Terug naar Rechtspraak
    Huurrecht
    Vordering afgewezen

    Afwijzing van vorderingen in kort geding wegens gebrek aan spoedeisendheid bij een huurgeschil

    Mr. Chanel Ribas ColomarVredegerecht van het eerste kanton Gent19 oktober 2026Gepubliceerd Bijgewerkt 0 weergaven
    Delen:
    Huurrecht - Afwijzing van vorderingen in kort geding wegens gebrek aan spoedeisendheid bij een huurgeschil

    Samenvatting van de Zaak

    In deze zaak buigt de vrederechter zich over een huurgeschil dat via een procedure in kort geding aanhangig werd gemaakt. De beweerde toegangsontzegging dateert van augustus 2026; de precieze dag wordt in het vonnis niet vermeld. De huurder stelt dat de verhuurder hem de toegang tot zijn gehuurde studio heeft ontzegd en zijn inboedel heeft achtergehouden. Aanvankelijk vorderde de huurder om opnieuw toegang te krijgen tot het pand, maar aangezien hij inmiddels een nieuwe huurwoning heeft gevonden, werd deze eis tijdens de procedure verlaten. De resterende vorderingen van de huurder strekken ertoe de verhuurder te dwingen, onder verbeurte van een dwangsom, om mee te delen waar zijn meubels zijn opgeslagen en deze terug te geven. Daarnaast vordert de huurder een verbod voor de verhuurder om over de goederen te beschikken en vraagt hij een voorschot van 5.000 euro op de schadevergoeding voor noodhuisvesting en verhuiskosten. De verhuurder verweert zich en stelt een tegeneis in om de sleutel terug te krijgen. Tevens vraagt de verhuurder om bepaalde geluidsopnames uit de debatten te weren wegens twijfels over de authenticiteit ervan. De vrederechter wijst zowel de hoofdvordering van de huurder als de tegeneis van de verhuurder af wegens een gebrek aan spoedeisendheid, wat een absolute voorwaarde is voor een kort geding. De rechter stelt vast dat reeds een procedure ten gronde liep waarin de huurder, via artikel 19 van het Gerechtelijk Wetboek, voorlopige maatregelen had kunnen vragen. Bovendien blijkt uit de verklaringen ter zitting dat de meubels van de huurder zich in de kelder van het gebouw bevinden en dat de huurder nog steeds toegang heeft tot de gemene delen om deze op te halen. Een rechterlijk bevel met dwangsom is dus overbodig. Ook de tegeneis van de verhuurder mist urgentie, aangezien de verhuurder al toegang heeft tot de studio en deze intussen zelfs opnieuw verhuurd zou zijn. Omdat beide partijen in het ongelijk worden gesteld, oordeelt de rechter dat elke partij de eigen gerechtskosten draagt en worden de rolrechten gedeeld.

    Uitkomst:
    Vordering afgewezen

    Kernpunten

    • 1Een procedure in kort geding vereist actuele spoedeisendheid. De mogelijkheid om via artikel 19 Ger.W. voorlopige maatregelen in de bodemprocedure te vragen, woog in deze zaak mee bij de beoordeling, maar sluit een kort geding bij actuele spoedeisendheid niet uit.
    • 2Geldelijke vorderingen tot schadevergoeding of voorschotten daarop horen in de regel thuis in de procedure ten gronde, niet in kort geding.
    • 3Deze vrederechter weerde de voorgelegde geluidsopnames wegens ontbrekende waarborgen omtrent hun authenticiteit en verwees daarbij naar mogelijke AI-manipulatie.
    • 4Wanneer een praktisch probleem feitelijk al opgelost kan worden door de partijen zelf, ontbreekt de noodzaak voor een rechterlijk bevel met dwangsom.

    Juridische Analyse

    Inleiding en Context van het Geschil

    Het voorliggende vonnis van het Vredegerecht van het eerste kanton Gent illustreert een klassieke valkuil in het huurrecht: het oneigenlijk gebruik van de procedure in kort geding wanneer er reeds een procedure ten gronde aanhangig is, gecombineerd met een gebrek aan daadwerkelijke urgentie. De zaak draait om een huurder die stelt in augustus 2026 onrechtmatig uit zijn studio te zijn gezet en via een kort geding de teruggave van zijn inboedel en een financieel voorschot vordert.

