Terug naar Blog
    Verkeersrecht

    Ladingzekering en Verantwoordelijkheid op de Openbare Weg: Wat zegt de wet?

    Mr. Peter-Jan De Meulenaere23 mei 202429 min leestijd292 weergaven
    Delen:
    Ladingzekering en Verantwoordelijkheid op de Openbare Weg: Wat zegt de wet?

    Ladingzekering en Verantwoordelijkheid op de Openbare Weg: Wat zegt de wet?

    26 september 2025

    Ladingzekering en Verantwoordelijkheid op de Openbare Weg: Uw rechten en plichten uitgelegd

    Bij LawBase Advocaten in Brugge krijgen we regelmatig vragen over de regels rond ladingzekering op de openbare weg. Zowel bestuurders als eigenaars van voertuigen worden geconfronteerd met strikte wettelijke verplichtingen. In dit artikel leggen we uit wie waarvoor verantwoordelijk is en wat de gevolgen zijn bij het niet naleven van de regels.

    Wat houdt ladingzekering in?

    Ladingzekering betekent dat de lading op een voertuig zodanig moet worden vastgezet dat deze geen gevaar vormt voor de bestuurder, passagiers of andere weggebruikers. De bestuurder moet ervoor zorgen dat de lading geen hinder veroorzaakt voor het veilig besturen van het voertuig en dat het zwaartepunt van de lading zoveel mogelijk gecentreerd is.

    Gedetailleerde uitleg ladingzekering

    Ladingzekering is een cruciaal aspect van de verkeersveiligheid dat vaak wordt onderschat. Het gaat niet alleen om het voorkomen van het verlies van goederen, maar vooral om het voorkomen van ongevallen. Een onvoldoende gezekerde lading kan verschuiven, vallen of zelfs het voertuig doen kantelen, met potentieel catastrofale gevolgen voor de inzittenden en andere weggebruikers.

    Wettelijke basis voor ladingzekering in België

    De algemene beginselen betreffende ladingzekering zijn vastgelegd in artikel 45 van de Wegcode (Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg). Dit artikel stelt expliciet dat "de lading zodanig moet zijn aangebracht dat zij de bestuurder niet hindert, het zicht niet belemmert, geen gevaar oplevert voor de personen of de openbare weg en geen schade veroorzaakt aan de openbare weg of aan de aanhorigheden ervan". Verder wordt gestipuleerd dat "zij zodanig moet zijn vastgemaakt dat zij niet kan slepen, vallen, slingeren, rollen of verschuiven".

    Naast de Wegcode zijn er ook meer specifieke reglementeringen, vooral voor professioneel transport. De Europese richtlijn 2014/47/EU betreffende de technische keuring langs de weg van bedrijfsvoertuigen die in de Unie rijden, heeft invloed op de Belgische wetgeving. Deze richtlijn benadrukt het belang van correcte ladingzekering en de procedures voor controles. In België is deze richtlijn omgezet in nationale wetgeving, onder andere via het Koninklijk Besluit van 28 december 2011 betreffende de toepassing van de technische eisen voor motorvoertuigen en aanhangwagens.

    Praktische aspecten van ladingzekering

    Het correct zekeren van lading omvat verschillende technieken, afhankelijk van het type lading, het voertuig en de transportomstandigheden:

    • Vormsluiting: Dit houdt in dat de lading direct tegen de voor-, zij- of achterwand van de laadruimte wordt geplaatst, zodat er geen ruimte is voor beweging. Denk hierbij aan het stapelen van dozen tot aan het plafond of het plaatsen van pallets tegen de zijwanden.
    • Krachtsluiting: Hierbij wordt de lading met spanbanden, kettingen of andere hulpmiddelen op de laadvloer gedrukt, waardoor de wrijvingskracht tussen de lading en de vloer toeneemt. Dit voorkomt verschuiven. Het is essentieel dat de spanbanden voldoende spanning hebben en in goede staat zijn.
    • Combinatie: Vaak wordt een combinatie van vorm- en krachtsluiting toegepast voor optimale veiligheid, vooral bij zware of onregelmatige ladingen.
    • Specifieke hulpmiddelen: Afhankelijk van de lading kunnen antislipmatten, stophout, wiggen, hoekprofielen, en laadnetten of -zeilen noodzakelijk zijn.

