
Onderhoudsgeld bij leefloon en collectieve schuldenregeling
Dit arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen behandelt een geschil over de hoogte van de onderhoudsbijdrage voor een minderjarige zoon. De moeder tekende hoger beroep aan tegen een vonnis van de familie- en jeugdrechtbank, dat de door de vader te betalen onderhoudsbijdrage had verlaagd van 500 euro (vastgesteld bij een verstekvonnis in 2017) naar 200 euro per maand, met ingang van 21 november 2022. De vader, die in een collectieve schuldenregeling zit, had met succes een herziening gevraagd. De moeder (appellante) vorderde in beroep een all-in onderhoudsbijdrage van 500 euro per maand. Zij ontvangt een uitkering en heeft een netto-inkomen van circa 1.980 euro, aangevuld met een sociale toeslag uit het Groeipakket. De vader (geïntimeerde) ontvangt een leefloon van 1.298 euro per maand. Hij is al lange tijd niet meer betrokken bij het leven van zijn zoon. Het hof oordeelde dat het hoger beroep van de moeder ongegrond was. De kern van de beslissing ligt in de berekening van de draagkracht van beide ouders. Het hof stelde expliciet dat de collectieve schuldenregeling van de vader niet in rekening wordt gebracht bij het bepalen van zijn draagkracht voor kinderalimentatie, omdat de kinderen voorrang hebben op de aflossing van de andere schulden. Na een gedetailleerde berekening, waarbij rekening werd gehouden met de respectievelijke inkomens, de kosten van het kind (geschat op 576 euro/maand) en het Groeipakket, kwam het hof tot de conclusie dat de theoretische bijdrage van de vader 176 euro per maand zou moeten bedragen (inclusief een aandeel in de buitengewone kosten). Aangezien dit bedrag lager is dan de 200 euro die in eerste aanleg werd toegekend en de vader geen incidenteel beroep had ingesteld om dit bedrag verder te verlagen, werd het vonnis van de eerste rechter bevestigd. De beslissing over de kosten was tegenstrijdig: het hof stelde eerst dat de kosten omgeslagen werden, maar veroordeelde vervolgens de moeder tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep.