Hoe wordt partneralimentatie berekend in België?
Inhoudsopgave
Hoe wordt partneralimentatie berekend in België?
Inleiding
7 oktober 2025
Na een echtscheiding kan één van de ex-partners recht hebben op partneralimentatie. Dit onderhoudsgeld dient om de financiële ongelijkheid tussen beide partijen te compenseren. In dit artikel leggen we uit hoe de Belgische rechtbanken de hoogte van partneralimentatie bepalen, welke factoren meespelen en hoe lang de uitkering kan duren.
De complexiteit van partneralimentatie in België
De regels rond partneralimentatie, officieel bekend als onderhoudsuitkering na echtscheiding, zijn vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek, voornamelijk in artikel 301 en volgende. Het is een thema dat vaak tot discussie leidt, omdat het diep ingrijpt in de persoonlijke financiën van beide ex-partners. Het doel is niet om de inkomens volledig gelijk te trekken, maar om de financieel zwakkere partij in staat te stellen een levensstandaard te handhaven die zo dicht mogelijk aansluit bij de levensstandaard tijdens het huwelijk, voor zover de draagkracht van de andere partner dit toelaat.
De Belgische wetgever heeft bewust geen vaste formule of tabel ingevoerd, zoals in sommige andere landen. Dit biedt de rechter de nodige flexibiliteit om maatwerk te leveren, rekening houdend met de specifieke omstandigheden van elk individueel geval. Dit betekent echter ook dat de uitkomst van een procedure moeilijk voorspelbaar kan zijn zonder gespecialiseerd juridisch advies. Advocaten spelen een cruciale rol in het voorlichten van hun cliënten over de mogelijke uitkomsten en het onderhandelen over een billijke regeling.
Wat is partneralimentatie?
Partneralimentatie is een financiële bijdrage die de ene ex-echtgenoot betaalt aan de andere om een redelijk levenspeil te behouden na de scheiding. Ze is enkel mogelijk bij een echtscheiding wegens onherstelbare ontwrichting of echtscheiding met onderlinge toestemming (EOT), als de partijen dit voorzien.
De juridische grondslag en voorwaarden
De basis voor partneralimentatie ligt in de solidariteitsgedachte die voortvloeit uit het huwelijk. Zelfs na de scheiding blijft er een zekere verantwoordelijkheid bestaan tussen ex-echtgenoten, zij het in mindere mate. Het Burgerlijk Wetboek (BW) stelt in artikel 301 §1 BW dat "de rechtbank, bij de uitspraak van de echtscheiding, op verzoek van de behoeftige echtgenoot, aan deze een uitkering tot levensonderhoud kan toekennen ten laste van de andere echtgenoot".
Cruciaal is het criterium van 'behoeftigheid'. De partner die alimentatie vraagt, moet aantonen dat hij of zij niet in staat is om zelf een redelijke levensstandaard te handhaven, gelet op de levensstandaard tijdens het huwelijk. Dit betekent niet dat de persoon volledig werkloos of aan de bedelstaf hoeft te zijn. Het gaat om een vergelijking met de levensstandaard die men gewoon was en de mogelijkheden om deze zelfstandig te bereiken na de scheiding. De rechter zal hierbij rekening houden met de opleiding, werkervaring, leeftijd en gezondheidstoestand van de aanvrager.
Bij een echtscheiding wegens onherstelbare ontwrichting (EOO) kan de rechter, indien één van de partijen dit vraagt, een onderhoudsuitkering toekennen. De aanvrager moet aantonen dat hij behoeftig is en dat de andere ex-echtgenoot over voldoende draagkracht beschikt. Eventuele fouten die tot de scheiding hebben geleid, spelen in principe geen rol bij de toekenning of de hoogte van de alimentatie, tenzij deze fouten de behoeftigheid van de aanvrager hebben veroorzaakt of verergerd, of de draagkracht van de betaler hebben verminderd.
Bij een echtscheiding met onderlinge toestemming (EOT) regelen de partijen zelf alle aspecten van hun scheiding in een voorafgaande overeenkomst, inclusief de eventuele partneralimentatie. Deze overeenkomst wordt vervolgens door de rechtbank gehomologeerd. De rechter controleert enkel of de overeenkomst niet manifest in strijd is met de openbare orde of de belangen van de kinderen. Indien de partijen geen partneralimentatie overeenkomen in hun EOT, kunnen zij hier later in principe geen aanspraak meer op maken.
