Terug naar Rechtspraak
    Verkeersrecht
    Veroordeling

    Veroordeling voor rijden onder invloed en onverzekerd sturen met oplegging van een alcoholslot

    Mr. Peter-Jan De MeulenaerePolitierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk30 oktober 2026Gepubliceerd Bijgewerkt 0 weergaven
    Delen:
    Verkeersrecht - Veroordeling voor rijden onder invloed en onverzekerd sturen met oplegging van een alcoholslot

    Samenvatting van de Zaak

    Op 3 mei 2025 werd een bestuurder betrapt op een aanzienlijke reeks verkeersinbreuken. De beklaagde werd veroordeeld voor het in het verkeer brengen van een personenwagen die niet was ingeschreven en/of niet de bij de inschrijving toegekende nummerplaat droeg. Bovendien was de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van het voertuig niet gedekt door een geldige verzekeringsovereenkomst, wat een inbreuk vormt op de WAM-wet. De rechtbank verklaarde ook de tenlastelegging van het besturen van een voertuig op een openbare plaats in staat van dronkenschap bewezen. Een ademanalyse wees een alcoholconcentratie aan van 0,96 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht, wat de wettelijke drempel ruimschoots overschrijdt. Het Openbaar Ministerie vatte de zaak samen en zette zijn vordering uiteen. De beklaagde en diens raadsman kregen de kans om hun verdediging voor te dragen ter terechtzitting. De politierechtbank diende zich te buigen over de straftoemeting, rekening houdend met de ernst van de feiten en de samenloop van de verschillende misdrijven. De rechter oordeelde dat alle tenlasteleggingen bewezen waren. Omdat de feiten dateren van vóór 1 september 2026, paste de rechtbank correct de regels inzake de toepassing van de strafwet in de tijd toe. De rechtbank stelde vast dat de inbreuken voortkwamen uit één en hetzelfde opzet, waardoor er sprake was van samenloop en enkel de zwaarste straf diende te worden toegepast. De rechtbank veroordeelde de beklaagde tot een geldboete van 200 euro, verhoogd met 70 opdeciemen (geldig op het moment van de feiten) en gebracht op 1.600 euro. Voor de volledige geldboete werd een probatie-uitstel verleend voor een periode van drie jaar. Aan dit uitstel werden strikte voorwaarden gekoppeld, waaronder het volgen van een specifieke gedragstraining inzake alcohol in het verkeer. Daarnaast sprak de rechter een verval van het recht tot sturen uit voor een periode van 65 dagen. Het herstel in dit recht werd afhankelijk gemaakt van het slagen voor medische en psychologische proeven. Tot slot beperkte de rechtbank de geldigheid van het rijbewijs voor een termijn van één jaar tot voertuigen die zijn uitgerust met een alcoholslot, gekoppeld aan een verplicht omkaderingsprogramma. De beklaagde diende eveneens bij te dragen aan het Slachtofferfonds en het Fonds voor juridische tweedelijnsbijstand, en draait op voor de gerechtskosten.

    Uitkomst:
    Veroordeling

    Kernpunten

    • 1Voor verkeersmisdrijven gepleegd vóór 1 september 2026 blijft de oude wetgeving het vertrekpunt, waarbij de rechter de opdeciemen toepast die golden op het moment van de feiten.
    • 2Bij een alcoholconcentratie van meer dan 0,78 mg/l legt de rechtbank in de regel een verplicht alcoholslot op, gekoppeld aan een omkaderingsprogramma.
    • 3Bij samenloop van inbreuken (zoals onverzekerd rijden en dronkenschap) die voortkomen uit eenzelfde opzet, spreekt de rechter één globale straf uit.
    • 4Een geldboete kan worden gekoppeld aan een probatie-uitstel, waarbij de beklaagde verplicht wordt een gedragstraining rond alcohol in het verkeer te volgen.

    Juridische Analyse

    Inleiding en Context van de Feiten

    Dit vonnis van de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, illustreert de strenge aanpak van gecombineerde verkeersinbreuken, in het bijzonder de combinatie van zware alcoholintoxicatie, dronkenschap en het in het verkeer brengen van een onverzekerd motorvoertuig dat niet was ingeschreven en/of niet was voorzien van de bij de inschrijving toegekende nummerplaat. De feiten vonden plaats op 3 mei 2025. De beklaagde werd betrapt met een alcoholconcentratie van 0,96 mg/l uitgeademde alveolaire lucht, wat aanzienlijk hoger is dan de wettelijke limiet. Bovendien verkeerde de bestuurder in een staat van dronkenschap en was het voertuig onverzekerd en niet ingeschreven en/of niet voorzien van de bij de inschrijving toegekende nummerplaat.

