Verjaring stuiten: hoe en wanneer?

    Een verjaring stuiten vraagt de juiste handeling op het juiste moment. Welke daden stuiten, wie de brief geldig verstuurt, en welke nieuwe termijn er dan loopt.

    Door Mr. Peter-Jan De Meulenaere•15 min leestijd•957 lezers
    Delen:
    Expert Review
    Mr. Peter-Jan De Meulenaere - Advocaat bij LawBase

    Mr. Peter-Jan De Meulenaere

    Advocaat • Balie West-Vlaanderen • Universiteit Gent

    Juridisch geverifieerd door Peter-Jan
    VerkeersrechtVastgoedErfrecht

    Wettelijk Kader

    Dit artikel is gebaseerd op de volgende Belgische wetgeving:

    • •
      Burgerlijk Wetboek(art. 2242 oud BW)

      Begrip stuiting: de gestuite termijn begint volledig opnieuw te lopen

    • •
      Burgerlijk Wetboek(art. 2244 oud BW)

      Stuitingsgronden: dagvaarding, bevel tot betaling en beslag

    • •
      Burgerlijk Wetboek(art. 2244, § 2 oud BW)

      Buitengerechtelijke stuitende ingebrekestelling, ingevoegd bij de wet van 23 mei 2013

    • •
      Burgerlijk Wetboek(art. 2246 oud BW)

      Dagvaarding voor een onbevoegde rechter stuit eveneens

    • •
      Burgerlijk Wetboek(art. 2247 oud BW)

      Wanneer de stuiting geacht wordt niet te hebben plaatsgehad

    • •
      Burgerlijk Wetboek(art. 2248 oud BW)

      Stuiting door erkenning van de schuld door de schuldenaar

    • •
      Gerechtelijk Wetboek(art. 1394/21 Ger.W.)

      IOS-aanmaning bij onbetwiste geldschulden tussen ondernemingen

    Uw factuur blijft onbetaald, de schuldenaar rekt de tijd, en ondertussen tikt de verjaringstermijn richting nul. Verjaart uw vordering, dan bent u uw recht definitief kwijt, hoe terecht uw eis ook is. En net hier gaat het vaak mis: een gewone aanmaning, een telefoontje of een e-mail stuiten niets, en de énige buitengerechtelijke brief die de klok wél terugzet, kunt u als schuldeiser niet zelf met stuitend effect versturen. Eén vergeten vermelding of een verkeerd moment, en de stuiting is waardeloos.

    U hoeft dit niet alleen te doen. Een advocaat burgerlijk recht bepaalt de juiste termijn en dies a quo, kiest de sterkste stuitingsgrond, stuurt de brief die de wet wél erkent, en voorkomt dat u uw vordering door een procedurefout alsnog verliest.

    Wanneer schakelt u best een advocaat in?

    • Uw vordering dreigt binnenkort te verjaren en u wil de klok stoppen zonder meteen te dagvaarden.
    • U twijfelt over de juiste termijn of het startpunt (de dies a quo) van uw vordering.
    • U wil een stuitende ingebrekestelling versturen, die kunt u als schuldeiser niet zelf geldig doen.
    • De schuldenaar betaalt een deel, vraagt uitstel of een afbetalingsplan, en u wil weten of dat de verjaring stuit.
    • U hebt al gedagvaard, maar de zaak blijft liggen en u vreest dat de stuiting teniet gaat (art. 2247 oud BW).
    • U bent schuldenaar en wil vermijden dat u een mogelijk al verjaarde schuld ongewild nieuw leven inblaast.
    • Uw tegenpartij verstuurde een brief en u wil weten of die wettelijk geldig stuit.
    Laat uw dossier nakijken door een advocaat→

    Videocall 30 min € 60,50 incl. btw · kantoorafspraak 60 min € 90,75 incl. btw · vaak gedekt door uw rechtsbijstandsverzekering

    Wat is stuiting van de verjaring?

    Stuiting van de verjaring betekent dat een lopende verjaringstermijn wordt onderbroken door een handeling die de wet erkent, waarna in de regel een nieuwe termijn begint te lopen. Kort gezegd: u zet de klok terug. Deze pagina gaat uitsluitend over de burgerlijke bevrijdende (extinctieve) verjaring, vorderingen tussen burgers, ondernemingen en andere private partijen.

