Drugs in het verkeer met jong rijbewijs: verval en theoretisch examen

Samenvatting van de Zaak
Een bestuurster met een rijbewijs B van minder dan twee jaar oud reed in juni 2022 onder invloed van THC en cocaïne, ruim boven de wettelijke drempels. De politierechter in Kortrijk moest beslissen over de straf, het verplichte verval voor beginnende bestuurders en een in de tenlastelegging vermeld ongeschiktheidsverval. Zij kreeg een geldboete van 1.600 euro (de helft met uitstel), 16 dagen verval en een theoretisch examen; een ongeschiktheidsverval werd niet uitgesproken.
Relevante Juridische Tools
Bereken zelf uw situatie met onze gratis tools:
Kernpunten
- 1Wie zijn rijbewijs B nog geen twee jaar heeft, krijgt bij een veroordeling wegens sturen onder invloed van drugs met een motorvoertuig verplicht een verval van het recht tot sturen en minstens een theoretisch of praktisch examen (sinds 1 januari 2026 eventueel aangevuld of vervangen door een specifieke opleiding).
- 2De politierechter legde hier de minimale geldboete van 200 euro op, met opdeciemen 1.600 euro, waarvan 800 euro met uitstel van drie jaar.
- 3Het verval bedroeg 16 dagen en het herstel werd afhankelijk gemaakt van het slagen in het theoretisch examen.
- 4Gelet op de neergelegde stukken paste de rechter geen verval wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid (art. 42 Wegverkeerswet) toe.
- 5Omdat de feiten van juni 2022 dateren, gold het oude recht met een vermenigvuldiging van de geldboete met acht.
- 6Sinds 1 september 2026 wordt sturen onder invloed van drugs bestraft met een straf van niveau 1; de verplichting voor beginnende bestuurders in art. 38, § 5 blijft bestaan.
Juridische Analyse
De feiten
In juni 2022 bestuurde een beginnende bestuurster op een openbare plaats een voertuig. Een drugsanalyse toonde de aanwezigheid aan van drie stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden: THC (494 ng/ml), cocaïne (meer dan 210 ng/ml) en benzoylecgonine, een afbraakproduct van cocaïne (693 ng/ml). Die waarden liggen ver boven de wettelijke drempels.
Het openbaar ministerie vervolgde haar voor de Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, wegens sturen onder invloed van drugs. In de tenlastelegging werden twee bijkomende omstandigheden opgenomen: zij was op het ogenblik van de feiten nog geen twee jaar houder van het rijbewijs B, en zij zou lichamelijk of geestelijk ongeschikt zijn bevonden tot het sturen van een motorvoertuig (art. 42 Wegverkeerswet). Haar advocaat voerde verweer en er lagen stukken voor. De politierechter deed uitspraak op 19 januari 2023, op tegenspraak.
De rechtsvraag
De politierechter verklaarde de tenlastelegging bewezen. De kernvraag betrof de gevolgen. Welke straf krijgt een beginnende bestuurder die positief test op cannabis en cocaïne? Moet de rechter dan verplicht een verval van het recht tot sturen uitspreken en examens opleggen? En moet hij de bestuurder daarnaast ongeschikt verklaren om te rijden, met een verval dat pas eindigt wanneer de geschiktheid opnieuw bewezen is?
Wat zegt de wet?
De feiten dateren van juni 2022. Voor de straf geldt de wet die van toepassing was op het ogenblik van de feiten, tenzij een latere wet gunstiger is (art. 2 oud Strafwetboek; vandaag art. 2 Strafwetboek). De politierechter paste dus terecht de Wegverkeerswet toe zoals die toen gold.