    Het correct bepalen van het zwaartepunt is essentieel. Een te hoog of excentrisch zwaartepunt kan de stabiliteit van het voertuig aanzienlijk verminderen, vooral in bochten of bij plotselinge remmanoeuvres. De lading moet idealiter zo laag en centraal mogelijk worden geplaatst.

    Voorbeeld uit de rechtspraktijk

    Een veelvoorkomend scenario in de Belgische rechtbanken betreft ongevallen waarbij een lading, zoals een meubelstuk op een aanhangwagen of bouwmaterialen op een bestelwagen, loskomt. Stel, een bestuurder vervoert een grote kast op een open aanhangwagen en gebruikt slechts twee spanbanden die niet voldoende strak zijn aangetrokken. Bij een noodstop schuift de kast naar voren, breekt door de voorwand van de aanhangwagen en valt op de rijbaan, waardoor een achteropkomende voertuig moet uitwijken en een ongeval veroorzaakt. In dit geval zal de bestuurder van de aanhangwagen vrijwel zeker aansprakelijk worden gesteld, niet alleen voor de materiële schade maar mogelijk ook voor lichamelijk letsel, wegens het niet naleven van artikel 45 van de Wegcode.

    Verantwoordelijkheden van de bestuurder

    De bestuurder is wettelijk verplicht om de lading correct te zekeren. Dit betekent dat hij of zij moet nagaan of de lading stevig vastzit en geen risico vormt tijdens het transport. Indien de lading niet correct is vastgezet, kan de bestuurder aansprakelijk worden gesteld voor eventuele overtredingen of ongevallen die hieruit voortvloeien.

    Uitgebreide verantwoordelijkheden van de bestuurder

    De bestuurder is de eerstelijnsverantwoordelijke voor de verkeersveiligheid van zijn voertuig en de lading. Deze verantwoordelijkheid is breed en omvat meer dan enkel het plaatsen van spanbanden.

    De controleplicht van de bestuurder

    De bestuurder heeft een actieve controleplicht. Dit betekent dat hij of zij voor aanvang van de rit en tijdens de rit moet controleren of de lading correct gezekerd is. Deze controleplicht omvat:

    • Voor de rit:
      • Visuele inspectie van de lading: is alles stabiel, zijn er geen uitstekende delen die gevaar kunnen opleveren?
      • Controle van de gebruikte zekermiddelen: zijn spanbanden intact, niet versleten of gescheurd? Zijn ze correct aangebracht en voldoende gespannen?
      • Nagaan van het gewicht: wordt het maximaal toegelaten laadvermogen (MTM) van het voertuig en/of de aanhangwagen niet overschreden?
      • Controle van de gewichtsverdeling: is het zwaartepunt correct, wordt de voor- en achteras niet overbelast?
    • Tijdens de rit:
      • Regelmatige visuele controle via spiegels, indien mogelijk.
      • Letten op ongewone geluiden of bewegingen van de lading.
      • Bij lange ritten of na een stevige remmanoeuvre: indien nodig stoppen op een veilige plaats om de lading en de zekermiddelen opnieuw te controleren en eventueel bij te spannen.

    Het is belangrijk te benadrukken dat onwetendheid geen excuus is. De bestuurder wordt geacht op de hoogte te zijn van de regels en de correcte methoden voor ladingzekering, zeker in een professionele context.

    Aansprakelijkheid van de bestuurder

    De bestuurder kan op verschillende gronden aansprakelijk worden gesteld bij onvoldoende ladingzekering:

    • Strafrechtelijke aansprakelijkheid: Bij overtreding van artikel 45 van de Wegcode kan de bestuurder een boete krijgen. Indien het loskomen van de lading leidt tot een ongeval met lichamelijk letsel of overlijden, kan de bestuurder zelfs vervolgd worden voor onopzettelijke slagen en verwondingen of onopzettelijke doodslag, wat kan leiden tot zwaardere straffen zoals gevangenisstraffen en ontzegging van het recht tot sturen.
    • Burgerrechtelijke aansprakelijkheid: De bestuurder (of diens verzekeraar) is aansprakelijk voor de schade die wordt veroorzaakt aan derden door de losgekomen lading. Dit omvat materiële schade aan andere voertuigen, infrastructuur, en lichamelijke schade aan personen.
    • Administratieve sancties: Naast boetes kunnen er ook administratieve sancties worden opgelegd, zoals het opleggen van een onmiddellijke inning of een proces-verbaal. In ernstige gevallen kan het voertuig geïmmobiliseerd worden tot de lading correct gezekerd is.

