Domicilie vs verblijfplaats bij co-ouderschap

    Ontdek de juridische verschillen tussen domicilie en verblijfplaats bij co-ouderschap in België. Leer alles over fiscale gevolgen, het Rijksregister en praktische afspraken.

    Door Mr. Peter-Jan De Meulenaere5 min leestijd340 lezers
    Delen:
    Expert Review
    Mr. Peter-Jan De Meulenaere - Advocaat bij LawBase

    Mr. Peter-Jan De Meulenaere

    Advocaat • Orde van Vlaamse Balies • Universiteit Gent

    Juridisch geverifieerd door Peter-Jan
    VerkeersrechtVastgoedErfrecht

    Wettelijk Kader

    Dit artikel is gebaseerd op de volgende Belgische wetgeving:

    • Rijksregisterwet

    Wanneer ouders uit elkaar gaan en beslissen over de opvoeding van hun kinderen, is het bepalen van de domicilie een van de meest cruciale en vaak ook meest gevoelige beslissingen. Hoewel de term 'co-ouderschap' in de volksmond vaak wordt gebruikt om aan te geven dat de kinderen evenveel tijd bij beide ouders doorbrengen (verblijfsco-ouderschap), heeft dit juridisch gezien een specifieke betekenis die losstaat van de officiële inschrijving in het bevolkingsregister. In dit artikel duiken we diep in het onderscheid tussen domicilie en verblijfplaats, de juridische implicaties van deze keuze en hoe u als ouder de beste regeling treft voor uw kinderen.

    Wettelijk Kader

    In het Belgische recht wordt een fundamenteel onderscheid gemaakt tussen de juridische woonplaats (domicilie) en de feitelijke verblijfplaats. Volgens de Rijksregisterwet moet een kind worden ingeschreven op de plaats waar het hoofdzakelijk verblijft. Dit wordt de 'hoofdverblijfplaats' genoemd. In de context van co-ouderschap stuiten we hier echter op een juridische beperking: een kind kan in België slechts op één adres officieel gedomicilieerd zijn.

    Het Burgerlijk Wetboek vertrekt vanuit het principe van het gezamenlijk ouderlijk gezag. Dit betekent dat beide ouders, ongeacht waar het kind gedomicilieerd is, samen de belangrijke beslissingen nemen over de opvoeding, gezondheid en scholing van het kind. De keuze voor de officiële domicilie heeft dus in principe geen invloed op de juridische macht over het kind, maar wel op administratieve en fiscale aspecten.

    Sinds de wet van 2006 is de verblijfsco-ouderschapsregeling (de 50/50-verdeling) de prioritaire optie die de rechter moet onderzoeken als een van de ouders erom verzoekt. Toch kan zelfs bij een perfecte 50/50-verdeling het kind slechts bij één ouder zijn officieel adres hebben. Om tegemoet te komen aan de realiteit van twee huizen, voorziet de wetgeving in de mogelijkheid tot het registreren van een 'gedeelde huisvesting' bij de gemeente, wat echter niet hetzelfde is als een dubbele domicilie.

    Procedure en Stappen

    Het vastleggen van de domicilie en de verblijfsregeling volgt meestal een vast traject, of dit nu via een onderlinge overeenkomst (EOT) of via de familierechtbank verloopt.