    Twijfelt u eerst over de toepasselijke termijn of het startpunt (de dies a quo)? Raadpleeg dan het aparte overzicht van de verjaringstermijnen per type vordering, of maak een eerste inschatting met de tool om uw verjaringstermijn te berekenen.

    Burgerlijke en natuurlijke stuiting

    Art. 2242 oud Burgerlijk Wetboek maakt een onderscheid tussen natuurlijke en burgerlijke stuiting. Voor schuldvorderingen telt in de praktijk alleen de burgerlijke stuiting: een formele handeling waarmee de schuldeiser duidelijk maakt dat hij zijn recht niet laat uitdoven, of een erkenning door de schuldenaar zelf.

    (De natuurlijke stuiting hoort thuis in het goederenrecht, bij bezit en verkrijgende verjaring. De bepaling die haar omschreef, art. 2243 oud BW, is intussen opgeheven en verhuisd naar Boek 3 "Goederen". Voor uw factuur of schadeclaim speelt zij geen rol.)

    Het gevolg verschilt sterk per stuitingsgrond, en dat onderscheid is geld waard (zie de tabel hieronder). Stuiting is hoe dan ook geen "vriendelijke herinnering": alleen de gronden die de wet erkent hebben effect. Een gewone aanmaning, een telefoontje of een e-mail stuiten niets.

    Let op: in strafzaken geldt dit niet

    In het strafrecht geldt een volledig ander regime, en juist daar is de stuiting afgeschaft. Art. 22 V.T.Sv. (Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering) is opgeheven door de Wet van 9 april 2024, in werking op 28 april 2024. Daden van onderzoek of vervolging stuiten de strafvordering dus niet langer; in ruil werden de basistermijnen verlengd.

    Dat verandert niets aan de burgerlijke regels van art. 2244 oud BW. Verwar beide regimes nooit: alles hieronder geldt enkel voor burgerlijke vorderingen (contracten, facturen, schadevergoedingen).

    De stuitingsgronden in burgerlijke zaken

    De wet voorziet een strikt lijstje. Dit zijn de stuitingsgronden in burgerlijke zaken:

    Stuitingsgrond Rechtsgrond Wie kan het doen? Duur van de stuiting
    Dagvaarding voor het gerecht Art. 2244 §1 oud BW Schuldeiser, via advocaat/gerechtsdeurwaarder Tot een definitieve beslissing wordt uitgesproken (duurstuiting)
    Dagvaarding voor een onbevoegde rechter Art. 2246 oud BW Idem Stuit óók, ondanks de onbevoegdheid
    Bevel tot betaling Art. 2244 §1 oud BW Gerechtsdeurwaarder Volle nieuwe termijn
    IOS-aanmaning (onbetwiste geldschulden) Art. 2244 §1 oud BW + art. 1394/21 Ger.W. Gerechtsdeurwaarder Volle nieuwe termijn
    Beslag Art. 2244 §1 oud BW Gerechtsdeurwaarder Volle nieuwe termijn
    Buitengerechtelijke ingebrekestelling Art. 2244 §2 oud BW Alleen advocaat, gerechtsdeurwaarder of art. 728 §3 Ger.W.-vertegenwoordiger (in de praktijk enkel in geschillen die voor de arbeidsgerechten worden gebracht) Eenmalig; nieuwe termijn van max. één jaar
    Erkenning door de schuldenaar Art. 2248 oud BW De schuldenaar zelf Volle nieuwe termijn

    Het scherpste onderscheid, en de fout die het meest geld kost: een dagvaarding stuit tot het einde van de procedure; een bevel, beslag of IOS-aanmaning doet een volle nieuwe termijn lopen; maar de advocatenbrief van art. 2244 §2 oud BW werkt slechts één keer en in principe voor één jaar. Welke grond in úw dossier het meeste oplevert, is precies de afweging waarvoor een advocaat burgerlijk recht het verschil maakt.

    De dagvaarding, en de onbevoegde rechter

    Een dagvaarding, betekend door een gerechtsdeurwaarder, is de klassieke en krachtigste stuitingsgrond: zij stuit tot het tijdstip waarop een definitieve beslissing wordt uitgesproken, zolang de procedure loopt, staat de verjaring stil.

