Terug naar Blog
    Familierecht

    Hoe wordt partneralimentatie berekend in België?

    Mr. Peter-Jan De Meulenaere29 juli 202322 min leestijd818 weergaven
    Delen:

    Geschreven door een LawBase expert

    Mr. Peter-Jan De Meulenaere
    Mr. Peter-Jan De Meulenaere

    Advocaat – Vennoot bij LawBase

    Peter-Jan is gespecialiseerd in verkeersrecht, vastgoedrecht en erfrecht. Hij staat cliënten bij met praktisch juridisch advies en een persoonlijke aanpak.

    Meer over ons team
    4.9/5 Google
    531+ reviews
    4.000+ dossiers beoordeeld
    Google 4.9/5 (353) · Trustlocal 9.7/10 (178)

    Hulp nodig bij uw situatie?

    Persoonlijk advies van een advocaat.

    Hoe wordt partneralimentatie berekend in België?
    In het kort22 min leestijd

    Partneralimentatie moet na een echtscheiding ten minste de staat van behoefte van de financieel zwakkere ex-echtgenoot dekken. Welke criteria de rechter weegt, hoelang de uitkering maximaal loopt en wanneer ze kan worden herzien of stopgezet.

    Inleiding

    7 oktober 2025

    Na een echtscheiding kan één van de ex-partners recht hebben op partneralimentatie. Dit onderhoudsgeld moet ten minste de staat van behoefte van de financieel zwakkere ex-echtgenoot dekken. In dit artikel leggen we uit hoe de Belgische rechtbanken de hoogte van partneralimentatie bepalen, welke factoren meespelen en hoe lang de uitkering kan duren.

    De complexiteit van partneralimentatie in België

    De regels rond partneralimentatie, officieel bekend als onderhoudsuitkering na echtscheiding, zijn vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek, voornamelijk in artikel 301 en volgende. Het is een thema dat vaak tot discussie leidt, omdat het diep ingrijpt in de persoonlijke financiën van beide ex-partners. Het doel is niet om de inkomens gelijk te trekken en ook niet om de levensstandaard van tijdens het huwelijk te behouden: de uitkering moet ten minste de staat van behoefte van de financieel zwakkere ex-echtgenoot dekken, waarbij de rechter rekening houdt met de inkomsten en mogelijkheden van beide echtgenoten en met de aanzienlijke terugval van de economische situatie van de uitkeringsgerechtigde (artikel 301, § 3 oud BW).

    De Belgische wetgever heeft bewust geen vaste formule of tabel ingevoerd, zoals in sommige andere landen. Dit biedt de rechter de nodige flexibiliteit om maatwerk te leveren, rekening houdend met de specifieke omstandigheden van elk individueel geval. Dit betekent echter ook dat de uitkomst van een procedure moeilijk voorspelbaar kan zijn zonder gespecialiseerd juridisch advies. Advocaten spelen een cruciale rol in het voorlichten van hun cliënten over de mogelijke uitkomsten en het onderhandelen over een billijke regeling.

    Wat is partneralimentatie?

    Partneralimentatie is een financiële bijdrage die de ene ex-echtgenoot betaalt aan de andere en die ten minste diens staat van behoefte na de scheiding moet dekken. Ze is enkel mogelijk bij een echtscheiding wegens onherstelbare ontwrichting of echtscheiding met onderlinge toestemming (EOT), als de partijen dit voorzien.

    De juridische grondslag en voorwaarden

    De basis voor partneralimentatie ligt in de solidariteitsgedachte die voortvloeit uit het huwelijk. Zelfs na de scheiding blijft er een zekere verantwoordelijkheid bestaan tussen ex-echtgenoten, zij het in mindere mate. Het Burgerlijk Wetboek (BW) stelt in artikel 301, § 2 oud BW dat de familierechtbank, bij gebrek aan een overeenkomst tussen de echtgenoten, in het vonnis dat de echtscheiding uitspreekt of bij een latere beslissing, op verzoek van de behoeftige echtgenoot een uitkering tot levensonderhoud kan toestaan ten laste van de andere echtgenoot. Artikel 301, § 1 oud BW gaat daaraan vooraf: de echtgenoten kunnen op elk ogenblik zelf overeenkomen over de uitkering, het bedrag ervan en de herzieningsregels.