Sturen onder invloed van drugs
Art. 37bis, § 1, 1° van de Wegverkeerswet bestraft wie op een openbare plaats een voertuig bestuurt terwijl de speekselanalyse of de bloedanalyse de aanwezigheid aantoont van onder meer THC, amfetamine, MDMA, morfine of cocaïne, in een gehalte dat gelijk is aan of hoger dan de wettelijke drempel. Die drempels staan in de wet zelf: voor een speekselanalyse bijvoorbeeld 10 ng/ml voor THC en 10 ng/ml voor cocaïne of benzoylecgonine (art. 62ter, § 1), voor een bloedanalyse op plasma 1 ng/ml voor THC en 25 ng/ml voor cocaïne of benzoylecgonine (art. 63, § 2). Op het ogenblik van de feiten bedroeg de straf een geldboete van 200 euro tot 2.000 euro, te vermeerderen met de opdeciemen.
Verval van het recht tot sturen
Bij een veroordeling op grond van art. 37bis, § 1 kan de rechter een verval van het recht tot sturen uitspreken (art. 38, § 1, 1°). Zo’n verval bedraagt ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar, behoudens de uitzonderingen die de wet zelf voorziet.
Voor beginnende bestuurders is de regel strenger. Volgens art. 38, § 5 moet de rechter het verval uitspreken en het herstel van het recht tot sturen “minstens afhankelijk maken van het slagen voor het theoretisch of praktisch examen” wanneer hij veroordeelt wegens een overtreding begaan met een motorvoertuig die tot een verval kan leiden, en de schuldige sinds minder dan twee jaar houder is van het rijbewijs B. Sturen onder invloed van drugs valt daaronder.
Ongeschiktheid
Art. 42 bepaalt dat het verval moet worden uitgesproken wanneer de schuldige naar aanleiding van een veroordeling wegens een verkeersovertreding “lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig”. De duur van dat verval hangt dan af van het bewijs dat de betrokkene niet langer ongeschikt is. Zo’n verval heeft dus geen vaste einddatum.
Uitstel en vervangend verval
Het gedeeltelijke uitstel steunde op art. 8 van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie (zoals geciteerd in het vonnis). Voor het geval dat de geldboete niet binnen twee maanden na een vonnis op tegenspraak betaald wordt, liet het toenmalige art. 69bis van de Wegverkeerswet toe dat de rechter ze vervangt door een verval van het recht tot sturen van minstens acht dagen en hoogstens een jaar.
De beslissing van de rechtbank
De politierechter verklaarde de feiten bewezen en oordeelde dat, “gezien de ernst van de gedragingen”, een vervallenverklaring moest worden uitgesproken. Hij stelde ook vast dat voor de tenlastelegging “verzwaring bestaat”. De beslissing:
- een geldboete van 200 euro, met 70 opdeciemen gebracht op 1.600 euro, vervangbaar door een rijverbod van 60 dagen bij niet-betaling binnen de wettelijke termijn;
- uitstel van uitvoering gedurende drie jaar voor een deel van die geldboete, namelijk 800 euro (100 euro verhoogd met 70 opdeciemen);
- een verval van het recht om alle motorvoertuigen te besturen voor 16 dagen;
- het herstel van het recht tot sturen afhankelijk van het slagen in het theoretisch examen;
- geen ongeschiktheidsverval op grond van art. 42;
- de gebruikelijke bijdragen en kosten: 200 euro voor het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden, 24 euro voor het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand, 277,18 euro gerechtskosten en een vaste vergoeding van 58,24 euro.
Over de ongeschiktheid was de rechter kort: “Gelet op de neergelegde stukken dient geen toepassing van artikel 42 van de Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer te worden gemaakt.” Het uitstel motiveerde hij met de vaststelling dat er aanleiding bestond te geloven dat de beklaagde “zich zal beteren”.
Analyse en betekenis voor de praktijk
Het jonge rijbewijs maakt het verval verplicht
Voor een ervaren bestuurder is een verval na een eerste drugsfeit in beginsel mogelijk, maar niet verplicht. Wie zijn rijbewijs B nog geen twee jaar heeft, krijgt die keuze niet: de rechter moet een verval uitspreken en minstens één herstelexamen opleggen. Hier koos de rechtbank voor het theoretisch examen, wat het wettelijke minimum is. Een vergelijkbare redenering vindt u in de analyse over een snelheidsovertreding met een rijbewijs van minder dan twee jaar.
