Verjaring van strafbare feiten: verjaringstermijnen strafrecht in België
Verjaart uw strafzaak? Sinds 1 september 2026 hangt de verjaringstermijn aan het strafniveau: 10, 15, 20 of 30 jaar. Deze gids legt de termijnen, het aanvangspunt en de berechtingsverjaring uit.

Mr. Peter-Jan De Meulenaere
Advocaat • Balie West-Vlaanderen • Universiteit Gent
Wettelijk Kader
Dit artikel is gebaseerd op de volgende Belgische wetgeving:
- •
Wetboek van Strafvordering(art. 21 en 21bis V.T.Sv.)
Verjaring van de strafvordering naar strafniveau: 10 jaar bij niveau 1 tot 3, 15 jaar bij niveau 4 tot 6, 20 jaar bij niveau 7 en 30 jaar bij niveau 8
- •
Wetboek van Strafvordering(art. 23 en 24 V.T.Sv.)
Berechtingsverjaring en de gronden van schorsing. De stuiting van art. 22 V.T.Sv. bestaat sinds 28 april 2024 niet meer
- •
Strafwetboek 1867 (oud)(art. 74 Sw.)
Verjaring van de straf: 20 jaar bij niveau 7 en 8, 10 jaar bij niveau 4 tot 6, 5 jaar bij niveau 1 tot 3, nooit korter dan de opgelegde straf. Vervangt art. 91-93 Sw. 1867
- •
- •
Wet betreffende de Politie over het Wegverkeer(art. 68 Wegverkeerswet)
Eén termijn van drie jaar voor elke inbreuk op de Wegverkeerswet en haar uitvoeringsbesluiten
- •
EVRM(art. 6 EVRM)
Behandeling binnen een redelijke termijn
Ligt er nog een oud dossier op tafel en vraagt u zich af of de zaak intussen verjaard is, of net niet? Verjaring in het strafrecht is een van de meest technische discussies die er bestaat: één verkeerd gekozen begindatum of één gemiste stap kan het verschil uitmaken tussen een veroordeling en volledige straffeloosheid. De Wet Strafprocesrecht I van 9 april 2024 heeft de spelregels grondig veranderd, en sinds 1 september 2026 bepaalt het nieuw Strafwetboek de hele tabel hieronder: de termijn hangt nu aan het strafniveau, niet meer aan de oude driedeling. Wie zich op verouderde internetinformatie baseert, trekt snel de verkeerde conclusie.
U hoeft dit niet alleen uit te zoeken. Een advocaat strafrecht kan voor u nagaan of de strafvordering écht verjaard is, welke termijn en welk aanvangspunt op uw feiten van toepassing zijn, en of de zaak al onherroepelijk werd "bevroren" door aanhangigmaking bij het vonnisgerecht. Deze gids legt de termijnen en de hervorming helder uit, en toont u wanneer het slim is om die analyse te laten maken.
Wanneer schakelt u best een advocaat strafrecht in?
Laat een verjaringsvraag toetsen, bel of boek een videocall, zeker als:
- u een dagvaarding, oproeping of verwijzingsbeschikking ontvangt voor feiten van jaren geleden en zich afvraagt of de zaak nog vervolgbaar is;
- het gaat om oudere feiten van vóór 28 april 2024 en u wilt weten of de oude, kortere termijnen nog spelen;
- u een fraude-, financieel of "voortgezet" dossier heeft waarin de begindatum (de laatste handeling) allesbepalend is;
- het om zeden-, verkeers- of jeugddossiers gaat, waar afwijkende of bijzondere termijnen gelden;
- een onderzoek of procedure jarenlang aansleept en u zich afvraagt of de redelijke termijn is overschreden;
- u al veroordeeld bent maar de straf nog niet werd uitgevoerd (verjaring van de straf);
- u simpelweg zekerheid wilt vóór u iets ondertekent, betaalt of verklaart.
Videocall 30 min € 60,50 incl. btw · kantoorafspraak 60 min € 90,75 incl. btw · vaak gedekt door uw rechtsbijstandsverzekering
Wat betekent verjaring in het strafrecht?