    Cruciaal is het criterium van 'behoeftigheid'. De partner die alimentatie vraagt, moet aantonen dat hij of zij behoeftig is (artikel 301, § 2 oud BW). De rechter houdt daarbij rekening met de inkomsten en mogelijkheden van beide echtgenoten en met de aanzienlijke terugval van de economische situatie van de aanvrager (artikel 301, § 3 oud BW). Dit betekent niet dat de persoon volledig werkloos of aan de bedelstaf hoeft te zijn. Om die terugval te beoordelen, kijkt de rechter met name naar de duur van het huwelijk, de leeftijd van de partijen, hun gedrag tijdens het huwelijk inzake de organisatie van hun noden en de zorg voor de kinderen. De rechter zal hierbij rekening houden met de opleiding, werkervaring, leeftijd en gezondheidstoestand van de aanvrager.

    Bij een echtscheiding wegens onherstelbare ontwrichting (EOO) kan de rechter, indien één van de partijen dit vraagt, een onderhoudsuitkering toekennen. De aanvrager moet aantonen dat hij behoeftig is en dat de andere ex-echtgenoot over voldoende draagkracht beschikt. Fouten spelen een beperkte rol: de rechtbank kan het verzoek weigeren als de verweerder bewijst dat de aanvrager een zware fout heeft begaan die de voortzetting van de samenleving onmogelijk heeft gemaakt, en een echtgenoot die schuldig werd bevonden aan bepaalde geweldfeiten tegen de andere echtgenoot of aan een poging daartoe, krijgt in geen geval een uitkering (artikel 301, § 2 oud BW). Is de staat van behoefte het gevolg van een eenzijdige beslissing van de aanvrager die niet door de noden van het gezin gerechtvaardigd was, dan kan de verweerder worden ontheven of minder moeten betalen (artikel 301, § 5 oud BW).

    Bij een echtscheiding met onderlinge toestemming (EOT) regelen de partijen zelf alle aspecten van hun scheiding in een voorafgaande overeenkomst, inclusief de eventuele partneralimentatie. Deze overeenkomst wordt vervolgens door de rechtbank gehomologeerd. De rechter controleert enkel of de overeenkomst niet manifest in strijd is met de openbare orde of de belangen van de kinderen. Indien de partijen geen partneralimentatie overeenkomen in hun EOT, kunnen zij hier later in principe geen aanspraak meer op maken.

    Praktisch voorbeeld: Een echtpaar, gehuwd gedurende 20 jaar, besluit te scheiden. De vrouw heeft gedurende het huwelijk parttime gewerkt om voor de kinderen te zorgen en heeft haar carrière opgegeven. De man heeft een goedbetaalde baan. Zonder partneralimentatie zou de vrouw na de scheiding een aanzienlijk lagere levensstandaard hebben dan tijdens het huwelijk, en zou ze moeite hebben om haar vaste lasten te betalen. De man heeft daarentegen voldoende inkomen om haar bij te dragen zonder zelf in de problemen te komen. In dit geval is de kans groot dat de rechter partneralimentatie toekent aan de vrouw, tenzij zij in de EOT expliciet afstand heeft gedaan van dit recht.

    Bereken uw alimentatie

    Krijg direct een indicatie van de alimentatiebijdrage op basis van uw situatie.

    Bereken Nu

    Alimentatie PRO Simulator

    Bereken in enkele minuten wat u zou betalen of ontvangen bij élke mogelijke verblijfsregeling — week-om-week, weekend, 9/5, 1/3-2/3 — en stuur een onderbouwd voorstel naar uw ex-partner. Klaar voor uw gesprek met bemiddelaar of advocaat.

    • Vergelijk wat u betaalt of ontvangt bij elke verblijfsregeling
    • Stuur een concreet voorstel naar uw ex-partner — met opvolging (bekeken / akkoord)
    • Onderhandelingsdocument voor uw gesprek met bemiddelaar of advocaat
    • Juridisch onderbouwd, ook zonder juridische voorkennis te begrijpen
    Elke verblijfsregelingVoorstel naar ex-partnerKlaar voor onderhandeling

    Hoe wordt de hoogte berekend?