Een praktisch gevolg: omdat het herstel afhankelijk is gemaakt van een examen, kan de rechter het verval niet beperken tot de weekends. Art. 38, § 2bis sluit die mogelijkheid uit wanneer het herstel afhangt van het slagen voor een of meer examens of onderzoeken.
Een relatief milde straf binnen de wettelijke grenzen
De geldboete werd vastgesteld op het wettelijke minimum van 200 euro. Met 70 opdeciemen (een vermenigvuldiging met acht, zoals gold op het ogenblik van de feiten) werd dat 1.600 euro, waarvan de helft met uitstel. Ook het verval van 16 dagen blijft dicht bij het minimum van acht dagen. Ondanks de hoge concentraties cannabis en cocaïne bleef de rechtbank dus dicht bij de wettelijke minima. Het gedeeltelijke uitstel werd gemotiveerd met het vertrouwen dat de beklaagde zich zal beteren.
Ongeschiktheid: geen toepassing gelet op de neergelegde stukken
Minstens even belangrijk is dat er geen verval wegens ongeschiktheid kwam. Zo’n verval heeft geen vaste duur: het loopt tot de betrokkene bewijst dat zij niet meer ongeschikt is. De rechter oordeelde op basis van de neergelegde stukken dat art. 42 niet moest worden toegepast. Het vonnis zegt niet welke stukken dat waren. Voor een voorbeeld waarin het ongeschiktheidsverval wél werd uitgesproken, zie de analyse amfetamine achter het stuur: verval en ongeschiktheid.
Wat is sindsdien gewijzigd?
Het vonnis paste de Wegverkeerswet toe in de versie die gold op het ogenblik van de feiten. Sindsdien is het kader op enkele punten gewijzigd:
- De Wegverkeerswet werd omgezet naar de systematiek van het nieuwe Strafwetboek door de wet van 25 mei 2026, met ingang van 1 september 2026. Sturen onder invloed van drugs staat nog altijd in art. 37bis, § 1, 1°, maar wordt nu bestraft met “een straf van niveau 1”. Het vroegere art. 37bis, § 2 over herhaling is opgeheven; de verplichte strengere regeling van art. 38, § 6 bij herhaling binnen drie jaar blijft wel bestaan.
- Art. 38, § 5 voor beginnende bestuurders geldt nog steeds. Sinds 1 januari 2026 kan de rechter een specifieke opleiding opleggen ter aanvulling of ter vervanging van het theoretisch en praktisch examen.
- Sinds 1 september 2026 is het nieuwe Strafwetboek in werking. Het uitstel staat nu in art. 65 Strafwetboek: de duur van het uitstel bedraagt minstens een jaar en hoogstens vijf jaar.
- Voor feiten vanaf 1 september 2026 wordt het nominale bedrag uit de nieuwe wet vermenigvuldigd met 1,25. Voor feiten tussen 1 februari en 31 augustus 2026 geldt een vermenigvuldiging met tien; voor de feiten van juni 2022 in deze zaak gold een vermenigvuldiging met acht.
Voor feiten van vóór 1 september 2026 blijft de rechter het oude recht toepassen, tenzij het nieuwe recht gunstiger is.
Praktische tips
- Ken de drempels. Voor THC volstaat bij een bloedanalyse al 1 ng/ml. Ook enige tijd na het gebruik kan cannabis nog boven die drempel worden aangetroffen. Het argument dat u zich niet meer onder invloed voelde, is dus geen verweer.
- Jong rijbewijs = verplicht verval en examen. Reken erop dat u minstens een examen moet afleggen voor u weer mag rijden; sinds 1 januari 2026 kan de rechter dat aanvullen of vervangen door een specifieke opleiding. Een verval dat enkel in het weekend loopt, is dan niet mogelijk.
- Bereid het luik ongeschiktheid voor. Wordt in de tenlastelegging art. 42 vermeld, dan loont het om tijdig stukken te verzamelen die uw rijgeschiktheid aantonen. In deze zaak steunde de rechter zijn beslissing over art. 42 uitdrukkelijk op de neergelegde stukken.