    Toepasselijke Wetgeving en Tijdswerking

    Een cruciaal element in de juridische analyse van dit vonnis is de datum van de feiten: 3 mei 2025. Op 1 september 2026 trad het nieuwe Strafwetboek en de nieuwe Wegverkeerswet in werking. Art. 2 oud Sw. en art. 2 Sw. (nieuw) verankeren echter het beginsel van de niet-retroactiviteit van de strafwet, gekoppeld aan de retroactiviteit van de mildere strafwet (in mitius). Niemand kan worden bestraft voor een handelen dat niet strafbaar was ten tijde van de feiten, en er kan geen zwaardere straf worden opgelegd dan deze voorzien op het moment van de feiten.

    De rechtbank verwijst in haar motivering uitdrukkelijk naar dit principe. Voor feiten gepleegd vóór 1 september 2026 vormen het Strafwetboek 1867 (oud) en de oude Wegverkeerswet (gecoördineerd KB 16 maart 1968) het correcte vertrekpunt. De nieuwe wetgeving komt enkel in beeld indien deze gunstiger is voor de beklaagde, wat per onderdeel moet worden getoetst. De rechtbank past dit overgangsrecht feilloos toe door de strafmaten en opdeciemen te hanteren die golden op 3 mei 2025.

    Analyse van de Tenlasteleggingen en Bestraffing

    Verkeersinbreuken: Alcohol, Verzekering en Inschrijving

    De beklaagde werd veroordeeld voor vier afzonderlijke inbreuken:

    • Onverzekerd rijden: Inbreuk op artikel 2 en 22 van de WAM-wet van 21 november 1989. Het in het verkeer brengen van een motorrijtuig zonder geldige burgerrechtelijke aansprakelijkheidsverzekering is een ernstig misdrijf dat de bescherming van potentiële slachtoffers in het gedrang brengt.
    • Alcoholintoxicatie: Inbreuk op artikel 34, §2, 1° van de Wegverkeerswet. De gemeten waarde van 0,96 mg/l ligt ver boven de drempel van 0,35 mg/l, wat wijst op een zware intoxicatie.
    • Dronkenschap: Inbreuk op artikel 35 van de Wegverkeerswet. De rechtbank verklaarde het besturen van een voertuig op een openbare plaats in staat van dronkenschap bewezen, zonder de concrete vaststellingen waarop die bewezenverklaring berust te beschrijven.
    • Niet ingeschreven en/of niet voorzien van de bij de inschrijving toegekende nummerplaat: Inbreuk op het KB van 20 juli 2001 en artikel 29 van de Wegverkeerswet.

    Samenloop en Berekening van de Geldboete

    De rechtbank stelt vast dat de verschillende inbreuken voortkomen uit één en hetzelfde misdadig opzet. Dit is de toepassing van de regeling voor het voortgezet misdrijf in art. 65 oud Sw. (dat van toepassing is op deze feiten). Bij een dergelijke samenloop wordt enkel de zwaarste straf uitgesproken.

    De rechter legt een basisgeldboete op van 200 euro. Omdat de feiten dateren van vóór 1 februari 2026, gelden 70 opdeciemen, wat overeenkomt met een vermenigvuldiging van het basisbedrag met 8. De berekening in het vonnis (200 euro verhoogd met 70 opdeciemen en gebracht op 1.600 euro) is dan ook een volkomen juiste toepassing van de wetgeving die gold ten tijde van de feiten.

    Probatie-uitstel als Instrument voor Gedragsverandering

    In plaats van de geldboete effectief in te vorderen, kiest de rechtbank voor een probatie-uitstel voor een termijn van drie jaar. Dit is een bewuste keuze gericht op de maatschappelijke rehabilitatie van de beklaagde. Aan dit uitstel zijn strikte voorwaarden verbonden. Naast de standaardvoorwaarden (geen nieuwe misdrijven plegen, vast adres behouden, gevolg geven aan oproepingen), legt de rechter een specifieke voorwaarde op: het volgen van de gedragstraining “optie alcohol – verkeer”.

    “Met de concreet opgelegde straf worden de na te streven doelen op de best mogelijke manier bereikt, is sprake van een rechtvaardige proportionaliteit tussen het misdrijf en de straf, en wordt rekening gehouden met de ongewenste neveneffecten van de straf ten aanzien van de rechtstreeks betrokken personen, hun omgeving en de samenleving.”

    Deze motivering toont aan dat de rechter niet louter repressief wil optreden, maar de onderliggende problematiek (alcohol in het verkeer) wil aanpakken via curatieve maatregelen. Het probatie-uitstel is afhankelijk van de naleving van de opgelegde voorwaarden. De gedragstraining moet binnen het jaar nadat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan volledig en nauwgezet worden gevolgd, met voorlegging van de bewijzen aan de justitieassistent.