    De Vereiste van Spoedeisendheid in Kort Geding

    Beoordeling van de Urgentie

    De juridische grondslag voor het optreden van de vrederechter in deze procedure is artikel 43, § 2 van het Vlaams Woninghuurdecreet. Deze bepaling stelt dat de vrederechter, in afwijking van artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek, bij voorraad uitspraak doet over geschillen inzake woninghuur die hij spoedeisend acht. De spoedeisendheid is de hoeksteen van het kort geding. Zoals de vrederechter terecht opmerkt, moet deze urgentie ambtshalve worden nagegaan en beoordeeld worden op het ogenblik van de uitspraak.

    In casu oordeelt de rechter dat de vereiste hoogdringendheid ontbreekt. De huurder had immers zijn eis om opnieuw toegang te krijgen tot de studio laten varen omdat hij intussen een andere woning had gevonden. Wat overbleef, was een dispuut over de teruggave van roerende goederen en een financiële claim. Voor de teruggave van de goederen bleek ter zitting dat de meubels in de kelder stonden en de huurder toegang had tot de gemene delen. Er was dus geen absolute noodzaak voor een onmiddellijke rechterlijke beslissing om ernstig nadeel te voorkomen; het probleem was feitelijk al oplosbaar door de partijen zelf.

    Verhouding tot de Procedure ten Gronde (Artikel 19 Ger.W.)

    Een cruciaal element in de motivering van de vrederechter is de wisselwerking tussen het kort geding en de reeds hangende bodemprocedure. De procedure ten gronde was op 7 september 2026 ingeleid. De huurder had zich daar verzet tegen korte debatten. Slechts enkele dagen later, op 10 september 2026, dagvaardde hij in kort geding voor beweerde feiten die volgens zijn uiteenzetting uit augustus 2026 dateerden.

    De rechter wijst erop dat de huurder in de procedure ten gronde gebruik had kunnen maken van artikel 19, derde lid van het Gerechtelijk Wetboek. Dit artikel bepaalt:

    "Alvorens recht te doen, kan de rechter, in elke stand van de rechtspleging, een voorafgaande maatregel bevelen om de vordering te onderzoeken of een tussengeschil te regelen dat betrekking heeft op een dergelijke maatregel, dan wel de toestand van de partijen voorlopig te regelen."
    Door een parallelle procedure in kort geding te starten in plaats van een incidentele vordering in de bodemprocedure in te stellen, compliceerde de huurder de zaak onnodig. Dit ondergraaft de geloofwaardigheid van de ingeroepen spoedeisendheid.

    Financiële Vorderingen en Dwangsommen

    De huurder vorderde tevens een voorschot van 5.000 euro voor noodhuisvesting en verhuiskosten, evenals dwangsommen (op basis van artikel 1385bis Ger.W.) voor de teruggave van de goederen. De vrederechter wijst deze af. Een kort geding dient om voorlopige maatregelen te treffen, niet om vooruit te lopen op het debat ten gronde over aansprakelijkheid en schadevergoeding. Aangezien de vraag of de verhuurder al dan niet foutief heeft gehandeld nog ten gronde moet worden beslecht, is een uitspraak over pecuniaire vorderingen in kort geding hier niet op zijn plaats.

    Bewijsvoering en de Impact van Artificiële Intelligentie (AI)

    Een bijzonder opmerkelijk en actueel aspect van dit vonnis is de houding van de rechter ten aanzien van eenzijdig voorgelegde geluidsopnames. De verhuurder vroeg de wering van deze opnames uit de debatten. De vrederechter treedt dit bij met een opvallende motivering over moderne technologie:

    "Er is geen waarborg omtrent de authenticiteit ervan en inderdaad kan, helaas, de dag van vandaag middels AI met geluidsopnamen en beeldopnamen van alles uitgespookt worden. Rechtbanken moeten er bijzonder voorzichtig met omgaan."

    Deze vrederechter waarschuwt voor mogelijke manipulatie van geluids- en beeldopnamen met AI. Hij haalt een plaatsopneming, te vragen op de inleidende zitting van de bodemprocedure, aan als alternatief voor de voorgelegde opnames om de feiten vast te stellen.