    Praktisch voorbeeld: Bestuurder van een bestelwagen

    Een koerier rijdt met een bestelwagen vol pakketten. Hij heeft haast en stapelt de pakketten losjes in de laadruimte, zonder gebruik te maken van de beschikbare spanbanden of een laadnet. Bij een plotse bocht verschuiven de pakketten, waardoor de bestelwagen uit balans raakt en tegen een geparkeerde auto botst. De koerier zal als bestuurder aansprakelijk worden gesteld voor de materiële schade aan zowel de bestelwagen als de geparkeerde auto. Daarnaast zal hij een boete ontvangen voor het niet correct zekeren van de lading (overtreding van artikel 45 Wegcode). Indien de pakketten door de klap uit de bestelwagen vliegen en een voetganger raken, wordt de situatie nog ernstiger en kan er sprake zijn van lichamelijk letsel met alle gevolgen van dien.

    Verplichtingen van de eigenaar (rechtspersoon)

    Wanneer het voertuig eigendom is van een rechtspersoon, zoals een bedrijf, rust er een bijkomende administratieve verplichting. Indien bij een overtreding de bestuurder niet geïdentificeerd werd, moet de eigenaar binnen vijftien dagen de identiteit van de bestuurder bekendmaken aan de bevoegde instanties. Indien de eigenaar dit niet doet, kan ook hij of zij aansprakelijk worden gesteld.

    Uitgebreide verplichtingen van de eigenaar (rechtspersoon)

    De verantwoordelijkheid voor ladingzekering reikt verder dan de bestuurder alleen, zeker wanneer het voertuig eigendom is van een rechtspersoon. De wetgever heeft hier specifieke bepalingen voor opgenomen om te voorkomen dat overtredingen onbestraft blijven wanneer de bestuurder niet onmiddellijk kan worden geïdentificeerd.

    Identificatieplicht van de eigenaar

    Deze verplichting is vastgelegd in artikel 67ter van de Wegverkeerswet (Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer). Dit artikel stelt dat "de houder van de nummerplaat van een voertuig, indien hij een rechtspersoon is, verplicht is de identiteit van de bestuurder van dat voertuig mee te delen op verzoek van de bevoegde autoriteiten, indien een overtreding van deze wet of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten is vastgesteld". De termijn van vijftien dagen is hier cruciaal.

    Deze bepaling is ingevoerd om de handhaving te vergemakkelijken, aangezien bij bedrijfsauto's vaak niet direct duidelijk is wie op een bepaald moment de bestuurder was. De wet legt de verantwoordelijkheid bij de rechtspersoon om deze informatie bij te houden en te verstrekken.

    Gevolgen bij niet-naleving van de identificatieplicht

    Indien de rechtspersoon nalaat om binnen de gestelde termijn van vijftien dagen de identiteit van de bestuurder mee te delen, kan de rechtspersoon zelf worden vervolgd. De sancties hiervoor zijn niet gering:

    • Boetes: De boetes voor het niet nakomen van de identificatieplicht kunnen aanzienlijk zijn, vaak hoger dan de oorspronkelijke boete voor de verkeersovertreding zelf. Artikel 67ter, §2 van de Wegverkeerswet spreekt van een geldboete van 50 euro tot 2.000 euro (te vermenigvuldigen met de opdeciemen, wat de boete een veelvoud maakt).
    • Strafrechtelijke vervolging: Het niet meedelen van de identiteit is een strafbaar feit op zich. Dit kan leiden tot een veroordeling en een strafblad voor de rechtspersoon.

