
Rijden zonder medische rijgeschiktheid: boete én ongeschiktverklaring
De Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, behandelde een zaak tegen een bestuurder die vervolgd werd voor het besturen van een motorvoertuig terwijl hij niet voldeed aan de medische voorwaarden. De tenlastelegging, gebaseerd op artikel 30, §1, 4° van de Wegverkeerswet, stelt dat de bestuurder ofwel leed aan een medisch gebrek, ofwel niet had voldaan aan een opgelegd geneeskundig onderzoek. De datum van de feiten is geanonimiseerd; ze liggen in elk geval vóór het vonnis van 21 januari 2026, zodat de geldboete werd verhoogd met 70 opdeciemen (x8). De rechtbank achtte de feiten bewezen en legde een dubbele sanctie op. Enerzijds een strafrechtelijke veroordeling tot een geldboete van €1.600 (waarvan de helft met uitstel) en een verval van het recht tot sturen van 15 dagen. Anderzijds, en veel ingrijpender, paste de rechtbank artikel 42 van de Wegverkeerswet toe. Dit is een veiligheidsmaatregel waarbij de bestuurder lichamelijk of geestelijk ongeschikt werd verklaard om te sturen, wat resulteerde in een verval van het recht tot sturen van onbepaalde duur. Het herstel na het verval van 15 dagen maakte de rechtbank afhankelijk van het slagen in een medisch en psychologisch onderzoek; het verval wegens ongeschiktheid duurt tot de bestuurder bewijst dat hij niet meer ongeschikt is.