- Vermijd herhaling. Een nieuw drugsfeit binnen drie jaar na de uitspraak van een eerdere, definitieve veroordeling leidt in de regel tot een verplicht verval van ten minste drie maanden en vier herstelexamens. Lees daarover onze analyse over drugs in het verkeer bij herhaling.
- Betaal de geldboete tijdig. Anders kan het vervangend rijverbod worden uitgevoerd. Wie vandaag uitstel krijgt voor een overtreding van de Wegverkeerswet, moet bovendien weten dat dit uitstel volgens art. 65, § 4 Strafwetboek kan worden herroepen als hij tijdens de proeftijd een nieuw misdrijf pleegt dat tot een veroordeling krachtens de Wegverkeerswet leidt.
Toegepaste Wetsartikelen
Art. 37bis, § 1, 1°
Wegverkeerswet (gecoördineerd bij KB 16 maart 1968)
Strafbaarstelling van het besturen van een voertuig op een openbare plaats wanneer een speeksel- of bloedanalyse een van de genoemde drugs aantoont boven het wettelijke gehalte; op het ogenblik van de feiten bestraft met een geldboete van 200 tot 2.000 euro.
Art. 38, § 5
Wegverkeerswet (gecoördineerd bij KB 16 maart 1968)
Verplicht verval van het recht tot sturen en herstel minstens afhankelijk van het slagen voor het theoretisch of praktisch examen bij een veroordeling wegens een met een motorvoertuig begane overtreding die tot verval kan leiden, wanneer de schuldige sinds minder dan twee jaar houder is van het rijbewijs B.
Art. 38, § 1, 1°
Wegverkeerswet (gecoördineerd bij KB 16 maart 1968)
Facultatief verval van het recht tot sturen bij een veroordeling onder meer wegens art. 37bis, § 1; het verval bedraagt in beginsel ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar.
Art. 38, § 2bis
Wegverkeerswet (gecoördineerd bij KB 16 maart 1968)
Mogelijkheid om het effectieve verval enkel in het weekend of op feestdagen te laten uitvoeren, behalve onder meer wanneer het herstel afhankelijk is gemaakt van examens of onderzoeken.
Art. 42
Wegverkeerswet (gecoördineerd bij KB 16 maart 1968)
Verplicht verval wanneer de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig; de duur hangt af van het bewijs dat hij niet meer ongeschikt is.
Art. 69bis
Wegverkeerswet (gecoördineerd bij KB 16 maart 1968), versie op het ogenblik van de feiten
Bij niet-betaling van de geldboete binnen twee maanden na een vonnis op tegenspraak kon ze worden vervangen door een verval van het recht tot sturen van niet korter dan acht dagen en niet langer dan een jaar.
Art. 8
Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie
Rechtsgrond voor het gedeeltelijke uitstel van de geldboete (zoals geciteerd in het vonnis); sinds 1 september 2026 regelt art. 65 Strafwetboek het uitstel.
Art. 2
Strafwetboek (vroeger art. 2 oud Strafwetboek)
Toepassing van de strafwet in de tijd: geen zwaardere straf dan voorzien ten tijde van het misdrijf, en bij wetswijziging gelden de voor de dader gunstigste bepalingen.
Meer over Verkeersrecht
Ontdek al onze diensten, juridische tools en artikelen over verkeersrecht.
Bekijk expertisepagina VerkeersrechtVeelgestelde vragen over deze zaak
Meer over Verkeersrecht
Vergelijkbare situatie? Spreek een advocaat
Kies een eerste consultatie op kantoor (€ 90,75 incl. 21 % btw) of via videocall (€ 60,50 incl. btw).
Liever eerst bellen? 050 67 32 06
Gerelateerde Zaken
Alle rechtspraakRood licht in herhaling, rijbewijs jonger dan 2 jaar: verval en examen
Politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde
9 apr 2024
Snelheidsovertreding met rijbewijs minder dan 2 jaar: verval en examen
Politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent
17 jun 2022
Verzet tegen verstekvonnis: 1 jaar cel voor rijden tijdens verval
Politierechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge
17 jun 2026