    Praktisch voorbeeld: Bedrijfswagen en onvoldoende ladingzekering

    Een bedrijf X heeft een wagenpark van bestelwagens die door verschillende koeriers worden gebruikt. Eén van deze bestelwagens wordt geflitst wegens overdreven snelheid, en bij de controle blijkt ook de lading (bouwmateriaal) onvoldoende gezekerd te zijn. Er wordt een proces-verbaal opgesteld en een vraag tot identificatie van de bestuurder wordt naar bedrijf X gestuurd. Het bedrijf slaagt er echter niet in om binnen vijftien dagen de bestuurder te identificeren, bijvoorbeeld omdat de rittenadministratie niet goed werd bijgehouden.

    In dit geval zal de rechtspersoon (bedrijf X) zelf vervolgd worden voor het niet meedelen van de identiteit van de bestuurder. Dit staat los van de oorspronkelijke overtredingen (snelheidsovertreding en onvoldoende ladingzekering). De boete voor het bedrijf kan oplopen tot duizenden euro's, zelfs als de oorspronkelijke boetes voor de verkeersovertredingen relatief laag waren. Dit onderstreept het belang van een nauwkeurige rittenadministratie binnen bedrijven.

    Preventieve rol van de eigenaar

    Naast de administratieve plicht heeft de rechtspersoon ook een belangrijke preventieve rol. Een goed werkgeverschap impliceert dat de werkgever (de rechtspersoon) ervoor zorgt dat zijn werknemers (de bestuurders) over de nodige middelen, opleiding en instructies beschikken om lading correct te zekeren. Dit kan inhouden:

    • Het voorzien van geschikte voertuigen met voldoende zekermogelijkheden.
    • Het ter beschikking stellen van voldoende en kwaliteitsvolle zekermiddelen (spanbanden, antislipmatten, etc.).
    • Het organiseren van opleidingen over ladingzekering voor chauffeurs.
    • Het opstellen van duidelijke procedures en richtlijnen voor ladingzekering.

    Hoewel dit niet direct onder artikel 67ter valt, kan een gebrek aan preventieve maatregelen wel een rol spelen bij het bepalen van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de rechtspersoon bij een ongeval, bijvoorbeeld op basis van artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek (aansprakelijkheid van de werkgever voor de fouten van zijn werknemers).

    Rol van de verlader

    De verlader, die de goederen aanbiedt voor transport, moet alle noodzakelijke informatie verstrekken aan de vervoerder zodat de lading correct kan worden gezekerd. Dit is essentieel om de veiligheid op de weg te garanderen en om discussies over aansprakelijkheid te vermijden.

    Uitgebreide rol van de verlader

    Naast de bestuurder en de eigenaar van het voertuig speelt ook de verlader een cruciale rol in de keten van verantwoordelijkheid voor ladingzekering. De verlader is degene die de goederen voor transport aanbiedt en vaak ook het initiële laadproces begeleidt of uitvoert.

    Definitie en verantwoordelijkheden van de verlader

    De verlader is de partij die de goederen fysiek laadt, of laat laden, op het voertuig. Dit kan de producent van de goederen zijn, een distributeur, een opslagbedrijf, of zelfs een particulier bij een verhuizing. De rol van de verlader is de laatste jaren steeds belangrijker geworden in de nationale en internationale transportwetgeving, met name door de Europese richtlijnen en verordeningen.

    De verantwoordelijkheden van de verlader omvatten onder meer:

    • Informatieplicht: De verlader moet de vervoerder (en daarmee de bestuurder) voorzien van alle relevante informatie over de lading. Dit omvat onder andere:
      • Het exacte gewicht en de afmetingen van de lading.
      • De aard van de lading (bijvoorbeeld breekbaar, gevaarlijk, vloeibaar).
      • Het zwaartepunt van complexe ladingen.
      • Specifieke instructies voor behandeling of zekering, indien van toepassing.
      • Het type verpakking en de stabiliteit daarvan.
    • Geschikte verpakking en stabiliteit: De verlader moet ervoor zorgen dat de goederen geschikt zijn voor transport. Dit betekent dat de verpakking van de goederen voldoende sterk en stabiel moet zijn om de krachten tijdens transport (remmen, optrekken, bochten) te weerstaan. Een instabiele stapel dozen, zelfs als deze correct is gezekerd, kan alsnog omvallen.
    • Correcte belading: Hoewel de bestuurder de eindverantwoordelijkheid draagt voor de ladingzekering, is het in de praktijk vaak de verlader die de lading fysiek op het voertuig plaatst of superviseert. De verlader moet erop toezien dat de lading correct en stabiel wordt geplaatst, rekening houdend met de gewichtsverdeling.
    • Beschikbaarheid van zekermiddelen: In sommige gevallen is de verlader verantwoordelijk voor het voorzien van specifieke zekermiddelen die nodig zijn voor de lading, of moet hij ervoor zorgen dat de vervoerder hiervan op de hoogte is en deze ter beschikking heeft.