    Er bestaat geen vaste formule in België. De rechter beoordeelt elk geval individueel, maar houdt rekening met:

    Inkomen van beide partijen

    Duur van het huwelijk

    Aanzienlijke terugval van de economische situatie van de aanvrager

    Bijdrage aan het gezinsleven (bijv. zorg voor kinderen)

    Eventuele fouten tijdens het huwelijk (in beperkte mate relevant)

    Een door de rechter vastgelegde onderhoudsuitkering mag niet hoger zijn dan één derde van het inkomen van de betaler; bij een akkoord tussen de echtgenoten kunnen zij een ander bedrag afspreken.

    Gedetailleerde analyse van de factoren

    De afwezigheid van een vaste formule betekent niet dat de berekening willekeurig is. Rechters baseren hun beslissingen op een reeks objectieve en subjectieve factoren, zoals vastgelegd in artikel 301, § 3 oud BW. Het doel is een billijke en evenwichtige oplossing te vinden.

    1. Inkomen van beide partijen: Dit is de meest bepalende factor. De rechter zal niet alleen kijken naar het huidige netto-inkomen uit arbeid, maar ook naar andere inkomstenbronnen zoals pensioenen, uitkeringen, huurinkomsten, dividenden, enzovoort. Ook de potentiële inkomsten worden soms in overweging genomen. Als een ex-partner bijvoorbeeld bewust minder is gaan werken om alimentatie af te dwingen of te vermijden, kan de rechter rekening houden met de inkomsten die redelijkerwijs te verwachten waren. De draagkracht van de betaler en de behoefte van de ontvanger staan centraal. Er wordt vaak gekeken naar een gedetailleerde financiële analyse van beide partijen, inclusief uitgavenpatronen.

    2. Duur van het huwelijk: Hoe langer het huwelijk heeft geduurd, hoe groter de kans op en de hoogte van partneralimentatie. Een lang huwelijk impliceert vaak een diepere verwevenheid van levens en een grotere impact van de scheiding op de financiële situatie van de partners, vooral als één partner een carrière heeft opgegeven of verminderd ten behoeve van het gezin.

    3. Levensstandaard tijdens het huwelijk: De levensstandaard tijdens het huwelijk is geen wettelijke maatstaf. De uitkering moet ten minste de staat van behoefte van de uitkeringsgerechtigde dekken; de vergelijking met de periode van het huwelijk speelt mee om de aanzienlijke terugval van diens economische situatie te beoordelen (artikel 301, § 3 oud BW). Een hoge levensstandaard tijdens het huwelijk leidt dus niet vanzelf tot een hogere alimentatie. De rechter zal hiervoor de gezamenlijke inkomsten en uitgaven tijdens het huwelijk onder de loep nemen.

    4. Bijdrage aan het gezinsleven (bijv. zorg voor kinderen): Deze factor erkent de indirecte economische bijdrage van een partner die zich primair heeft gericht op de opvoeding van de kinderen en/of het huishouden. Dit kan leiden tot een achterstand op de arbeidsmarkt, verminderde pensioenopbouw, etc. De rechtbank houdt hier rekening mee bij het bepalen van de behoeftigheid en de hoogte van de alimentatie.

    5. Eventuele fouten tijdens het huwelijk: Artikel 301, § 2, tweede lid oud BW bepaalt dat de rechtbank het verzoek om een uitkering kan weigeren indien de verweerder bewijst dat de verzoeker een zware fout heeft begaan die de voortzetting van de samenleving onmogelijk heeft gemaakt. Dit is een beperkte uitzondering. Daarnaast wordt de uitkering in geen geval toegekend aan de echtgenoot die schuldig werd bevonden aan bepaalde geweldfeiten tegen de andere echtgenoot of aan een poging daartoe (artikel 301, § 2, derde lid oud BW). 'Zware fouten' omvatten zaken als overspel, mishandeling of het verlaten van de echtelijke woonst zonder geldige reden, maar dan moet deze fout de oorzaak van de onherstelbare ontwrichting zijn geweest. In de praktijk wordt dit criterium zelden toegepast om alimentatie te weigeren. Het is belangrijk te benadrukken dat het Belgisch echtscheidingsrecht primair een no-fault systeem is, dus de schuldvraag speelt een zeer marginale rol bij alimentatie.

    De 1/3e regel: De wet bepaalt dat de onderhoudsuitkering niet hoger mag liggen dan een derde van het inkomen van de uitkeringsplichtige echtgenoot (artikel 301, § 3, derde lid oud BW). Dit plafond geldt voor een uitkering die de rechtbank vastlegt; bij een overeenkomst tussen de echtgenoten (artikel 301, § 1 oud BW) kunnen zij een ander bedrag afspreken. De wet bepaalt niet wat precies als inkomen meetelt; dat laat zij aan de rechtspraak over, die vaak ook rekening houdt met andere onderhoudsverplichtingen, zoals bijdragen voor kinderen.

