
Veroordeling voor rijden onder invloed en onverzekerd sturen met oplegging van een alcoholslot
Op 3 mei 2025 werd een bestuurder betrapt op een aanzienlijke reeks verkeersinbreuken. De beklaagde werd veroordeeld voor het in het verkeer brengen van een personenwagen die niet was ingeschreven en/of niet de bij de inschrijving toegekende nummerplaat droeg. Bovendien was de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van het voertuig niet gedekt door een geldige verzekeringsovereenkomst, wat een inbreuk vormt op de WAM-wet. De rechtbank verklaarde ook de tenlastelegging van het besturen van een voertuig op een openbare plaats in staat van dronkenschap bewezen. Een ademanalyse wees een alcoholconcentratie aan van 0,96 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht, wat de wettelijke drempel ruimschoots overschrijdt. Het Openbaar Ministerie vatte de zaak samen en zette zijn vordering uiteen. De beklaagde en diens raadsman kregen de kans om hun verdediging voor te dragen ter terechtzitting. De politierechtbank diende zich te buigen over de straftoemeting, rekening houdend met de ernst van de feiten en de samenloop van de verschillende misdrijven. De rechter oordeelde dat alle tenlasteleggingen bewezen waren. Omdat de feiten dateren van vóór 1 september 2026, paste de rechtbank correct de regels inzake de toepassing van de strafwet in de tijd toe. De rechtbank stelde vast dat de inbreuken voortkwamen uit één en hetzelfde opzet, waardoor er sprake was van samenloop en enkel de zwaarste straf diende te worden toegepast. De rechtbank veroordeelde de beklaagde tot een geldboete van 200 euro, verhoogd met 70 opdeciemen (geldig op het moment van de feiten) en gebracht op 1.600 euro. Voor de volledige geldboete werd een probatie-uitstel verleend voor een periode van drie jaar. Aan dit uitstel werden strikte voorwaarden gekoppeld, waaronder het volgen van een specifieke gedragstraining inzake alcohol in het verkeer. Daarnaast sprak de rechter een verval van het recht tot sturen uit voor een periode van 65 dagen. Het herstel in dit recht werd afhankelijk gemaakt van het slagen voor medische en psychologische proeven. Tot slot beperkte de rechtbank de geldigheid van het rijbewijs voor een termijn van één jaar tot voertuigen die zijn uitgerust met een alcoholslot, gekoppeld aan een verplicht omkaderingsprogramma. De beklaagde diende eveneens bij te dragen aan het Slachtofferfonds en het Fonds voor juridische tweedelijnsbijstand, en draait op voor de gerechtskosten.