    Kostenveroordeling

    Omdat zowel de hoofdvordering van de huurder als de tegeneis van de verhuurder (die de sleutel terugvroeg, hoewel hij al toegang had tot het pand) worden afgewezen, past de rechter artikel 1017, vierde lid van het Gerechtelijk Wetboek toe. Dit artikel stelt dat de kosten kunnen worden omgeslagen wanneer de partijen onderscheidenlijk omtrent enig geschilpunt in het ongelijk zijn gesteld. Elke partij draagt haar eigen kosten en het rolrecht wordt bij helften verdeeld.

    Conclusie en Praktische Implicaties

    Dit vonnis bevat belangrijke lessen voor rechtspractici en partijen in huurgeschillen:

    • Kies de juiste procedure: Onderzoek bij een lopende bodemprocedure de mogelijkheid om via artikel 19, derde lid Ger.W. voorlopige maatregelen te vragen. Die mogelijkheid woog in deze zaak mee bij de beoordeling van de urgentie, maar sluit een kort geding bij actuele spoedeisendheid niet uit.
    • Praktisch oplossen primeert: Rechters zijn terughoudend om dwangsommen op te leggen voor zaken die partijen met wat gezond verstand zelf kunnen regelen (zoals het ophalen van meubels uit een toegankelijke kelder).
    • Wees voorzichtig met digitaal bewijs: Eenzijdige geluids- of beeldopnames kunnen hun bewijswaarde verliezen als de tegenpartij de authenticiteit betwist, zeker in het huidige tijdperk van AI. Officiële vaststellingen (zoals een plaatsopneming of een vaststelling door een gerechtsdeurwaarder) blijven de veiligste weg.

    Toegepaste Wetsartikelen

    Art. 43

    Vlaams Woninghuurdecreet

    Bevoegdheid vrederechter en kort geding in huurgeschillen

    Art. 19

    Gerechtelijk Wetboek

    Voorlopige maatregelen tijdens de rechtspleging

    Art. 584

    Gerechtelijk Wetboek

    Bevoegdheid in kort geding

    Art. 1017

    Gerechtelijk Wetboek

    Verwijzing in de gerechtskosten en omslag van kosten

    Art. 1385bis

    Gerechtelijk Wetboek

    Veroordeling tot betaling van een dwangsom

    Meer over Huurgeschillen

    Ontdek al onze diensten, juridische tools en artikelen over huurgeschillen.

    Bekijk expertisepagina Huurgeschillen

    Veelgestelde vragen over deze zaak

    Meer over Huurrecht

    HuurClaim PRO — onbetaalde huur innen

    Stel zelf een juridisch sluitende ingebrekestelling op, verzend ze aangetekend en bereid een verzoekschrift voor de vrederechter voor — onder begeleiding van een advocaat.

    • Alles in één dossier — overzicht, documenten en status op één plek
    • Juridisch sluitende ingebrekestelling, klaar in enkele minuten
    • Duidelijk stappenplan: van eerste aanmaning tot verzoekschrift vrederechter
    • Begeleiding door een advocaat bij elke stap, met indicatieve kosten vooraf
    Ingebrekestelling + aangetekendVerzoekschrift vrederechterStukkenbundel automatisch

    Huurcontract Analyse PRO

    Upload uw huurcontract en ontvang meteen een AI-risicoanalyse én een herwerkt, marktconform en juridisch correct huurcontract — getoetst aan de Belgische huurwetgeving 2026.

    • Upload uw huurcontract (PDF, DOCX of foto)
    • AI scant alle risico's en oneerlijke clausules
    • Ontvang meteen een herwerkt, marktconform huurcontract (Word)
    • Getoetst aan de laatste Belgische huurwetgeving 2026
    AI scant alle risico'sHerwerkt huurcontract (Word)Conform huurwetgeving 2026

    Vergelijkbare situatie? Spreek een advocaat

    Kies een eerste consultatie op kantoor (€ 90,75 incl. 21 % btw) of via videocall (€ 60,50 incl. btw).

    Liever eerst bellen? 050 67 32 06

    Kantoor € 75Video € 50

    Prijzen excl. btw

    Meer info: cookie beleid · privacy