
Rijden onder invloed bij herhaling: verval en ongeschiktverklaring
In dit vonnis van de Politierechtbank Antwerpen, afdeling Turnhout, werd een bestuurder veroordeeld voor sturen in staat van dronkenschap of in een soortgelijke staat (A) en het niet dragen van een valhelm (B). De zaak werd verzwaard door wettelijke herhaling voor het eerste feit, omdat de beklaagde binnen drie jaar na een eerdere veroordeling voor een van de in de wet opgesomde misdrijven opnieuw in de fout ging. De rechtbank achtte beide tenlasteleggingen bewezen. Voor het niet dragen van de helm werd een geldboete van 80 euro opgelegd. Voor tenlastelegging A met herhaling was de straf veel zwaarder: een geldboete van 1.600 euro en een verval van het recht tot sturen voor 3 maanden. Wegens de herhaling werd het herstel van het recht tot sturen ook verplicht afhankelijk gemaakt van het slagen voor een theoretisch en praktisch examen en een medisch en psychologisch onderzoek. Bij niet-betaling worden de boetes vervangen door een verval van het recht tot sturen van respectievelijk 60 en 15 dagen (art. 69bis WVW). De meest ingrijpende maatregel was de bijkomende toepassing van artikel 42 van de Wegverkeerswet. De rechter oordeelde de beklaagde ongeschikt om te sturen, wat leidde tot een afzonderlijk verval van het recht tot sturen van onbepaalde duur. Dit verval is een veiligheidsmaatregel die onmiddellijk ingaat en pas kan worden opgeheven als de betrokkene bewijst opnieuw rijgeschikt te zijn.