    Praktische berekeningstools en rechtspraak

    Hoewel er geen vaste formule is, maken advocaten en rechters vaak gebruik van bepaalde methodieken of vuistregels om tot een indicatie te komen. Een veelgebruikte benadering is om eerst de behoefte van de aanvrager vast te stellen, rekening houdend met zijn of haar eigen inkomen en de kosten van levensonderhoud. Vervolgens wordt gekeken naar de draagkracht van de betaler. De uiteindelijke alimentatie is dan een bedrag dat de kloof tussen de behoefte en het eigen inkomen van de aanvrager dicht, met inachtneming van de draagkracht van de betaler en het 1/3e plafond.

    Recente rechtspraak toont aan dat rechters steeds meer aandacht besteden aan de inspanningen die de behoeftige ex-echtgenoot levert om zelf in zijn of haar levensonderhoud te voorzien. Er wordt verwacht dat men, indien mogelijk, een passende baan zoekt of scholing volgt om de eigen inkomenspositie te verbeteren. Dit kan de hoogte of de duur van de alimentatie beïnvloeden.

    Voorbeeld: Een man verdient netto €3.000 per maand. Zijn ex-vrouw verdient netto €1.000 per maand en heeft bewezen maandelijkse uitgaven van €1.800 om in haar behoeften te voorzien. De kloof is €800. De man kan maximaal 1/3 van zijn inkomen betalen, wat €1.000 (€3.000 / 3) is. In dit geval zou de rechter waarschijnlijk een alimentatie van €800 toekennen, aangezien dit binnen de draagkracht van de man valt en de behoefte van de vrouw dekt.

    Duur van de alimentatie

    De duur is in principe maximaal gelijk aan de duur van het huwelijk; bij buitengewone omstandigheden kan de rechtbank de termijn verlengen.

    De rechter kan een kortere periode bepalen, afhankelijk van leeftijd, werkcapaciteit en financiële situatie.

    De uitkering eindigt bij een nieuw huwelijk of een verklaring van wettelijke samenwoning van de ontvanger (tenzij anders overeengekomen) en kan herzien worden bij een aanzienlijke wijziging van de omstandigheden.

    Gedetailleerde analyse van de duur en wijzigingsgronden

    De duur van de partneralimentatie is, net als de hoogte, geen vast gegeven. Artikel 301, § 4 oud BW voorziet in de hoofdregel dat de duur van de uitkering niet langer mag zijn dan die van het huwelijk. Bij buitengewone omstandigheden kan de rechtbank de termijn wel verlengen, als de uitkeringsgerechtigde aantoont dat hij bij het verstrijken ervan om redenen onafhankelijk van zijn wil nog steeds in staat van behoefte verkeert (artikel 301, § 4, tweede lid oud BW). De rechter heeft echter de bevoegdheid om een kortere duur vast te stellen, rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak.

    Factoren die de duur beïnvloeden:

    • Leeftijd van de aanvrager: Een oudere ex-partner die moeilijker aan werk komt, zal mogelijk langer alimentatie ontvangen dan een jongere.
    • Werkcapaciteit en opleidingsmogelijkheden: De rechter zal beoordelen in hoeverre de behoeftige partner in staat is om, eventueel na omscholing, zelfstandig in zijn of haar levensonderhoud te voorzien. Er wordt een zekere mate van eigen inspanning verwacht.
    • Financiële situatie en perspectieven: Indien de aanvrager op termijn een erfenis of een pensioen verwacht, kan dit de duur van de alimentatie beïnvloeden.
    • Duur van het huwelijk: Zoals eerder vermeld, is dit de maximale duur. Bij een zeer kort huwelijk zal de alimentatieduur doorgaans ook kort zijn.