    Een vaak vergeten nuance staat in art. 2246 oud BW: "De dagvaarding voor een onbevoegde rechter stuit de verjaring." Dagvaardt u per vergissing voor de ondernemingsrechtbank in plaats van voor de vrederechter, dan blijft de stuitende werking dus overeind. Let op: die regel staat in art. 2246, niet in art. 2244, een verwarring die online vaak opduikt.

    Bevel, beslag en de IOS-aanmaning (art. 1394/21 Ger.W.)

    Naast het bevel tot betaling en het beslag vermeldt art. 2244 §1 oud BW ook de aanmaning tot betaling als bedoeld in art. 1394/21 Ger.W.: de IOS-procedure (invordering van onbetwiste geldschulden), waarbij een gerechtsdeurwaarder onbetwiste B2B-facturen invordert zonder tussenkomst van de rechtbank. Die betekening stuit volwaardig, een route die vaak over het hoofd wordt gezien.

    Erkenning door de schuldenaar (art. 2248 oud BW)

    Art. 2248 oud BW bepaalt dat de erkenning, door de schuldenaar, van het recht van hem tegen wie de verjaring loopt, de verjaring stuit. In de praktijk blijkt die erkenning uit:

    • een schriftelijke schulderkenning;
    • een deelbetaling, als daaruit blijkt dat de schuld wordt erkend;
    • het vragen van uitstel;
    • het vragen van een afbetalingsplan.

    Dat laatste is geen theorie: rechtspraak aanvaardde dat de loutere vraag om afbetalingstermijnen een erkenning oplevert en dus de verjaring stuit, ook zonder enige aanmaning van de schuldeiser.

    Drie preciseringen die het verschil maken:

    1. Niet elke betaling is een erkenning. De betaling moet de schuld bevestigen; de context telt.
    2. Timing is alles. Een erkenning ná het verstrijken van de termijn stuit niets meer. Juridisch is dat een afstand van verjaring (art. 2220-2221 oud BW), een ander mechanisme met andere gevolgen.
    3. Vragen mag, afdwingen niet. Een schulderkenning mag u vragen, maar niet onder druk afdwingen, zeker niet bij de minnelijke invordering van consumentenschulden.

    Bent u schuldenaar? Onderteken dan nooit zomaar een erkenning en betaal niet blind "een klein stukje" van een oude schuld: u kunt daarmee ongewild een mogelijk al verjaarde vordering nieuw leven inblazen.

    De stuitende ingebrekestelling van art. 2244, § 2 oud BW

    De Wet van 23 mei 2013 voerde een buitengerechtelijke manier in om de verjaring te stuiten. Zij verscheen in het Belgisch Staatsblad op 1 juli 2013 en trad in werking op 11 juli 2013. De aanleiding was praktisch: schuldeisers moesten vroeger vaak halsoverkop dagvaarden louter om de klok te stoppen, duur, belastend voor de rechtbanken en slecht voor een minnelijke regeling. De advocatenbrief is het alternatief.

    Wie mag deze brief versturen? Niet uzelf

    Een verjaringsstuitende ingebrekestelling moet worden verzonden door:

    1. de advocaat van de schuldeiser;
    2. een gerechtsdeurwaarder die daartoe door de schuldeiser is aangesteld;
    3. een persoon die krachtens art. 728 §3 Ger.W. in rechte mag verschijnen namens de schuldeiser, bijvoorbeeld een vakbondsafgevaardigde.

    Uw eigen aangetekende brief heeft geen stuitende werking. Hij geldt wél als aanmaning, maar hij redt uw termijn niet.

    Aangetekend mét ontvangstbewijs, een harde voorwaarde

    De brief moet worden verzonden bij aangetekende zending mét ontvangstbewijs.

    Pas op voor misleidende informatie hierover. Dat ontvangstbewijs is geen handige tip voor extra bewijs: het is een harde wettelijke voorwaarde. Wordt de brief verstuurd zonder ontvangstbewijs, dan heeft hij géén enkele stuitende werking, zelfs niet wanneer vaststaat dat de schuldenaar hem ontving en las.