Wanneer een strafbaar feit verjaart, vervalt voor de overheid definitief het recht om de dader nog te vervolgen of te straffen. De verjaring van de strafvordering biedt zo rechtszekerheid: na verloop van tijd hoeft een verdachte of beklaagde niet meer te vrezen voor een strafproces. Hoelang die termijn bedraagt, hangt sinds 1 september 2026 af van het strafniveau dat de wet aan het misdrijf toekent. De oude driedeling overtreding, wanbedrijf en misdaad bestaat niet meer: art. 36 Sw. deelt de hoofdstraffen in acht niveaus in, en art. 21 V.T.Sv. knoopt uitsluitend nog daarbij aan. Voor feiten van vóór 1 september 2026 blijft het oude regime gelden (art. 2 Sw.).
De termijnen sinds 1 september 2026
De basisregels staan in de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering (art. 21 e.v.). De Wet Strafprocesrecht I van 9 april 2024 (BS 18 april 2024) heeft ze op 28 april 2024 grondig hervormd, en sinds 1 september 2026 koppelt art. 21 V.T.Sv. de termijn aan het strafniveau dat de wet op het misdrijf stelt (art. 36 Sw.). De termijn loopt vanaf de dag waarop het misdrijf is gepleegd, en die dag telt mee.
| Strafniveau (art. 36 Sw.) | Verjaringstermijn strafvordering | Voorbeelden |
|---|---|---|
| Niveau 1, 2 of 3 | 10 jaar | oplichting (art. 479 Sw.), witwassen (art. 502 Sw.), valsheid in geschriften (art. 451 Sw.), doding in het verkeer (art. 107 Sw.) |
| Niveau 4, 5 of 6 | 15 jaar | verzwaarde doding in het verkeer (art. 107/1 Sw.) |
| Niveau 7 | 20 jaar | de zwaarste misdrijven onder de levenslange straf |
| Niveau 8 | 30 jaar | de misdrijven waarop de zwaarste straf staat |
Deze vier termijnen vervangen de reeks 1 / 10 / 15 / 20 / 30 jaar die aan de oude driedeling hing. Er bestaat sinds 1 september 2026 geen termijn van één jaar meer.
Let op: sommige zeer ernstige misdrijven verjaren nooit, zie de rubriek over onverjaarbare misdrijven verderop.
De termijnen voor oudere feiten
Voor feiten van vóór 1 september 2026 blijft het oude regime het vertrekpunt (art. 2 Sw.). Dat regime werkte met de driedeling overtreding, wanbedrijf en misdaad, en kende zelf twee fases: de termijnen tot 27 april 2024 en de langere termijnen die de Wet Strafprocesrecht I op 28 april 2024 invoerde. Voor wie te maken heeft met oudere feiten is dit onderscheid essentieel.
| Categorie (oude indeling) | Tot 27 april 2024 | 28 april 2024 tot 31 augustus 2026 |
|---|---|---|
| Overtreding | 6 maanden | 1 jaar |
| Wanbedrijf | 5 jaar | 10 jaar |
| Misdaad | vaak 10 jaar (soms 15) | 15 / 20 / 30 jaar |
Hebt u te maken met feiten van vóór 2024? Dan moet altijd worden nagegaan of de strafvordering op 28 april 2024 al verjaard was. Was dat nog niet zo, dan gelden in principe de nieuwe, langere termijnen; was de zaak toen al verjaard, dan blijft zij definitief verjaard (zie de rubriek over overgangsrecht). Precies dat soort dossieranalyse laat u het best door een advocaat maken, de rekenfout zit vaak in het detail.
Vier vragen voor u een datum berekent
Voor u zich zorgen maakt of gerust voelt op basis van een datum in uw hoofd: de beoordeling verloopt meestal in vier stappen, en op elke stap kan het misgaan.
1. Wat is de juridische kwalificatie? Welk misdrijf is het precies, en op welk strafniveau (art. 36 Sw.) staat het? Niet de gevoelsmatige ernst, maar de wettelijke strafbedreiging bepaalt welke basistermijn geldt. Bij feiten van vóór 1 september 2026 speelt ook de oude indeling in overtreding, wanbedrijf en misdaad nog mee.
2. Wat is het juiste aanvangspunt? De termijn begint in de regel te lopen op de dag waarop het misdrijf is gepleegd. Daarop bestaan belangrijke nuances:
- aflopend (eenmalig) misdrijf, de dag van de feiten (bv. een winkeldiefstal);
- voortgezet misdrijf of samenhangende feiten, doorgaans het laatste feit. Denk aan een boekhouder die maandelijks gedurende vier jaar geld verduistert: voor álle feiten begint de termijn pas op de datum van de laatste handeling;
- voortdurend misdrijf, pas wanneer de strafbare toestand ophoudt.