    Wijziging of stopzetting van alimentatie

    De toegekende partneralimentatie is niet in steen gebeiteld. Tenzij de partijen uitdrukkelijk anders zijn overeengekomen, kan zowel de betalende als de ontvangende partij de rechter verzoeken om de alimentatie te herzien of stop te zetten indien er zich belangrijke wijzigingen voordoen in de omstandigheden. Artikel 301, § 7 oud BW laat de rechtbank toe de uitkering later te verhogen, te verminderen of af te schaffen wanneer het bedrag ervan door nieuwe omstandigheden onafhankelijk van de wil van de partijen niet meer is aangepast. Artikel 301, § 10 oud BW regelt daarnaast de definitieve beëindiging. De belangrijkste gronden:

    1. Nieuw huwelijk of wettelijke samenwoning van de ontvanger: Dit is in principe een definitieve stopzettingsgrond. De uitkering eindigt in ieder geval definitief in geval van een nieuw huwelijk van de uitkeringsgerechtigde of op het ogenblik waarop deze een verklaring van wettelijke samenwoning doet, tenzij de partijen anders overeenkomen (artikel 301, § 10 oud BW). De gedachte hierachter is dat de nieuwe partner de zorgplicht overneemt.

    2. Aanzienlijke inkomenswijziging:

    • Van de betaler: Als het inkomen van de betalende partner aanzienlijk daalt (bijvoorbeeld door ontslag, ziekte, pensioen) kan hij of zij de rechter vragen om de alimentatie te verminderen of stop te zetten. De draagkracht is immers verminderd.
    • Van de ontvanger: Als het inkomen van de ontvangende partner aanzienlijk stijgt (bijvoorbeeld door een nieuwe baan, promotie, erfenis) kan de betalende partner de rechter vragen om de alimentatie te verminderen of stop te zetten. De behoeftigheid is immers verminderd.
    Het moet gaan om een 'aanzienlijke' wijziging, wat in de rechtspraak vaak wordt geïnterpreteerd als een duurzame wijziging die de financiële balans significant verstoort.

    3. Gedrag van de ontvanger: Hoewel zeldzaam, kan de rechter de alimentatie stopzetten of verminderen indien de alimentatiegerechtigde nalaat om redelijke inspanningen te leveren om zelf in het levensonderhoud te voorzien (bijvoorbeeld weigering om te werken of zich om te scholen zonder geldige reden).

    4. Overlijden van één van de partijen: Bij overlijden van de ontvanger eindigt de uitkering. Bij overlijden van de betaler is de uitkering niet meer verschuldigd, maar kan de ontvanger onder de voorwaarden van artikel 205bis oud BW levensonderhoud vorderen ten laste van de nalatenschap (artikel 301, § 10 oud BW).

    Praktisch voorbeeld: Een vrouw ontvangt al vijf jaar partneralimentatie van haar ex-man. Ze heeft intussen een nieuwe, goedbetaalde baan gevonden waardoor haar inkomen aanzienlijk is gestegen en ze nu zelf in haar behoeften kan voorzien. Haar ex-man kan de rechtbank verzoeken om de alimentatie stop te zetten, omdat de behoeftigheid van de vrouw is verdwenen. De rechter zal de nieuwe financiële situatie van de vrouw grondig onderzoeken alvorens een beslissing te nemen.

    Belasting en indexatie

    Partneralimentatie is belastbaar inkomen voor de ontvanger.

    De betaler mag een deel van het bedrag aftrekken van zijn totale netto-inkomen (60% voor uitkeringen betaald in 2026, 50% vanaf 2027); de ontvanger wordt op hetzelfde deel belast.

    Een door de rechtbank toegekende uitkering wordt om de twaalf maanden van rechtswege geïndexeerd aan het indexcijfer van de consumptieprijzen (artikel 301, § 6 oud BW); bij een overeenkomst geldt de afgesproken indexering.

    Fiscale aspecten en aanpassing aan de kosten van levensonderhoud

    De fiscale behandeling van partneralimentatie is een belangrijk aspect dat vaak over het hoofd wordt gezien, maar aanzienlijke financiële gevolgen kan hebben voor beide partijen. Artikel 104, 1° van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (WIB 92) regelt dit.

    1. Belastbaarheid voor de ontvanger: De ontvangen partneralimentatie is belastbaar als divers inkomen, maar slechts voor een deel: 70% voor uitkeringen betaald of toegekend in 2025, 60% in 2026 en 50% vanaf 1 januari 2027 (artikel 99 WIB 92, gewijzigd bij de wet van 18 december 2025). Dit betekent dat de ontvanger jaarlijks een belastingaangifte moet indienen en belasting moet betalen over de ontvangen bedragen. Dit kan leiden tot een hoger belastingtarief als de alimentatie bovenop andere inkomsten komt.