    Wettelijke basis voor de verantwoordelijkheid van de verlader

    De Belgische wetgeving verwijst niet expliciet naar de "verlader" in de Wegcode voor wat betreft ladingzekering. Echter, de verantwoordelijkheid van de verlader vloeit voort uit meer algemene beginselen van zorgvuldigheid en uit specifieke transportwetgeving, zoals het CMR-verdrag (Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg), dat in België van toepassing is op internationaal wegvervoer en vaak als referentie dient voor nationaal vervoer.

    Artikel 8 van het CMR-verdrag bepaalt dat de vervoerder het recht heeft de juistheid van de vermeldingen betreffende het aantal colli, hun merken en nummers, en het gewicht van de lading te controleren. Dit impliceert een verantwoordelijkheid van de afzender (verlader) om deze informatie correct aan te leveren. Hoewel het CMR-verdrag primair de relatie tussen afzender en vervoerder regelt, heeft het indirect invloed op de verkeersveiligheid door de informatieplicht.

    Daarnaast kan de verlader burgerrechtelijk aansprakelijk worden gesteld op basis van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek (algemene zorgvuldigheidsnorm) indien zijn nalatigheid bij het laden of informeren leidt tot schade.

    Praktisch voorbeeld: De rol van de verlader bij een ongeval

    Een bouwbedrijf (verlader) laadt een pallet met stenen op een vrachtwagen. De pallet is echter onstabiel en de stenen zijn niet correct gestapeld of omwikkeld. De bestuurder van de vrachtwagen (vervoerder) controleert de lading visueel, ziet dat de spanbanden correct zijn aangebracht, maar merkt de interne instabiliteit van de pallet niet op. Tijdens de rit, bij een bocht, schuiven de stenen op de pallet, waardoor een deel van de lading door de spanbanden heen breekt en op de openbare weg valt, met een ongeval tot gevolg.

    In dit scenario zal de bestuurder aanvankelijk worden aangesproken voor de ladingzekering. Echter, tijdens het onderzoek kan blijken dat de primaire oorzaak ligt bij de instabiliteit van de pallet, waarvoor de verlader verantwoordelijk was. Het bouwbedrijf (verlader) kan dan burgerrechtelijk aansprakelijk worden gesteld voor de schade, omdat het niet heeft voldaan aan zijn verplichting om een transportveilige lading aan te bieden. De bestuurder kan dan proberen zijn aansprakelijkheid te beperken of te verhalen op de verlader, met name als hij kan aantonen dat hij redelijkerwijs de interne instabiliteit niet kon vaststellen.

    Dit voorbeeld toont aan hoe belangrijk een goede communicatie en samenwerking tussen verlader en vervoerder is. De verlader moet de nodige informatie en een veilige lading aanbieden, en de vervoerder moet deze informatie gebruiken en de lading correct zekeren.

    Gevolgen bij niet-naleving

    Het niet naleven van de regels rond ladingzekering kan leiden tot geldboetes en, in ernstige gevallen, tot bijkomende sancties zoals het tijdelijk verval van het recht tot sturen. Ook kan het voertuig op kosten van de overtreder worden ingehouden tot de situatie is rechtgezet.

    Uitgebreide gevolgen bij niet-naleving

    De gevolgen van onvoldoende ladingzekering zijn niet te onderschatten en kunnen variëren van lichte administratieve boetes tot zware strafrechtelijke veroordelingen, afhankelijk van de ernst van de overtreding en de eventuele schade die is veroorzaakt.

