Terug naar Blog
    Familierecht

    Co‑ouderschap in Vlaanderen: hoe wordt de verblijfsregeling bepaald?

    Mr. Peter-Jan De Meulenaere3 mei 20255 min leestijd256 weergaven
    Delen:
    Co‑ouderschap in Vlaanderen: hoe wordt de verblijfsregeling bepaald?

    Co‑ouderschap in Vlaanderen: hoe wordt de verblijfsregeling bepaald?

    FAQ – Co‑ouderschap en verblijfsregeling

    28 oktober 2025

    Inleiding tot Co‑ouderschap

    Co‑ouderschap is sinds de hervorming van het Burgerlijk Wetboek een veelvoorkomende regeling bij echtscheiding. Toch roept het in de praktijk heel wat vragen op: is het verplicht? Wat als de ouders ver uit elkaar wonen? En hoe bepaalt de rechter de concrete verblijfsregeling?

    Juridisch Kader

    De basis voor het ouderlijk gezag en de verblijfsregeling ligt in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, met name:

    Artikelen 373 tot 387bis BW – regelen het ouderlijk gezag en de verblijfsregeling.

    Wet van 18 juli 2006 – bevordert het gelijkmatig verdeeld verblijf van kinderen na echtscheiding.

    Volgens deze wet kan elk van de ouders vragen om een gelijkmatig verdeeld verblijf, tenzij dit strijdig is met het belang van het kind.

    Co‑ouderschap houdt in dat:

    beide ouders het ouderlijk gezag gezamenlijk blijven uitoefenen;

    de kinderen hun tijd verdelen tussen beide ouders;

    beslissingen over opvoeding, gezondheid en school in overleg genomen worden.

    De verblijfstijd kan gelijk verdeeld zijn (50/50), maar ook asymmetrisch als de omstandigheden dat vereisen.

    Bepaling van de Verblijfsregeling

    De familierechtbank beoordeelt steeds het belang van het kind. De rechter houdt onder meer rekening met:

    de afstand tussen de woningen van de ouders;

    de praktische haalbaarheid (werkuren, school, opvang);

    de ouderlijke samenwerking en communicatie;

    de band van het kind met elk van de ouders;

    eventuele mening van het kind (vanaf 12 jaar wordt het kind meestal gehoord).

    De rechter kan een onderzoek door een psycholoog of sociale dienst bevelen om een beter beeld te krijgen van de gezinssituatie.

    In de praktijk bestaan er drie hoofdvormen:

    Gelijkmatig verdeeld verblijf (week‑om‑week)

    Vaak bij jonge kinderen en ouders die goed samenwerken.

    Overwegend verblijf bij één ouder

    De andere ouder krijgt dan een ruime omgangsregeling (bv. om de 14 dagen en helft van de vakanties).

    Afwisselend of flexibel verblijf

    Wordt toegepast bij ouders met onregelmatige werkuren of internationale situaties.

    Onderhoudsbijdrage en Herziening

    Zelfs bij een gelijkmatig verdeeld verblijf kan een onderhoudsbijdrage verschuldigd zijn. De rechter berekent dit op basis van:

    de inkomens van beide ouders;

    de verdeling van kosten (huisvesting, school, medische zorg);

    het reële verblijfspercentage van het kind bij elk van de ouders.

    De bijdrage wordt berekend volgens het Model Tremmery, dat veel rechtbanken gebruiken als referentie.

    Een bestaande verblijfsregeling kan worden aangepast wanneer de omstandigheden wezenlijk veranderen (art. 387bis §6 BW), bijvoorbeeld:

    verhuis van een ouder;

    gewijzigde werktijden;

    spanningen die samenwerking onmogelijk maken.

    De rechtbank kan de regeling dan herzien op vraag van één of beide ouders.

    Praktische Tips en Bemiddeling

    Stel een duidelijk ouderschapsplan op met concrete afspraken over school, vakanties en communicatie.

    Vermijd discussies via sms of sociale media; gebruik een co‑ouderschapsapp (zoals _OurFamilyWizard_).

    Hou rekening met de schoolkalender bij het opstellen van weekregelingen.

    Betrek de kinderen op een leeftijdsgepaste manier bij de organisatie.

    De wet moedigt familiale bemiddeling aan vóór men naar de rechtbank stapt. Een erkend bemiddelaar helpt ouders om zelf een akkoord te vinden over gezag en verblijf. Zo’n akkoord kan vervolgens door de rechter worden gehomologeerd en krijgt dan dezelfde waarde als een vonnis.

    Conclusie

    Co‑ouderschap is geen wiskundige verdeling van tijd, maar een zoektocht naar evenwicht. Ouders doen er goed aan het juridische kader te kennen, maar vooral te focussen op samenwerking. De rechter kijkt altijd naar het belang van het kind – niet naar wie “meer recht” heeft.

    Veelgestelde Vragen

    1\. Is co‑ouderschap verplicht in Vlaanderen?

    Neen. De rechter start vanuit het principe van gelijkmatig verblijf, maar beslist op basis van het belang van het kind.

    2\. Vanaf welke leeftijd mag een kind kiezen waar het woont?

    Er bestaat geen vaste leeftijdsgrens. Vanaf 12 jaar wordt het kind meestal gehoord, maar de rechter beslist autonoom.

    3\. Moeten ouders met co‑ouderschap nog onderhoud betalen?

