Veel ondernemers denken dat de oprichting van een vennootschap hen volledig beschermt tegen persoonlijke aansprakelijkheid. Dat is niet altijd zo. Het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) voorziet immers in duidelijke gevallen waarin bestuurders persoonlijk kunnen worden aangesproken. De rechtspraak kijkt daarbij streng naar hun zorgvuldigheidsplicht en verantwoordelijkheden.
In een BV, NV of CV geldt in principe beperkte aansprakelijkheid. De vennootschap is een zelfstandige rechtspersoon met eigen vermogen. Schuldeisers moeten zich dus in de regel tot de vennootschap richten, niet tot de bestuurders of aandeelhouders.
Maar: zodra een bestuurder zijn wettelijke of statutaire verplichtingen schendt, of een fout begaat die buiten het normale ondernemersrisico valt, kan de bescherming wegvallen.
De belangrijkste bepalingen:
Art. 2:56 WVV – algemene bestuurdersaansprakelijkheid;
Art. 2:57 WVV – aansprakelijkheid tegenover derden bij schending van het WVV of de statuten;
Art. 2:58 WVV – beperking van de aansprakelijkheid (plafondregeling);
Art. XX.225 en XX.227 WER – bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement.
Bestuurders kunnen door de vennootschap zelf of door aandeelhouders worden aangesproken bij:
schending van de statuten of het WVV;
fouten bij het bestuur (bv. gebrek aan toezicht, slecht financieel beheer);
belangenconflicten niet naleven.
Voorbeeld: een bestuurder investeert vennootschapsmiddelen in een risicovol project zonder goedkeuring van de raad van bestuur.
Derden (leveranciers, klanten, fiscus) kunnen bestuurders aanspreken bij buitencontractuele fouten:
misleidende informatie of bedrieglijk handelen;
onrechtmatige daad (art. 1382 Oud BW / 5.101 NBW);
overtreding van fiscale of sociale verplichtingen.
Bij faillissement kunnen bestuurders persoonlijk aangesproken worden op grond van “kennelijk grove fout die heeft bijgedragen tot het faillissement” (art. XX.225 WER).
De curator kan in dat geval eisen dat de bestuurder (gedeeltelijk) instaat voor de schulden van de vennootschap.
Sinds 2019 geldt een wettelijk plafond op de financiële aansprakelijkheid van bestuurders (art. 2:57 WVV):
| Jaarlijkse omzet vennootschap | Maximale aansprakelijkheid per feit |
|---|---|
| < €350.000 | €125.000 |
| €350.000 – €700.000 | €250.000 |
| €700.000 – €1,4 miljoen | €500.000 |
| €1,4 – €4,9 miljoen | €1 miljoen |
| > €4,9 miljoen | €12 miljoen |
Belangrijk: het plafond geldt niet bij bedrog, herhaaldelijke fouten of belastingfraude.
Onbetaalde btw en RSZ – Bestuurders worden vaak aansprakelijk gesteld bij structurele nalatigheid in fiscale of sociale bijdragen.
Verduistering of misbruik van vennootschapsgoederen – leidt tot strafrechtelijke vervolging.
Schending boekhoudplicht – indien de boekhouding niet correct wordt gevoerd, kan dit een kennelijke grove fout uitmaken.
De rechtbank kijkt streng naar het gedrag van de bestuurder: wie wist of moest weten dat de vennootschap in financiële moeilijkheden verkeerde, moet gepast handelen (tijdig reorganiseren of faillissement aanvragen).
1. Documenteer beslissingen zorgvuldig.
Notuleer elke beslissing van de raad van bestuur, vooral bij risicovolle transacties.
2. Bewaak de financiële gezondheid.
Laat regelmatig balansen en cashflow‑prognoses opstellen. Reageer tijdig op tekenen van insolvabiliteit.
3. Respecteer belangenconflicten.
Wanneer uw persoonlijk belang betrokken is, neem geen deel aan de stemming en vermeld dit in de notulen.
4. Sluit een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering (D&O) af.
Deze dekt de kosten van verdediging en schadevergoedingen, behalve bij opzettelijke fouten.
5. Raadpleeg tijdig juridisch advies.
Een advocaat kan helpen bij risicobeoordeling of herstructurering om persoonlijke aansprakelijkheid te vermijden.
Naast burgerlijke aansprakelijkheid kunnen bestuurders ook strafrechtelijk vervolgd worden, onder meer bij:
valsheid in geschrifte (art. 193 Sw.);
misbruik van vennootschapsgoederen (art. 492bis Sw.);
fiscale of sociale fraude.
Strafrechtelijke veroordelingen kunnen leiden tot geldboetes, beroepsverboden en zelfs gevangenisstraf.
Een bestuurder is geen passieve aandeelhouder maar een verantwoordelijke beheerder van andermans vermogen. De wetgever en rechtbanken verwachten redelijkheid, voorzichtigheid en transparantie. Door correct bestuur, goede verslaggeving en tijdige actie in crisissituaties kan men het risico op persoonlijke aansprakelijkheid aanzienlijk beperken.
1. Geldt de plafonnering ook bij fraude of bedrog?
Neen. Het wettelijk plafond vervalt bij bedrog, bedrieglijk opzet of herhaalde lichte fouten.
2. Kan een bestuurder aansprakelijk worden na ontslag?
Ja, voor daden of nalatigheden tijdens zijn mandaat blijft hij aansprakelijk, zelfs na vertrek.
3. Wat als de raad van bestuur collectief beslist?
Alle bestuurders zijn in principe hoofdelijk aansprakelijk, tenzij iemand tijdig heeft geprotesteerd en dit kon bewijzen.
4. Kan een bestuurder van een VZW ook aansprakelijk zijn?
Ja, de regels uit het WVV gelden eveneens voor VZW-bestuurders.
5. Is een D&O-verzekering verplicht?
Niet verplicht, maar sterk aanbevolen. Ze biedt bescherming tegen financiële risico’s bij onopzettelijke fouten.
Een echtscheiding hoeft niet altijd voor de rechtbank te worden uitgevochten. Dankzij bemiddeling kunnen partners samen tot een akkoord komen over kinderen, goederen en financiën. Dit artikel legt uit hoe bemiddeling werkt en welke juridische waarde het heeft.
12 november 2025