    Boetes en administratieve sancties

    De meeste overtredingen van artikel 45 van de Wegcode vallen onder de tweede graad van verkeersovertredingen. Dit betekent dat de boetes aanzienlijk kunnen zijn:

    • Onmiddellijke inning: Voor lichtere overtredingen waarbij geen direct gevaar is ontstaan, kan een onmiddellijke inning worden voorgesteld. Deze bedragen kunnen variëren, maar liggen vaak rond de 116 euro (dit bedrag kan periodiek worden aangepast).
    • Minimale en maximale boetes: Indien de onmiddellijke inning niet wordt betaald of indien de overtreding ernstiger is, volgt een dagvaarding voor de politierechtbank. De geldboetes kunnen dan variëren van 50 euro tot 500 euro (te vermenigvuldigen met de opdeciemen, wat de boetebedragen aanzienlijk verhoogt). Een boete van 50 euro wordt dan 400 euro (x8 opdeciemen).
    • Administratieve retentie van het voertuig: Artikel 45, §2 van de Wegcode voorziet expliciet de mogelijkheid om het voertuig te immobiliseren. De politie kan het voertuig laten wegslepen naar een veilige plaats en dit pas vrijgeven nadat de lading correct is gezekerd. Alle kosten hiervoor (slepen, stalling) zijn voor rekening van de overtreder. Dit kan leiden tot aanzienlijke extra kosten, vooral bij zware transporten.

    Strafrechtelijke sancties

    Wanneer onvoldoende ladingzekering leidt tot een ongeval met schade of letsel, worden de gevolgen veel ernstiger:

    • Verval van het recht tot sturen: De politierechtbank kan een tijdelijk (en in zeer ernstige gevallen zelfs permanent) verval van het recht tot sturen opleggen. Dit betekent dat de bestuurder gedurende een bepaalde periode geen motorvoertuig mag besturen. Dit heeft vaak een grote impact op de professionele en persoonlijke levenssfeer van de bestuurder.
    • Onopzettelijke slagen en verwondingen / doodslag: Indien door de losgekomen lading andere weggebruikers verwondingen oplopen of zelfs overlijden, kan de bestuurder vervolgd worden voor onopzettelijke slagen en verwondingen (art. 418-420 Strafwetboek) of onopzettelijke doodslag (art. 418 Strafwetboek). De straffen hiervoor zijn aanzienlijk zwaarder:
      • Onopzettelijke slagen en verwondingen: gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en/of geldboete van 50 euro tot 1.000 euro (x8 opdeciemen).
      • Onopzettelijke doodslag: gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en/of geldboete van 50 euro tot 2.000 euro (x8 opdeciemen).
      Bovenop deze straffen komt vaak een verplicht verval van het recht tot sturen, eventueel gekoppeld aan het slagen voor medische en/of psychologische proeven.
    • Schadevergoedingen: Naast de strafrechtelijke sancties zal de bestuurder (en/of diens verzekeraar) ook moeten opdraaien voor de volledige burgerrechtelijke schadevergoeding aan de slachtoffers, inclusief medische kosten, inkomensverlies, morele schade, enz. Deze bedragen kunnen oplopen tot honderdduizenden euro's.

    Invloed op verzekering

    De verzekeringsmaatschappijen spelen ook een belangrijke rol. Hoewel de verplichte BA-verzekering (burgerlijke aansprakelijkheid) in principe de schade aan derden dekt, kan de verzekeraar in bepaalde gevallen een regresvordering instellen tegen de bestuurder of de eigenaar:

    • Grove schuld of opzet: Indien blijkt dat de onvoldoende ladingzekering het gevolg was van grove nalatigheid of opzet van de bestuurder, kan de verzekeraar de uitgekeerde schadevergoeding (deels) terugeisen van de verzekerde. Dit is met name het geval bij duidelijke overtredingen van de Wegcode.
    • Niet conform de voorwaarden: Indien de overtreding dermate ernstig is dat de bestuurder niet voldeed aan de contractuele voorwaarden van de verzekeringsovereenkomst, kan de verzekeraar de dekking weigeren.