    Ja, soms wel. De bijdrage hangt af van inkomens en kosten, niet enkel van verblijfsduur.

    4\. Kan een ouder de regeling wijzigen na een verhuis?

    Ja, mits een verzoek tot herziening bij de familierechtbank, als de verhuis de bestaande regeling beïnvloedt.

    5\. Wat als ouders het niet eens raken over beslissingen?

    Bij blijvende onenigheid kan één ouder vragen om het gezag alleen uit te oefenen voor bepaalde domeinen, bv. schoolkeuze of medische beslissingen.

    1. Wat is co-ouderschap precies?

    Co-ouderschap houdt in dat beide ouders na een scheiding het ouderlijk gezag over hun kinderen gezamenlijk blijven uitoefenen. Dit betekent dat zij samen belangrijke beslissingen nemen over de opvoeding, gezondheid en school van de kinderen, en dat de kinderen hun tijd verdelen tussen beide ouders. Het is een vorm van gedeeld ouderschap waarbij de verantwoordelijkheden en taken zoveel mogelijk gelijk verdeeld worden.

    2. Is co-ouderschap verplicht in België?

    Nee, co-ouderschap is niet verplicht, maar de Belgische wetgeving bevordert wel een gelijkmatig verdeeld verblijf. Artikel 374 van het Burgerlijk Wetboek stelt dat elke ouder een gelijkmatig verdeeld verblijf kan vragen, tenzij dit strijdig is met het belang van het kind. De rechter zal altijd het belang van het kind vooropstellen.

    3. Wat is het verschil tussen ouderlijk gezag en verblijfsregeling?

    Ouderlijk gezag verwijst naar de bevoegdheid om beslissingen te nemen over de opvoeding, gezondheid en school van het kind, terwijl de verblijfsregeling bepaalt waar het kind woont en hoe de tijd tussen de ouders wordt verdeeld. Bij co-ouderschap wordt het ouderlijk gezag meestal gezamenlijk uitgeoefend, ongeacht de concrete invulling van de verblijfsregeling.

    4. Hoe wordt de verblijfsregeling concreet bepaald als ouders niet tot een akkoord komen?

    Als ouders geen overeenstemming bereiken over de verblijfsregeling, zal de familierechtbank een beslissing nemen. De rechter zal hierbij het belang van het kind centraal stellen en rekening houden met diverse factoren, zoals de afstand tussen de woningen, de praktische haalbaarheid en de communicatie tussen de ouders. Het kind kan vanaf 12 jaar ook gehoord worden.

    5. Wat betekent een "gelijkmatig verdeeld verblijf"?

    Een gelijkmatig verdeeld verblijf, vaak 50/50 genoemd, houdt in dat het kind ongeveer evenveel tijd bij elke ouder doorbrengt. Dit kan bijvoorbeeld een week-om-week regeling zijn. Het is de standaard die de wetgever voor ogen heeft, tenzij dit niet in het belang van het kind is.

    6. Kan een verblijfsregeling ook asymmetrisch zijn?

    Ja, de verblijfsregeling kan zeker asymmetrisch zijn, bijvoorbeeld 60/40 of 70/30, als de omstandigheden dit vereisen en dit in het belang van het kind is. De wet van 18 juli 2006 bevordert een gelijkmatig verdeeld verblijf, maar biedt ruimte voor afwijkingen als dit beter aansluit bij de noden van het kind of de praktische situatie van de ouders.

    7. Welke factoren neemt de rechter in overweging bij het bepalen van de verblijfsregeling?

    De rechter houdt rekening met factoren zoals de afstand tussen de woningen van de ouders, de praktische haalbaarheid (school, werk), de ouderlijke samenwerking, de band van het kind met elke ouder en de mening van het kind zelf (vanaf 12 jaar). Indien nodig kan de rechter ook een onderzoek door een psycholoog of sociale dienst bevelen.

    8. Wat als ik verhuis en de afstand tussen de woningen te groot wordt voor de huidige regeling?

    Als een verhuizing de huidige verblijfsregeling onhaalbaar maakt, is het belangrijk om in overleg te gaan met de andere ouder. Komen jullie er samen niet uit, dan kan de familierechtbank verzocht worden om de regeling aan te passen. De rechter zal opnieuw het belang van het kind centraal stellen bij de beoordeling van de nieuwe situatie.

    9. Op welke leeftijd wordt de mening van het kind meegenomen?

    In België kan een kind vanaf 12 jaar verzoeken om gehoord te worden door de rechter in zaken die betrekking hebben op de verblijfsregeling. De rechter zal dan een gesprek met het kind voeren om diens mening te peilen, maar is niet verplicht deze mening volledig te volgen. Het belang van het kind blijft doorslaggevend.

    10. Wat als de ouders niet goed met elkaar kunnen communiceren over de kinderen?

    Slechte communicatie tussen ouders kan een belemmering vormen voor een effectief co-ouderschap en kan de rechter ertoe aanzetten om een specifieke verblijfsregeling op te leggen. In dergelijke gevallen kan bemiddeling worden aanbevolen om de communicatie te verbeteren of kan de rechter een gedetailleerde regeling opleggen om conflicten te minimaliseren.

    Veelgestelde vragen

    Meer over Familierecht

    Expertise in echtscheiding, alimentatie en ouderschapsregelingen.

    Vragen over dit onderwerp?

    Neem vrijblijvend contact op voor persoonlijk advies van onze advocaten in Brugge.