
64 km/u in zone 30 in herhaling: 400 euro en 10 dagen verval
In dit vonnis van de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, wordt een bestuurder veroordeeld voor een zware snelheidsovertreding. De beklaagde werd in mei 2025 in Brugge betrapt terwijl hij met een gecorrigeerde snelheid van 64 km/u reed binnen een zone 30, waar de maximumsnelheid 30 km/u bedraagt. De vastgestelde snelheid was 70 km/u. Een cruciale factor in deze zaak was de staat van wettelijke herhaling. De beklaagde was namelijk binnen de voorgaande drie jaar al eens veroordeeld door dezelfde rechtbank wegens een overtreding van artikel 29, § 1 of § 3 van de Wegverkeerswet, wat de nieuwe overtreding verzwaart volgens artikel 29 §4, derde lid van de Wegverkeerswet. De verdediging werd gevoerd door een advocaat. De rechtbank achtte de tenlastelegging bewezen. In haar motivering voor de straftoemeting benadrukte de rechter de algemene gevaren van overdreven snelheid, die een belangrijke oorzaak is van ernstige en dodelijke verkeersongevallen. De rechter verwees naar onderzoek volgens hetwelk bij een impactsnelheid van 70 km/u het risico op dodelijk letsel voor een voetganger twee keer zo hoog is als voor een inzittende, en die kans verdubbelt bij een versnelling met 10 km/u tot 80 km/u. De rechtbank hield rekening met de concrete omstandigheden, de aanzienlijke snelheidsoverschrijding (34 km/u te snel) en de wettelijke herhaling. Uiteindelijk veroordeelde de rechtbank de beklaagde tot een geldboete van 400 euro en een verval van het recht tot sturen voor een periode van 10 dagen. Daarnaast werden de beklaagde de verplichte bijdragen aan het Slachtofferfonds (250 euro) en het fonds voor juridische tweedelijnsbijstand (26 euro) opgelegd, alsook de gerechtskosten. De straf is bedoeld om de beklaagde tot meer verantwoordelijkheidsbesef aan te sporen en de maatschappelijke afkeuring van dergelijk gedrag te uiten.