    Praktisch voorbeeld: Ernstig ongeval door onvoldoende ladingzekering

    Een vrachtwagenchauffeur vervoert staalplaten die hij met te weinig en bovendien versleten spanbanden heeft gezekerd. Op de snelweg, bij het nemen van een bocht, schuiven de staalplaten van de vrachtwagen en doorboren de voorruit van een personenauto die achterop rijdt. De bestuurder van de personenauto overlijdt ter plaatse, en de passagier raakt zwaargewond.

    De vrachtwagenchauffeur zal worden vervolgd voor onopzettelijke doodslag en onopzettelijke slagen en verwondingen. Hij riskeert een gevangenisstraf, een zware geldboete, en een langdurig (mogelijk definitief) verval van het recht tot sturen. Zijn werkgever kan medeaansprakelijk worden gesteld, zeker als blijkt dat er een gebrek was aan toezicht of voldoende zekermiddelen. De verzekeraar van de vrachtwagen zal de schade aan de nabestaanden en de gewonde passagier vergoeden, maar zal waarschijnlijk een regresvordering instellen tegen de chauffeur wegens grove nalatigheid. Dit illustreert de zeer ernstige consequenties die kunnen voortvloeien uit het niet naleven van de regels voor ladingzekering.

    Conclusie

    Zowel de bestuurder als de eigenaar van het voertuig dragen een grote verantwoordelijkheid voor de correcte ladingzekering. Het is belangrijk om de wettelijke verplichtingen strikt na te leven om boetes en aansprakelijkheid te vermijden. Heeft u vragen over ladingzekering of bent u betrokken bij een geschil? Neem contact op met LawBase Advocaten in Brugge voor deskundig juridisch advies.

    Veelgestelde Vragen (FAQ)

    1. Wat is het verschil tussen vormsluiting en krachtsluiting bij ladingzekering?

    Vormsluiting betekent dat de lading direct tegen de wanden, voor- of achterkant van de laadruimte wordt geplaatst, of tegen andere ladingen, zodat er geen ruimte is voor beweging. De lading kan dan niet verschuiven omdat er geen lege ruimte is. Denk aan een pallet die strak tegen de zijwand van een bestelwagen is geplaatst.

    Krachtsluiting houdt in dat de lading met behulp van spanbanden, kettingen of andere hulpmiddelen stevig op de laadvloer wordt gedrukt. Hierdoor neemt de wrijvingskracht tussen de lading en de vloer toe, wat voorkomt dat de lading gaat schuiven. De lading wordt als het ware 'vastgeklemd' door de neerwaartse druk. Vaak wordt een combinatie van beide methoden toegepast voor optimale veiligheid.

    2. Kan ik als particulier ook een boete krijgen voor onvoldoende ladingzekering, bijvoorbeeld bij het vervoeren van meubels na een aankoop?

    Absoluut. De regels voor ladingzekering, zoals vastgelegd in artikel 45 van de Wegcode, gelden voor iedereen die een lading transporteert op de openbare weg, ongeacht of het om professioneel of privévervoer gaat. Als u bijvoorbeeld een kast of een matras op het dak van uw auto vervoert zonder correcte bevestiging, of op een aanhangwagen zonder voldoende spanbanden, loopt u het risico op een boete. Bovendien bent u burgerrechtelijk aansprakelijk voor eventuele schade die door het loskomen van uw lading wordt veroorzaakt.

    3. Wat moet ik doen als ik als bedrijf een vraag krijg om de bestuurder te identificeren na een verkeersovertreding, en ik weet niet wie het was?

    Als rechtspersoon heeft u de wettelijke verplichting om binnen vijftien dagen de identiteit van de bestuurder mee te delen. Indien u dit niet kunt, riskeert u als bedrijf zelf een zware boete (tot 2.000 euro, vermenigvuldigd met de opdeciemen). Het is daarom cruciaal om een sluitende rittenadministratie te hebben waarin u kunt nagaan welke werknemer op welk moment met welk voertuig reed. Als u de bestuurder echt niet kunt identificeren, moet u dit alsnog binnen de termijn aan de bevoegde instanties meedelen, met een duidelijke uitleg waarom identificatie niet mogelijk is. Echter, dit ontslaat u niet van de boete voor het niet meedelen zelf. Neem in zo'n geval zo snel mogelijk contact op met een advocaat gespecialiseerd in verkeersrecht voor advies.

