
Toekenning van een realistisch afbetalingsplan bij een onbetwiste schuldvordering
In deze zaak, behandeld voor het Vredegerecht van het kanton Zelzate, vordert een onderneming (de eisende partij) de betaling van een openstaande schuld van een particulier (de verwerende partij). De totale gevorderde som bedraagt € 1.865,21, bestaande uit een hoofdsom van € 1.558,09, vermeerderd met intresten ten bedrage van € 170,59 en een schadebeding van € 136,53. Daarnaast vordert de eisende partij de verwijlintresten, de gerechtelijke intresten en de veroordeling tot de gerechtskosten. Tijdens de procedure betwist de verwerende partij de hoofdsom van de vordering niet. De schuldenaar erkent met andere woorden dat het bedrag verschuldigd is. Vanwege financiële moeilijkheden verzoekt de verwerende partij de vrederechter echter om een afbetalingsregeling te mogen treffen van € 25,00 per maand. De eisende partij verzet zich uitdrukkelijk tegen dit voorstel. Zij vindt een maandelijkse aflossing van € 25,00 te laag in verhouding tot het gevorderde bedrag. De eisende partij eist dat de schuld binnen een termijn van één jaar volledig wordt aangezuiverd. De vrederechter oordeelt dat de vordering in de basis gegrond is, maar beperkt de toekenning van de intresten uitsluitend tot de hoofdsom. Wat betreft het afbetalingsplan, voert de rechter een pragmatische belangenafweging uit. Enerzijds erkent de rechter dat een hoog betalingsritme voor de verwerende partij financieel niet haalbaar is. Anderzijds treedt de rechter de eisende partij bij dat € 25,00 per maand te laag is. De rechtbank stelt vast dat de afbetaling van hoofdsom, intresten en kosten op die manier meer dan zeven jaar zou duren. De rechter stelt het afbetalingsbedrag daarom vast op een realistischer bedrag van € 50,00 per maand. De rechter motiveert dit door te stellen dat een schuldeiser meer gebaat is bij een haalbaar afbetalingsplan dan bij een vonnis dat in de praktijk onuitvoerbaar blijkt. Om de rechten van de schuldeiser te vrijwaren, koppelt de rechter hier een strikte vervalclausule aan: indien de schuldenaar één vervaldag niet respecteert, wordt het volledige resterende saldo onmiddellijk en van rechtswege opeisbaar. Tot slot wordt de rechtsplegingsvergoeding, gelet op de eenvoud van de zaak, herleid tot het wettelijk minimum.