Praktisch voorbeeld: Een echtpaar, gehuwd gedurende 20 jaar, besluit te scheiden. De vrouw heeft gedurende het huwelijk parttime gewerkt om voor de kinderen te zorgen en heeft haar carrière opgegeven. De man heeft een goedbetaalde baan. Zonder partneralimentatie zou de vrouw na de scheiding een aanzienlijk lagere levensstandaard hebben dan tijdens het huwelijk, en zou ze moeite hebben om haar vaste lasten te betalen. De man heeft daarentegen voldoende inkomen om haar bij te dragen zonder zelf in de problemen te komen. In dit geval is de kans groot dat de rechter partneralimentatie toekent aan de vrouw, tenzij zij in de EOT expliciet afstand heeft gedaan van dit recht.
Hoe wordt de hoogte berekend?
Er bestaat geen vaste formule in België. De rechter beoordeelt elk geval individueel, maar houdt rekening met:
Inkomen van beide partijen
Duur van het huwelijk
Levensstandaard tijdens het huwelijk
Bijdrage aan het gezinsleven (bijv. zorg voor kinderen)
Eventuele fouten tijdens het huwelijk (in beperkte mate relevant)
De onderhoudsuitkering mag nooit hoger zijn dan één derde van het netto-inkomen van de betaler.
Gedetailleerde analyse van de factoren
De afwezigheid van een vaste formule betekent niet dat de berekening willekeurig is. Rechters baseren hun beslissingen op een reeks objectieve en subjectieve factoren, zoals vastgelegd in artikel 301 §2 BW. Het doel is een billijke en evenwichtige oplossing te vinden.
1. Inkomen van beide partijen: Dit is de meest bepalende factor. De rechter zal niet alleen kijken naar het huidige netto-inkomen uit arbeid, maar ook naar andere inkomstenbronnen zoals pensioenen, uitkeringen, huurinkomsten, dividenden, enzovoort. Ook de potentiële inkomsten worden soms in overweging genomen. Als een ex-partner bijvoorbeeld bewust minder is gaan werken om alimentatie af te dwingen of te vermijden, kan de rechter rekening houden met de inkomsten die redelijkerwijs te verwachten waren. De draagkracht van de betaler en de behoefte van de ontvanger staan centraal. Er wordt vaak gekeken naar een gedetailleerde financiële analyse van beide partijen, inclusief uitgavenpatronen.
2. Duur van het huwelijk: Hoe langer het huwelijk heeft geduurd, hoe groter de kans op en de hoogte van partneralimentatie. Een lang huwelijk impliceert vaak een diepere verwevenheid van levens en een grotere impact van de scheiding op de financiële situatie van de partners, vooral als één partner een carrière heeft opgegeven of verminderd ten behoeve van het gezin.
3. Levensstandaard tijdens het huwelijk: Dit is een belangrijke referentie. De alimentatie is bedoeld om de behoeftige ex-echtgenoot in staat te stellen een levensstandaard te handhaven die vergelijkbaar is met die tijdens het huwelijk, voor zover mogelijk. Dit betekent dat bij een hoge levensstandaard tijdens het huwelijk, de alimentatie ook hoger kan uitvallen, mits de betalende partij de draagkracht heeft om dit te dragen. De rechter zal hiervoor de gezamenlijke inkomsten en uitgaven tijdens het huwelijk onder de loep nemen.
4. Bijdrage aan het gezinsleven (bijv. zorg voor kinderen): Deze factor erkent de indirecte economische bijdrage van een partner die zich primair heeft gericht op de opvoeding van de kinderen en/of het huishouden. Dit kan leiden tot een achterstand op de arbeidsmarkt, verminderde pensioenopbouw, etc. De rechtbank houdt hier rekening mee bij het bepalen van de behoeftigheid en de hoogte van de alimentatie.
5. Eventuele fouten tijdens het huwelijk: Artikel 301 §3 BW stelt dat "de rechter evenwel de uitkering tot levensonderhoud kan weigeren, aanpassen of afschaffen indien de aanvrager een zware fout heeft begaan die de voortzetting van de echtelijke samenleving onmogelijk heeft gemaakt." Dit is een beperkte uitzondering. 'Zware fouten' omvatten zaken als overspel, mishandeling of het verlaten van de echtelijke woonst zonder geldige reden, maar dan moet deze fout de oorzaak van de onherstelbare ontwrichting zijn geweest. In de praktijk wordt dit criterium zelden toegepast om alimentatie volledig te weigeren, maar het kan wel de hoogte beïnvloeden. Het is belangrijk te benadrukken dat het Belgisch echtscheidingsrecht primair een no-fault systeem is, dus de schuldvraag speelt een zeer marginale rol bij alimentatie.
