
Slagen en diefstal met geweld: probatie-uitstel
Dit vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, behandelt twee gewelddadige incidenten gepleegd door eenzelfde jonge beklaagde op één nacht. De zaken werden gevoegd. Het eerste feit betreft opzettelijke slagen en verwondingen toegebracht aan twee slachtoffers. Het tweede feit, in dezelfde nacht, betreft een diefstal met geweld of bedreiging met verzwarende omstandigheden (bij nacht en door twee of meer personen) ten nadele van een derde slachtoffer, waarbij de beklaagde eerst diens hoofdtelefoon wegnam en hem, nadat hij hem had aangevallen, zijn cash geld afhandig maakte. De beklaagde, een jongvolwassene met een blanco strafblad en een psychisch kwetsbaar profiel, betwistte de feiten niet. Zijn verdediging vroeg om een probatie-opschorting. De burgerlijke partijen vorderden een schadevergoeding. De rechtbank achtte alle feiten bewezen op basis van camerabeelden, getuigenverklaringen en, voor het tweede incident, de bekentenis van de beklaagde. De rechter herkwalificeerde de slagen aan een van de slachtoffers naar het zwaardere misdrijf van slagen met ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid tot gevolg (art. 399 oud Sw.). Gelet op de ernst van de feiten, met name de escalerende agressie, wees de rechtbank de gevraagde opschorting af. De beklaagde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar, volledig met uitstel voor een proefperiode van drie jaar, gekoppeld aan probatievoorwaarden zoals agressiebegeleiding en het vergoeden van de slachtoffers. Op burgerlijk vlak werden de vorderingen gedeeltelijk toegewezen. De rechtbank matigde de gevorderde bedragen voor tijdelijke ongeschiktheid. De vordering voor blijvende ongeschiktheid werd geherkwalificeerd naar esthetische schade en als zodanig begroot. De totale schadevergoeding voor het zwaarst getroffen slachtoffer werd vastgesteld op € 1.892,02. De rechtsplegingsvergoeding werd verminderd wegens de overwaardering van de oorspronkelijke claim.