    2. Aftrekbaarheid voor de betaler: De partner die alimentatie betaalt, mag deze bedragen onder de voorwaarden van artikel 104 WIB 92 gedeeltelijk aftrekken van zijn of haar totale netto-inkomen: 70% voor uitkeringen betaald in 2025, 60% voor uitkeringen betaald in 2026 en 50% vanaf 1 januari 2027 (wet van 18 december 2025). De ontvanger moet in de Europese Economische Ruimte of Zwitserland wonen. Dit blijft een aanzienlijk fiscaal voordeel. Het resterende deel (40% voor uitkeringen betaald in 2026, 50% vanaf 2027) is niet aftrekbaar. Deze aftrekbaarheid moedigt betalers aan om aan hun verplichtingen te voldoen en vermindert de netto kost van de alimentatie. Het is cruciaal om alle betalingsbewijzen zorgvuldig te bewaren voor de belastingaangifte.

    Praktisch voorbeeld: Stel, de man betaalt €500 per maand aan partneralimentatie. Jaarlijks betaalt hij €6.000. Betaalt hij dat bedrag in 2026, dan mag hij 60% hiervan, oftewel €3.600, aftrekken van zijn totale netto-inkomen. Afhankelijk van zijn marginale belastingtarief, kan dit een aanzienlijke belastingbesparing opleveren. De vrouw ontvangt €6.000 per jaar; daarvan wordt 60%, oftewel €3.600, bij haar belastbaar inkomen geteld.

    Indexatie

    Om ervoor te zorgen dat de koopkracht van de partneralimentatie in de loop der tijd niet erodeert door inflatie, wordt het bedrag om de twaalf maanden geïndexeerd. Dit is wettelijk vastgelegd in artikel 301, § 6 oud BW: de rechtbank die de uitkering toekent, stelt vast dat deze van rechtswege wordt aangepast aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Dat geldt van rechtswege voor een uitkering die de rechtbank toekent, tenzij de rechtbank een ander aanpassingssysteem toepast. Bij een EOT of een andere overeenkomst tussen de echtgenoten (artikel 301, § 1 oud BW) geldt de indexering die de overeenkomst bepaalt.

    De indexatie is gekoppeld aan de schommelingen van de consumptieprijsindex. Meestal wordt de alimentatie aangepast op de verjaardagsdatum van de uitspraak of de overeenkomst. De formule voor indexatie is als volgt:

    Nieuw bedrag = Basisbedrag x Nieuwe index / Basisindex

    • Basisbedrag: Het oorspronkelijk vastgestelde alimentatiebedrag.
    • Nieuwe index: Het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand die overeenstemt met de basismaand, twaalf maanden later.
    • Basisindex: Het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand gedurende welke het vonnis of arrest dat de echtscheiding uitspreekt kracht van gewijsde heeft verkregen, tenzij de rechtbank er anders over beslist.

    Let op: voor onderhoudsuitkeringen geldt de gewone consumptieprijsindex, niet de gezondheidsindex. De gezondheidsindex — een afgeleide waaruit onder meer tabak, alcohol en brandstoffen zijn verwijderd — wordt onder andere voor huurindexatie gebruikt, maar artikel 301, § 6 oud BW verwijst uitdrukkelijk naar het indexcijfer van de consumptieprijzen. De wijziging wordt op de uitkering toegepast vanaf de vervaldag die volgt op de bekendmaking van het nieuwe indexcijfer in het Belgisch Staatsblad.

    Het is de verantwoordelijkheid van de betalende partij om de indexatie correct toe te passen. Indien dit niet gebeurt, kan de ontvangende partij de achterstallige geïndexeerde bedragen opeisen, eventueel via de rechtbank. Het is raadzaam om jaarlijks de indexatie te berekenen en de betaling hierop aan te passen, om problemen achteraf te voorkomen.

    Voorbeeld: De alimentatie bedroeg oorspronkelijk €500 per maand, vastgesteld in januari 2020. Stel dat het echtscheidingsvonnis in december 2019 kracht van gewijsde kreeg en dat het indexcijfer van de consumptieprijzen van die maand (basisindex) 110,00 bedroeg (fictief cijfer). Twaalf maanden later, in januari 2021, wordt de alimentatie aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van de overeenstemmende maand december 2020 (nieuwe index): 112,20. Het nieuwe bedrag wordt dan: €500 x (112,20 / 110,00) = €510. Het bedrag stijgt dus met €10 per maand.