De 1/3e regel: De wet bepaalt dat de onderhoudsuitkering nooit meer mag bedragen dan één derde van het netto-inkomen van de betalende ex-echtgenoot (artikel 301 §4 BW). Dit is een absoluut plafond om te voorkomen dat de betaler zelf in financiële moeilijkheden komt. Het netto-inkomen wordt hierbij ruim geïnterpreteerd en omvat alle inkomsten na aftrek van sociale lasten en belastingen, maar vaak ook na aftrek van essentiële lasten zoals kinderbijdragen.
Praktische berekeningstools en rechtspraak
Hoewel er geen vaste formule is, maken advocaten en rechters vaak gebruik van bepaalde methodieken of vuistregels om tot een indicatie te komen. Een veelgebruikte benadering is om eerst de behoefte van de aanvrager vast te stellen, rekening houdend met zijn of haar eigen inkomen en de kosten van levensonderhoud. Vervolgens wordt gekeken naar de draagkracht van de betaler. De uiteindelijke alimentatie is dan een bedrag dat de kloof tussen de behoefte en het eigen inkomen van de aanvrager dicht, met inachtneming van de draagkracht van de betaler en het 1/3e plafond.
Recente rechtspraak toont aan dat rechters steeds meer aandacht besteden aan de inspanningen die de behoeftige ex-echtgenoot levert om zelf in zijn of haar levensonderhoud te voorzien. Er wordt verwacht dat men, indien mogelijk, een passende baan zoekt of scholing volgt om de eigen inkomenspositie te verbeteren. Dit kan de hoogte of de duur van de alimentatie beïnvloeden.
Voorbeeld: Een man verdient netto €3.000 per maand. Zijn ex-vrouw verdient netto €1.000 per maand en heeft bewezen maandelijkse uitgaven van €1.800 om een vergelijkbare levensstandaard te behouden. De kloof is €800. De man kan maximaal 1/3 van zijn netto-inkomen betalen, wat €1.000 (€3.000 / 3) is. In dit geval zou de rechter waarschijnlijk een alimentatie van €800 toekennen, aangezien dit binnen de draagkracht van de man valt en de behoefte van de vrouw dekt.
Duur van de alimentatie
De duur is maximaal gelijk aan de duur van het huwelijk.
De rechter kan een kortere periode bepalen, afhankelijk van leeftijd, werkcapaciteit en financiële situatie.
De uitkering kan herzien of stopgezet worden bij nieuw huwelijk, wettelijke samenwoning of aanzienlijke inkomenswijziging.
Gedetailleerde analyse van de duur en wijzigingsgronden
De duur van de partneralimentatie is, net als de hoogte, geen vast gegeven. Artikel 301 §5 BW voorziet in de hoofdregel dat de onderhoudsuitkering niet langer kan worden toegekend dan de duur van het huwelijk. Dit is een absolute bovengrens. De rechter heeft echter de bevoegdheid om een kortere duur vast te stellen, rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak.
Factoren die de duur beïnvloeden:
- Leeftijd van de aanvrager: Een oudere ex-partner die moeilijker aan werk komt, zal mogelijk langer alimentatie ontvangen dan een jongere.
- Werkcapaciteit en opleidingsmogelijkheden: De rechter zal beoordelen in hoeverre de behoeftige partner in staat is om, eventueel na omscholing, zelfstandig in zijn of haar levensonderhoud te voorzien. Er wordt een zekere mate van eigen inspanning verwacht.
- Financiële situatie en perspectieven: Indien de aanvrager op termijn een erfenis of een pensioen verwacht, kan dit de duur van de alimentatie beïnvloeden.
- Duur van het huwelijk: Zoals eerder vermeld, is dit de maximale duur. Bij een zeer kort huwelijk zal de alimentatieduur doorgaans ook kort zijn.
