    Art. 1050

    Gerechtelijk Wetboek

    Hoger beroep kan worden ingesteld zodra het vonnis is uitgesproken; tegen een beslissing inzake bevoegdheid of, tenzij de rechter ambtshalve of op verzoek van een partij anders bepaalt, een beslissing alvorens recht te doen enkel samen met het hoger beroep tegen het eindvonnis.

    Art. 19

    Gerechtelijk Wetboek

    Een vonnis is een eindvonnis inzover de rechtsmacht van de rechter over een geschilpunt uitgeput is; alvorens recht te doen kan de rechter een voorafgaande maatregel bevelen of de toestand van de partijen voorlopig regelen (derde lid).

    Art. 1253ter/7

    Gerechtelijk Wetboek

    Zaken die geacht worden spoedeisend te zijn, blijven ingeschreven op de rol van de familierechtbank, ook na een uitspraak in hoger beroep; bij nieuwe elementen kan dezelfde zaak opnieuw voor de rechtbank worden gebracht.

    Art. 1253ter/4, § 2

    Gerechtelijk Wetboek

    Zaken over onder meer het ouderlijk gezag, de verblijfsregeling en het recht op persoonlijk contact met een minderjarig kind en de onderhoudsverplichtingen worden geacht spoedeisend te zijn.

    Art. 1051

    Gerechtelijk Wetboek

    De termijn om hoger beroep aan te tekenen is, onder voorbehoud van supranationale en internationale termijnen, één maand vanaf de betekening van het vonnis of de kennisgeving ervan overeenkomstig artikel 792, tweede en derde lid.

    Meer over Familierecht

    Ontdek al onze diensten, juridische tools en artikelen over familierecht.

    Bekijk expertisepagina Familierecht

    Veelgestelde vragen over deze zaak

    Meer over Familierecht

    Alimentatie PRO Simulator

    Bereken in enkele minuten wat u zou betalen of ontvangen bij élke mogelijke verblijfsregeling — week-om-week, weekend, 9/5, 1/3-2/3 — en stuur een onderbouwd voorstel naar uw ex-partner. Klaar voor uw gesprek met bemiddelaar of advocaat.

    • Vergelijk wat u betaalt of ontvangt bij elke verblijfsregeling
    • Stuur een concreet voorstel naar uw ex-partner — met opvolging (bekeken / akkoord)
    • Onderhandelingsdocument voor uw gesprek met bemiddelaar of advocaat
    • Juridisch onderbouwd, ook zonder juridische voorkennis te begrijpen
    Elke verblijfsregelingVoorstel naar ex-partnerKlaar voor onderhandeling

    EOT PRO — Echtscheiding met onderlinge toestemming

    Stel zelf uw volledig EOT-dossier op via een begeleide wizard, met advocatencontrole en neerlegging bij de familierechtbank.

    • Wizard voor vermogen, kinderen en alimentatie in één dossier
    • Conforme overeenkomst klaar voor de familierechtbank
    • Vaste prijs met indicatieve kosten vooraf
    • Advocatencontrole en begeleiding bij elke stap
    Volledig EOT-dossierAdvocatencontroleNeerlegging familierechtbank

    Vergelijkbare situatie? Spreek een advocaat

    Kies een eerste consultatie op kantoor (€ 90,75 incl. 21 % btw) of via videocall (€ 60,50 incl. btw).

    Liever eerst bellen? 050 67 32 06

    Kantoor € 75Video € 50

    Prijzen excl. btw

    Meer info: cookie beleid · privacy