    • Stap 1: Overleg en Bemiddeling: Ouders proberen eerst zelf afspraken te maken. Hierbij wordt gekeken naar praktische factoren zoals de nabijheid van school, hobby's en de stabiliteit van de woonomgeving.
    • Stap 2: Redactie van een Ouderschapsplan: In dit document wordt niet alleen de verblijfsregeling (wie wanneer?) vastgelegd, maar ook expliciet vermeld bij wie het kind gedomicilieerd zal zijn.
    • Stap 3: Homologatie door de Familierechter: Een overeenkomst tussen ouders moet worden bekrachtigd door de rechter om afdwingbaar te zijn. Als ouders niet overeenkomen, zal de rechter de knoop doorhakken op basis van het 'belang van het kind'.
    • Stap 4: Inschrijving bij de Gemeente: Zodra er een vonnis of een gehomologeerde overeenkomst is, moet de ouder bij wie het kind gedomicilieerd wordt, de inschrijving regelen bij de dienst bevolking van zijn of haar gemeente.
    • Stap 5: Melding Gedeelde Huisvesting: De ouder bij wie het kind NIET gedomicilieerd is, kan bij zijn eigen gemeente vragen om de 'gedeelde huisvesting' te registreren in het Rijksregister. Dit is essentieel voor bepaalde lokale voordelen zoals parkeervergunningen of sociale tarieven.

    Praktische Tips

    Bij het maken van de keuze voor de domicilie is het belangrijk om emoties opzij te zetten en naar de praktische realiteit te kijken. Hier zijn enkele tips van onze experts bij LawBase:

    • Kijk naar de schoolomgeving: Vaak is het praktisch om het kind te domiciliëren bij de ouder die het dichtst bij de school woont, zeker met het oog op officiële communicatie vanuit de onderwijsinstelling.
    • Evalueer sociale voordelen: Sommige gemeentelijke voordelen (zoals korting op afvalstoffenheffing of bewonerskaarten) zijn gekoppeld aan het aantal personen op een adres. Bereken de impact voor beide huishoudens.
    • Maak afspraken over de post: De ouder waar het kind gedomicilieerd is, ontvangt alle officiële overheidscommunicatie. Spreek af hoe deze informatie (zoals de identiteitskaart van het kind of uitnodigingen voor vaccinaties) wordt gedeeld.
    • Vraag juridisch advies: De keuze voor domicilie kan invloed hebben op uw statuut als 'alleenstaande' bij de fiscus of sociale kas.

    LawBase heeft 6 kantoren verspreid over Vlaanderen waar u terecht kunt voor gespecialiseerd advies: Brugge (hoofdkantoor), Antwerpen, Gent, Waasland (Nieuwkerken-Waas), Hasselt en Leuven. Een eerste oriënterend gesprek via videocall is gratis, terwijl een fysieke consultatie van 30 minuten slechts €50 kost.

    Kosten en Vergoedingen

    De keuze van domicilie heeft directe financiële gevolgen die verder gaan dan enkel de verblijfskosten:

    1. Kinderbijslag (Groeipakket): In Vlaanderen wordt het Groeipakket in principe uitbetaald aan de ouder bij wie het kind gedomicilieerd is, tenzij de ouders schriftelijk anders overeenkomen of de rechter anders beslist. Bij co-ouderschap kan men vragen om het bedrag te splitsen of op een gemeenschappelijke rekening te storten.

    2. Fiscale voordelen: De 'toeslag op de belastingvrije som voor kinderen ten laste' wordt normaal toegekend aan de ouder bij wie het kind zijn domicilie heeft. Echter, bij een gelijkmatig verdeeld verblijf kan men kiezen voor 'fiscale co-ouderschap', waarbij dit belastingvoordeel over beide ouders wordt verdeeld. Dit moet expliciet worden aangegeven in de belastingaangifte en ondersteund worden door een vonnis of geregistreerde overeenkomst.

    3. Sociale toeslagen: Voor de berekening van studiebeurzen of sociale premies wordt vaak gekeken naar het inkomen van het huishouden waar het kind gedomicilieerd is. Dit kan een significante impact hebben op de hoogte van de tegemoetkomingen.

    Veelgestelde Vragen

    Hieronder vindt u een overzicht van de meest prangende vragen die wij in onze dagelijkse praktijk behandelen.

    Dichtstbijzijnde kantoor: LawBase Brugge(West-Vlaanderen)

    Oosterlingenplein 4A, 8000 Brugge

    Veelgestelde vragen

    Hulp nodig bij uw juridische vraag?

    Onze advocaten staan voor u klaar met deskundig advies.