Wijziging of stopzetting van alimentatie
De toegekende partneralimentatie is niet in steen gebeiteld. Zowel de betalende als de ontvangende partij kan de rechter verzoeken om de alimentatie te herzien of stop te zetten indien er zich belangrijke wijzigingen voordoen in de omstandigheden. Artikel 301 §7 BW somt een aantal belangrijke gronden op:
1. Nieuw huwelijk of wettelijke samenwoning van de ontvanger: Dit is een absolute stopzettingsgrond. Zodra de alimentatiegerechtigde opnieuw huwt of een verklaring van wettelijke samenwoning aflegt, vervalt het recht op partneralimentatie. De gedachte hierachter is dat de nieuwe partner de zorgplicht overneemt.
2. Aanzienlijke inkomenswijziging:
- Van de betaler: Als het inkomen van de betalende partner aanzienlijk daalt (bijvoorbeeld door ontslag, ziekte, pensioen) kan hij of zij de rechter vragen om de alimentatie te verminderen of stop te zetten. De draagkracht is immers verminderd.
- Van de ontvanger: Als het inkomen van de ontvangende partner aanzienlijk stijgt (bijvoorbeeld door een nieuwe baan, promotie, erfenis) kan de betalende partner de rechter vragen om de alimentatie te verminderen of stop te zetten. De behoeftigheid is immers verminderd.
3. Gedrag van de ontvanger: Hoewel zeldzaam, kan de rechter de alimentatie stopzetten of verminderen indien de alimentatiegerechtigde zich schuldig maakt aan zware fouten jegens de betaler of de kinderen, of indien hij of zij nalaat om redelijke inspanningen te leveren om zelf in het levensonderhoud te voorzien (bijvoorbeeld weigering om te werken of zich om te scholen zonder geldige reden).
4. Overlijden van één van de partijen: Bij overlijden van de betaler of de ontvanger eindigt de alimentatieplicht automatisch.
Praktisch voorbeeld: Een vrouw ontvangt al vijf jaar partneralimentatie van haar ex-man. Ze heeft intussen een nieuwe, goedbetaalde baan gevonden waardoor haar inkomen aanzienlijk is gestegen en ze nu zelf in staat is een vergelijkbare levensstandaard te handhaven. Haar ex-man kan de rechtbank verzoeken om de alimentatie stop te zetten, omdat de behoeftigheid van de vrouw is verdwenen. De rechter zal de nieuwe financiële situatie van de vrouw grondig onderzoeken alvorens een beslissing te nemen.
Belasting en indexatie
Partneralimentatie is belastbaar inkomen voor de ontvanger.
De betaler mag het bedrag aftrekken van zijn belastbare inkomen.
Jaarlijks wordt het bedrag geïndexeerd volgens de wettelijke index.
Fiscale aspecten en aanpassing aan de kosten van levensonderhoud
De fiscale behandeling van partneralimentatie is een belangrijk aspect dat vaak over het hoofd wordt gezien, maar aanzienlijke financiële gevolgen kan hebben voor beide partijen. Artikel 104, 1° van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (WIB 92) regelt dit.
1. Belastbaarheid voor de ontvanger: De partneralimentatie die wordt ontvangen, wordt beschouwd als een vervangingsinkomen en is daarom volledig belastbaar in de personenbelasting. Dit betekent dat de ontvanger jaarlijks een belastingaangifte moet indienen en belasting moet betalen over de ontvangen bedragen. Dit kan leiden tot een hoger belastingtarief als de alimentatie bovenop andere inkomsten komt.
2. Aftrekbaarheid voor de betaler: De partner die alimentatie betaalt, mag deze bedragen voor 80% aftrekken van zijn of haar netto belastbaar inkomen. Dit is een aanzienlijk fiscaal voordeel. Het resterende deel (20%) is niet aftrekbaar. Deze aftrekbaarheid moedigt betalers aan om aan hun verplichtingen te voldoen en vermindert de netto kost van de alimentatie. Het is cruciaal om alle betalingsbewijzen zorgvuldig te bewaren voor de belastingaangifte.
Praktisch voorbeeld: Stel, de man betaalt €500 per maand aan partneralimentatie. Jaarlijks betaalt hij €6.000. Hij mag 80% hiervan, oftewel €4.800, aftrekken van zijn belastbare inkomen. Afhankelijk van zijn marginale belastingtarief, kan dit een aanzienlijke belastingbesparing opleveren. De vrouw ontvangt €6.000 per jaar, en dit bedrag wordt volledig bij haar belastbaar inkomen geteld.
Indexatie
Om ervoor te zorgen dat de koopkracht van de partneralimentatie in de loop der tijd niet erodeert door inflatie, wordt het bedrag jaarlijks geïndexeerd. Dit is wettelijk vastgelegd in artikel 301 §6 BW en gebeurt automatisch, tenzij partijen in een EOT-overeenkomst expliciet iets anders hebben afgesproken.
