Oplichting en bedrog: straffen
Alles over oplichting en bedrog in België: strafmaten volgens art. 479 Sw., procedurestappen en juridisch advies van de experts van LawBase.

Mr. Peter-Jan De Meulenaere
Advocaat • Balie West-Vlaanderen • Universiteit Gent
Wettelijk Kader
Dit artikel is gebaseerd op de volgende Belgische wetgeving:
- •
Nieuw Strafwetboek boek II (wet van 29 februari 2024)(Art. 479-480)
- •
Strafwetboek 1867 (oud)(Art. 496-504)
In de dagelijkse praktijk van onze 6 kantoren (Brugge, Antwerpen, Gent, Leuven, Sint-Niklaas en Tongeren) zien wij een sterke stijging in dossiers rond oplichting. Of het nu gaat om complexe vriendschapsfraude, phishing of malafide aannemers die voorschotten incasseren zonder werken uit te voeren: de impact op het slachtoffer is vaak enorm, zowel financieel als psychologisch. Oplichting is in het Belgische strafrecht een specifiek misdrijf dat zich onderscheidt van diefstal of loutere wanprestaties in een contract. Waar bij diefstal goederen worden 'ontvreemd', worden ze bij oplichting door het slachtoffer 'vrijwillig' afgegeven, zij het na een proces van misleiding en bedrog.
Neem het voorbeeld van een dossier dat recent werd behandeld in ons kantoor te Gent. Een cliënt werd benaderd via een online platform voor de aankoop van een oldtimer. De verkoper gebruikte valse namen, vervalste documenten van de douane en een fictief transportbedrijf om de koper te overtuigen een voorschot van €15.000 over te schrijven. Dit is de essentie van oplichting: het aanwenden van listige kunstgrepen om andermans zaak of geld afhandig te maken. In dit artikel ontleden we de straffen, de juridische kwalificatie en de stappen die u moet ondernemen als u slachtoffer bent of wordt beschuldigd.
Wettelijk Kader
Het misdrijf oplichting wordt in het Belgische Strafwetboek geregeld bij de artikelen 479 en 480 Sw. (voor feiten van vóór 1 september 2026: de artikelen 496 tot en met 504 oud Sw.). Artikel 479 Sw. vormt de basis, artikel 480 Sw. de verzwaarde vorm. Sinds 1 september 2026 luidt de omschrijving beknopt: oplichting is het met bedrieglijk opzet beogen te verwerven van een onrechtmatig economisch voordeel voor zichzelf of voor een ander, hetzij door gebruik te maken van valse namen of valse hoedanigheden, hetzij door listige kunstgrepen aan te wenden om andermans vertrouwen op slinkse wijze te winnen. De lange opsomming uit het oude wetboek — denkbeeldige ondernemingen, een hersenschimmige gebeurtenis, misbruik van lichtgelovigheid — is verdwenen; zij blijft wel gelden voor feiten van vóór die datum. Belangrijk: de afgifte van een zaak is geen bestanddeel van het misdrijf. Het volstaat dat de dader een onrechtmatig economisch voordeel beoogt — een regel die al gold sinds de wet van 12 juli 2023 en die het nieuwe wetboek heeft overgenomen.
- Valse naam of hoedanigheid: Dit is de eenvoudigste vorm. Denk aan iemand die zich voordoet als een politieagent om een boete cash te innen, of een persoon die de identiteit van een bekende CEO aanneemt om facturen te laten omleiden (CEO-fraude).
- Listige kunstgrepen: kunstgrepen die andermans vertrouwen op slinkse wijze winnen. Dit is de meest voorkomende vorm in de rechtspraak. Een loutere leugen is juridisch gezien niet voldoende voor oplichting. Er moet sprake zijn van een enscenering of een 'mise-en-scène'. Bijvoorbeeld: een malafide beleggingsadviseur die niet alleen liegt over rendementen, maar ook vervalste rekeninguittreksels en een luxueus kantoor huurt om de schijn van een legitieme business te wekken.
- Bedrieglijk opzet: De dader moet de intentie hebben gehad om zichzelf of een ander onrechtmatig te verrijken ten koste van het slachtoffer.
Oplichting is sinds 1 september 2026 een misdrijf van niveau 3 (artikel 479 Sw.): een gevangenisstraf van meer dan drie tot vijf jaar. Wordt het feit gepleegd ten nadele van een minderjarige of van een persoon in een kwetsbare toestand, dan gaat het naar niveau 4 — meer dan vijf tot tien jaar (artikel 480 Sw.). Daarbovenop kan de rechter een bijkomende geldboete opleggen volgens de schaal van artikel 52 Sw.: voor niveau 3 van 250 tot 12.500 euro, voor niveau 4 van 250 tot 18.750 euro. Die bedragen zijn de effectieve bedragen: de opdeciemen zijn er al in verrekend. Voor feiten van vóór 1 september 2026 gold artikel 496 oud Sw., met een gevangenisstraf van één maand tot vijf jaar en een geldboete van 26 tot 3.000 euro, te vermenigvuldigen met de opdeciemen die op het ogenblik van de feiten golden (factor 8 vóór 1 februari 2026, factor 10 daarna).