Een fout gekozen begindatum leidt snel tot een verkeerde conclusie.
3. Is er stuiting of schorsing geweest? Sinds de hervorming moet veel preciezer naar schorsing worden gekeken, want de vroegere ruime praktijk rond stuiting is afgeschaft (zie hieronder).
4. Is de zaak al aanhangig gemaakt bij het vonnisgerecht? Sinds 28 april 2024 stopt de mogelijkheid van verjaring zodra de strafzaak aanhangig wordt gemaakt bij het vonnisgerecht, de zogenaamde berechtingsverjaring.
Twijfelt u over één van deze stappen, dan is dat exact het moment om een advocaat te laten meekijken.
Stuiting, schorsing en berechtingsverjaring
Dit is het technisch belangrijkste onderdeel van de hervorming. De berekening van de verjaring was vroeger een kluwen; de wetgever heeft dat vereenvoudigd door de termijnen te verlengen en het eindpunt te verplaatsen.
Stuiting is afgeschaft
Vroeger kon een daad van onderzoek of vervolging (een verhoor, een huiszoeking, zelfs een eenvoudig proces-verbaal) de verjaring stuiten: de teller begon opnieuw vanaf nul, waardoor de totale duur in de praktijk kon verdubbelen. Die stuiting is in het strafrecht volledig afgeschaft door de hervorming van 28 april 2024. Onderzoeksdaden doen dus niet langer automatisch een nieuwe termijn lopen. Meer over het algemene mechanisme leest u op onze pagina over stuiting van de verjaring.
Berechtingsverjaring, het nieuwe eindpunt
Om te vermijden dat een zaak vlak vóór de eindstreep alsnog verjaart, voerde de wetgever de berechtingsverjaring in. De verjaring van de strafvordering stopt definitief zodra de zaak aanhangig wordt gemaakt bij het vonnisgerecht. Dat gebeurt concreet door:
- een rechtstreekse dagvaarding voor de bevoegde strafrechter;
- een verwijzing door de raadkamer (of de kamer van inbeschuldigingstelling).
Cruciaal is wat niet volstaat: een loutere vordering tot gerechtelijk onderzoek, of de aanhangigmaking bij de raadkamer voor de regeling van de rechtspleging, stopt de verjaring niet. Enkel de stap naar de finale vonnisrechter bevriest de klok. Vanaf dat moment kan de strafvordering tijdens het proces in principe niet meer verjaren, ook niet in hoger beroep of na verzet. Voor verdachten maakt dit vaak het verschil tussen "nog net verjaard" en "toch nog vervolgbaar".
Schorsing is sterk beperkt
Een schorsing pauzeert de verjaringsklok tijdelijk, om daarna verder te lopen waar hij was gestopt (meer theorie op onze pagina over schorsing van de verjaring). De open lijst van vroeger is verdwenen; de gronden zijn nu strikt beperkt:
- een wettelijk beletsel waardoor de strafvordering onmogelijk kan worden uitgeoefend;
- de periode van formele onderhandelingen over een minnelijke schikking (art. 216bis Sv) of een strafbemiddeling (art. 216ter Sv).
Vage verwijzingen naar bijvoorbeeld "een prejudiciële vraag" volstaan dus niet meer als standaarduitleg van de schorsing.
En als de procedure onredelijk lang duurt?
Dat een zaak na de aanhangigmaking niet meer verjaart, betekent niet dat de overheid onbeperkt traag mag werken. Elke burger heeft op grond van artikel 6 EVRM recht op een behandeling binnen een redelijke termijn. Bij overschrijding kan de rechter:
- een straf onder het wettelijk minimum opleggen;
- een eenvoudige schuldigverklaring uitspreken (schuldig, maar geen straf);
- bij een zeer zwaarwichtige miskenning van de redelijke termijn de strafvordering vervallen verklaren.
Nieuw is dat die laatste, zware sanctie niet langer gekoppeld is aan een onherstelbare aantasting van de rechten van verdediging: een zeer zwaarwichtige miskenning van de redelijke termijn volstaat op zich. Dit is geen klassieke verjaring, maar wél een belangrijk correctiemechanisme in buitensporig lang aanslepende dossiers. Wie het resterende strafrechtelijke risico wil inschatten, kan onze strafmaat-simulator raadplegen als eerste hulpmiddel.