    De overige voorwaarden

    • Woonplaats: de schuldenaar moet zijn woonplaats, verblijfplaats of maatschappelijke zetel in België hebben.
    • Verificatie: de professionele verzender moet de gegevens van de schuldenaar controleren aan de hand van een administratief document van minder dan één maand oud.
    • Kopie: verschilt de gekende verblijfplaats van de woonplaats, dan gaat een kopie naar die verblijfplaats.

    Wat is precies het effect?

    De stuiting werkt vanaf de verzending van de aangetekende zending met ontvangstbewijs. Daarna begint:

    • een nieuwe termijn van één jaar; of
    • een termijn gelijk aan de oorspronkelijke termijn, als die korter was dan één jaar.

    Twee regels die u moet kennen:

    • De minimumgarantie. De vordering kan nooit verjaren vóór de vervaldag van de initiële termijn. Stuiten kan uw resterende tijd dus nooit inkorten. Maar let op: de brief "verlengt" de termijn ook niet zomaar met één jaar, dat is een hardnekkig misverstand.
    • Eenmalig. Deze brief stuit slechts één keer, bewust zo geregeld om vertragingsmanoeuvres te blokkeren. De andere stuitingsgronden (dagvaarding, bevel, beslag) blijven daarna wel beschikbaar.

    Als ingebrekestelling van gemeen recht doet zij tegelijk de verwijlintresten lopen.

    Wat moet er in de brief staan?

    Wie zoekt naar een "voorbeeldbrief stuiting verjaring" heeft in werkelijkheid nood aan een correcte checklist. Wij publiceren bewust geen downloadbare modelbrief: u kunt die als schuldeiser niet zelf met stuitend effect versturen (zie hierboven), en een brief die één wettelijke vermelding mist, verliest zijn stuitende werking volledig. Een onvolledige modelbrief is dus gevaarlijker dan geen brief.

    Dit is wat art. 2244 §2 oud BW dwingend voorschrijft, de 8 verplichte vermeldingen:

    1. de gegevens van de schuldeiser: naam en adres; bij een rechtspersoon ook de rechtsvorm en de maatschappelijke zetel;
    2. de gegevens van de schuldenaar: idem;
    3. een duidelijke omschrijving van de verbintenis waaruit de schuldvordering is ontstaan;
    4. bij een geldsom: de verantwoording van alle geëiste bedragen, inclusief schadevergoeding en verwijlintresten;
    5. de termijn waarbinnen de schuldenaar moet nakomen vóór er bijkomende invorderingsmaatregelen volgen;
    6. de vermelding dat bij niet-tijdige reactie in rechte kan worden opgetreden;
    7. de uitdrukkelijke vermelding van de verjaringsstuitende werking van de ingebrekestelling;
    8. de handtekening van de professionele verzender.

    Twee rekenvoorbeelden

    Twee fictieve voorbeelden maken de regels concreet. (De gehanteerde termijnen zijn louter illustratief, de termijn van úw vordering hangt af van de rechtsgrond; zie de verjaringstermijnen per type vordering.)

    Voorbeeld 1: een lange termijn, en een verspilde brief. Een factuur met een verjaringstermijn van 5 jaar vervalt op 1 februari 2021; de vordering verjaart dus op 1 februari 2026. De advocaat verstuurt een correcte stuitingsbrief op 1 augustus 2023. Die doet een nieuwe termijn van één jaar lopen, tot 1 augustus 2024, maar de vordering kan nooit vóór de initiële vervaldag verjaren. De verjaring blijft dus 1 februari 2026: de brief levert voor de termijn niets op (hij zet wel de verwijlintresten in gang) en verbruikt de enige stuitingsbrief die u had. Te vroeg stuiten is een strategische fout.

    Voorbeeld 2: een korte termijn. Een vordering met een termijn van 6 maanden verjaart op 1 september 2025. De advocaat verstuurt de stuitingsbrief op 15 augustus 2025. Omdat de oorspronkelijke termijn korter dan één jaar was, bedraagt de nieuwe termijn geen jaar maar opnieuw 6 maanden: de nieuwe verjaringsdatum wordt 15 februari 2026.

    De les: bepaal eerst de termijn en de dies a quo, en stuit op het juiste moment, niet te vroeg, niet te laat.

    Wanneer gaat de stuiting alsnog teniet?