Praktische Tips
Indien u vermoedt dat u slachtoffer bent van oplichting, is snelheid cruciaal. Onze advocaten in Antwerpen en Leuven adviseren vaak op basis van de volgende praktische scenario's:
- Documenteer alles: Bewaar screenshots van gesprekken (WhatsApp, Messenger, e-mail). In een zaak in het Waasland konden we de dader identificeren omdat het slachtoffer screenshots had genomen van een profiel dat direct na de transactie werd verwijderd.
- Stop onmiddellijk alle betalingen: Oplichters proberen vaak een 'sunk cost fallacy' te creëren. Ze vragen een extra betaling om de vorige 'vrij te geven' (bijv. zogenaamde douanekosten of administratieve fees).
- Meld het bij uw bank: Bij online fraude is er een kleine kans op een 'recall' van de fondsen als u binnen de 24 uur reageert.
- Gebruik onze tools: Wilt u weten wat de mogelijke gevolgen zijn voor een specifieke situatie? Gebruik onze strafmaat-simulator voor een eerste indicatie van de juridische risico's.
Voor wie beschuldigd wordt van oplichting: besef dat de grens tussen een burgerlijke wanprestatie (een contract niet nakomen) en een strafrechtelijke oplichting vaak flinterdun is. Een goede verdediging focust op het ontbreken van de 'listige kunstgrepen' of het ontbreken van bedrieglijk opzet op het moment van de feiten.
Procedure en Stappen
Wanneer een dossier van oplichting wordt opgestart, volgt meestal dit traject:
- Stap 1: De klacht neerleggen. Dit kan bij de politie of via een rechtstreekse klacht met burgerlijke partijstelling bij de onderzoeksrechter. Dit laatste is vaak effectiever omdat er dan direct een onderzoek wordt geopend.
- Stap 2: Het opsporingsonderzoek. Het Openbaar Ministerie onderzoekt de feiten. Hierbij kunnen bankgegevens worden opgevraagd en huiszoekingen worden verricht.
- Stap 3: De verschijning voor de Raadkamer. De Raadkamer beslist of er voldoende aanwijzingen van schuld zijn om de zaak naar de Correctionele Rechtbank te verwijzen.
- Stap 4: De behandeling ten gronde. Voor de Correctionele Rechtbank worden de argumenten gepresenteerd. LawBase heeft gespecialiseerde advocaten in alle 6 de kantoren (Brugge, Antwerpen, Gent, Leuven, Sint-Niklaas en Tongeren) die u tijdens deze zittingen bijstaan.
LawBase biedt de mogelijkheid voor een videocall om uw dossier te bespreken. Geeft u de voorkeur aan een fysieke ontmoeting in een van onze kantoren? Een videocall van 30 minuten met een advocaat kost € 60,50 incl. btw; een consultatie op kantoor van 60 minuten kost € 90,75 incl. btw..
Kosten en Vergoedingen
Bij een veroordeling voor oplichting beperkt de rechter zich niet tot een gevangenisstraf of boete. Er zijn bijkomende kosten:
- Schadevergoeding aan het slachtoffer: De dader wordt veroordeeld tot terugbetaling van de buitgemaakte sommen, vaak vermeerderd met interesten en een vergoeding voor morele schade.
- Gerechtskosten: De veroordeelde moet de kosten van het proces en het onderzoek (bijv. deskundigenonderzoek naar IT-systemen) dragen.
- Bijdrage aan het Slachtofferfonds: Een verplichte bijdrage van momenteel € 250; dat bedrag is al vermeerderd met de opdeciemen.
- Rechtsplegingsvergoeding: Een forfaitaire tegemoetkoming in de advocaatkosten van de tegenpartij.
In veel gevallen proberen we via bemiddeling of een minnelijke schikking tot een herstel van de schade te komen vóór de zaak voorkomt. Dit kan de strafmaat aanzienlijk milderen, aangezien de rechtbank de bereidheid tot vergoeding als een sterke verzachtende omstandigheid ziet.
Welk Strafwetboek geldt? Dat hangt af van de datum van de feiten, niet van de datum van het vonnis (artikel 2 Sw.). Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 geldt het nieuwe Strafwetboek. Voor feiten van vóór die datum blijft het oude Strafwetboek van 1867 van toepassing, tenzij de nieuwe wet voor de dader milder is: dan past de rechter de meest gunstige bepaling toe (artikel 2, derde lid Sw.).
Veelgestelde Vragen
Hieronder vindt u de meest prangende vragen die wij ontvangen in onze praktijk in Vlaanderen.
Dichtstbijzijnde kantoor: LawBase Brugge(West-Vlaanderen)
Oosterlingenplein 4A, 8000 Brugge
Veelgestelde vragen
Gerelateerde Artikelen
Alle expertiseVerjaringstermijn strafrecht
Verjaart uw strafzaak? Sinds 1 september 2026 hangt de verjaringstermijn aan het strafniveau: 10, 15, 20 of 30 jaar. Deze gids legt de termijnen, het aanvangspunt en de berechtingsverjaring uit.
Valsheid in geschriften
Beschuldigd van valsheid in geschriften of zelf slachtoffer? Een advocaat strafrecht legt straffen, verjaring en verweer uit. Videocall 30 min € 60,50 incl. btw.
Laster en eerroof
Zwartgemaakt of beschuldigd van laster of eerroof? Een advocaat strafrecht regelt bewijs, klacht, verwijdering en verweer. Videocall 30 min € 60,50 incl. btw bij LawBase.