Verjaring van de strafvordering of van de straf?
Deze twee begrippen worden vaak door elkaar gehaald, maar juridisch verschillen ze fundamenteel. Het moment waarop u zich in de procedure bevindt, bepaalt welke termijn geldt.
Verjaring van de strafvordering, het recht om te vervolgen
De verjaring van de strafvordering draait om de vraag of het Openbaar Ministerie u nog voor de rechter kan brengen. Is de strafvordering verjaard vóór er een definitief vonnis is, dan kan de rechter u niet meer veroordelen en verklaart hij de strafvordering vervallen. Dit is van openbare orde en wordt door de rechter ambtshalve vastgesteld, ook als u er als beklaagde zelf niet om vraagt. Het merendeel van deze pagina gaat over deze vorm van verjaring.
Verjaring van de straf / strafuitvoering, het recht om een straf uit te voeren
Bent u al definitief veroordeeld maar hebt u uw straf nog niet ondergaan, dan speelt de verjaring van de straf (strafuitvoering). Wacht de overheid te lang met de uitvoering, dan mag de straf niet meer worden voltrokken. Dit is sinds 1 september 2026 geregeld in art. 74 van het Strafwetboek; voor feiten van vóór die datum stond het in de artikelen 91 tot 93 van het oude wetboek.
| Strafniveau van de opgelegde straf | Verjaring van de strafuitvoering (art. 74 Sw.) |
|---|---|
| Niveau 7 en 8 | 20 jaar |
| Niveau 4, 5 en 6 | 10 jaar |
| Niveau 1, 2 en 3 | 5 jaar |
Drie regels horen daarbij. De termijn is nooit korter dan de duur van de opgelegde straf. Art. 74, § 3 Sw. bevat een afzonderlijke regeling voor straffen met uitstel. En genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden zijn van de verjaring van de straf uitgesloten.
Voorbeeld: werd u veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf maar nooit opgeroepen om die te ondergaan, dan vervalt de straf in principe na 5 jaar. U moet dan de gevangenis niet meer in, maar de veroordeling blijft wel op uw strafregister staan.
Bijzondere regimes
Niet elk strafbaar feit valt onder de algemene tabel. Voor bepaalde categorieën gelden bijzondere regels, en juist daar loont het om een advocaat de exacte termijn te laten bepalen.
Onverjaarbare misdrijven
Sommige misdrijven zijn zó ernstig dat de wetgever ze onverjaarbaar heeft gemaakt: de dader kan, ongeacht het tijdsverloop, steeds worden vervolgd en gestraft. Het gaat om:
- genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden;
- ernstige seksuele misdrijven op minderjarigen, onverjaarbaar sinds de Wet van 14 november 2019 (reparatiewet van 5 december 2019), in werking op 30 december 2019. Voor de zwaarste zedenfeiten op minderjarigen, zoals verkrachting, aanranding van de eerbaarheid en kinderpornografie, blijft vervolging dus mogelijk, ook vele jaren later.
De historische zeden-regel
Voor oudere zedenzaken die niet onder de huidige onverjaarbaarheid vallen, gold een bijzondere beschermingsregel: de termijn van 15 (soms 20) jaar begon pas te lopen vanaf de meerderjarigheid van het slachtoffer. Zo kreeg het slachtoffer de tijd om als volwassene alsnog klacht in te dienen. Juist in zedenzaken is voorzichtigheid met algemene internetinformatie geboden: de datum van de feiten, de precieze kwalificatie en de leeftijd van het slachtoffer zijn beslissend.
Fraudezaken: oplichting, fiscale fraude, misbruik van vennootschapsgoederen
Oplichting (art. 479 Sw.) en witwassen (art. 502 Sw.) zijn misdrijven van niveau 3 en verjaren daardoor in tien jaar op grond van art. 21 V.T.Sv. Voor fiscale fraude en misbruik van vennootschapsgoederen geldt hetzelfde zodra de straf op niveau 1, 2 of 3 ligt. Onder de oude wet verjaarden deze complexe dossiers vaak al na 5 jaar; de kwalificatie wanbedrijf bestaat als wettelijke categorie niet meer. Omdat financiële fraude zich vaak over een lange periode uitstrekt (voortgezet misdrijf), begint die termijn bovendien pas te lopen na de allerlaatste frauduleuze handeling.