    Verval van het Recht tot Sturen en het Alcoholslot

    Gezien de ernst van de feiten, in het bijzonder de dronkenschap en de hoge intoxicatiegraad, is een verval van het recht tot sturen onvermijdelijk. De rechtbank spreekt een verval uit van 65 dagen. Om de verkeersveiligheid op lange termijn te garanderen, wordt het herstel in het recht tot sturen afhankelijk gemaakt van het slagen in medische en psychologische onderzoeken. De rechtbank koppelt deze onderzoeken in deze zaak aan de ernst van de gedragingen.

    Daarnaast past de rechtbank artikel 37/1 van de Wegverkeerswet toe door een alcoholslot op te leggen voor de duur van één jaar. Bij een alcoholconcentratie van ten minste 0,78 mg/l is de rechter in principe verplicht om de geldigheid van het rijbewijs te beperken tot voertuigen uitgerust met een alcoholslot, tenzij hij deze beslissing uitdrukkelijk motiveert om het niet te doen. Met een waarde van 0,96 mg/l valt de beklaagde ruim binnen deze categorie. Het alcoholslot gaat gepaard met een verplicht omkaderingsprogramma, wat de curatieve aanpak van het vonnis verder versterkt.

    Praktische Implicaties en Aandachtspunten

    Dit vonnis biedt enkele belangrijke inzichten voor de rechtspraktijk en voor betrokkenen in gelijkaardige situaties:

    • Belang van de pleegdatum: De datum van de feiten is doorslaggevend voor de toepasselijke wetgeving. Voor feiten van vóór 1 september 2026 blijft het oude rechtssysteem (inclusief de oude opdeciemen) van kracht, tenzij de nieuwe wet gunstiger is. Dit vereist een zorgvuldige toetsing door de rechter.
    • Strenge aanpak van recidive-risico's: In deze zaak combineert de rechtbank een geldboete met een verval van het recht tot sturen, medische en psychologische onderzoeken én een alcoholslot. De concrete sancties moeten worden onderscheiden van de algemene wettelijke voorwaarden voor elk van die maatregelen.
    • Kosten van het alcoholslot: Hoewel het vonnis dit niet expliciet becijfert, moeten beklaagden beseffen dat de installatie en het onderhoud van een alcoholslot, evenals het verplichte omkaderingsprogramma, aanzienlijke financiële kosten met zich meebrengen, bovenop de uitgesproken geldboetes en gerechtskosten.
    • Kansen via probatie: Het toekennen van een probatie-uitstel voor de geldboete toont aan dat rechtbanken bereid zijn om beklaagden een kans te geven hun gedrag te beteren via gerichte cursussen, mits zij zich strikt aan de voorwaarden houden.

    Tot slot veroordeelt de rechtbank de beklaagde tot een bijdrage aan het Slachtofferfonds van 200 euro, verhoogd met 2,5 opdeciemen tot 250 euro. Deze bijdrage is geen geldboete en staat los van de berekening van de strafrechtelijke geldboete.

    Toegepaste Wetsartikelen

    Art. 2

    Strafwetboek 1867 (oud)

    Toepassing van de strafwet in de tijd (retroactiviteit van de mildere wet)

    Art. 2

    Strafwetboek 2024

    Toepassing van de strafwet in de tijd en toepassing van de voor de dader meest gunstige bepalingen bij wetswijziging

    Art. 65

    Strafwetboek 1867 (oud)

    Eendaadse samenloop en voortgezet misdrijf (oud Sw.)

    Art. 34

    Wegverkeerswet

    Strafbepalingen inzake alcoholintoxicatie

    Art. 35

    Wegverkeerswet

    Strafbepalingen inzake sturen in staat van dronkenschap

    Art. 37/1

    Wegverkeerswet

    Oplegging van het alcoholslot en omkaderingsprogramma

    Art. 2

    WAM_wet_1989

    Verplichting tot het sluiten van een burgerrechtelijke aansprakelijkheidsverzekering voor motorrijtuigen

    Meer over Verkeersrecht

    Ontdek al onze diensten, juridische tools en artikelen over verkeersrecht.

    Bekijk expertisepagina Verkeersrecht

    Veelgestelde vragen over deze zaak

    Meer over Verkeersrecht

    Vergelijkbare situatie? Spreek een advocaat

    Kies een eerste consultatie op kantoor (€ 90,75 incl. 21 % btw) of via videocall (€ 60,50 incl. btw).

    Liever eerst bellen? 050 67 32 06

    Kantoor € 75Video € 50

    Prijzen excl. btw

    Meer info: cookie beleid · privacy