    Stuiten is geen definitieve veiligstelling. Art. 2247 oud BW bepaalt dat de stuiting wordt geacht niet te hebben plaatsgehad, ze wordt dus met terugwerkende kracht uitgewist, wanneer:

    1. de eiser afstand doet van zijn eis;
    2. de vordering wordt afgewezen.

    Art. 2247 oud BW bepaalt dus dat de stuiting geacht wordt niet te hebben plaatsgehad wanneer de eiser afstand doet van zijn eis of wanneer zijn eis wordt afgewezen. De klok loopt dan door alsof er nooit een procedure was. Let daarnaast op de doorhaling van de zaak: die volgt een eigen regeling in het Gerechtelijk Wetboek en heft de stuiting niet op, maar laat uw dossier wel stilliggen. Wie dagvaardt om te stuiten maar zijn zaak vervolgens laat versloffen, verliest die bescherming alsnog, en is, als de initiële termijn intussen verstreek, zijn rechten definitief kwijt. Een stuitingshandeling moet dus ook processtrategisch kloppen.

    Stuiting of schorsing?

    Beide begrippen worden voortdurend door elkaar gehaald, maar ze werken fundamenteel anders.

    Kenmerk Stuiting (art. 2242 e.v. oud BW) Schorsing (art. 2251 e.v. oud BW)
    Effect op de klok Reset, de klok gaat terug naar nul (of staat stil tot de beslissing) Pauze, de klok stopt tijdelijk
    Nadien Een volledig nieuwe termijn begint De resterende termijn loopt verder
    Oorzaak Een actieve juridische handeling (brief, dagvaarding, beslag) of een erkenning Een wettelijk bepaalde toestand van de persoon (bv. minderjarigheid, echtgenoten)

    Deze pagina werkt de schorsingsgronden bewust niet verder uit. Lees daarvoor de aparte gids over de schorsing van de verjaringstermijn.

    Geldt Boek 10 van het nieuw BW al?

    Kort antwoord: neen, en online leest u daar veel onzin over.

    Boek 10 "Verjaring" van het nieuw Burgerlijk Wetboek is nooit in werking getreden. De hervormingscommissie werkt er nog aan; er ligt geen wetsontwerp voor. De regels over de bevrijdende verjaring staan daarom onverminderd in het oud Burgerlijk Wetboek, in de artikelen 2219 tot 2278 oud BW.

    Ook Boek 5 "Verbintenissen" (in werking sinds 1 januari 2023) heeft de verjaring niet overgenomen. De enige noemenswaardige wijziging voor dit onderwerp is een technische kruisverwijzing: art. 2244 §2 oud BW opent nu met "Onverminderd de artikelen 5.231 en 5.233", waar vroeger naar art. 1146 oud BW werd verwezen. De werking van de stuiting zelf bleef ongewijzigd.

    Ook dit is een misverstand: verjaring is niet naar Boek 3 verhuisd. Boek 3 "Goederen" regelt de verkrijgende verjaring van eigendom, iets heel anders dan de bevrijdende verjaring van een vordering.

    Citeer dus nooit zomaar "art. 2244 BW", maar art. 2244 oud BW.

    Praktijkvoorbeelden (illustratief)

    De onderstaande situaties zijn illustratief en tonen hoe een advocaat burgerlijk recht een dreigende verjaring aanpakt. Ze bevatten geen concrete bedragen of dossiergegevens.

    Situatie

    Een aannemer had een openstaande factuur waarvan de verjaringstermijn binnen enkele weken zou verstrijken; dagvaarden leek de enige optie, maar was duur en zou de klant definitief tegen de haren strijken.

    Aanpak: Wij bepaalden de exacte dies a quo, controleerden de identiteit van de schuldenaar (een vennootschap, niet de zaakvoerder in eigen naam), en verstuurden een correcte stuitende ingebrekestelling met alle wettelijke vermeldingen, aangetekend mét ontvangstbewijs.

    Resultaat: De verjaring werd tijdig gestuit zonder procedure, en de bijkomende onderhandelingsruimte leidde tot een minnelijke afbetaling.

    Situatie

    Een cliënt was gedagvaard voor een schuld die volgens hem al lang verjaard was, maar had intussen een deel "om van het gezeur af te zijn" betaald.