De indexatie is gekoppeld aan de schommelingen van de consumptieprijsindex. Meestal wordt de alimentatie aangepast op de verjaardagsdatum van de uitspraak of de overeenkomst. De formule voor indexatie is als volgt:
Nieuw bedrag = Basisbedrag x Nieuwe index / Basisindex
- Basisbedrag: Het oorspronkelijk vastgestelde alimentatiebedrag.
- Nieuwe index: De gezondheidsindex van de maand voorafgaand aan de indexatie.
- Basisindex: De gezondheidsindex van de maand voorafgaand aan de maand waarin de alimentatie voor het eerst werd vastgesteld of gewijzigd.
De gezondheidsindex is een afgeleide van de consumptieprijsindex, waaruit een aantal producten (zoals tabak, alcohol, brandstoffen) zijn verwijderd om de index minder gevoelig te maken voor schommelingen in deze specifieke categorieën.
Het is de verantwoordelijkheid van de betalende partij om de indexatie correct toe te passen. Indien dit niet gebeurt, kan de ontvangende partij de achterstallige geïndexeerde bedragen opeisen, eventueel via de rechtbank. Het is raadzaam om jaarlijks de indexatie te berekenen en de betaling hierop aan te passen, om problemen achteraf te voorkomen.
Voorbeeld: De alimentatie bedroeg oorspronkelijk €500 per maand, vastgesteld in januari 2020. De gezondheidsindex van december 2019 (basisindex) was 110,00. In januari 2021 moet de alimentatie geïndexeerd worden, en de gezondheidsindex van december 2020 (nieuwe index) is 112,20. Het nieuwe bedrag wordt dan: €500 x (112,20 / 110,00) = €510. Het bedrag stijgt dus met €10 per maand.
Slot
Het berekenen van partneralimentatie vraagt een zorgvuldige analyse van inkomsten, noden en juridische voorwaarden.
Contacteer onze advocaten in Brugge voor deskundig advies over uw rechten en plichten bij echtscheiding en onderhoudsgeld.
Veelgestelde Vragen (FAQ)
Kan partneralimentatie met terugwerkende kracht worden geëist?
In principe wordt partneralimentatie toegekend vanaf de datum van de vordering in rechte, tenzij de rechtbank anders beslist op basis van uitzonderlijke omstandigheden. Het is dus belangrijk om tijdig een vordering in te stellen als u partneralimentatie wenst te ontvangen. Een verzoek om alimentatie met terugwerkende kracht over een lange periode wordt zelden volledig ingewilligd, tenzij er sprake is van kwade trouw of een duidelijke noodzaak die niet eerder kon worden aangekaart.
Wat als de betalende partner weigert te betalen?
Indien de betalende partner de partneralimentatie niet betaalt, kunt u verschillende stappen ondernemen. Allereerst kunt u een ingebrekestelling sturen via een advocaat. Indien dit niet helpt, kunt u een beroep doen op de Dienst voor Alimentatievorderingen (DAVO). DAVO kan de achterstallige alimentatie voor u invorderen en voorschotten uitbetalen onder bepaalde voorwaarden. Daarnaast kunt u via de rechtbank beslag laten leggen op inkomsten of goederen van de niet-betalende partner. Het is cruciaal om alle communicatie en bewijzen van niet-betaling goed bij te houden.
Heeft partneralimentatie invloed op kinderbijslag of andere uitkeringen?
Partneralimentatie wordt in principe niet beschouwd als inkomen voor de bepaling van het recht op kinderbijslag (nu 'Groeipakket' in Vlaanderen). Het kan echter wel invloed hebben op andere sociale uitkeringen, zoals een leefloon of een werkloosheidsuitkering, aangezien dit als een vorm van inkomen kan worden gezien. Het is raadzaam om bij de betreffende instanties navraag te doen over de specifieke impact van partneralimentatie op uw uitkering.
Wat is het verschil tussen partneralimentatie en kinderalimentatie?