    Slot

    Het berekenen van partneralimentatie vraagt een zorgvuldige analyse van inkomsten, noden en juridische voorwaarden.

    Contacteer onze advocaten in Brugge voor deskundig advies over uw rechten en plichten bij echtscheiding en onderhoudsgeld.

    De uitkering is niet onbeperkt in tijd of bedrag; de gronden om ze te laten vervallen staan in alimentatie stopzetten. Gaat uw ex samenwonen met een nieuwe partner, lees dan welke invloed dat heeft op het onderhoudsgeld.

    Veelgestelde Vragen (FAQ)

    Kan partneralimentatie met terugwerkende kracht worden geëist?

    De uitkering na echtscheiding wordt toegekend in het vonnis dat de echtscheiding uitspreekt of bij een latere beslissing (artikel 301, § 2 oud BW); tijdens de procedure kan de rechter als voorlopige maatregel een onderhoudsuitkering toekennen. Het is dus belangrijk om tijdig een vordering in te stellen als u partneralimentatie wenst te ontvangen.

    Wat als de betalende partner weigert te betalen?

    Indien de betalende partner de partneralimentatie niet betaalt, kunt u verschillende stappen ondernemen. Allereerst kunt u een ingebrekestelling sturen via een advocaat. Indien dit niet helpt, kunt u een beroep doen op de Dienst voor Alimentatievorderingen (DAVO). DAVO kan de achterstallige partneralimentatie voor u innen en invorderen. Voorschotten betaalt DAVO alleen op onderhoudsgeld voor kinderen, niet op partneralimentatie. Daarnaast kunt u met uw vonnis of gehomologeerde overeenkomst via een gerechtsdeurwaarder beslag laten leggen op inkomsten of goederen van de niet-betalende partner, of de familierechtbank vragen u toe te staan zijn inkomsten rechtstreeks te ontvangen (artikel 301, § 11 oud BW). Het is cruciaal om alle communicatie en bewijzen van niet-betaling goed bij te houden.

    Heeft partneralimentatie invloed op kinderbijslag of andere uitkeringen?

    Partneralimentatie wordt in principe niet beschouwd als inkomen voor de bepaling van het recht op kinderbijslag (nu 'Groeipakket' in Vlaanderen). Het kan echter wel invloed hebben op andere sociale uitkeringen, zoals een leefloon of een werkloosheidsuitkering, aangezien dit als een vorm van inkomen kan worden gezien. Het is raadzaam om bij de betreffende instanties navraag te doen over de specifieke impact van partneralimentatie op uw uitkering.

    Wat is het verschil tussen partneralimentatie en kinderalimentatie?

    Hoewel beide vormen van onderhoudsgeld zijn na een scheiding, dienen ze een verschillend doel en hebben ze verschillende juridische grondslagen. Partneralimentatie is bedoeld voor de ex-echtgenoot om diens eigen levensonderhoud na de scheiding te waarborgen. Kinderalimentatie (of 'onderhoudsbijdrage voor kinderen') is daarentegen uitsluitend bestemd voor de opvoeding en het onderhoud van de gemeenschappelijke kinderen. De berekeningswijze en de wettelijke kaders zijn verschillend. Kinderalimentatie is, net als partneralimentatie, onder voorwaarden gedeeltelijk fiscaal aftrekbaar voor de betaler (70% voor betalingen in 2025, 60% in 2026 en 50% vanaf 2027) en in dezelfde verhouding belastbaar voor de verkrijger, het kind. Bovendien heeft de behoefte van de kinderen altijd voorrang op die van de ex-partners.

    Kan de duur van de partneralimentatie beperkt worden?

    Ja, de duur van de partneralimentatie kan door de rechtbank worden beperkt, vooral wanneer de ontvanger in staat is om zelf in zijn of haar levensonderhoud te voorzien. De maximale duur van partneralimentatie is in principe gelijk aan de duur van het huwelijk, maar de rechtbank kan hiervan afwijken in uitzonderlijke omstandigheden. Het doel is om de ontvanger een redelijke termijn te geven om zich aan te passen aan de nieuwe situatie en financieel onafhankelijk te worden.

