Algemeen recht

9 november 2025

Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement: wat riskeert u?

1. Inleiding

Een faillissement is vaak het resultaat van economische tegenslag, maar soms oordeelt de rechtbank dat het bestuur zelf een rol heeft gespeeld. Belgische rechters kunnen bestuurders persoonlijk aansprakelijk stellen voor de schulden van hun vennootschap wanneer ze ernstige fouten maakten.
De vraag is dan: wanneer wordt het gewone ondernemingsrisico een “bestuursfout” die aansprakelijkheid meebrengt?


2. Wettelijke basis

De regels rond bestuurdersaansprakelijkheid zijn opgenomen in:

  • Boek XX van het Wetboek van Economisch Recht (WER), met name art. XX.225–XX.228 (faillissement);

  • Artikelen 2:56 en 2:57 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV), die de algemene aansprakelijkheidsregels vastleggen;

  • Art. 1382 Burgerlijk Wetboek (algemene foutaansprakelijkheid).

De kern: bestuurders moeten handelen zoals een normaal, zorgvuldig bestuurder in dezelfde omstandigheden.


3. De verschillende vormen van bestuurdersaansprakelijkheid

a) Contractuele aansprakelijkheid tegenover de vennootschap

Een bestuurder kan aansprakelijk zijn tegenover zijn eigen vennootschap voor fouten die schade berokkenen.
Voorbeeld: het afsluiten van ongunstige contracten of het verwaarlozen van boekhoudplicht.

b) Buitencontractuele aansprakelijkheid tegenover derden

Derden (zoals leveranciers of schuldeisers) kunnen een bestuurder persoonlijk aanspreken bij een persoonlijke fout die buiten zijn bestuursfunctie valt — bijvoorbeeld fraude of misleiding.

c) Aansprakelijkheid bij faillissement (art. XX.225 WER)

De zwaarste vorm: wanneer het faillissement mede veroorzaakt werd door een kennelijk grove fout van het bestuur.


4. Wat is een “kennelijk grove fout”?

Het begrip is niet exact omschreven, maar de rechtspraak geeft richting. Een fout is “kennelijk” als geen enkele normale en voorzichtige bestuurder ze zou maken.

Voorbeelden:

  • blijven bestellingen plaatsen wetende dat de vennootschap niet meer kan betalen;

  • geen enkele boekhouding voeren;

  • niet tijdig aangifte doen van faillissement;

  • privé‑uitgaven boeken op de vennootschap;

  • onrealistische plannen blijven volgen ondanks verlies na verlies.

Het gaat dus om meer dan gewone nalatigheid — het moet duidelijk onverantwoord bestuur zijn.


5. De procedure bij faillissement

  1. Aangifte van faillissement
    Een onderneming moet haar faillissement aangeven binnen één maand nadat ze duidelijk heeft opgehouden te betalen en geen krediet meer krijgt (art. XX.102 WER).

  2. Aanwijzing van curator en rechter‑commissaris
    Na het faillissement onderzoekt de curator de oorzaken. Indien hij meent dat de bestuurders grove fouten begingen, kan hij een vordering tot aansprakelijkheid instellen.

  3. Beslissing van de rechtbank
    De rechtbank van ondernemingen beoordeelt of er een oorzakelijk verband bestaat tussen de fout en het faillissement. Bij bevestiging kan de rechter de bestuurder persoonlijk veroordelen tot betaling van (een deel van) de schulden.


6. Wie kan aansprakelijk worden gesteld?

  • Bestuurders en gewezen bestuurders van NV’s, BV’s en CV’s;

  • Feitelijke bestuurders (personen die zonder formele benoeming beslissingen nemen);

  • Dagelijks bestuurders en zaakvoerders;

  • Zelfs bestuurders van verenigingen met economische activiteit.

Opmerking: Aandeelhouders zonder bestuursfunctie zijn normaal niet aansprakelijk, behalve bij misbruik van vennootschapsvorm.


7. De aansprakelijkheidsbeperking (art. 2:57 WVV)

Het WVV voorziet een plafond voor bestuurdersaansprakelijkheid tegenover de vennootschap en derden, afhankelijk van de grootte van de onderneming.
Voorbeeld:

  • Kleine vennootschappen: max. €125.000;

  • Middelgrote: €250.000–€1.000.000;

  • Grote vennootschappen: max. €12.000.000.