Hoewel beide vormen van onderhoudsgeld zijn na een scheiding, dienen ze een verschillend doel en hebben ze verschillende juridische grondslagen. Partneralimentatie is bedoeld voor de ex-echtgenoot om diens eigen levensonderhoud na de scheiding te waarborgen. Kinderalimentatie (of 'onderhoudsbijdrage voor kinderen') is daarentegen uitsluitend bestemd voor de opvoeding en het onderhoud van de gemeenschappelijke kinderen. De berekeningswijze en de wettelijke kaders zijn verschillend. Kinderalimentatie is bijvoorbeeld niet fiscaal aftrekbaar voor de betaler en niet belastbaar voor de ontvanger, in tegenstelling tot partneralimentatie. Bovendien heeft de behoefte van de kinderen altijd voorrang op die van de ex-partners.
Kan de duur van de partneralimentatie beperkt worden?
Ja, de duur van de partneralimentatie kan door de rechtbank worden beperkt, vooral wanneer de ontvanger in staat is om zelf in zijn of haar levensonderhoud te voorzien. De maximale duur van partneralimentatie is in principe gelijk aan de duur van het huwelijk, maar de rechtbank kan hiervan afwijken in uitzonderlijke omstandigheden. Het doel is om de ontvanger een redelijke termijn te geven om zich aan te passen aan de nieuwe situatie en financieel onafhankelijk te worden.
Welke factoren kunnen leiden tot een herziening van de partneralimentatie?
De partneralimentatie kan worden herzien indien er sprake is van een aanzienlijke wijziging in de omstandigheden van één van de partijen, die onafhankelijk is van hun wil. Voorbeelden hiervan zijn een aanzienlijke inkomensdaling of -stijging, een nieuwe partner die meebetaalt aan de kosten, of een wijziging in de gezondheidstoestand. De vraag tot herziening moet via de rechtbank gebeuren en de wijziging moet van blijvende aard zijn om in aanmerking te komen.
Is partneralimentatie fiscaal aftrekbaar of belastbaar?
In België is partneralimentatie fiscaal aftrekbaar voor de betalende partij onder bepaalde voorwaarden, en belastbaar als inkomen voor de ontvangende partij. Deze fiscale behandeling is een belangrijk aspect dat vaak in acht wordt genomen bij het bepalen van de uiteindelijke bedragen. Het is raadzaam om fiscaal advies in te winnen, aangezien de specifieke regels en percentages kunnen variëren.
Wat is het verschil tussen onderhoudsuitkering tijdens de feitelijke scheiding en na echtscheiding?
Tijdens de feitelijke scheiding, voordat een echtscheiding definitief is, kan de rechter voorlopige maatregelen opleggen, waaronder een onderhoudsuitkering. Deze is bedoeld om de financiële noden van de meest behoeftige partner te dekken gedurende de periode van de scheidingsprocedure. De definitieve partneralimentatie na echtscheiding, geregeld in artikel 301 van het Burgerlijk Wetboek, is echter een langetermijnregeling die pas ingaat na de uitspraak van de echtscheiding en is gebaseerd op een beoordeling van de behoefte en draagkracht.
Kan partneralimentatie worden stopgezet als de ontvangende partner een nieuwe relatie aangaat?
Ja, in België kan het recht op partneralimentatie vervallen of worden herzien indien de ontvanger een nieuw huwelijk aangaat of een geregistreerd partnerschap sluit. Ook het feit dat de ontvanger duurzaam samenwoont met een nieuwe partner kan een reden zijn voor stopzetting of aanpassing van de alimentatie. Dit omdat de nieuwe partner geacht wordt bij te dragen aan de kosten van het gezamenlijke huishouden, waardoor de behoefte van de ontvanger vermindert.
Welke rol speelt de huwelijksovereenkomst bij partneralimentatie?
Een huwelijksovereenkomst, of huwelijkscontract, kan bepalingen bevatten over partneralimentatie in geval van scheiding, mits deze bepalingen niet strijdig zijn met de openbare orde of dwingende wetsbepalingen. Hoewel de rechter in bepaalde gevallen een afwijkende beslissing kan nemen, zal de rechter in principe de gemaakte afspraken respecteren. Het is echter niet mogelijk om bij voorbaat definitief afstand te doen van het recht op partneralimentatie in een huwelijkscontract, aangezien dit als een dwingende bepaling wordt beschouwd.
Veelgestelde vragen
Handige Tools
Gebruik onze gratis tools om direct inzicht te krijgen in uw situatie:
Meer over Familierecht
Expertise in echtscheiding, alimentatie en ouderschapsregelingen.
Vragen over dit onderwerp?
Neem vrijblijvend contact op voor persoonlijk advies van onze advocaten in Brugge.