    4. Welke specifieke eisen gelden er voor het vervoer van gevaarlijke stoffen met betrekking tot ladingzekering?

    Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen gelden naast de algemene regels voor ladingzekering ook specifieke voorschriften uit de ADR-wetgeving (Accord européen relatif au transport international des marchandises Dangereuses par Route). Deze wetgeving schrijft gedetailleerde eisen voor inzake verpakking, etikettering, documentatie en de wijze van stuwing en zekering van de lading, om de risico's op lekkage of ontsnapping tijdens transport tot een minimum te beperken.

    5. Wat zijn de gevolgen als mijn losgekomen lading een ongeval veroorzaakt met materiële schade of letsel?

    Als uw losgekomen lading een ongeval veroorzaakt, bent u zowel strafrechtelijk als burgerrechtelijk aansprakelijk. Strafrechtelijk riskeert u een boete en eventueel een rijverbod wegens inbreuken op de Wegcode. Burgerrechtelijk bent u verantwoordelijk voor de vergoeding van alle schade, inclusief materiële schade aan andere voertuigen of eigendommen, en eventuele medische kosten of inkomensverlies van gewonden.

    6. Zijn er uitzonderingen op de regels voor ladingzekering, bijvoorbeeld voor korte afstanden of lage snelheden?

    Nee, er zijn geen algemene uitzonderingen op de regels voor ladingzekering op basis van afstand of snelheid. Artikel 45 van de Wegcode stelt duidelijk dat elke lading te allen tijde zodanig moet zijn gezekerd dat deze tijdens het rijden, remmen en in bochten niet kan verschuiven, rollen, vallen of slingeren. De veiligheidseisen blijven van kracht, ongeacht de omstandigheden van de rit.

    7. Welke rol speelt de technische staat van het voertuig bij de ladingzekering?

    De technische staat van het voertuig is cruciaal voor veilige ladingzekering. Een voertuig met een beschadigde laadvloer, versleten sjorogen of defecte spanbanden biedt geen adequate basis voor het zekeren van lading. De bestuurder is verantwoordelijk voor het controleren van de deugdelijkheid van zowel het voertuig als de gebruikte zekermiddelen voordat hij de weg op gaat.

    8. Kan ik een boete krijgen voor overschrijding van de maximale hoogte of breedte door mijn lading?

    Ja, naast de regels voor ladingzekering moet u ook rekening houden met de maximale afmetingen voor voertuigen en hun lading, zoals vastgelegd in de Wegcode (artikel 32). Overschrijding van de maximale hoogte (4 meter) of breedte (2,55 meter, met enkele uitzonderingen) door uw lading kan leiden tot boetes en zelfs het stilleggen van uw transport totdat de situatie is gecorrigeerd.

    9. Moet ik mijn lading afdekken, en zo ja, in welke gevallen?

    Ja, in veel gevallen is het verplicht om uw lading af te dekken. Dit is met name het geval bij losse materialen zoals zand, grind, houtsnippers, puin of afval, om te voorkomen dat deze tijdens het transport van het voertuig waaien of vallen en zo gevaar of hinder veroorzaken voor andere weggebruikers. Ook ladingen die gevoelig zijn voor weersinvloeden of diefstal kunnen baat hebben bij afdekking.

    10. Wie is verantwoordelijk voor de ladingzekering bij transport door een extern transportbedrijf?

    Bij transport door een extern transportbedrijf rust de primaire verantwoordelijkheid voor de ladingzekering vaak op de transporteur en de bestuurder van het voertuig. Echter, de afzender van de goederen heeft ook een rol en moet ervoor zorgen dat de lading geschikt is voor transport en dat er voldoende en geschikte zekermiddelen aanwezig zijn. In geval van een overtreding of ongeval kan de verantwoordelijkheid gedeeld worden, afhankelijk van de precieze omstandigheden.

    Veelgestelde vragen

    Meer over Verkeersrecht

    Ontdek alle juridische ondersteuning bij verkeersovertredingen en rijbewijskwesties.

    Vragen over dit onderwerp?

    Neem vrijblijvend contact op voor persoonlijk advies van onze advocaten in Brugge.