    Aanpak: Wij onderzochten of die deelbetaling als erkenning (art. 2248 oud BW) de verjaring had heropend, en toetsten de timing aan de oorspronkelijke termijn.

    Resultaat: Op basis van de vastgestelde chronologie konden wij het verjaringsverweer gemotiveerd voeren en de discussie in het voordeel van de cliënt kantelen.

    Situatie

    Een schuldeiser had zelf een aangetekende brief verstuurd om "de termijn te stoppen" en ging ervan uit dat hij veilig zat.

    Aanpak: Wij stelden vast dat een eigen brief geen stuitende werking heeft en dat de termijn nog liep; er restte net genoeg tijd om via de juiste kanalen alsnog geldig te stuiten.

    Resultaat: De vordering werd alsnog veiliggesteld vóór de vervaldag, een fout die anders het volledige recht had gekost.

    Onze aanpak

    1. Intake: videocall. U legt uw situatie voor; wij maken een eerste inschatting van de termijn, de dies a quo en de urgentie. Videocall 30 min € 60,50 incl. btw, zonder verdere verbintenis.
    2. Strategie. Wij bepalen de juiste stuitingsgrond: volstaat een advocatenbrief, of is een dagvaarding, bevel, beslag of IOS-aanmaning nodig? En op welk moment stuit u het best?
    3. Onderhandeling of dagvaarding. Wij versturen de stuitende ingebrekestelling correct en gebruiken de gewonnen tijd voor een minnelijke regeling, of dagvaarden meteen wanneer dat sterker staat.
    4. Procedure. Loopt het uit op een gerechtelijke procedure, dan voeren wij die en bewaken wij dat de stuiting processtrategisch overeind blijft (art. 2247 oud BW).
    5. Nazorg. Wij zorgen voor de correcte opvolging: bewijsstukken, verdere invordering en, waar nodig, gedwongen uitvoering van een vonnis.

    De strategische keuze is meestal snel gemaakt. Een dagvaarding uitsluitend laten betekenen om de klok te stoppen is duur: gerechtsdeurwaarder, rolrecht en erelonen lopen op, precies wat de wetgever in 2013 wilde vermijden. Een correcte stuitende advocatenbrief kost daar een fractie van, stelt u veilig en koopt u onderhandelingsruimte. Zie ook gerechtskosten in burgerlijke zaken, proceskosten verhalen op de tegenpartij en gedwongen uitvoering van een vonnis.

    De kern: de stuitende ingebrekestelling van art. 2244 §2 oud BW kunt u niet zelf met stuitend effect versturen. Een advocaat burgerlijk recht controleert de termijn en de dies a quo, beoordeelt of een brief volstaat of een dagvaarding nodig is, neemt de verplichte vermeldingen correct op, en voorkomt dat u de stuiting later door een procedurefout alsnog verliest. Ontdek het volledige aanbod op de hub advocaat burgerlijk recht.

    Handel op tijd, dat is de rode draad van dit hele onderwerp:

    1. Bepaal de juiste termijn en dies a quo. Alles hangt hiervan af.
    2. Controleer de identiteit van de schuldenaar. Een brief aan "Jan Peeters" redt niets als de schuld bij "Peeters BV" ligt.
    3. Kies de juiste stuitingsgrond. Volstaat een brief, of is een dagvaarding, bevel, beslag of IOS nodig?
    4. Bewaar elk bewijs. De bewijslast van de stuiting ligt bij u: ontvangstbewijs, exploot, verzendbewijs, betalingsbewijzen, communicatie over een afbetalingsplan.
    5. Wacht niet tot de laatste dag. Een stuitingshandeling kan een gebrek vertonen; op de laatste dag hebt u geen ruimte meer om te corrigeren.

    Tikt de klok? Laat uw vordering dan meteen beoordelen, of bel rechtstreeks.

    Dichtstbijzijnde kantoor: LawBase Brugge(West-Vlaanderen)

    Oosterlingenplein 4A, 8000 Brugge

    Veelgestelde vragen

    Hulp nodig bij uw juridische vraag?

    Onze advocaten staan voor u klaar met deskundig advies.

    Plan een consultatieBekijk onze kantoren

    Meer info: cookie beleid · privacy