⚠️ Dit plafond geldt niet bij:

  • herhaaldelijke lichte fouten;

  • fraude of bedrog;

  • belasting- of RSZ‑schulden;

  • kennelijk grove fout bij faillissement.


8. Tijdige aangifte van faillissement

Een veelvoorkomende fout is het te laat aangeven van het faillissement.
De wet eist dat bestuurders binnen 30 dagen na staking van betaling aangifte doen bij de ondernemingsrechtbank.
Te laat ingrijpen kan leiden tot:

  • persoonlijke aansprakelijkheid voor schulden die nadien ontstonden;

  • mogelijke strafrechtelijke vervolging wegens laattijdige aangifte (art. 489ter Strafwetboek).


9. Preventieve maatregelen voor bestuurders

Om risico’s te beperken, kunnen bestuurders best:

  • Regelmatig de financiële gezondheid van de onderneming controleren;

  • Tijdig extern advies inwinnen (boekhouder, advocaat);

  • Documenteren welke beslissingen werden genomen en waarom;

  • Voldoende verzekeren via een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering (D&O);

  • Open communiceren met schuldeisers bij moeilijkheden.

Een zorgvuldig bestuur wordt altijd beter beoordeeld dan passiviteit of ontkenning van de problemen.


10. Strafrechtelijke dimensie

Naast burgerlijke aansprakelijkheid kan een bestuurder ook strafrechtelijk vervolgd worden bij frauduleus faillissement (art. 489bis e.v. Strafwetboek).
Voorbeelden:

  • het verbergen van activa;

  • het kunstmatig verhogen van schulden;

  • het vernietigen van boekhouding.

De sancties kunnen variëren van geldboete tot gevangenisstraf.


11. De rol van de curator

De curator onderzoekt in elk faillissement:

  • de boekhouding en financiële beslissingen;

  • de houding van bestuurders in de laatste maanden vóór het faillissement;

  • eventuele overdrachten van activa of abnormale betalingen.

Indien hij aanwijzingen vindt van wanbeheer, stelt hij een vordering tot bestuurdersaansprakelijkheid in. De opbrengst vloeit naar de gezamenlijke schuldeisers.


12. Slotbeschouwing

Een faillissement betekent niet automatisch dat bestuurders aansprakelijk zijn. Enkel bij kennelijk grove fouten of frauduleus gedrag wordt de bescherming van de vennootschap doorbroken.
Wie als bestuurder tijdig advies vraagt, transparant handelt en zijn verplichtingen naleeft, heeft weinig te vrezen.
De sleutel is anticiperen in plaats van reageren.


FAQ – Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement

1. Ben ik als bestuurder automatisch aansprakelijk bij faillissement?
Neen, enkel als de rechtbank een kennelijk grove fout vaststelt die het faillissement heeft veroorzaakt.

2. Kan een gewezen bestuurder nog aansprakelijk worden gesteld?
Ja, indien de fouten plaatsvonden tijdens zijn mandaat.

3. Hoe groot is het financiële risico?
De rechter kan u persoonlijk veroordelen tot betaling van (een deel van) de schulden; er is geen maximum bij kennelijk grove fout.

4. Wat als ik tijdig het faillissement heb aangegeven?
Dan toont u aan dat u uw wettelijke plicht hebt vervuld — dit verkleint de kans op aansprakelijkheid.

5. Kan ik mij verzekeren tegen bestuurdersaansprakelijkheid?
Ja, via een D&O‑verzekering, al dekt die geen fraude of opzettelijke fouten.


De rol van de bemiddelaar bij echtscheiding in België

Een echtscheiding hoeft niet altijd voor de rechtbank te worden uitgevochten. Dankzij bemiddeling kunnen partners samen tot een akkoord komen over kinderen, goederen en financiën. Dit artikel legt uit hoe bemiddeling werkt en welke juridische waarde het heeft.

12 november 2025

Wat te doen na een dagvaarding voor de politierechtbank?

Ontving u een dagvaarding voor de politierechtbank? Lees wat u kunt doen, hoe de zitting verloopt en wat de mogelijke gevolgen zijn.

11 november 2025

Opschorting van uitspraak: tweede kans voor beklaagden

De opschorting van uitspraak is een gunstmaatregel in het Belgisch strafrecht waarbij de rechter schuld vaststelt, maar geen straf uitspreekt. Ze biedt een tweede kans aan wie een fout heeft begaan zonder zwaar strafblad.

11 november 2025

keyboard_arrow_up

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x