Verkeersmisdrijven en de politierechtbank
Verkeersmisdrijven worden niet volgens het algemene strafrecht berecht, maar vallen onder een lex specialis (de Wegverkeerswet) en kennen daardoor afwijkende termijnen voor de politierechtbank:
- 3 jaar voor elke inbreuk op de Wegverkeerswet en haar uitvoeringsbesluiten, zonder onderscheid (art. 68 Wegverkeerswet). Er bestaat geen kortere termijn van twee jaar voor gewone verkeersinbreuken;
- 10 jaar voor doding in het verkeer (art. 107 Sw., niveau 3) en voor het veroorzaken van een integriteitsaantasting in het verkeer (art. 218 Sw., niveau 2);
- 15 jaar voor verzwaarde doding in het verkeer (art. 107/1 Sw., niveau 4).
Ook hier geldt sinds april 2024 de afschaffing van de stuiting. Gebruik deze termijnen als eerste indicatie, niet als sluitende eindconclusie, laat uw dossier beoordelen voor een exacte berekening.
Geldt de hervorming van 2024 ook voor oude feiten?
Een veelgestelde vraag: geldt de strengere wetgeving van 28 april 2024 ook voor misdrijven van vóór die datum? Het antwoord is duidelijk: er zijn geen overgangsbepalingen. De nieuwe regels werken onmiddellijk, met één ijzeren grens, wat verjaard is, blijft verjaard:
- was uw dossier op 28 april 2024 volgens de oude, kortere regels al verjaard, dan blijft het definitief verjaard;
- was het op die datum nog niet verjaard, dan gelden onmiddellijk de nieuwe, langere termijnen. Voor veel beklaagden verschoof een nakende verjaring (bv. op 5 jaar) daardoor plots naar 10 jaar. Bij feiten van vóór 2024 is dus vaak een grondige dossieranalyse nodig.
Wat betekent verjaring voor het slachtoffer?
Neen. Vervalt de strafvordering door verjaring, dan kan de dader geen straf meer krijgen, vaak leidt dit tot een seponering van het dossier. Maar het slachtoffer blijft niet in de kou staan: de burgerlijke vordering volgt haar eigen verjaringsregels in het burgerlijk recht en kan in beginsel nooit verjaren vóór de strafvordering. Een verjaarde strafzaak ontslaat de dader dus niet automatisch van de plicht om de schade te vergoeden.
De kosten van een advocaat worden bovendien vaak gedekt door uw rechtsbijstandsverzekering (dikwijls inbegrepen in de familiale of de autoverzekering).
Wat is er veranderd op 1 september 2026?
De hervorming van april 2024 was stap één. Sinds 1 september 2026 is het nieuw Strafwetboek van kracht (Wet van 29 februari 2024; de oorspronkelijk geplande datum van 8 april 2026 werd uitgesteld). Dat wetboek vervangt de klassieke driedeling overtreding-wanbedrijf-misdaad door een systeem van acht strafniveaus (art. 36 Sw.), waarin elk misdrijf in een niveau wordt ondergebracht. Op dezelfde datum werd art. 21 V.T.Sv. aangepast: de verjaringstermijn hangt nu rechtstreeks af van dat strafniveau (zie de tabel bovenaan).
Voor feiten van vóór 1 september 2026 blijft het oude regime het vertrekpunt. Er mag geen zwaardere straf worden opgelegd dan die op het ogenblik van de feiten, en bij een wijziging van de strafwet gelden de voor de dader meest gunstige bepalingen (art. 2 Sw.). Loopt uw dossier over meerdere jaren, dan moeten beide hervormingen, die van 2024 én die van 2026, samen worden bekeken.
Voorbeelden uit de praktijk
De onderstaande situaties zijn illustratief en dienen enkel ter verduidelijking; elk dossier wordt individueel beoordeeld.
Voorbeeld 1: het "nog net vervolgbare" fraudedossier
Situatie: een cliënt ontvangt een dagvaarding voor feiten van fiscale fraude die jaren teruggaan en gaat ervan uit dat "het toch wel verjaard zal zijn".
