
12 km/u te snel buiten de bebouwde kom: boete politierechter
Dit vonnis van de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, behandelt een veelvoorkomende verkeersinbreuk: een snelheidsovertreding. De beklaagde werd vervolgd door het Openbaar Ministerie voor het rijden met een gecorrigeerde snelheid van 82 km/u op een plaats waar de maximaal toegelaten snelheid, aangeduid door een verkeersbord C43, 70 km/u bedroeg. De feiten vonden plaats buiten de bebouwde kom. De vastgestelde snelheid was 88 km/u, die na toepassing van de tolerantiemarge werd herleid tot 82 km/u. Het Openbaar Ministerie zette zijn vordering uiteen. De beklaagde werd vertegenwoordigd door een advocaat; welke argumenten de verdediging aanvoerde, vermeldt het vonnis niet. De rechtbank achtte de feiten bewezen en sprak een veroordeling uit. Bij de bepaling van de strafmaat hield de rechter expliciet rekening met de concrete omstandigheden van de overtreding, de financiële draagkracht van de beklaagde en diens eventuele strafrechtelijk verleden. De rechter overwoog tevens de maatschappelijke doelstellingen van bestraffing, zoals afkeuring, herstel, rehabilitatie en bescherming van de maatschappij. Op basis van deze overwegingen legde de rechtbank een geldboete op van 80 euro. Dit bedrag is het resultaat van een basisboete van 10 euro, vermeerderd met de wettelijke opdeciemen. De boete is bij niet-betaling binnen de wettelijke termijn vervangbaar door wat het vonnis een "rijverbod" van 15 dagen noemt; juridisch is dat een vervangend verval van het recht tot sturen (art. 69bis Wegverkeerswet). Naast de boete werd de beklaagde ook veroordeeld tot het betalen van een bijdrage aan het fonds voor juridische tweedelijnsbijstand en de gerechtskosten, waardoor het totale te betalen bedrag aanzienlijk hoger uitvalt dan de geldboete alleen.