    Welke factoren kunnen leiden tot een herziening van de partneralimentatie?

    De partneralimentatie kan worden herzien indien er sprake is van een aanzienlijke wijziging in de omstandigheden van één van de partijen, die onafhankelijk is van hun wil. Voorbeelden hiervan zijn een aanzienlijke inkomensdaling of -stijging, een nieuwe partner die meebetaalt aan de kosten, of een wijziging in de gezondheidstoestand. De vraag tot herziening moet via de rechtbank gebeuren en de wijziging moet van blijvende aard zijn om in aanmerking te komen.

    Is partneralimentatie fiscaal aftrekbaar of belastbaar?

    In België is partneralimentatie onder bepaalde voorwaarden gedeeltelijk aftrekbaar voor de betalende partij en voor hetzelfde deel belastbaar voor de ontvangende partij: 70% voor uitkeringen in 2025, 60% in 2026 en 50% vanaf 2027. Deze fiscale behandeling is een belangrijk aspect dat vaak in acht wordt genomen bij het bepalen van de uiteindelijke bedragen. Het is raadzaam om fiscaal advies in te winnen, aangezien de specifieke regels en percentages kunnen variëren.

    Wat is het verschil tussen onderhoudsuitkering tijdens de feitelijke scheiding en na echtscheiding?

    Tijdens de feitelijke scheiding, voordat een echtscheiding definitief is, kan de rechter voorlopige maatregelen opleggen, waaronder een onderhoudsuitkering. Deze is bedoeld om de financiële noden van de meest behoeftige partner te dekken gedurende de periode van de scheidingsprocedure. De definitieve partneralimentatie na echtscheiding, geregeld in artikel 301 oud BW, is echter een langetermijnregeling die pas ingaat na de uitspraak van de echtscheiding en is gebaseerd op een beoordeling van de behoefte en draagkracht.

    Kan partneralimentatie worden stopgezet als de ontvangende partner een nieuwe relatie aangaat?

    Ja. De uitkering eindigt definitief als de ontvanger hertrouwt of een verklaring van wettelijke samenwoning aflegt, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen (artikel 301, § 10 oud BW). Ook het feit dat de ontvanger duurzaam samenwoont met een nieuwe partner kan een reden zijn voor stopzetting of aanpassing van de alimentatie. Dit omdat de nieuwe partner geacht wordt bij te dragen aan de kosten van het gezamenlijke huishouden, waardoor de behoefte van de ontvanger vermindert.

    Welke rol speelt de huwelijksovereenkomst bij partneralimentatie?

    Afspraken in een huwelijksovereenkomst, of huwelijkscontract, over partneralimentatie na echtscheiding hebben slechts beperkte waarde: de echtgenoten kunnen vóór de ontbinding van het huwelijk geen afstand doen van hun recht op een uitkering tot levensonderhoud (artikel 301, § 9 oud BW). In de loop van de echtscheidingsprocedure mogen zij wel tot een vergelijk komen over het bedrag van die uitkering.

    Google 4.9/5 (353) · Trustlocal 9.7/10 (178)

    Hulp nodig bij uw situatie?

    Persoonlijk advies van een advocaat.

    Wettelijk Kader

    Dit artikel is gebaseerd op de volgende Belgische wetgeving:

    Veelgestelde vragen

    Meer over Familierecht

    Expertise in echtscheiding, alimentatie en ouderschapsregelingen.

    Alimentatie PRO Simulator

    Bereken in enkele minuten wat u zou betalen of ontvangen bij élke mogelijke verblijfsregeling — week-om-week, weekend, 9/5, 1/3-2/3 — en stuur een onderbouwd voorstel naar uw ex-partner. Klaar voor uw gesprek met bemiddelaar of advocaat.

    • Vergelijk wat u betaalt of ontvangt bij elke verblijfsregeling
    • Stuur een concreet voorstel naar uw ex-partner — met opvolging (bekeken / akkoord)
    • Onderhandelingsdocument voor uw gesprek met bemiddelaar of advocaat
    • Juridisch onderbouwd, ook zonder juridische voorkennis te begrijpen
    Elke verblijfsregelingVoorstel naar ex-partnerKlaar voor onderhandeling

    Mijn Dossier Beoordelen

    Ontvang direct inzicht in uw zaak, een plan van aanpak en een kostenindicatie.

    Meer info: cookie beleid · privacy