Aanpak: de advocaat reconstrueert de tijdlijn en toont aan dat het om een voortgezet misdrijf gaat, waardoor de termijn pas begint bij de laatste handeling, en dat de zaak intussen bij het vonnisgerecht aanhangig werd gemaakt.
Resultaat: de verjaring blijkt niet ingetreden; de verdediging schakelt over op een inhoudelijke strategie in plaats van te rekenen op een verjaring die er niet is.
Voorbeeld 2: oude feiten die op 28 april 2024 al verjaard waren
Situatie: een beklaagde wordt vervolgd voor oude feiten die in de toenmalige indeling een wanbedrijf waren, en waarvan de oude termijn van 5 jaar al verstreken leek.
Aanpak: de advocaat gaat na of de strafvordering op 28 april 2024 al verjaard was volgens het oude regime.
Resultaat: was dat het geval, dan blijft de zaak definitief verjaard, "wat verjaard is, blijft verjaard", en wordt dat als verweer opgeworpen.
Voorbeeld 3: een procedure die jaren aansleept
Situatie: een dossier is al aanhangig bij de rechter en verjaart dus niet meer, maar sleept al jaren aan.
Aanpak: de advocaat onderzoekt of de redelijke termijn (art. 6 EVRM) is overschreden.
Resultaat: bij een vastgestelde overschrijding kan de rechter de straf milderen, een eenvoudige schuldigverklaring uitspreken of, in het zwaarste geval, de strafvordering vervallen verklaren.
Onze aanpak
Een verjaringsdiscussie luistert op de dag nauw. Zo pakken wij uw dossier aan:
- Intake (videocall). U schetst kort uw situatie en bezorgt de kerndocumenten (pv's, dagvaarding, verwijzingsbeschikking). Wij bekijken meteen of er een verjaringspiste is.
- Strategie. Wij bepalen de juiste kwalificatie, het exacte aanvangspunt en of de zaak al aanhangig werd gemaakt bij het vonnisgerecht, en wegen af of verjaring, redelijke termijn of een inhoudelijk verweer de sterkste kaart is.
- Onderhandeling of verweer. Waar mogelijk zoeken we een oplossing buiten de zitting (bv. een minnelijke schikking of strafbemiddeling); waar nodig bereiden we het verweer op de dagvaarding grondig voor.
- Procedure. Wij pleiten uw verjaringsverweer of uw inhoudelijke verdediging voor de bevoegde strafrechter, en indien aangewezen in hoger beroep of na verzet.
- Nazorg. Wij lichten het vonnis toe, bewaken termijnen voor rechtsmiddelen en begeleiden u bij de gevolgen (strafregister, eventuele burgerlijke vordering).
Verjaring in het strafrecht is precisiewerk: één foute berekening kan het verschil betekenen tussen een veroordeling en volledige straffeloosheid. Een gespecialiseerde advocaat strafrecht toetst uw dossier tegen de juiste regels, die in 2024 en opnieuw in 2026 werden gewijzigd, en zegt u met zekerheid of de strafvordering is ingetreden, of net niet.
U kunt ons ook rechtstreeks bellen, of meteen uw dossier laten beoordelen.
Praktisch, wat doet u alvast zelf best?
- bewaar alle data: processen-verbaal, brieven, dagvaardingen en verwijzingsbeschikkingen;
- kijk niet alleen naar de pleegdatum, maar naar het juiste aanvangspunt;
- laat nagaan of de zaak al aanhangig is gemaakt bij het vonnisgerecht, en verwar stuiting niet met schorsing;
- in zeden-, fraude- en verkeerszaken zijn de uitzonderingen vaak beslissend.
Dichtstbijzijnde kantoor: LawBase Brugge(West-Vlaanderen)
Oosterlingenplein 4A, 8000 Brugge
Veelgestelde vragen
Gerelateerde Artikelen
Alle expertiseStuiting verjaring
Een verjaring stuiten vraagt de juiste handeling op het juiste moment. Welke daden stuiten, wie de brief geldig verstuurt, en welke nieuwe termijn er dan loopt.
Hoger beroep strafzaak
Alles over hoger beroep in strafzaken: termijnen van 30 dagen, procedurele stappen volgens Art. 199-215 Sv. en juridisch advies van de experts van LawBase.
Verzet tegen vonnis
Bij verstek veroordeeld? U hebt 15 dagen om verzet aan te tekenen. Een advocaat strafrecht berekent uw termijn en beoordeelt uw dossier via videocall.